Ablatie bij hartritmestoornis
Bij ablatie schroeit de cardioloog de oorsprong van hartritmestoornissen weg in het hart.
Binnenkort naar het UZA?
Heb je binnenkort een afspraak bij het UZA of kom je iemand bezoeken? Beantwoord enkele vragen en krijg handige tips voor je UZA-bezoek, van thuisvoorbereiding tot navigatie in het ziekenhuis.
Maak een afspraak
UZA Cardiologie
Wat is een ablatie?
Ablatie is een ingreep die wordt uitgevoerd om hartritmestoornissen te behandelen. Het hartweefsel, dat het elektrische circuit vormt en de hartritmestoornis veroorzaakt, wordt uitgeschakeld door met opzet gericht kleine littekens te creëren. Het aanbrengen van deze ablatie littekens gebeurt met een katheter die langs de lies tot in het hart opgeschoven wordt. De procedure kan zowel met lokale verdoving als onder volledige narcose gebeuren. Dit is onder andere afhankelijk van de ritmestoornis en wordt steeds in samenspraak met de uitvoerende specialist en de patiënt afgesproken. De bedoeling van de ingreep is dat de ritmestoornis nadien niet meer terugkomt.
Voor de procedure kan de behandelende cardioloog gebruik maken van een navigatiesysteem waarmee een 3D-kaart gemaakt wordt van je hart. Op die manier weten we precies waar we ons bevinden met de katheters in je hart en beperken we je blootstelling aan röntgenstralen.
Behandeling / Verloop
Een ablatie gebeurt meestal aansluitend op een elektrofysiologisch onderzoek (EFO). Tijdens dit onderzoek spoort de arts de oorzaak van de hartritmestoornis op. In samenspraak met de patiënt kan de dokter dan beslissen dat de oorzaak van de ritmestoornissen weggebrand moet worden (ablatie).
- 1
Voorbereiding op de procedure
Een ablatie is een invasieve procedure waarbij met katheters in het hart gewerkt wordt. Jouw veiligheid is daarbij voor ons van het allergrootste belang. Een nauwkeurige voorbereiding is een onmisbaar onderdeel om dit in goede banen te leiden. We rekenen dan ook op uw medewerking om onderstaande voorbereidingsinstructies goed te lezen en correct op te volgen. We geven ook enkele aandachtspunten mee.
- 2
Een week voor de procedure
Het al dan niet mogen innemen van thuismedicatie (o.a. bloedverdunner(s), beta-blokker, andere…) de dagen voor de procedure, wordt vooraf door u behandelende arts tijdens de consultatie besproken. De bloedverdunning moet correct geregeld zijn om het risico van de ingreep zo klein mogelijk te houden. Daarnaast kan het belangrijk zijn dat andere medicaties die ritmestoornissen onderdrukken uitgewerkt zijn op het moment van de procedure wanneer de cardioloog de ritmestoornissen moet kunnen zien. Daartoe moeten deze medicijnen vaak 5 tot 7 dagen vooraf gestopt worden.
Belangrijk voor jou
- Indien er over de timing of het al dan niet stoppen van medicatie vragen of
onduidelijkheden blijven bestaan, word je ten stelligste verzocht deze vooraf met je behandelende cardioloog te bespreken. - We vragen je om één dag voor de opname beide liezen en borstkas te scheren zodat het operatieveld vrij is van alle beharing en zodat de klevers die noodzakelijk zijn voor de hartmetingen correct kunnen worden aangebracht.
- Indien er over de timing of het al dan niet stoppen van medicatie vragen of
- 3
Opname in het ziekenhuis
Je wordt opgenomen op de verpleegafdeling. Vervolgens gebeurt er een bloedafname ter controle van onder meer bloedverdunning en stolling, nier- en schildklier waarden. Verder wordt een elektrocardiogram genomen. De verpleegkundige neemt samen met jou een vragenlijst door.
