Ontslag na diabetes diagnose

Wanneer je een eerste keer wordt opgenomen voor de diagnose diabetes, dan mag je na ongeveer een week of een tiental (werk)dagen weer naar huis. We geloven dat het best spannend is om de eerste keer naar huis te mogen. Daarbij is het belangrijk om reeds voor jouw ontslag ervoor te zorgen dat je jouw insuline en medicatie al in huis hebt. De apotheek heeft dit niet altijd op voorraad, dus daar hou je best rekening mee. 

 

Wat wel handig is, is dat jouw voorschriften rechtstreeks op jouw identiteitskaart beschikbaar komen. Al het materiaal voor vingerprikmetingen geven we mee vanuit het ziekenhuis. 

Variant Volwassenen/Kinderen

Praktisch

Maak een afspraak

Kinderdiabetes

Niet beschikbaar
Route 26
Wat na jouw ontslag?

Diabetes opvolging thuis

De eerste dagen na jouw ontslag uit het ziekenhuis heb je dagelijks telefonisch contact met de educator. We luisteren dan naar hoe het thuis loopt en overlopen samen jouw bloedsuikerwaarden. Zo controleren we of jouw insuline moet aangepast worden of niet. Ook in het weekend zijn we daarvoor beschikbaar. 

 

Kort na jouw ontslag plannen we een tussentijdse controle in het ziekenhuis in. Dit is een afspraak met zowel de educator als de arts. Afhankelijk van hoe het thuis loopt, plannen we dan ook de sensoropstart in. 

 

Daarna kom je elke maand op controle. Blijft alles vlot lopen? Dan zien we elkaar op de 3 maanden, dus 4 keer per jaar. 

De “honeymoon” fase bij diabetes

De eerste weken thuis wordt de insuline afgebouwd. Thuis beweeg je onder andere meer dan in het ziekenhuis, zodat je minder nodig hebt. Plus, je lichaam herstelt zich weer van het ziek zijn, waardoor je weer gevoeliger wordt aan insuline. 

 

Een andere belangrijke reden om jouw insuline af te bouwen, is dat wat we de ‘honeymoon’ fase noemen. In die periode merken we dat de kleine hoeveelheid bèta-cellen die (tijdelijk) overblijven opnieuw een beetje insuline aanmaken. Let op: bij kleine kinderen duurt deze fase soms maar heel kort. Maar om die honeymoon-fase zo lang mogelijk te behouden, is het van belang om bij elke maaltijd en voor het slapen gaan jezelf insuline te blijven geven. Meestal helpt je dit ook om in de eerste maanden een stabielere glycemie curve te krijgen.

 

Vaak hebben kinderen met een nieuwe diagnose van type 1 diabetes een nachtelijke glycemie rond 60 à 70 mg/dl. In hun geval beschouwen we die waarden wel als normaal. Het is daarbij wel een nadeel dat de lage alarmgrenzen van de sensor vaker voorkomen, maar we daarop niet moeten handelen.

Insuline aanpassen

  • Een goede diabetesregeling vraagt regelmatig aanpassingen van de insulinedosissen. Dit geldt zowel voor de ultrasnelwerkende als traagwerkende insuline, als voor de basale als de bolusinstellingen.

     

    Insuline aanpassen gebeurt steeds in samenspraak met de arts of educator. In het begin verwachten we niet dat je dit zelf doet. Naarmate je langer diabetes hebt, krijg je meer voeling met de aandoening waardoor je dit geleidelijk aan zelf kan. Dan mag je eerst zelf een voorstel doen, dat je dan voorlegt aan ons. Aanpassen maken we steeds met stapjes van 10%. 

  • Als je enkele dagen na elkaar hypo’s optreden binnen 2 uur na de maaltijdinsuline, dan moeten we de dosis van die maaltijd milder instellen. Opgelet: daarvoor moet het getal van de ratio omhoog om minder insuline te krijgen! 

     

    Als er tijdens de nacht en naar de ochtend toe enkele dagen na elkaar hypo’s optreden, moeten we de traagwerkende insuline verminderen of de basale insuline afbouwen.

     

    Bij een éénmalige hypo hoef je nog niet onmiddellijk een insuline aanpassing door te voeren. Probeer ook steeds de reden van een hypo te zoeken, bijvoorbeeld door sport, een foute dosering …

  • Als er enkele dagen zijn waarbij jouw streefwaarde voor een hoofdmaaltijd hoger ligt dan de maaltijd voordien (+/- 4 uur geleden), dan moeten we de maaltijdinsuline van de vorige maaltijd straffer instellen. Opgelet: daarvoor moet het getal van de ratio omlaag om meer insuline te krijgen!

     

    Als er een stijging van jouw waarden optreedt tijdens de nacht en naar de ochtend toe, moeten we de traagwerkende insuline verhogen.

     

    Ook hier geldt de regel dat je de insuline niet aanpast wanneer er maar 1 keer een hoge waarde gemeten wordt. Het is dan belangrijk om de reden van de hypo op te zoeken (bijvoorbeeld sport, een foute telling …).

Een goede diabetesregeling

Wanneer heb je een goede diabetesregeling?

Dankzij jouw (sensor)metingen en in jouw bloed kunnen we opvolgen hoe jouw diabetesregeling de laatste weken en maanden verloopt. 

