Diabetes en sport
Sporten is leuk en gezond. Regelmatig bewegen is goed voor jouw mentale en fysieke ontwikkeling, voor zowel jong als oud, ook wanneer je diabetes hebt. Sporten zorgt voor minder risico op laattijdige verwikkelingen van diabetes (en ouderdom). Denk maar aan hart- en vaatziekten, een hoge bloeddruk, hoge cholesterol …
Let wel op: door te sporten wordt jouw lichaam gevoelig aan insuline. Een goede voorbereiding is daarom erg belangrijk. Je moet op voorhand goed jouw insuline berekenen en spuiten.
Binnenkort naar het UZA?
Heb je binnenkort een afspraak bij het UZA of kom je iemand bezoeken? Beantwoord enkele vragen en krijg handige tips voor je UZA-bezoek, van thuisvoorbereiding tot navigatie in het ziekenhuis.
Maak een afspraak
Kinderdiabetes
Effect van sport op jouw bloedsuiker
Het effect van sport op jouw bloedsuiker is afhankelijk van het type sport, de duur, de intensiteit en hoe jouw lichaam reageert. Tijdens het sporten verbranden jouw spieren glucose en heb je dus insuline nodig. Daardoor daalt je bloedsuiker meestal. Dit zorgt voor een hogere kans op een hypo tijdens het sporten.
Sporten zorgt er anderzijds voor dat je adrenaline aanmaakt. Dit kan jouw bloedsuiker verhogen. Afhankelijk van het type sport, zal jouw bloedsuiker verschillend reageren. Daarom is een goede voorbereiding voor het sporten ontzettend belangrijk.
Soorten sporten
Elk lichaam reageert anders op activiteit en sport. Het is belangrijk altijd jouw glycemie goed te controleren, zowel voor, tijdens, als na het sporten. Zo kan je een inschatting maken hoe jouw lichaam reageert op verschillende soorten sport.
Diverse types sport hebben dus een verschillend effect op jouw lichaam.
Afhankelijk van welke sport je plant, is het belangrijk om daarmee rekening te houden.
Voorbereiding voor het sporten
Wanneer je start met sporten, controleer je altijd eerst jouw bloedsuiker. Bij voorkeur is jouw glycemie voor het sporten tussen 90 en 150 mg/dl. Bij intensief sporten (> 50min) of zwemmen start je best met een waarde tussen 120 en 150 mg/dl.
Wanneer jouw bloedsuikerwaarde hoger is dan 250 mg/dl, dan mag je niet starten met sporten en moet je eerst jouw bloedsuikerwaarde corrigeren. Als je jezelf daarenboven niet goed voelt, is het belangrijk om jouw ketonen te meten. Wanneer je ketonen hebt, mag je niet sporten! Jouw spieren hebben namelijk insuline nodig om suikers op te nemen en dus goed te werken.
Insuline en voeding aanpassen bij sport
Afhankelijk van het tijdstip en de intensiteit van de geplande activiteit, moet je dus jouw insuline verminderen of extra koolhydraten innemen. Hieronder vind je enkele algemene regels bij sport en diabetes. Let wel op: elk lichaam reageert anders op sport. Begin daarom altijd met eerst de algemene richtlijnen te volgen, maar pas dit op termijn aan op basis van jouw eigen ervaringen.
Ga je sporten binnen de 2 uur voor of na jouw maaltijd met insuline?
Verminder jouw dosis snelwerkende insuline met 20% in geval van lichte sportactiviteit.
Verminder jouw dosis snelwerkende insuline met 30% in geval van matige sportactiviteit.
Verminder jouw dosis met 50% in geval van intensieve of langdurige sport.
Ga je sporten meer dan 2 uur na een maaltijd met insuline?
Controleer jouw bloedsuiker en volg het regeltje voor het innemen van koolhydraten (! ook dit is een algemene regel dus evalueren blijft belangrijk):
< 90 mg/dl: neem vooraf 10-20 gramKH tot jouw glycemie > 90mg/dl is.
90-124 mg/dl: neem 10-20 gramKH en start jouw sportmoment.
125-180 mg/dl: start met sporten, je zal KH nodig hebben tijdens het sporten.
180-250 mg/dl: start met sporten
>250 mg/dl: ketonen controleren en corrigeren met insuline
Extra maatregelen tijdens het sporten
Meet elke 30 minuten jouw glycemie. Bij een langdurige activiteit (voetbal, dansen, fietstochten …) is het aangeraden om tijdens het sporten geregeld kleine hoeveelheden koolhydraten in te nemen. Bijvoorbeeld door het drinken van een dorstlesser, denk aan een sportdrank met 6 à 8 g KH/100ml.
Na het sporten
Na het sporten vult jouw lichaam de suikerreserves in jouw lever en spieren weer aan vanuit het bloed. Verder blijft jouw lichaam voor een langere tijd gevoeliger voor insuline. Daardoor daalt jouw bloedsuiker, dus heb je na het sporten een grotere kans op een hypo. Blijf jouw glycemie dus goed opvolgen na het sporten.
Ook voor het slapengaan is het belangrijk om jouw glycemie te meten. Je hebt altijd een grotere kans op een nachtelijke hypo als je ’s avonds hebt gesport of een hele dag actiever bent geweest dan jouw normale ritme. In dit geval verlaag je de dosis van de traagwerkende insuline (Lantus) met 10% of verlaag je de basale insuline tijdens de nacht met 20% (tijdelijk basaal).
Of je kan er ook voor kiezen om voor het slapen 12g extra KH te eten indien jouw glycemie lager is dan 100 mg/dl. Daarbij geven we de voorkeur aan koolhydraten in combinatie met eiwitten, bijvoorbeeld melk of yoghurt. Die werken langer na en helpen bij het voorkomen van een laattijdige hypoglycemie. Bovendien zorgen eiwitten ook voor een beter herstel van de spieren, daarom draagt dit onze voorkeur.
Klinische studies
Elk jaar nemen er in het UZA heel wat patiënten deel aan klinische studies. Dit gebeurt op vrijwillige basis. Indien er op de dienst waar je bent opgenomen een specifiek onderzoek loopt, zal je eventueel gevraagd worden om hieraan deel te nemen. Je hebt de volledige vrijheid om te beslissen of je hier al dan niet op in wenst te gaan. Indien je deelneemt of in de toekomst deelneemt aan klinische studies, kan je met je vragen terecht bij je behandelend arts.
Onze zorgverleners staan voor je klaar
Hieronder vind je een overzicht van de zorgverleners die deel uitmaken van ons team en hun specifieke rol in de behandeling en ondersteuning van onze patiënten.


