Belangrijk voor jou
- Meld hem/haar wanneer je voor bepaalde medicatie/producten of stoffen allergisch bent, welke operaties je eerder onderging en eventuele andere belangrijke medische informatie. Indien je mogelijk zwanger bent is het belangrijk om dit onmiddellijk te melden.
- Om veiligheidsredenen wordt door de verschillende verpleegkundigen steeds jouw identiteit bevraagd en gecontroleerd. Wij vragen je ook steeds een toelating voor het geplande onderzoek en ablatie te ondertekenen.
- Indien nodig gebeuren nog aanvullende onderzoeken zoals bij voorbeeld een CTscan van uw hart. Bij een narcose ingreep komt diezelfde de anesthesist langs.
- Hij/zij neemt met jou alle noodzakelijke stappen en vragen door die belangrijke zijn voor de narcose.
Wat gebeurt er nog:
- Je krijgt een kamer toegewezen.
- Je krijgt een ziekenhuishemd.
- De verpleegkundige plaatst een infuus in je arm zodat medicatie intraveneus kan worden toegediend.
- Je trekt steunkousen aan voor de preventie van bloedklonters.
- Tandprotheses, juwelen, bril en andere waardevolle spullen kan je niet meenemen naar de onderzoeksruimte (katheterisatie labo of kathlab). Deze kan je achterlaten in de kluis van je ziekenhuiskamer.
• Make-up en nagellak dien je vooraf te verwijderen.
- 4
De dag van de procedure
Dit is dezelfde dag van de opname of de dag nadien afhankelijk van jouw afspraken.
Belangrijk voor jou
- Je dient de dag van de procedure steeds nuchter te zijn. Dat wil zeggen dat je de dag van de procedure vanaf 00u00 niets meer mag eten of drinken. Een kleine hoeveelheid water om de toegelaten medicatie in te nemen mag wel.
- Het al dan niet innemen van thuismedicatie (o.a. bloed verdunnende medicatie) de dag van de ingreep, werd vooraf door je behandelende arts tijdens de consultatie besproken – indien er hierover dan toch vragen blijven bestaan word je verzocht vooraf met je behandelende arts contact op te nemen om dit te verduidelijken.
- Zorg dat je beide liezen en borstkas volledig vrij zijn van alle beharing. Tijdens de procedure wordt de lies als toegangsweg gebruikt en worden er verschillende elektrodeklevers op je borstkas gekleefd. Het operatieveld moet net zijn en vrij van alle beharing. Het aanbrengen van de klevers lukt niet op fel behaarde oppervlakten. Je wordt met een bed naar het katheterisatie labo gebracht. We trachten steeds de wachttijd tot je beurt voor de procedure zo kort mogelijk te houden. Het is echter mogelijk dat de er dringende procedures tussenkomen of dat een voor gaande procedure langer duurt dan voorzien waardoor de wachttijd wat langer wordt. Wij hopen te mogen rekenen op jouw begrip voor de onvoorspelbare planningswijzigingen die vrijwel dagelijks kunnen voorkomen in een drukbezet katheterisatie labo als het onze. Eens je met het bed wordt afgehaald en naar de procedureruimte gebracht is de resterende wachttijd beperkt.
- Procedures kunnen soms meerdere uren duren. Maak van de wachttijd gebruik om naar het toilet te gaan zodat je aan de procedure kan beginnen met een lege blaas.
Wederom is het uiterst belangrijk om tijdens de ablaties niet te bewegen. De procedure duur kan variëren van 1 tot 4 uur. Dit is onder meer afhankelijk van de plaats van de ritmestoornis (rechter harthelft, linker harthelft, beide), de aard van de
ritmestoornis, het aantal ritmestoornissen en de complexiteit van de ingreep. Zeer complexe ingrepen kunnen langer duren.
