Insuline berekenen
Bij diabetes heb je bij elke maaltijd snelwerkende insuline nodig. Die dosis varieert, maar kan je zelf berekenen door het aantal koolhydraten te bepalen.
Variant Volwassenen/Kinderen
Binnenkort naar het UZA?
Heb je binnenkort een afspraak bij het UZA of kom je iemand bezoeken? Beantwoord enkele vragen en krijg handige tips voor je UZA-bezoek, van thuisvoorbereiding tot navigatie in het ziekenhuis.
Maak een afspraak
Kinderdiabetes
Hoeveel insuline heb ik nodig?
Bij elke maaltijd heb je nood aan snelwerkende insuline. Afhankelijk van wat je gaat eten, het tijdstip van de dag, jouw glycemie en eventuele geplande activiteiten kan die dosis anders zijn.
In de toekomst blijft het belangrijk dat we die dosissen regelmatig opnieuw bekijken. Je blijft groeien waardoor jouw lichaam verandert, daarom moeten we dosissen aanpassen.
Wat moet je weten voor je insuline berekent?
1. Koolhydraten berekenen
Je bepaalt hoeveel koolhydraten er in jouw eten zitten (gram koolhydraten of gramKH) Dit leer je samen met de diëtist.
2. Koolhydraatratio
Per eenheid insuline mag je x-aantal gram koolhydraten eten. Dit heet de ‘koolhydraatratio’. Die ratio geeft weer hoeveel gramKH je op dat moment mag eten voor 1 eenheid insuline. Die ratio verschilt per maaltijd, want op elk moment van de dag heb je een andere behoefte aan insuline.
3. Correctiefactor
Wanneer jouw bloedsuiker te hoog is, moet je extra insuline geven. Dit noemen we corrigeren met de correctiefactor.
Die correctiefactor zorgt ervoor dat je verhoogde bloedsuiker zal dalen en zo weer normaliseert. Die correctiefactor krijg je van ons mee in een schema. Wanneer je die toepast, heb je altijd even geduld nodig. De daling van een te hoge bloedsuiker merk je niet meteen, want insuline heeft tijd nodig om te werken.
4. Sport
Zeker wanneer je gaat sporten moet je daarmee rekening houden bij de berekening van jouw insuline.
Starten aan insuline berekening
Eerst moet je jezelf onderstaande vragen stellen:
Wat ga ik eten (in gramKH)? Vergeet daarbij niet jouw snack van <1,5 uur daarbij mee te tellen, bijvoorbeeld 30 gramKH.
Hoeveel gramKH mag ik eten per eenheid insuline? Bijvoorbeeld 10g per eenheid (E).
Hoeveel is mijn bloedsuiker? Dit is belangrijk om te weten of je de correctiefactor moet gebruiken.
Wanneer je bovenstaande zaken weet, start je met jouw insuline te berekenen.
Je deelt het aantal gramKH dat je zal eten door de KHratio: bijvoorbeeld 30gramKH : 10g/E
Daarna tel je jouw correctie daarbij op.
Tot slot je de dosisvermindering door sport of activiteit (dit leggen we later op deze pagina nog uit).
- gramKH : KHratio
- + correctie
- – reductie voor sport (%)
= insuline dosis
Voorbeelden van een berekening
Bij het ontbijt gebruik je de ratio 10 g/E. Dit betekent dat je per 10 gramKH die je eet, je 1 E insuline nodig hebt.
Als je 30 gram koolhydraten gaat eten, deel je de 30 gram door 10. Voor deze maaltijd moet je dan 3 E insuline geven.
Wanneer je die dosis weet, mag je nadien de hoeveelheid insuline uit het correctieschema erbij tellen.
Bij sport is het misschien nodig om minder insuline te geven. Later meer hierover.
Voorbeeld 1: maaltijd
Lien staat ’s ochtends op met een glycemie van 97 mg/dl. Ze plant 2 boterhammen met kaas te eten, een groot glas melk en voorziet een appel als snack.
- 53 gramKH : ratio 8 g/E = 6,6 E
- Geen correctie nodig
- Geen sport, dus 6,6 E rond je af naar 6,5 E = 6,5 E insuline inspuiten voor het ontbijt.
Voorbeeld 2: correctieschema
Younes blijft eten op school. Zijn brooddoos telt 3 boterhammen met smeerkaas. Hij drinkt daarbij thee. Als snack heeft hij 2 mandarijntjes bij. Bij het meten van zijn bloedsuikerwaarde blijkt die 140 mg/dl te zijn.
correctieschema 1/40 | |||
|---|---|---|---|
naar 150 (avond, minder dan 2u na maaltijdinsuline) | |||
| > 170 | 0,5 | > 330 | 4,5 |
| > 190 | 1 | > 350 | 5 |
| > 210 | 1,5 | > 370 | 5,5 |
| > 230 | 2 | > 390 | 6 |
| > 250 | 2,5 | > 410 | 6,5 |
| > 270 | 3 | > 430 | 7 |
| > 290 | 3,5 | > 450 | 7,5 |
| > 310 | 4 | > 470 | 8 |
- 51 gramKH : ratio 10 g/E = 5,1 E
- Correctieschema van 1 E/40 = 1 E extra bijtellen. Dus 5,1 E + 1 E = 6,1 E
- Geen sport, dus 6,1 afronden naar 6 E= 6 E insuline in spuiten voor deze middagmaaltijd
Voorbeeld 3: sport
Nicolas komt om 16u thuis van school en zal als 16-uurtje 2 petit beurre koekjes en een banaan eten. Onmiddellijk daarna heeft hij voetbaltraining. Zijn bloedsuikerwaarde is 120 mg/dl.
- 34 gramKH : ratio 12 g/E = 2,8 E
- Correctieschema 1 E / 40 = 0,5 E bijtellen. Dus 2,8 E + 0,5 E = 3,2 E
- Voetbaltraining = 30% vermindering, dus 3,2 E – 30% voor sport = 2,24 E, dus afronden naar 2 E = 2 E inspuiten voor dit 16-uurtje
Klinische studies
Elk jaar nemen er in het UZA heel wat patiënten deel aan klinische studies. Dit gebeurt op vrijwillige basis. Indien er op de dienst waar je bent opgenomen een specifiek onderzoek loopt, zal je eventueel gevraagd worden om hieraan deel te nemen. Je hebt de volledige vrijheid om te beslissen of je hier al dan niet op in wenst te gaan. Indien je deelneemt of in de toekomst deelneemt aan klinische studies, kan je met je vragen terecht bij je behandelend arts.
Onze zorgverleners staan voor je klaar
Hieronder vind je een overzicht van de zorgverleners die deel uitmaken van ons team en hun specifieke rol in de behandeling en ondersteuning van onze patiënten.


















