Hartritmestoornissen

Een hartritmestoornis is een afwijking in de snelheid, regelmaat en/of oorsprong van het hartritme. 

Het kan zich uiten in:

  • hartkloppingen (te snel of te traag)
  • gevoel van overslagen (extra hartslagen en pauzen)
  • trillend gevoel op de borst en in de keel (palpitaties)

Soms belemmert de hartritmestoornis de pompfunctie van het hart, met een lagebloeddruk tot gevolg. Dat veroorzaakt soms:

  • draaiingen
  • ijlhoofdigheid
  • flauwvallen
  • plotse dood (eerder zeldzaam, zeker bij tijdige opsporing en behandeling)

Welke soorten hartritmestoornissen zijn er?

Er zijn veel verschillende soorten ritmestoornissen die we kunnen onderverdelen in een aantal categorieën, waaronder:

  • Te traag hartritme of bradycardie: als het hart te traag slaat, kan dit klachten veroorzaken zoals draaierigheid of flauwvallen. De oorzaak ligt bij een sinusknoopziekte of geleidingsstoornissen in het hart.
  • Te snel hartritme of tachycardie: het hartritme versnelt door een ritmestoornis
  • Voorkamerfibrillatie: Bij voorkamerfibrillatie wordt de voorkamer van het hart chaotisch geactiveerd. De voorkamers worden dan honderden keren per minuut en inefficiënt geprikkeld om samen te trekken, ook wel fibrilleren of fladderen genoemd.
  • Voorkamerflutter: Bij voorkamerflutter ontstaat er - in tegenstelling tot voorkamerfibrillatie waarbij er honderden kleine elektrische circuits gevormd worden - één groot circuit van elektrische stroom die de voorkamer prikkelt aan een hoge snelheid.

Soorten erfelijke hartritmestoornissen

Onder de erfelijke hartritmestoornissen zijn er, naast voorkamerfibrillatie, twee belangrijke types die beide levensbedreigend kunnen zijn:

  • ventrikeltachycardie (VT)
  • ventrikelfibrillatie (VF)

Ventrikeltachycardie (VT)

VT of ventrikeltachycardie is een abnormaal snel hartritme dat ontstaat in de kamer (ventrikel) van het hart. Een VT kan enkele hartslagen duren, maar ook langer wat levensbedreigend is. Door een VT vermindert de pompfunctie van het hart met ijlhoofdigheid, pijn op de borst en flauwvallen als gevolg. De aritmie kan spontaan stoppen. Zo niet, moet het normale ritme hersteld worden door medicatie of een elektrische shock (cardioversie).

Ventrikelfibrillatie (VF)

VF of ventrikelfibrillatie is een abnormaal ritme dat ontstaat door een totale elektrische chaos in de hartkamers. De pompfunctie van het hart wordt volledig verstoord en de bloedcirculatie valt stil, wat levensbedreigend is. VF veroorzaakt altijd bewustzijnsverlies. Het hartritme en de bloedstroom moeten zo snel mogelijk hersteld worden door een elektrische shock (cardioversie).

Hoe verloopt de diagnose?

De arts stelt u een aantal vragen. Aanvullend vinden er een aantal onderzoeken plaats:

  • Elektrocardiogram (ECG): film van het hart
  • Holter/event recorderdraagbaar bandrecordertje om het hartritme langere tijd te volgen (24 uur bij holter of 7 dagen bij event recorder). Zo kunnen we hartritmestoornissen die slechts af en toe voorkomen toch ontdekken. Eventueel in combinatie met logboek van klachten of hartkloppingen.
  • Cyclo-ergometrie of fietsproef: terwijl u aan het fietsen bent, wordt een ECG afgenomen.
  • Tilttest of kanteltafeltest: u neemt plaats op een horizontale tafel die gekanteld wordt in een hoek van 60°. Voetsteunen zorgen dat u veilig op de tafel blijft liggen. Zo bootsen we de omstandigheden na die flauwvallen veroorzaken.
  • Elektrofysiologisch onderzoek (EFO): katheters met elektroden worden ingebracht via een punctie in de lies. De katheters worden vervolgens via de holle ader opgeschoven tot in het hart. Via verschillende meettechnieken wordt de elektrische werking van het hart nagekeken.
  • Uitlokkingstesten: er worden specifieke medicijnen toegediend om eventuele hartritmestoornissen uit te lokken.

