Maagkanker
Maagkanker is eerder zeldzaam. De meest voorkomende vorm is het adenocarcinoom.
Wat is maagkanker?
Maagkanker is in België relatief zeldzaam, maar behoort wereldwijd nog steeds tot de meest voorkomende vormen van kanker. Maagkanker ontstaat wanneer cellen in de maag ongecontroleerd beginnen te groeien.. Dankzij betere bewaarmethoden voor voeding (zoals koelkasten) is het aantal nieuwe gevallen de afgelopen decennia gedaald. De meest voorkomende vorm is het adenocarcinoom, 90 tot 95% van de gevallen. Dit type maagkanker ontstaat uit de klierbuisjes in het slijmvlies van de maag.
Oorzaken en risicofactoren
De meeste voorkomende oorzaken zijn
- een maagpoliep of een chronische ontsteking van het maagslijmvlies.
- erfelijkheid (bij slechts een klein deel van de gevallen)
- een infectie met de bacterie Helicobacter pylori (H. pylori)
- een voedingspatroon met veel zout en weinig groenten
- roken
- overmatig alcoholgebruik
Sommige erfelijke aandoeningen verhogen eveneens het risico op maagkanker, zoals het Lynch-syndroom, familiaire adenomateuze polyposis (FAP), het Peutz-Jeghers-syndroom, het Li-Fraumeni-syndroom en het Cowden-syndroom.
Types maagkanker
Er bestaan twee belangrijke vormen:
- Intestinaal type
Dit type komt vaker voor bij oudere patiënten en wordt vaak in verband gebracht met omgevingsfactoren zoals voeding en H. pylori.
- Diffuus type
Dit type komt vaker voor bij jongere mensen en vrouwen. Soms is er sprake van een erfelijke aanleg door een verandering (mutatie) in het CDH1-gen. Het diffuse type is vaak moeilijker vroegtijdig op te sporen omdat het minder duidelijk afgelijnde tumoren vormt.
Slechts een klein deel van alle maagkankers is echt erfelijk (ongeveer 1 tot 3%), maar bij ongeveer 10% van de patiënten komt maagkanker vaker voor binnen de familie.
- Intestinaal type
Symptomen
Maagkanker geeft in het begin vaak weinig klachten. Mogelijke symptomen zijn:
- onverklaard gewichtsverlies
- buikpijn of ongemak in de bovenbuik
- verminderde eetlust
- misselijkheid
- snel een vol gevoel hebben na het eten
- vermoeidheid
- zwarte stoelgang (melena)
Deze klachten kunnen ook door andere aandoeningen worden veroorzaakt. Daarom is verder onderzoek belangrijk.
Genezingskansen
Hoe vroeger kanker ontdekt wordt, hoe groter de kans op genezing. Omdat de diagnose bij maagkanker meestal pas in een gevorderd stadium gesteld wordt, is volledig genezen eerder uitzonderlijk. Veel behandelingen zijn dan ook gericht op het afremmen van de ziekte en het verlichten van de klachten.
Diagnosestelling
Om de ziekte in kaart te brengen kunnen verschillende onderzoeken nodig zijn:
- Een kijkonderzoek van de maag (gastroscopie)
- Tijdens de gastroscopie worden meestal meerdere weefselstalen (biopten) genomen om de diagnose te bevestigen
- Een CT-scan van borstkas en buik
- Soms een endoscopische echografie (echo via een kijkonderzoek)
- Soms wordt een kijkoperatie van de buik (diagnostisch laparoscopie) uitgevoerd om kleine uitzaaiingen op het buikvlies op te sporen.
Met deze onderzoeken wordt bepaald hoe ver de kanker is uitgebreid. Dit noemt men de stadiëring.
Behandeling
Na de nodige onderzoeken bespreekt de arts in een multidisciplinair team de behandelopties. Jouw arts zal de mogelijkheden steeds met jou overleggen.
Bij behandeling van een maagkanker stellen we vaak een voorbehandeling met chemotherapie voor, gevolgd door een operatie met vervolgens nog een nabehandeling met chemotherapie. Chemotherapie wordt toegediend via infuus, meestal via dagopname op het oncologisch en hematologisch dagcentrum. Dit is meestal een combinatie van verschillende producten.
