Kinderintensieve zorgen

donate
 

Prof. dr. Philippe Jorens (diensthoofd intensieve zorg) en dr. Tom Schepens (kinderintensivist of specialist in de intensieve zorg voor kinderen) zijn de twee drijvende krachten achter het project voor Kinderintensieve Zorgen. Met dit project willen ze enerzijds een optimale helende omgeving creëren voor kinderen en anderzijds het wetenschappelijk onderzoek naar het effect van beademing bij kinderen ondersteunen. “Zo kunnen we het genezingsproces van kinderen verbeteren, zowel qua mentale gezondheid als op vlak van revalidatie na beademing,” aldus de bezielers.

Op de pediatrische afdeling van intensieve zorgen (INZO) van het UZA komen kinderen van 0 tot 16 jaar terecht. Dit kan zijn na een zware operatie, een transplantatie, een orthopedische ingreep, een neurologisch probleem of na een ongeval. Bijna de helft van de kinderen wordt opgenomen omwille van ademhalingsproblemen (RSV), zeker in de winter. De grootste groep kinderen is jonger dan 1 jaar. Gemiddeld verblijft een kind 2 tot 3 dagen op intensieve zorgen, soms langer dan een week en zelden zelfs maanden. “Gelukkig liggen er meestal niet veel kinderen op de afdeling. Op dit moment hebben we bijvoorbeeld acht kindjes bij ons.”

Healing environment (een helende omgeving)

Een opname op intensieve zorgen en de bijbehorende pijn is voor kinderen vaak een psychologisch traumatische ervaring. Om de mentale gezondheid van kinderen op intensieve zorgen te verbeteren, wil prof. dr. Jorens inzetten op het creëren van een healing environment (een helende omgeving).

“In een ziekenhuis kijkt men vooral naar het genezingsproces van een patiënt op een technisch-medische manier qua medicatie en apparatuur. Maar al in de jaren ’90 heeft onderzoek aangetoond dat ook omgevingselementen invloed hebben op het genezingsproces. Een aangepaste ruimte en de juiste inrichting op intensieve zorgen voor kinderen kan een helende invloed hebben. Om deze healing environment voor kinderen te realiseren, hebben we het project Kinderintensieve Zorgen opgericht,” aldus prof. dr. Jorens.

Huiselijke sfeer

“Een helende omgeving is een omgeving waar kinderen zich thuis kunnen voelen. We willen geen sprookjeswereld creëren, maar wel met subtiele aspecten het verblijf op intensieve zorgen aangenamer maken. Monitoring en technische elementen van een INZO blijven onvermijdelijk echter wel aanwezig. We richten ons op een geluiddempende, hotel-geïnspireerde inrichting met zachte kleuren, buitenlicht, zicht op groen, en speelse tekeningen, objecten en speelgoed uit de leefwereld van een kind. Een onderzoek uit 1956 stelt vast dat patiënten die buitenlicht hebben in hun kamer, minder nood hebben om de pijn te stillen met medicatie. Voor een kind is naar buiten kijken met zicht op natuurelementen ontzettend belangrijk. Bij geluidsdemping en grotere kamers wordt ook minder verwardheid vastgesteld. Daarnaast werkt een family-centered omgeving helend voor kinderen. Broers, zussen en ouders zijn veel meer aanwezig dan enkel tijdens de klassieke bezoekuren.”

Nieuw INZO-gebouw

Tegen midden december 2019 wordt de eerste spadesteek gezet voor een volledig nieuw gebouw voor onder andere intensieve zorgen. De geplande ingebruikname is zomer 2023. “De plaatsing van het nieuwe gebouw is op kosten van het UZA, maar met het project willen we de studie naar en vooral de uitwerking van een healing environment ondersteunen. Om de architectuur zo optimaal mogelijk uit te voeren, hebben we een testruimte van 600 vierkante meter opgezet. Dankzij deze testruimte, waarin elk element nagemaakt werd in karton, hebben we heel veel aanpassingen kunnen doen aan de plannen voor het effectieve gebouw.”

