Hoe zelf jouw bloedsuiker controleren?
De controle van jouw suikerspiegel is heel belangrijk. Zo weet je hoeveel insuline je nodig hebt en zo probeer je jouw suikerspiegel zo goed mogelijk binnen doelbereik te houden. Eigenlijk is het doel van jouw diabetesbehandeling zoveel mogelijk normale bloedsuikerspiegels te hebben (zo lang mogelijk ‘in doelbereik’ zijn).
Daarom zal je steeds vóór elke maaltijd en voor het slapengaan jouw bloedsuiker moeten meten. Ook als je gaat sporten of je niet goed voelt, is het belangrijk om dit extra te controleren. Zelfs als je uitzonderlijk een maaltijd overslaat, moet je regelmatig meten (bijvoorbeeld tijdens ziekte).
Variant Volwassenen/Kinderen
Binnenkort naar het UZA?
Heb je binnenkort een afspraak bij het UZA of kom je iemand bezoeken? Beantwoord enkele vragen en krijg handige tips voor je UZA-bezoek, van thuisvoorbereiding tot navigatie in het ziekenhuis.
Maak een afspraak
Kinderdiabetes
Hoe controleer ik mijn bloedsuikerspiegel?
Er bestaan 2 methoden om de glycemie in jouw bloed te meten: met een vingerprik of dankzij een sensor onder de huid.
Vingerprikmethode bij diabetes
De vingerprikmethode is de basis methode om jouw diabetesregeling te controleren. Dit is de reden waarom je altijd eerst deze manier leert voor je start met een sensor. Wanneer er problemen zijn met een sensor, je twijfelt aan sensorwaarden … dan moet je altijd kunnen terugvallen op de vingerprikmethode.
Met een vingerprik meet je jouw bloedsuiker. Die waarden noteer je in jouw dagboek samen met de hoeveelheid insuline. Het is belangrijk om dit goed bij te houden. Zo kunnen de dokters nadien controleren of ze jouw insuline moeten aanpassen.
1. Was jouw handen en droog ze goed af
Waarom is dit belangrijk? Wanneer jouw handen niet gewassen zijn en er bijvoorbeeld sporen van suiker op jouw handen zitten, kan dit valse hoge waarden geven. Bij natte handen kan je een vals lage waarde meten doordat het water een verdund beeld van jouw bloed kan weergeven.
2. Steek een teststrip in de bloedsuikermeter
De meter springt automatisch aan. Let wel goed op dat het potje met teststrips altijd goed is afgesloten zodat jouw teststrips niet nat kunnen worden.
3. Druk de prikpen goed aan tegen de zijkant van de vinger
Het beste gebruik je enkel de middelvinger, ringvinger of pink, want je wijsvinger is het meest gevoelig.
4. Breng de bloeddruppel aan op de teststrip
Na 5 seconden kan je het resultaat van jouw gemeten bloedsuikergehalte lezen. Opgelet: komt jouw waarde niet overeen met jouw symptomen? Dan moet je de meting herhalen.
Sensormethode bij diabetes
De sensor is een andere manier om jouw suikerspiegel te controleren. De sensor meet het vocht tussen jouw cellen. Daardoor heb je altijd een vertraging van ongeveer 15 minuten op de meting. Daarom zie je ook steeds een dalende of stijgende pijl bij de meetwaarden op de sensor. Die pijl geeft weer of jouw suikerspiegel aan het dalen of stijgen is, zodat je de gemeten waarde correct kan interpreteren.
De opstart van de sensor gebeurt in overleg met jouw dokters en diabeteseducatoren. Zij bekkijken samen met jou wat voor jou de beste optie is.
Wat is een goede bloedsuikerwaarde?
Mensen zonder diabetes hebben bloedsuikerwaarden die schommelen tussen 65 en 140 mg/dl. In nuchtere toestand hebben zij een bloedsuikerwaarde onder 100 mg/dl.
Algemeen streven we bij patiënten met diabetes naar een bloedsuikerwaarde tussen 70 en 180 mg/dl (sensor). Mensen zonder diabetes hebben ook af en toe waarden tussen 60-70 mg/dl, dus die kunnen voor jou ook normaal zijn.
We maken een onderscheid tussen de momenten wanneer je jouw bloedsuikerwaarden meet.
| 65-100 mg/dl | Normaal, dit is de streefwaarde vóór elke hoofdmaaltijd |
|---|---|
| > 100 mg/dl | Vóór de hoofdmaaltijd is dit een hogere waarde |
| 80-160 mg/dl | Normaal tot 1u30 min na de hoofdmaaltijd |
| > 180 mg/dl | Na de hoofdmaaltijd is dit een hogere waarde |
Voor het slapen
Ook voor het slapengaan is het belangrijk om steeds jouw bloedsuiker te controleren. Voor het slapen is jouw glycemie best 80 mg/dl of hoger, zonder actieve insuline. Als er geen actieve insuline meer is, mag je onderstaande regel toepassen.
| > 80 mg/dl | Normaal |
|---|---|
| Sensor: 80 en platte pijl | Te laag: eet 6 gram koolhydraten zonder insuline inspuiting |
| < 80 mg/dl | Te laag: Insulinepen: eet 6 gram koolhydraten zonder insuline inspuiting Insulinepomp: stel tijdelijk basaal in aan 80% / pijl omlaag 20% voor 1 uur |
| < 70 mg/dl | Te laag: Insulinepen: eet 12 gram koolhydraten zonder insuline inspuiting Insulinepomp: stel tijdelijk basaal in aan 80% / pijl omlaag 20% voor 2 uur |
| Sensor 70 en platte pijl | Te laag: eet 12 gram koolhydraten zonder insuline inspuiting |
| < 65 mg/dl | Te laag: hypo-opvang |
| Sensor 80 en dalende pijl | Na hypo-opvang: eet 12 gram koolhydraten zonder insuline inspuiting |
Voor het slapen is jouw bloedsuikerwaarde best hoger dan 80 mg/dl, bij een sensor heb je best 80 en een platte of stijgende pijl.
Indien lager dan 80 mg/dl: eet 6 gram koolhydraten extra voor het slapengaan.
Indien lager dan 70 mg/dl: eet 12 gram koolhydraten extra voor het slapengaan (bij sensor: 70 en platte pijl).
Indien lager dan 65 mg/dl: behandel dit als een hypo (bij sensor: 70 en 80 met dalende pijl)
| BG | < 50 | < 65 | < 70 | < 80 |
|---|---|---|---|---|
| SG | 65 en pijl omlaag | 80 en pijl omlaag | 70 en platte pijl | 80 en platte pijl |
| Druivensuiker | Druivensuiker | Druivensuiker | ||
| Koolhydraten dag | Insuline toediening < 2 uur geleden: 6 gram koolhydraten | |||
| Koolhydraten nacht | 12 gram koolhydraten | 12 gram koolhydraten | 12 gram koolhydraten | 6 gram koolhydraten |
Klinische studies
Elk jaar nemen er in het UZA heel wat patiënten deel aan klinische studies. Dit gebeurt op vrijwillige basis. Indien er op de dienst waar je bent opgenomen een specifiek onderzoek loopt, zal je eventueel gevraagd worden om hieraan deel te nemen. Je hebt de volledige vrijheid om te beslissen of je hier al dan niet op in wenst te gaan. Indien je deelneemt of in de toekomst deelneemt aan klinische studies, kan je met je vragen terecht bij je behandelend arts.
Onze zorgverleners staan voor je klaar
Hieronder vind je een overzicht van de zorgverleners die deel uitmaken van ons team en hun specifieke rol in de behandeling en ondersteuning van onze patiënten.


















