Over radiotherapie

Sinds 2015 maakt het UZA deel uit van het Iridium Kankernetwerk.  In het netwerk wordt de patiënt met kanker multidisciplinair opgevangen door artsen, verpleegkundigen en een uitgebreid begeleidingsteam. Samen streven ze naar de optimale diagnose, behandeling en nazorg van elke individuele patiënt. 

Lees meer over het Iridium Kankernetwerk. 

Wat is radiotherapie?

Radiotherapie is een manier om kanker lokaal te behandelen. De woekerende kankercellen in de tumor krijgen een zo hoog mogelijke dosis ioniserende of radioactieve straling. Doel:

  • de kwaadaardige cellen vernietigen
  • verhinderen dat de kanker uitzaait naar omringende gezonde weefsel

Radiotherapie is de voorbije jaren sterk verbeterd dankzij:

  • een hogere stralingsprecisie
  • nieuwe informatica-ontwikkelingen
  • een betere beeldvorming

Door gerichter te bestralen, zijn er minder bijwerkingen dan vroeger. Het UZA zet de meest geavanceerde bestralingstoestellen en -technieken in die steeds betere resultaten opleveren.

De dienst radiotherapie van het UZA behoort sinds 2015 bij het Iridium kankernetwerk. Dat is een hechte samenwerking op het vlak van de radiotherapie, de medische oncologie en de hematologie garandeert een optimale zorg verstrekking ten dienste van de patiënten uit de regio Groot-Antwerpen en Waasland. 

Waarom bestralen?

Radiotherapie helpt om te genezen of om klachten te verminderen.

Genezen

  • Om de tumor te verkleinen of te vernietigen.
  • Vóór een operatie: bestraling om de tumor verkleinen.
  • Na een operatie: bestraling om achtergebleven kankercellen vernietigen.

Klachten verminderen (in een gevorderd stadium)

  • De bestraling verkleint de tumor waardoor symptomen zoals pijn verminderen.

Goed om weten

  • Bestraling kan uitwendig of inwendig gebeuren.
  • Gamma- of elektronenstralen zijn onzichtbaar en geurloos.
  • De bestraling doet geen pijn.
  • Radiotherapie heeft enkel effect in het bestraalde gebied.
      • De kankercellen krijgen een dodelijke stralingsdosis.
      • De gezonde cellen kunnen wél herstellen.
      • Na de behandeling bent u niet radioactief.
      • De radiotherapeut-oncoloog bepaalt afhankelijk van uw ziekte het aantal bestralingen en de gebruikte techniek.

Mogelijke bijwerkingen

Tijdens de bestraling wordt het gezond weefsel zoveel mogelijk gespaard. Toch is het soms onvermijdelijk dat naburige organen schade oplopen. Daarom kunt u last hebben van bepaalde klachten afhankelijk van de bestralingsplaats.

  • roodheid en schilfers (huid)
  • blaren op de huid
  • haaruitval
  • slikproblemen of heesheid door geïrriteerd mond- of slijmvlies
  • misselijkheid
  • diarree
  • vaker plassen
  • tijdelijke of blijvende onvruchtbaarheid: praat met uw arts als u nog een kinderwens hebt.

De bijwerkingen worden opgevolg en zo nodig wordt hiervoor een behandeling gestart. De meeste bijwerkingen verdwijnen echer na het einde van de behandeling. Vraag de radiotherapeut gerust om bijkomende uitleg.

Algemene bijwerkingen

  • Weinig eetlust: lichaamsbeweging of meerdere keren een kleine portie eten, kan helpen.
  • Vermoeidheid: lichaamsbeweging helpt vaak beter dan 'veel rusten'.