Uiteraard vraagt de nazorg ook de nodige tijd. Na een narcose procedure zal je eerst naar de ontwaakzaal gebracht worden alvorens terug te keren naar de kamer op de verpleegafdeling. Na een procedure onder lokale verdoving word je eerst naar een verkoeverkamer van het katheterisatie labo gebracht alvorens u naar de kamer terugkeert. - 5
De procedure
Eens aan de beurt, wordt u de onderzoekzaal binnengebracht waar het cardio logisch team, en bij narcose ook het anesthesie team u zal opwachten. Opnieuw wordt om veiligheidsredenen naar je identiteit en worden de laatste controlevragen gesteld, waarna je plaatsneemt op de onderzoekstafel. Er worden verscheidene pleisters aangebracht voor een elektrocardiogram om je hartritme te volgen tijdens deze procedure en zo nodig nog bijkomende pleisters voor het gebruik van het navigatiesysteem. Om veiligheidsredenen wordt met 2 klevers steeds ook een defibrillator toestel aangesloten.
Na de initiële voorbereiding voor een procedure onder narcose, brengt de anesthesist je in slaap. Eenmaal je slaapt, worden verdere voorbereidingen getroffen waaronder het plaatsen van twee extra infusen en bij een langdurige procedure het
inbrengen van een blaassonde. Vervolgens wordt de liesstreek ontsmet en word je toegedekt met een steriel laken.
We zorgen voor verdoving hetzij tijdens de volledige narcose, hetzij door lokale verdoving aan te brengen wanneer de procedure wakker gebeurt.Eens de verdoving werkt wordt de toegang via de lies gemaakt. Dit gebeurt met een echogeleide punctie. Er worden een of meer buisjes, sheaths genoemd, in de ader en/of slagader geplaatst. Bij procedures die gebeuren aan de linker zijde van het hart, dus langs de slagader of doorheen het voorkamer tussenschot, wordt nog bijkomende bloedverdunning opgestart om klontervorming te voorkomen.
Via deze buisjes of sheaths worden de katheters in het hart opgeschoven en kan de cardioloog met de procedure starten. Het opschuiven en het bewegen van de katheters in het lichaam is pijnloos. Soms is er een drukgevoel in de lies, de rug, op de borst of tussen de schouderbladen. Eens de katheters in het hart aankomen kan het hartbonzen anders aanvoelen dan wat
je zelf gewoon bent.Belangrijk voor jou
- De elektrische metingen en ablaties gebeuren in een bewegend hart en moeten desalniettemin uiterst precies gebeuren. Om deze reden is het uiterst belangrijk dat je tijdens de procedure niet beweegt, ook als de procedure onder lokale verdoving gebeurt.
De cardioloog zal nu het hart elektrisch nakijken door het hart te stimuleren en zo metingen te doen. Dit is wederom volledig pijnloos maar hartkloppingen kan je hierdoor wel voelen.
Eens de oorzaak van de ritmestoornis vastgesteld is kan de cardioloog met de ablatie beginnen. De ablatie zelf gebeurt met speciaal daarvoor uitgeruste ablatiekatheter hetzij met radiofrequente, cryo of pulsed field energie om ziek weefsel uit te schakelen en een litteken te maken dat het circuit van de ritmestoornis zal onderbreken.
- De elektrische metingen en ablaties gebeuren in een bewegend hart en moeten desalniettemin uiterst precies gebeuren. Om deze reden is het uiterst belangrijk dat je tijdens de procedure niet beweegt, ook als de procedure onder lokale verdoving gebeurt.
- 6
Na de procedure
- Tijdelijke of eenmalige blaassondes worden zo snel mogelijk verwijderd.
- Na de ingreep worden de buisjes uit de lies verwijderd. Dit gebeurt steeds zo snel als mogelijk en soms wordt hiervoor ook een hechting gebruikt. Sommige buisjes dienen echter nog 4u ter plaatse te blijven totdat de bloedverdunning
voldoende uitgewerkt is. - Ten laatste 4u na de ingreep worden dan alle resterende buisjes en of hechtingen uit de lies verwijderd. Het wondje wordt met een droog verband afgedekt.
