Baarmoederkanker
Baarmoederkanker komt vaker voor bij vrouwen tussen 55 en 65 jaar en bij vrouwen die een hoger dan normaal gehalte van het geslachtshormoon oestrogeen hebben.
Symptomen
Baarmoederkanker kan zich aankondigen met een aantal symptomen:
- (ongewoon) vaginaal bloedverlies
- bloeding na de overgangsjaren (menopauze)
- menstruatiestoornissen in de overgangsjaren (menopauze)
- problemen op bij het plassen of de stoelgang
- vermagering en vermoeidheid
Heb je een of meerdere van deze klachten? Raadpleeg dan altijd een arts.
Risico op baarmoederkanker
Sommige factoren kunnen het risico op baarmoederkanker verhogen:
- overgewicht
- hoge bloeddruk
- diabetes of verhoogde insulinespiegel
- langdurige blootstelling aan oestrogeen zonder voldoende tegenwerking van progesteron
- geen zwangerschappen hebben doorgemaakt
- polycysteus ovariumsyndroom (PCOS)
- gebruik van tamoxifen (een geneesmiddel dat soms wordt gebruikt bij de behandeling van borstkanker)
Kanker van het baarmoederlichaam is bij vrouwen de op twee na meest voorkomende kanker, na borst- en darmkanker. De gemiddelde leeftijd voor patiënten met baarmoederkanker is 68 jaar, 95 % komt voor na de leeftijd van 50 jaar.
Diagnosestelling
Om de diagnose te bevestigen en de uitgebreidheid van de ziekte te bepale, kunnen we verschillende onderzoeken worden uitgevoerd:
- gynaecologisch onderzoek
- vaginale echografie
- MIR-scan van het bekken
- CT-scan van borstkas en buik
- in geselecteerde gevallen kan aanvullend PETPET-CT-scan worden uitgevoerd
- afname van een stukje weefsel (biopsie) uit baarmoederslijmvlies
Stadia van baarmoederkanker
Het stadium geeft aan hoe ver de kanker zich heeft uitgebreid.
Stadium I
- De kanker bevindt zich alleen in de baarmoeder.
Stadium II
- De kanker heeft zich uitgebreid naar de baarmoederhals.
Stadium III
- De kanker heeft zich verspreid naar omliggende weefsels, eierstokken, eileiders of lymfeklieren.
Stadium IV
- De kanker heeft zich verspreid naar andere organen, zoals blaas, darm, longen, lever of botten.
Het stadium helpt uw arts bij het bepalen van de beste behandeling.
Behandeling
De behandeling hangt af van het stadium van de ziekte, het type tumor en uw algemene gezondheid.
Operatie
Bij de meeste patiënten is een operatie de belangrijkste behandeling. Meestal worden verwijderd:
- de baarmoeder
- beide eileiders
- beide eierstokken
Daarnaast worden ook lymfeklieren onderzocht om na te gaan of de ziekte zich heeft verspreid.
Bestraling (radiotherapie)
Bestraling kan worden gebruikt:
- na een operatie om de kans op terugkeer van de ziekte te verkleinen
- als een operatie niet mogelijk is
- bij een plaatselijke terugkeer van de ziekte
Soms wordt uitwendige berstraling gecombineerd met inwendige bestraling (brachytherapie)
Chemotherapie
Bij een hoger risico op herval of bij meer uitgebreide ziekte kan chemotherapie worden aanbevolen.
Immunotherapie
Bij bepaalde vormen van baarmoederkanker kan immunotherapie worden toegevoegd aan de behandeling. Of deze behandeling geschikt is, hangt af van specifieke kenmerken van de tumor. Deze behandeling helpt het afweersysteem om kankercellen beter te herkennen en aan te vallen.
Hormonale therapie
Bij sommige langzaam groeiende tumoren die gevoelig zijn voor hormonen kan een hormonale behandeling worden overwogen.
Opvolging na de behandeling
Na de behandeling blijft u regelmatig op controle komen.
- Als de ziekte terugkomt, gebeurt dit meestal binnen de eerste drie jaar na de behandeling.
- Vaak veroorzaakt een herval of klachten of symptomen die je zelf kunt opmerken.
- Een CT-scan spoort slechts een klein deel van de hervallen op en wordt daarom niet standaard gebruikt tijdens de opvolging.
- Het is belangrijk dat u weet welke klachten kunnen wijzen op een herval. Je zorgteam zal deze signalen met jou bespreken.
- Een gezonde levensstijl blijft belangrijk. Regelmatige lichaamsbeweging, gezonde voeding en het behouden van een gezond gewicht kunnen bijdragen aan je algemeen welzijn en herstel.
Laag risico
- Eerste 2 jaar: controle om de 6 maanden
- Jaar 3 tot 5: jaarlijks
Middelmatig tot hoog risico
- Eerste 3 jaar: controle om de 3 maanden
- Jaar 4 en 5: controle om de 6 maanden
Tijdens deze controles bespreekt jouw arts eventuele klachten en wordt een gynaecologisch onderzoek uitgevoerd.
University Clinical Research Center Antwerp (UNICCRA)
De oncologische research unit werd in 2022 volledig vernieuwd en uitgebreid, en gaat verder onder de naam University Clinical Research Center Antwerp (UNICCRA). Het doel van deze unit is nieuwe, betere en steeds meer doeltreffendere behandelingen vinden om kankerpatiënten te behandelen. Klinische studies zijn hiervoor de beste methode. Tijdens deze klinische studies kunnen onze onderzoekers bepalen welke behandelingen veiliger, effectiever en beter zijn dan de huidige behandelingen.
Maak een afspraak
Oncologisch en hematologisch dagziekenhuis
Overige
Interessante links