Behandeling met insulinepen

Wanneer je diabetes hebt, mag je nooit stoppen met insuline te spuiten. Het doel van de behandeling van diabetes is om normale bloedsuikers te hebben. Daarvoor proberen we de insulineverloop van een gezond lichaam zo goed mogelijk na te bootsen. Dit doel bereiken we door voldoende te meten en de insuline toediening aan die waarden aan te passen. 

Praktisch

Maak een afspraak

Kinderdiabetes

Niet beschikbaar
Route 26
Wat is insuline?

Wat is insuline?

Insuline is een hormoon dat wordt aangemaakt door de bètacellen van de alvleesklier. Je kan insuline zien als een sleutel die de deur van cellen opent zodat die cellen koolhydraten (suikers) kunnen opnemen. Door de werking van insuline nemen de cellen suikers op, waardoor de glycemie (bloedsuiker) in het bloed daalt. 

Soorten insuline bij pentherapie

Insuline kan je toedienen met een insulinepen. Bij insuline pentherapie heb je de keuze tussen 2 soorten insulines. 

 

 

Hoe insuline inspuiten?

Hoe insuline toedienen met insulinepen?

Insuline spuit je in het onderhuids vetweefsel: tussen de huid en de spier. Daarvoor gebruik je hele korte naaldjes. 

 

 

Correcte huidplooi om insuline in te spuiten

Stappenplan insuline inspuiten

Volg voor een correcte injectietechniek onderstaand stappenplan. 

 

  1. Gebruik altijd een nieuwe pennaald en draai die op de insulinepen. 

  2. Controleer of de pen werkt en doorgankelijk is: stel 2 eenheden in en spuit die weg. Controleer vervolgens of er insuline uit het naaldje druppelt. Zo niet? Spuit opnieuw 2 eenheden weg totdat er insuline uit het naaldje druppelt. 

  3. Stel het aantal eenheden insuline in die je moet inspuiten. 

  4. Controleer de inspuitplaats: op die plek mag er geen wondje of litteken zijn. Kies ook telkens een andere plaats om in te spuiten. 

  5. Maak een huidplooi. 

  6. Prik de naald loodrecht in de huidplooi. 

  7. Spuit de insuline in. 

  8. Tel tot tien en trek daarna de naald terug. Dit is belangrijk om ervoor te zorgen dat de insuline niet terug uit de huid wordt geduwd. 

Inspuitplaatsen

Waar insuline inspuiten?

Er zijn verschillende plaatsen waar je insuline kan inspuiten. 

 

 

 

Inspuitplaatsen op lichaam waar je insuline mag inspuiten
  1. Buik

Houd minimum 1 cm afstand van de navel. 

Dit kan ook onder de ribben, tot aan de flanken (zijkant), maar niet op de middenlijn tussen borstbeen en navel.

 

  1. In de dijen (bovenbenen)

Aan de voorkant of de buitenkant, niet in de liezen of rond de knie. 

 

  1. In de billen (bips)

Aan de bovenste buitenzijde. 

 

De armen gebruik je bij voorkeur niet, omdat er daar sneller lipo’s ontwikkelen. 

Het is belangrijk om geregeld te wisselen tussen de plaatsen waar je insuline inspuit. Een trucje kan zijn om een vaste zone te kiezen per moment van de dag. Let wel op: ook binnen die zone moet je geregeld wisselen van plaats. 

 

Bijvoorbeeld: je kan in een cirkeltje werken. 

  • Ontbijt: buik rechts

  • Middagmaal: buik links

  • 16-uurtje: linker bovenbeen

  • Avondmaal: rechter bovenbeen

  • Traagwerkende insuline: billen achteraan

Manier hoe je inspuitplaatsen kan roteren
Lipo's

Oppassen voor lipo’s

Wanneer je te vaak dezelfde inspuitplaats gebruikt of jouw pennaald niet regelmatig vervangt, dan krijg je een verdikking van het onderhuidse vetweefsel. Dit noemt een lipohypertrofie ofwel in het kort een lipo. 

 

 

de vorming van lipohypertrofie: een verdikking van het onderhuidse vetweefsel

Lipo’s zorgen ervoor dat de ingespoten insuline onregelmatig wordt opgenomen waardoor je schommelende bloedsuikerwaarden krijgt en dus een moeilijkere diabetesregeling. 

 

Hoe herken je een lipo? Dit controleer je makkelijk zelf. Je voelt het beter dan dat je het ziet. Terwijl je rechtstaat wrijf je over jouw buik of been. Voel je een bultje of een harde schijf? Dit is een lipo. 

Hoe voorkom je lipo’s?

  1. Wissel geregeld van inspuitplaats. 

  2. Vervang altijd jouw pennaald. 

 

Heb je toch een lipo? Gebruik die plaats dan niet meer om insuline in te spuiten, enkel zo kan die genezen. Je moet dit zeker enkele maanden volhouden. 

 

Op de foto zie je een voorbeeld van een nieuwe pennaald, eentje die 1 keer is gebruikt en eentje die 6 keer is gebruikt. 

Een nieuwe pennaald, eentje die 1 keer is gebruikt en een pennaald die 6 keer is gebruikt

Insuline: enkele weetjes

  • Insuline kan je bewaren op kamertemperatuur gedurende maximum 1 maand. Vervang wel tijdig je penfill of pen, ook als die nog niet leeg is na 1 maand. 

  • Reserve-insuline moet je in de koelkast bewaren tussen 4°C en 8°C. 

  • Bevroren insuline werkt niet meer. 

  • Insuline die te warm is bewaard, werkt minder krachtig. 

  • Voorzie altijd voldoende voorraad insuline in huis. Ket kan gebeuren dat de apotheker die moet bestellen zodat je die niet meteen mee naar huis kan krijgen. 

 

Insuline moet je altijd toedienen vóór de maaltijd om nadien een erg hoge piek van jouw bloedsuiker te vermijden. Door zo’n piek in jouw bloedsuiker, voel je jezelf moe. Plus, dit is niet gezond voor jouw lichaam. 

Team

Onze zorgverleners staan voor je klaar

Hieronder vind je een overzicht van de zorgverleners die deel uitmaken van ons team en hun specifieke rol in de behandeling en ondersteuning van onze patiënten.

Artsen

Consulenten en geassocieerde artsen

Administratieve medewerkers

Verpleegkundigen

Paramedici

Psychologen

Sociale dienst