Het gebouw zal twee verdiepingen met telkens twee maal 15 bedden tellen. “De kinderafdeling wordt een aparte afdeling, zodat de kinderen zo weinig mogelijk interferentie met de volwassenen en hun leed hebben. In tegenstelling tot de huidige INZO-architectuur gaan we de kamers verruimen en er een extra ligzetel voor de ouders in integreren. Ouders kunnen zo op de kamer van hun kind blijven overnachten of zelfs in een aparte familiekamer waar twee bedden, een badkamer en een salon staan. Met de family-centered care in het achterhoofd zullen er ook een grote wachtzaal en twee grote ruimtes zijn waarin de families zich kunnen terugtrekken. Elke kamer zal gesloten zijn, zicht hebben op hangende tuinen en rechtstreeks buitenlicht hebben. Als we nog geld hebben tenminste, want ik krijg al de opmerking dat extraatjes ook wel extra geld kosten.” (lacht)

Onderzoek naar ademhaling

Het tweede luik van het Fonds Kinderintensieve Zorgen is wetenschappelijk onderzoek naar de ademhaling van kinderen. Dr. Schepens, kinderintensivist, liep stage en werkte gedurende een jaar op de pediatrische intensieve zorgen in Toronto SickKids, één van de meest gerenommeerde kinderziekenhuizen ter wereld met veel expertise wat betreft beademing.

Effecten van beademing

Dr. Schepens legt uit: “Kinderen op intensieve zorgen die ernstig ziek zijn, hebben vaak nood aan ondersteuning van een beademingstoestel. Als de eigen ademhalingsspieren te zwak zijn geworden om voldoende zuurstof in het bloed te krijgen, dan neemt een beademingstoestel de ademhalingsfunctie over. Recent onderzoek wijst uit dat dit zeker levensreddend is, maar ook dat de eigen ademhalingsspier hierdoor lui en slap gaat worden, net zoals elke spier die je niet gebruikt. Het is bewezen dat als je die spieren slapper laat worden, dat de patiënten langer aan een beademingsmachine liggen en meer risico hebben op overlijden, zowel op INZO als een jaar na ontslag. We zien deze effecten al na 18 uur beademen. Het is dus belangrijk dat de ademhalingsspieren in optimale conditie zijn na de beademingsperiode.”

Diafragma protectieve beademing

“Het goede nieuws is dat we ondertussen een aantal ideeën hebben hoe we dit kunnen voorkomen. Hoewel de patiënt beademd wordt door een machine, moeten we ervoor zorgen dat een deel van de eigen ademhaling bewaard blijft. Het beademingstoestel en de patiënt moeten dus altijd blijven samenwerken. Als de ademhalingsspier actief blijft, dan voorkom je dat die zwakker wordt. Maar wat is nu de optimale hoeveelheid ademhalingsactiviteit, tijdens het begin en op het einde van de beademing?”

Om dit uit te zoeken, zette dr. Schepens de samenwerking met de universiteit van Toronto verder, en focust het wetenschappelijk onderzoek zich op de instellingen van het beademingstoestel, zodat de longfunctie voor een stuk wordt overgenomen maar het middenrif (diafragma), de belangrijkste ademhalingsspier, beschermd wordt. Dit noemt men de diafragma protectieve beademing. “Enerzijds willen we voorkomen dat de spieren te zwak worden doordat het toestel te veel doet, maar anderzijds ook dat de spieren te vermoeid geraken en het toestel te weinig doet.”

Kwetsbaarheid van kinderen

Kinderen zijn specifiek kwetsbaar. Zij zijn eerder afhankelijk van hun middenrif als grootste ademhalingsspier om na de beademing weer zelfstandig te kunnen ademen. Volwassenen hebben naast hun middenrif ook nog hun accessoire-ademhalingsspieren, dit zijn de spieren tussen de ribben en de spieren tussen de hals die via borstkasademhaling een stukje van de middenrifademhaling kunnen overnemen. Aangezien bij kinderen deze andere ademhalingsspieren nog minder ontwikkeld zijn en hun spieren op INZO sowieso kwetsbaarder zijn, hebben zij het meeste baat bij een goed aangepaste ademhaling.

“Met ons onderzoek kunnen we een heel grote impact hebben op de kwaliteit van het leven van kinderen die beademing hebben moeten ondergaan. Een kind moet niet enkel herstellen van de ziekte die het heeft gehad maar ook van de behandeling op INZO. Het effect van wat wij doen, kunnen we dankzij ons onderzoek een stuk verbeteren. Zo kunnen de kinderen weer sneller rondlopen en spelen, en wordt hun groei en ontwikkeling niet vertraagd.

Wil jij dit project mee ondersteunen?

Ondersteun jij mee het onderzoek naar de ademhaling van kinderen en wil jij ook dat onze patiëntjes in een healing environment kunnen herstellen van hun operatie of opname? Jouw gift maakt het verschil! Samen met jou zorgen we voor een verbeterde gezondheidszorg.