Belangrijk voor jou
- Na elke procedure dien je in bed te blijven en mag je niet rondlopen. Je krijgt van ons duidelijke instructies hoe lang dit zal zijn. Voor sommige procedures mag je na 4 uur uit bed, andere procedures vergen dat je tot de volgende dag in bed moet blijven. Ook toiletbezoek is niet mogelijk, je wordt hiervoor door onze verpleegkundigen geholpen. Je dient deze instructies correct op te volgen want dit is belangrijk om liesbloedingen en complicaties te voorkomen. Het is mogelijk dat je na de procedure steken op de borst of keelpijn kan ondervinden. In uitzonderlijke gevallen is het mogelijk dat je na de procedure een licht verhoogde lichaamstemperatuur ontwikkelt. Dit klaart doorgaans allemaal snel op. Indien dit erg lastig is wordt hiervoor medicatie gegeven.
- Op de afdeling wordt je hartritme voortdurend gevolgd. Je mag de afdeling dan ook niet zelf verlaten.
- Na de procedure wordt een echografie van het hart verricht ter controle.
- Wanneer alle controles in orde zijn mag je op aangeven van de zaalarts het ziekenhuis verlaten. Meestal is dit in de late namiddag de dag na de procedure. Voor sommige procedures kan dit nog de dag zelf zijn.
- 7
Thuis na de ingreep
- Doe het één week rustig aan
- Verband in de lies mag na 3 dagen af
- Vermijd: fietsen, zware lasten, veel trappen, zwemmen
- Lange autoritten worden afgeraden
- Geen lange vliegreizen tot na de controle (4–8 weken)
- Hartritmestoornissen kunnen nog tot 3 maanden voorkomen
- Volg het nieuwe medicatieschema nauwkeurig op
Belangrijk voor jou
- Wanneer je terug thuis bent, dien je het nog zeker één week rustig aan te doen.
- Het verband in de lies mag na 3 dagen verwijderd. Om het wondje in de lies optimaal te laten genezen mag je de eerste week na de procedure niet fietsen, geen zware gewichten heffen, overmatig traplopen en zwemmen.
- Lange ritten met de auto worden afgeraden.
- Vier tot acht weken na de procedure vindt een controleraadpleging plaats. Tot dan worden lange vliegreizen afgeraden.
- Na een ablatie moeten de littekens in het hart zich nog vormen. Dit duurt tot 3 maanden. Het is dus mogelijk dat er na de ablatie ingreep nog hartritmestkloppingen voorkomen. Je hoeft zich dus geen zorgen te maken als je die voor je controleraadpleging nog ondervindt.
• Het is mogelijk dat na de procedure je medicaties gewijzigd worden door de cardioloog. Je krijgt van de zaalarts een medicatielijst waarop het nieuwe schema staat. Het is uiterst belangrijk dat je het medicatieschema dat je van ons krijgt correct volgt.
Mogelijke complicaties
Jow veiligheid is voor ons van het allergrootste belang en bovenal onze eerste bekommernis. Elke ablatie blijft een technische en invasieve ingreep aan het hart. We besteden dan ook de grootste zorg om de risico’s die eigen zijn aan zulke procedure zo klein mogelijk te maken. We doen dit door samen te werken als zorgteam waar je als patiënt ook deel van uit maakt.
Het percentage complicaties ligt laag: tot 4% bij ablatie. Het is wel belangrijk dat je weet wat de mogelijke complicaties inhouden, zodat je daarop voorbereid bent.- Blauwe plek ter hoogte van de lies: de meest voorkomende complicatie (1.5%- 2%) is een blauwe plek (hematoom). Meestal komt dit vanzelf in orde en heb je hiervan later geen last meer
- Fistel in de lies: zeer zeldzaam (<0.5% - 1%) ontstaat er een verbinding tussen de ader en de slagader in de lies (fistel). Meestal gebeurt hier niets aan en sluit die vanzelf na een paar dagen of weken, maar soms is een operatie noodzakelijk om
de fistel te herstellen. - Ontsteking: door het aanbrengen van brandwondjes in het hart ontstaat steeds een ontstekingsreactie. Soms (1%) kan de ontsteking zich ook voortzetten op het hartzakje of het longvlies. Dit kan aanleiding geven tot steken op de borst. Wanneer dat voorkomt krijg je bijkomende medicatie om dit op te verhelpen.
