Patiëntveiligheid

Het UZA stelt alles in het werk om u veilige en kwaliteitsvolle zorg te bieden. Ook u als patiënt kan hieraan meewerken.

Beschermende maatregelen

Onrustige of verwarde patiënten maken meer kans op ongevallen, verloren lopen, vallen ... en kunnen een gevaar betekenen voor zichzelf of voor anderen of de nodige medische zorgverlening belemmeren. Het kan dan nodig zijn om beschermende maatregelen te treffen. 

Doel

Het doel van een 'dwangbehandeling' (waaronder fysieke fixatie, isolatie en dwangmedicatie, zie verder) is om rechtstreeks of onrechtstreeks de autonomie van de patiënt te behouden, te herstellen of te verhogen. 

Visie

Een dwangbehandeling wordt enkel toegepast wanneer de patiënt niet in staat is om vrij en geïnformeerd toe te stemmen met zorg die nodig is voor zijn gezondheidstoestand. De zorgverleners streven naar zoveel mogelijk overleg met de patiënt. Wanneer de patiënt geen geïnformeerde toestemming kan geven, worden de vertegenwoordiger, de vertrouwenspersoon en/of naaste familieleden ingelicht.

Dwangmaatregelen worden alleen toegepast wanneer de fysieke integriteit van de patiënt of van derden in gevaar zijn. Enkel maatregelen die echt nodig zijn voor de behandeling worden ingezet, in het belang van de patiënt en conform de wetenschappelijke kennis. Op grond van de noodtoestand en in spoedgevallen kan de arts onmiddellijk dwangmaatregelen nemen in het belang van de patiënt om tijdelijke crisissituaties te overbruggen, wanneer er geen duidelijkheid bestaat over de wil van de patiënt of zijn vertegenwoordiger, of wanneer die niet tijdig kan worden verkregen.

Toepassingen

Fixatie

Onrustige en verwarde patiënten maken meer kans op ongevallen, verloren lopen of vallen. Ze kunnen ook de werking van medisch materiaal verhinderen of toestellen foutief bedienen. Om hen te beschermen, moeten we soms vrijheidsbeperkende maatregelen treffen. Fysieke fixatie kan bijvoorbeeld door voorzettafels, bedhekken, pols- en enkelbanden en lendengordels. Het fixeren van patiënten gebeurt in het UZA enkel als het echt niet anders kan, en altijd op een veilige manier. Lees meer over vrijheidsbeperkende maatregelen.

fixatie uza

Isolatie

Voor patiënten op de dienst spoedgevallen die een gevaar betekenen voor zichzelf of voor anderen kan afzondering in de isolatieruimte nodig zijn. Het gaat om een beschermende maatregel die kan toegepast worden zoals beschreven in de wet betreffende de bescherming van de persoon van de geestesziekte, BS 27/7/1990. Meestal leidt het gebruik van de isolatiekamer tot een “gedwongen opname” in een gespecialiseerde psychiatrische afdeling. Het kan zijn dat de patiënt vrij in de kamer kan bewegen, maar in sommige gevallen is het nodig de patiënt in de kamer te fixeren. Hiervoor is een aangepast bed met aangepast fixatiemateriaal aanwezig. De kamer staat onder permanent visueel en auditief toezicht vanuit de toezichtsruimte. Het isoleren van een patiënt gebeurt enkel indien de veiligheid van de patiënt en/of anderen in het gedrang is, en altijd op een veilige manier. De beslissing tot isoleren komt vanuit het begeleidend team, steeds in overleg met de arts en de supervisor. De vraag voor isolatie kan komen van elk teamlid in samenspraak en in overleg met andere teamleden. De maatregel wordt uitgevoerd door een hiertoe opgeleide zorgverlener en kan gemotiveerd worden aan de patiënt, zijn familie en andere hulpverleners. 

 

Medicatie

Onrustige en verwarde patiënten kunnen behandeld worden met kalmerende medicatie wanneer ze een gevaar zijn voor zichzelf of anderen en/of hun toestand de zorgverlening bemoeilijkt. Het gaat hierbij niet over patiënten die in een delirium verkeren (waarbij er een verminderd bewustzijn is en/of er cognitieve veranderingen optreden). Het doel van de kalmerende medicatie is om bijvoorbeeld te voorkomen dat de patiënt zichzelf verwondt of ernstige materiële schade veroorzaakt, of om prikkels, impulsen of bewegingsdrang onder controle te krijgen. Drie soorten medicatie kunnen ingezet worden: antipsychotica, antihistaminica en benzodiazepines, afhankelijk van de toestand van de patiënt. Dit gebeurt enkel indien de veiligheid van de patiënt en/of anderen in het gedrang is, en steeds door een hiertoe opgeleide zorgverlener en in overleg met het begeleidend team en de arts. De toediening van de medicatie en de vitale paramaters die nadien gecontroleerd worden, zoals ademhaling, bloeddruk, hartslag en temperatuur, worden genoteerd in het dossier.