Diagnose erfelijke hartritmestoornissen

Erfelijke hartritmestoornissen zijn geen eenvoudige ziektebeelden. Er bestaat immers geen eenvoudige test die de diagnose onomstotelijk kan vaststellen of uitsluiten. De diagnose wordt steeds op individuele basis gesteld aan de hand van uw klachten en ziektegeschiedenis. We houden ook rekening met eventuele symptomen en familiale gegevens. De cardioloog kan de diagnose bevestigen of weerleggen met een aantal genetische tests. Daarmee identificeert hij de fout in het DNA die verantwoordelijk is voor de aandoening. Al deze gegevens worden multidisciplinair verzameld en besproken door het cardiogenetisch team om tot een diagnose te komen. Er worden dus steeds twee sporen gevolgd:

  • het klinische spoor baseert zich op klachten en symptomen bij u en uw familieleden.
  • het genetische spoor spitst zich toe op het opsporen van genetische afwijkingen.

Hoe worden hartritmestoornissen behandeld?

Te traag hartritme of bradycardie

  • Pacemaker: bij een te traag hartritme (bradycardie) wordt een pacemaker geïmplanteerd. Dit is een toestel wordt onder de huid ingebracht en zal continu uw hartritme volgen. Als het hartritme trager wordt dan een door de cardioloog bepaalde grens, zal het toestel bijspringen en het hart stimuleren. Dit is volledig pijnloos en zorgt ervoor dat uw hart aan een normale frequentie blijft werken

Te snel hartritme of tachycardie 

  • Anti-aritmica: bij een te hoog hartritme kan medicatie de ritmestoornissen doen normaliseren en voorkomen dat nieuwe ritmestoornissen optreden.
  • Elektrische schok (cardioversie): als medicatie niet werkt, kan een elektrische schok de ritmestoornis onderbreken. U wordt dan gedurende enkele minuten onder narcose gebracht zodat u de elektrische schok niet voelt. Dit is een veilige en zeer efficiënte behandeling die een kortstondige narcose vereist. Omdat een cardioversie nieuwe ritmestoornissen niet zal voorkomen, wordt voor of na de cardioversie vaak anti-aritmische medicatie (geneesmiddel ter behandeling van ritmestoornissen) opgestart.
  • Ablatie: oor gericht kleine littekens aan te brengen in het hart kan het elektrische traject van de ritmestoornis onderbroken worden en kan de oorzaak van de ritmestoornis weggenomen worden. Klachten zoals hartkloppingen, duizeligheid en flauwvallen verdwijnen daardoor meestal.
  • Interne cardiovertor defibrillator (ICD): bij levensbedreigende ritmestoornissen wordt meestal een toestel geïmplanteerd dat onder de huid ingebracht wordt en continu het hartritme volgt. Als er een levensbedreigende ritmestoornis ontstaat, zal het toestel deze stoppen door kleine elektrische impulsen te geven of – als dat niet lukt – door een krachtige elektrische schok te geven

Cardioversie

Cardioversie betekent: het hartritme weer herstellen naar een normaal ritme. Er bestaan twee soorten cardioversies: een medicamenteuze en een elektrische.

  • Medicamenteuze cardioversie: Het normale hartritme proberen herstellen met medicatie.
  • Elektrische cardioversie: Wanneer een medicamenteuze cardioversie niet succesvol is of wanneer de voorkamerfibrillatie of -flutter langer dan 48 uur aanhoudt, overweegt de arts een elektrische cardioversie. Hierbij krijgt het hart een elektrische shock via speciale elektrodes op de huid van de borstkas. Het doel is om het chaotisch hartritme te onderbreken en weer een normaal en regelmatig hartritme te krijgen. Een elektrische cardioversie wordt altijd onder toezicht uitgevoerd in een ziekenhuis. Omdat de elektrische shock pijnlijk is, wordt u enkele minuten in slaap gedaan. Via een infuus in de aders krijgt u slaapmedicatie. Van zodra u slaapt, wordt een shock toegediend. Na 5 tot 10 minuten bent u weer wakker en keert u terug naar de kamer, waar uw hartritme nog enkele uren wordt opgevolgd. Meestal kan u nog dezelfde dag het ziekenhuis verlaten. Het acute slaagpercentage van cardioversie is meer dan 90%.
Deze informatie werd laatst aangepast op dinsdag 27 augustus 2019 - 11:08
Auteur(s): Team