- Beschadiging in het hart: doordat sommige ritmestoornissen zich dicht bij het normale geleidingssysteem, kroonslagader of zenuwen voordoen, kan het voorkomen dat deze structuren tijdens het ablatieproces geraakt worden. Hoewel steeds alle nodige veiligheidsmaatregelen genomen worden om dit te vermijden, is niet altijd te voorzien dat er schade aan een onderliggende of naburige structuur optreedt. Dit kan dus in zeldzame gevallen toch voorkomen. Wanneer dit
zich niet spontaan oplost, kan het nodig zijn om bijkomend een pacemaker of stent te plaatsen. Uiterst zelden treedt er een beschadiging van de hartkleppen op. - Beschadiging van de middenrifzenuw bij cryoablatie: tijdens het bevriezen van de rechter longader kan het gebeuren dat ook de middenrifzenuw mee be vroren wordt. Dit kan kortademigheidsklachten geven en is meestal van voorbij gaande aard.
- amponade: zeer zeldzaam (<1,5%) komt het voor dat er een ‘lek’ in de hart wand ontstaat tijdens de ingreep. Daardoor ontstaat er een bloeduitstorting in het hartzakje rondom het hart. Door die bloeduitstorting kan het hart niet meer goed ontspannen en zal de bloeddruk dalen. Om dat op te lossen prikken we het hartzakje aan en zuigen we het gelekte bloed weg. In zeer zeldzame gevallen is een chirurgische interventie (met open borstkas operatie) nodig om het lek te herstellen.
- Bloedklonter: zeer zeldzaam (<1%) gebeurt het dat er zich ondanks bloedverdun ning een bloedklonter vormt in het hart. Als dit aan de linker zijde van het hart gebeurt en de klonter zich naar de hersenen verplaatst kan in het slechtste geval een beroerte optreden. Daarom wordt je bloed nauwgezet gecontroleerd en waar nodig verdund voor, tijdens en na de ingreep. Je dient alle instructies hier omtrent dan ook nauwkeurig op te volgen.
- Vernauwing longaders: ablaties dicht bij de longaders kunnen aanleiding geven tot een vernauwing aan de longaders. Wij nemen alle nodige voorzorgsmaatre gelen om dit te voorkomen. Klinisch belangrijke longader vernauwing komt dan ook zeer zelden voor met de huidige technieken.
- Fistel tussen linker voorkamer en slokdarm: Dit is een zeer zeldzame (<0.025%) complicatie die soms pas enkele dagen tot weken na de ingreep op treedt. Bij hevige pijn op de borst, ophoesten van bloed, aanhoudende koorts of blijvende slikproblemen neem je best meteen contact op met ons.
Nazorg
Wanneer contacteer je de huisarts of het ziekenhuis?
Neem contact op met je huisarts of het ziekenhuis bij:
- Aanhoudende koorts
- Kortademigheid of gezwollen enkels
- Ophoesten van bloed
- Hevige of toenemende pijn op de borst
- Aanhoudende slikproblemen
Klinische studies
Elk jaar nemen er in het UZA heel wat patiënten deel aan klinische studies. Dit gebeurt op vrijwillige basis. Indien er op de dienst waar je bent opgenomen een specifiek onderzoek loopt, zal je eventueel gevraagd worden om hieraan deel te nemen. Je hebt de volledige vrijheid om te beslissen of je hier al dan niet op in wenst te gaan. Indien je deelneemt of in de toekomst deelneemt aan klinische studies, kan je met je vragen terecht bij je behandelend arts.