Behandeling van H.pylori-infectie
Bij mensen met een H. pylori-infectie én een familiale voorgeschiedenis van maagkanker kan een behandeling tegen deze bacterie het risico op maagkanker verminderen.
Operatie
Een operatie is vaak de belangrijkste behandeling wanneer de kanker nog niet is uitgezaaid.
Tijdens de operatie wordt een deel of soms de volledige maag verwijderd. Ook worden omliggende lymfeklieren weggenomen om eventuele verspreiding van de ziekte te behandelen en te onderzoeken.
Chemotherapie voor en na de operatie
Bij veel patiënten wordt chemotherapie gegeven vóór en na de operatie (perioperatieve behandeling). Dit verhoogt de kans op een succesvolle behandeling.
Chemotherapie en/ of bestraling na de operatie
Wanneer eerst een operatie werd uitgevoerd, kan aanvullende chemotherapie of een combinatie van chemotherapie en bestraling worden aanbevolen om de kans op herval te verkleinen. Dit gebeurt enkel in heel geselecteerde situaties.
Opvolging na de behandeling
Na een operatie wordt een regelmatige controle aanbevolen:
- Om de 3 à 4 maanden tijdens de eerste 2 jaar
- Daarna om de 6 maanden tot 5 jaar na de behandeling
Afhankelijk van uw situatie kunnen bijkomende onderzoeken, zoals een CT scan, worden uitgevoerd.
Uitzaaiingen
Wanneer de kanker zich heeft verspreid naar andere organen, is genezing meestal niet meer mogelijk. De behandeling richt zich dan op het afremmen van de ziekte, het verlengen van de levensduur en het behouden van een goede levenskwaliteit.
Onderzoek van de tumor
Bij uitgezaaide maagkanker wordt de tumor onderzocht op verschillende kenmerken, waaronder:
- HER2
- MSI (microsatellietinstabiliteit)
- PD-L1
Deze kenmerken helpen bij het kiezen van de meest geschikte behandeling.
Mogelijke behandelingen
Afhankelijk van de eigenschappen van de tumor kunnen verschillende behandelingen worden gebruikt:
- chemotherapie
- immunotherapie
- gerichte therapieën tegen HER2
- combinaties van bovenstaande behandelingen
Behandeling bij herval
Wanneer de ziekte ondanks de eerste behandeling verder groeit, kunnen andere geneesmiddelen worden ingezet, waaronder:
- Paclitaxel
- Ramucirumab
- Trastuzumab deruxtecan (voor bepaalde HER2-positieve tumoren)
- Andere chemotherapie- of doelgerichte behandelingen
Deze behandelingen zijn nog niet altijd standaard beschikbaar, maar bieden hoop voor de toekomst. Via klinische studies is het soms wel mogelijk om al een behandeling te krijgen met experimentele therapieën.
Klinische studies
Elk jaar nemen er in het UZA heel wat patiënten deel aan klinisch onderzoek via de dienst waar ze behandeld worden. Zij worden door hun arts gevraagd om hieraan eventueel deel te nemen. Soms zijn er echter ook studies waarvoor gezonde vrijwilligers gezocht worden.
'Er was altijd al veel overleg tussen artsen van die drie diensten, maar vanaf nu kan het vlotter. We zitten allemaal in elkaars buurt.'
prof. Thiery Chapelle
Bespreek uw behandeling met uw zorgteam
Elke patiënt is uniek. Het behandelplan wordt daarom altijd individueel opgesteld door een multidisciplinair team van specialisten. Aarzel niet om vragen te stellen aan uw arts of verpleegkundige. Samen wordt gezocht naar de behandeling die het best aansluit bij uw situatie. Na een gedeeltelijke of volledige verwijdering van de maag kan het voedingspatroon moeten worden aangepast en / of vitaminesupplementen noodzakelijk zijn. Daarom wordt vaak begeleiding voorzien door een diëtist.
Maak een afspraak
Medische oncologie (algemeen & afspraken)
Overige
Interessante links