  1. 1

    Elke 3 maanden zal er tijdens de consultatie een kleine bloedafname bij jou gebeuren. Voor die bloedafname mag je 1 à 2 uur vooraf EMLA® crème aanbrengen zodat je de prik minder voelt. Tijdens dit onderzoek controleren we onder andere je Hemoglobine A1c of HbA1c. Dit wil zeggen ‘hoeveel suiker er aan jouw rode bloedcellen kleeft’. Die merker in je bloed geeft ons een idee van de hoge waarden van je diabetesregeling de voorbije 3 maanden. Algemeen streven we naar een HbA1c <7%, of nog beter <6,5%, maar dit uiteraard zonder teveel hypo’s.

  2. 2

    Eén keer per jaar nemen we wat meer bloed en kijken de waarden van jouw schildklier, cholesterol, glutenallergie … na. Op dat moment verzamelen we ook een urinestaal om jouw nierfunctie te controleren en krijg je een oogonderzoek. Daarna ga je opnieuw langs bij de diëtiste. 

     

    Dit hele proces heet het jaarbilan.

  3. 3

    De laatste jaren hebben we dankzij de sensoren een continu beeld van jouw bloedsuikerwaarden.

     

    We weten dat het belangrijk is om niet te vaak té hoge waarden te hebben. Maar het is ook belangrijk om geen te grote schommelingen te hebben in jouw bloedsuiker. Daarom kijken we sinds kort ook na hoe vaak jouw waarden tussen 70 en 180 mg/dl liggen (= tijd binnen doelbereik of time in range of TIR) en glucose variatie (CV). Idealiter zit je meer in het onderste deel van jouw TIR (50% tussen 70 en 140 mg/dl).

     

    We weten dat je bij een TIR boven 70% en een glucosevariatie (CV) onder 36%, je minder kans hebt op lange termijncomplicaties én de kans op ernstige hypo’s verlaagt. Op basis van zo’n TIR en glucose variatie kunnen we beslissen om jouw insuline aan te passen.

     

    Tot slot: staat je TIR < 70%, dan zullen we moeten kijken waar we jouw diabetesregeling kunnen bijsturen.

Belgisch Diabetes Register (BDR)

Het Belgisch Diabetes Register verzamelt gegevens van alle patiënten in België jonger dan 40 jaar (dus zowel kinderen als volwassenen) met een nieuw ontdekte diabetes.

 

Het BDR test om welk type diabetes het gaat zodat iedereen de juiste zorg en behandeling kan krijgen. Daarvoor werd er al wat bloed bij je afgenomen. Het BDR bepaalt zo ook het aantal nieuwe patiënten met type 1 diabetes per periode en per regio. Verder wil BDR ook meer bijleren over de ziekte en het nut van nieuwe behandelingen mee helpen onderzoeken. Soms lopen er in België studies en kan je (meestal kort na diagnose) meedoen. Vraag ernaar bij je arts.

BDR verwanten onderzoek

BDR onderzoekt niet alleen jouw bloed, maar ook dat van jouw familieleden. Type 1 diabetes kan opgespoord worden in het bloed jaren voordat je last krijgt van hoge suikerspiegels. Gek genoeg nog voor je dit zelf kan voelen. Het kan nuttig zijn om jouw ouders, broers, zussen of (later) jouw eigen kinderen te testen om te kijken of zij ook een verhoogd risico hebben om type 1 diabetes te ontwikkelen. Ieder familielid jonger dan 40 jaar kan zich gratis laten testen via BDR. Dit noemen we het ‘verwantenonderzoek’. 

 

Gelukkig kunnen we daarbij jouw meeste familieleden geruststellen, want 9 op de 10 familieleden heeft weinig risico om diabetes type 1 te ontwikkelen. 1 op de 10 familieleden heeft wel een verhoogde kans. Maar door dit al vroeg vast te stellen, kunnen we vermijden dat die personen erg ziek zijn en starten we de behandeling veel rustiger, als dit nodig is. Bovendien houdt BDR alle gegevens bij en onderzoekt die verder anoniem om de risicobepaling voor toekomstige kinderen en

volwassenen nog beter te maken. In de toekomst zal er mogelijks ook medicatie beschikbaar worden die het krijgen van de ziekte vertraagt of tegenhoudt.

Extra info voor jouw ouders

Het testen van het risico bij familieleden is géén eenmalige bloedafname: dit kan pas met 4 opeenvolgende jaarlijkse bloedafnames bepaald worden. Nadien volgt 1 bloedafname om de 4 jaar. De behandelende arts van jouw kind wordt op de hoogte gebracht van de resultaten.

 

BDR organiseert over heel België enkele momenten per jaar waarop families kunnen langskomen voor testing (op afspraak). Dit kan ook bij ons in het UZA op de volwassen diabetesraadpleging. Voor een afspraak kan je contact opnemen met mevr. Jessy Michiels via 03/265.26.32 of jessy.michiels@uantwerpen.be.

 

Meer info hierover kan je ook vinden via www.bdronline.be of door te bellen naar 02 477 45 46 (elke weekdag tussen 8u en 16u).

Team

Onze zorgverleners staan voor je klaar

Hieronder vind je een overzicht van de zorgverleners die deel uitmaken van ons team en hun specifieke rol in de behandeling en ondersteuning van onze patiënten.

Artsen

Consulenten en geassocieerde artsen

Administratieve medewerkers

Verpleegkundigen

Paramedici

Psychologen

Sociale dienst

Overige