Hoe zelf jouw bloedsuiker controleren?

De controle van jouw suikerspiegel is heel belangrijk. Zo weet je hoeveel insuline je nodig hebt en zo probeer je jouw suikerspiegel zo goed mogelijk binnen doelbereik te houden. Eigenlijk is het doel van jouw diabetesbehandeling zoveel mogelijk normale bloedsuikerspiegels te hebben (zo lang mogelijk ‘in doelbereik’ zijn).

 

Daarom zal je steeds vóór elke maaltijd en voor het slapengaan jouw bloedsuiker moeten meten. Ook als je gaat sporten of je niet goed voelt, is het belangrijk om dit extra te controleren. Zelfs als je uitzonderlijk een maaltijd overslaat, moet je regelmatig meten (bijvoorbeeld tijdens ziekte).

Variant Volwassenen/Kinderen

Praktisch

Maak een afspraak

Kinderdiabetes

Niet beschikbaar
Route 26
Hoe bloedsuikerspiegel controleren?

Hoe controleer ik mijn bloedsuikerspiegel?

Er bestaan 2 methoden om de glycemie in jouw bloed te meten: met een vingerprik of dankzij een sensor onder de huid. 

Vingerprikmethode bij diabetes

De vingerprikmethode is de basis methode om jouw diabetesregeling te controleren. Dit is de reden waarom je altijd eerst deze manier leert voor je start met een sensor. Wanneer er problemen zijn met een sensor, je twijfelt aan sensorwaarden … dan moet je altijd kunnen terugvallen op de vingerprikmethode. 

 

Met een vingerprik meet je jouw bloedsuiker. Die waarden noteer je in jouw dagboek samen met de hoeveelheid insuline. Het is belangrijk om dit goed bij te houden. Zo kunnen de dokters nadien controleren of ze jouw insuline moeten aanpassen. 

  • Waarom is dit belangrijk? Wanneer jouw handen niet gewassen zijn en er bijvoorbeeld sporen van suiker op jouw handen zitten, kan dit valse hoge waarden geven. Bij natte handen kan je een vals lage waarde meten doordat het water een verdund beeld van jouw bloed kan weergeven.

  • De meter springt automatisch aan. Let wel goed op dat het potje met teststrips altijd goed is afgesloten zodat jouw teststrips niet nat kunnen worden. 

  • Het beste gebruik je enkel de middelvinger, ringvinger of pink, want je wijsvinger is het meest gevoelig. 

  • Na 5 seconden kan je het resultaat van jouw gemeten bloedsuikergehalte lezen. Opgelet: komt jouw waarde niet overeen met jouw symptomen? Dan moet je de meting herhalen. 

Sensormethode bij diabetes

Diabetes insuline pomp

De sensor is een andere manier om jouw suikerspiegel te controleren. De sensor meet het vocht tussen jouw cellen. Daardoor heb je altijd een vertraging van ongeveer 15 minuten op de meting. Daarom zie je ook steeds een dalende of stijgende pijl bij de meetwaarden op de sensor. Die pijl geeft weer of jouw suikerspiegel aan het dalen of stijgen is, zodat je de gemeten waarde correct kan interpreteren. 

 

De opstart van de sensor gebeurt in overleg met jouw dokters en diabeteseducatoren. Zij bekkijken samen met jou wat voor jou de beste optie is. 

Wat is een goede bloedsuikerwaarde?

Mensen zonder diabetes hebben bloedsuikerwaarden die schommelen tussen 65 en 140 mg/dl. In nuchtere toestand hebben zij een bloedsuikerwaarde onder 100 mg/dl. 

 

 Algemeen streven we bij patiënten met diabetes naar een bloedsuikerwaarde tussen 70 en 180 mg/dl (sensor). Mensen zonder diabetes hebben ook af en toe waarden tussen 60-70 mg/dl, dus die kunnen voor jou ook normaal zijn. 

 

We maken een onderscheid tussen de momenten wanneer je jouw bloedsuikerwaarden meet. 

 

 

65-100 mg/dl  

Normaal, dit is de streefwaarde vóór elke hoofdmaaltijd

> 100 mg/dl Vóór de hoofdmaaltijd is dit een hogere waarde
80-160 mg/dl  

Normaal tot 1u30 min na de hoofdmaaltijd

> 180 mg/dl 

Na de hoofdmaaltijd is dit een hogere waarde

Voor het slapen

Ook voor het slapengaan is het belangrijk om steeds jouw bloedsuiker te controleren. Voor het slapen is jouw glycemie best 80 mg/dl of hoger, zonder actieve insuline. Als er geen actieve insuline meer is, mag je onderstaande regel toepassen. 

 

> 80 mg/dl Normaal
Sensor: 80 en platte pijl Te laag: eet 6 gram koolhydraten zonder insuline inspuiting
< 80 mg/dl

Te laag: 

Insulinepen: eet 6 gram koolhydraten zonder insuline inspuiting

Insulinepomp: stel tijdelijk basaal in aan 80% / pijl omlaag 20% voor 1 uur

< 70 mg/dl

Te laag:

Insulinepen: eet 12 gram koolhydraten zonder insuline inspuiting

Insulinepomp: stel tijdelijk basaal in aan 80% / pijl omlaag 20% voor 2 uur

Sensor 70 en platte pijlTe laag: eet 12 gram koolhydraten zonder insuline inspuiting
< 65 mg/dlTe laag: hypo-opvang
Sensor 80 en dalende pijl Na hypo-opvang: eet 12 gram koolhydraten zonder insuline inspuiting

Voor het slapen is jouw bloedsuikerwaarde best hoger dan 80 mg/dl, bij een sensor heb je best 80 en een platte of stijgende pijl. 

  • Indien lager dan 80 mg/dl: eet 6 gram koolhydraten extra voor het slapengaan.

  • Indien lager dan 70 mg/dl: eet 12 gram koolhydraten extra voor het slapengaan (bij sensor: 70 en platte pijl).

  • Indien lager dan 65 mg/dl: behandel dit als een hypo (bij sensor: 70 en 80 met dalende pijl)

BG< 50< 65< 70< 80
SG65 en pijl omlaag80 en pijl omlaag70 en platte pijl80 en platte pijl
DruivensuikerDruivensuikerDruivensuiker  
Koolhydraten dag

Insuline toediening < 2 uur geleden: 6 gram koolhydraten

Koolhydraten nacht12 gram koolhydraten12 gram koolhydraten12 gram koolhydraten6 gram koolhydraten
Team

Onze zorgverleners staan voor je klaar

Hieronder vind je een overzicht van de zorgverleners die deel uitmaken van ons team en hun specifieke rol in de behandeling en ondersteuning van onze patiënten.

Artsen

Consulenten en geassocieerde artsen

Administratieve medewerkers

Verpleegkundigen

Paramedici

Psychologen

Sociale dienst