Hyperglycemie
Een hyperglycemie bij diabetes is wanneer jouw bloedsuikerwaarde te hoog is (hoger dan 180 mg/dl). Hoe herken en ga je om met een hyper en hoe voorkom je het?
Synoniemen
Variant Volwassenen/Kinderen
Binnenkort naar het UZA?
Heb je binnenkort een afspraak bij het UZA of kom je iemand bezoeken? Beantwoord enkele vragen en krijg handige tips voor je UZA-bezoek, van thuisvoorbereiding tot navigatie in het ziekenhuis.
Maak een afspraak
Kinderdiabetes
Waarom best hyperglycemie voorkomen?
Het is belangrijk om jouw bloedsuiker zo goed mogelijk onder controle te houden, omdat langdurig hoge bloedsuikerwaarden op lange termijn schade kunnen veroorzaken aan jouw bloedvaten.
Hart- en vaatziekten (cardiovasculair)
Nierproblemen (nefrologie)
Oogproblemen (retinopathie)
Problemen met de zenuwuiteinden van bijvoorbeeld jouw voeten (neuropathie)
Op korte termijn is er een grotere kans op ketoacidose.
Wat te doen bij een hyper met een insulinepomp?
Op korte termijn
Wanneer je gebruik maakt van een insulinepomp moet je steeds snel reageren op hoge waarden. Het is heel belangrijk om te controleren of het probleem niet aan jouw pomp of infusiesetje/reservoir/POD ligt. Indien dit zo is, moet dit probleem zo snel mogelijk worden opgelost.
Je kan de pomp al vanaf 100 mg/dl (zoals geprogrammeerd in jouw pomp) extra insuline laten geven. De pomp doet dit ook veilig en houdt rekening met de actieve insuline.
Let erop dat je:
- Voldoende water drinkt.
- Een correctiebolus geeft met de pomp:
- Geef de insuline tijd om te werken. Pas één uur na de bolus zie je een effect op jouw bloedsuikerwaarde.
- Bij extreem hoge waarden kan je werken met een tijdelijk basaal van 120% / pijl omhoog 20% voor 2 uur.
- Herhaal de correctiebolus na 1 uur.
Wanneer de correctiebolus na twee uur geen effect heeft, vervang je het infusiesetje:
- Als jouw waarden doorstijgen na een correctiebolus.
- Als er drie uur na de correctiebolus nog steeds geen daling van bloedsuikerwaarde is.
- Als je jezelf misselijk voelt of moet braken, dan volg je de flowchart ‘ziekte en ketonen’ (hyperlink).
- Indien nodig dien je insuline toe met een insulinepen (hyperlink).
Ook voor het slapengaan is het belangrijk om steeds te corrigeren. Breng elke avond jouw waarde in de pomp in zodat die niet heel de nacht hoog staat.
Op lange termijn
Merk je op dat jouw waarden enkele dagen/weken hoger zijn, terwijl je telkens goed bolust en corrigeert? Dan is het tijd om de instellingen van jouw pomp aan te passen. Neem daarvoor contact op met het diabetesteam.
Wat te doen bij een hyper met een insulinepen?
Met insuline
Wanneer je een hyper hebt voor een hoofdmaaltijd of voor het slapengaan: gebruik jouw correctieschema om extra insuline toe te dienen. Hieronder vind je een voorbeeld of je kan ook eens kijken op de pagina ‘berekenen van insuline’.
Correctieschema bij een hyper
Tussendoor insuline bijspuiten kan en mag niet. Je mag enkel bij de hoofdmaaltijden (ontbijt, middagmaal, 16uuurtje en avondmaal) jouw bloedsuikerwaarde ‘corrigeren’. Dit betekent dat je extra insuline geeft als je bloedsuikerwaarde te hoog is.
Voor elke maaltijd streven we altijd naar een bloedsuikerwaarde < 100 mg/dl. Afhankelijk van jouw gevoeligheid voor insuline – hoe jouw lichaam reageert op 1 eenheid insuline – krijg je van ons een correctieschema. Dit schema geeft weer hoeveel eenheden insuline je extra moet inspuiten om jouw glycemie tegen de volgende maaltijd te doen dalen naar 100 mg/dl of lager.
Voorbeeld van een correctieschema
Dit correctieschema is 1/40. Dit betekent dat je bij een bloedsuikerwaarde van 140 mg/dl 1 eenheid insuline extra nodig hebt om jouw bloedsuikerwaarde tegen de volgende maaltijd te doen dalen naar 100 mg/dl of lager.
Doordat jouw pen met 0,5 eenheden (E) werkt, kunnen we al vanaf 120 mg/dl een halve eenheid bijspuiten of ‘corrigeren’.
Correctieschema 1/40 | |||
|---|---|---|---|
naar 100 (overdag) | |||
| > 120 | 0,5 E | > 280 | 4,5 E |
| > 140 | 1 E | > 300 | 5 E |
| > 160 | 1,5 E | > 320 | 5,5 E |
| > 180 | 2 E | > 340 | 6 E |
| > 200 | 2,5 E | > 360 | 6,5 E |
| > 220 | 3 E | > 380 | 7 E |
| > 240 | 3,5 E | > 400 | 7,5 E |
| > 260 | 4 E | > 420 | 8 E |
Voor het slapengaan corrigeer je wat milder, zodat je tijdens de nacht geen kans hebt op een hypo. Ook wanneer er twee maaltijden kort na elkaar vallen, moet je voorzichtig zijn met corrigeren want er is nog maaltijdinsuline actief.
Voor het slapen, corrigeer je naar 150. Het correctieschema in het voorbeeld hieronder werkt nog steeds met 1E per 40 mg/dl te hoog, maar zal dus corrigeren naar 150 i.p.v. naar 100.
We spreken ook wel van een ‘straf’ (bovenste) en ‘slap’ (onderste) schema.
Naar 150 (avond / 2u na maaltijdinsuline) | |||
|---|---|---|---|
| > 170 | 0,5 E | > 330 | 4,5 E |
| > 190 | 1 E | > 350 | 5 E |
| > 210 | 1,5 E | > 370 | 5,5 E |
| > 230 | 2 E | > 390 | 6 E |
| > 250 | 2,5 E | > 410 | 6,5 E |
| > 270 | 3 E | > 430 | 7 E |
| > 290 | 3,5 E | > 450 | 7,5 E |
| > 310 | 4 E | > 470 | 8 E |
Opgelet ketonen!
Staan jouw waarden langer dan 4u > 250 mg/dl? Voel je jezelf tegelijk ziek of heb je last van misselijkheid, buikpijn, hoofdpijn of braken? Dan is er een kans dat je ketonen hebt. In die situatie is het belangrijk dat je snel handelt.
Klinische studies
Elk jaar nemen er in het UZA heel wat patiënten deel aan klinische studies. Dit gebeurt op vrijwillige basis. Indien er op de dienst waar je bent opgenomen een specifiek onderzoek loopt, zal je eventueel gevraagd worden om hieraan deel te nemen. Je hebt de volledige vrijheid om te beslissen of je hier al dan niet op in wenst te gaan. Indien je deelneemt of in de toekomst deelneemt aan klinische studies, kan je met je vragen terecht bij je behandelend arts.
Onze zorgverleners staan voor je klaar
Hieronder vind je een overzicht van de zorgverleners die deel uitmaken van ons team en hun specifieke rol in de behandeling en ondersteuning van onze patiënten.


















