Behandeling met insulinepen
Wanneer je diabetes hebt, mag je nooit stoppen met insuline te spuiten. Het doel van de behandeling van diabetes is om normale bloedsuikers te hebben. Daarvoor proberen we de insulineverloop van een gezond lichaam zo goed mogelijk na te bootsen. Dit doel bereiken we door voldoende te meten en de insuline toediening aan die waarden aan te passen.
Binnenkort naar het UZA?
Heb je binnenkort een afspraak bij het UZA of kom je iemand bezoeken? Beantwoord enkele vragen en krijg handige tips voor je UZA-bezoek, van thuisvoorbereiding tot navigatie in het ziekenhuis.
Maak een afspraak
Kinderdiabetes
Wat is insuline?
Insuline is een hormoon dat wordt aangemaakt door de bètacellen van de alvleesklier. Je kan insuline zien als een sleutel die de deur van cellen opent zodat die cellen koolhydraten (suikers) kunnen opnemen. Door de werking van insuline nemen de cellen suikers op, waardoor de glycemie (bloedsuiker) in het bloed daalt.
Soorten insuline bij pentherapie
Insuline kan je toedienen met een insulinepen. Bij insuline pentherapie heb je de keuze tussen 2 soorten insulines.
2. Traagwerkende insuline
De traagwerkende insuline zorgt dat er op elk moment van de dag insuline aanwezig is in jouw lichaam. Zelfs wanneer je een hele dag niet eet of beweegt, heb je nog steeds insuline nodig.
Dit type insuline werkt minimaal 24 uur. Voor stabiele bloedsuikers is het belangrijk dat je deze insuline steeds op hetzelfde moment van de dag inspuit: bij voorkeur ’s avonds bij het avondeten of voor het slapengaan.
Voorbeelden van dit type insuline zijn - onder andere - Lantus, Tresiba en Toujeo.
Hoe insuline toedienen met insulinepen?
Insuline spuit je in het onderhuids vetweefsel: tussen de huid en de spier. Daarvoor gebruik je hele korte naaldjes.
Correcte huidplooi om insuline in te spuiten
Stappenplan insuline inspuiten
Volg voor een correcte injectietechniek onderstaand stappenplan.
Gebruik altijd een nieuwe pennaald en draai die op de insulinepen.
Controleer of de pen werkt en doorgankelijk is: stel 2 eenheden in en spuit die weg. Controleer vervolgens of er insuline uit het naaldje druppelt. Zo niet? Spuit opnieuw 2 eenheden weg totdat er insuline uit het naaldje druppelt.
Stel het aantal eenheden insuline in die je moet inspuiten.
Controleer de inspuitplaats: op die plek mag er geen wondje of litteken zijn. Kies ook telkens een andere plaats om in te spuiten.
Maak een huidplooi.
Prik de naald loodrecht in de huidplooi.
Spuit de insuline in.
Tel tot tien en trek daarna de naald terug. Dit is belangrijk om ervoor te zorgen dat de insuline niet terug uit de huid wordt geduwd.
Waar insuline inspuiten?
Er zijn verschillende plaatsen waar je insuline kan inspuiten.
Buik
Houd minimum 1 cm afstand van de navel.
Dit kan ook onder de ribben, tot aan de flanken (zijkant), maar niet op de middenlijn tussen borstbeen en navel.
In de dijen (bovenbenen)
Aan de voorkant of de buitenkant, niet in de liezen of rond de knie.
In de billen (bips)
Aan de bovenste buitenzijde.
De armen gebruik je bij voorkeur niet, omdat er daar sneller lipo’s ontwikkelen.
Het is belangrijk om geregeld te wisselen tussen de plaatsen waar je insuline inspuit. Een trucje kan zijn om een vaste zone te kiezen per moment van de dag. Let wel op: ook binnen die zone moet je geregeld wisselen van plaats.
Bijvoorbeeld: je kan in een cirkeltje werken.
Ontbijt: buik rechts
Middagmaal: buik links
16-uurtje: linker bovenbeen
Avondmaal: rechter bovenbeen
Traagwerkende insuline: billen achteraan
Oppassen voor lipo’s
Wanneer je te vaak dezelfde inspuitplaats gebruikt of jouw pennaald niet regelmatig vervangt, dan krijg je een verdikking van het onderhuidse vetweefsel. Dit noemt een lipohypertrofie ofwel in het kort een lipo.
Lipo’s zorgen ervoor dat de ingespoten insuline onregelmatig wordt opgenomen waardoor je schommelende bloedsuikerwaarden krijgt en dus een moeilijkere diabetesregeling.
Hoe herken je een lipo? Dit controleer je makkelijk zelf. Je voelt het beter dan dat je het ziet. Terwijl je rechtstaat wrijf je over jouw buik of been. Voel je een bultje of een harde schijf? Dit is een lipo.
Insuline: enkele weetjes
Insuline kan je bewaren op kamertemperatuur gedurende maximum 1 maand. Vervang wel tijdig je penfill of pen, ook als die nog niet leeg is na 1 maand.
Reserve-insuline moet je in de koelkast bewaren tussen 4°C en 8°C.
Bevroren insuline werkt niet meer.
Insuline die te warm is bewaard, werkt minder krachtig.
Voorzie altijd voldoende voorraad insuline in huis. Ket kan gebeuren dat de apotheker die moet bestellen zodat je die niet meteen mee naar huis kan krijgen.
Insuline moet je altijd toedienen vóór de maaltijd om nadien een erg hoge piek van jouw bloedsuiker te vermijden. Door zo’n piek in jouw bloedsuiker, voel je jezelf moe. Plus, dit is niet gezond voor jouw lichaam.
Klinische studies
Elk jaar nemen er in het UZA heel wat patiënten deel aan klinische studies. Dit gebeurt op vrijwillige basis. Indien er op de dienst waar je bent opgenomen een specifiek onderzoek loopt, zal je eventueel gevraagd worden om hieraan deel te nemen. Je hebt de volledige vrijheid om te beslissen of je hier al dan niet op in wenst te gaan. Indien je deelneemt of in de toekomst deelneemt aan klinische studies, kan je met je vragen terecht bij je behandelend arts.
Onze zorgverleners staan voor je klaar
Hieronder vind je een overzicht van de zorgverleners die deel uitmaken van ons team en hun specifieke rol in de behandeling en ondersteuning van onze patiënten.


















