Baarmoederhalskanker
Baarmoederhalskanker is een kwaadaardige ziekte die ontstaat in het slijmvlies van de baarmoederhals.
Wat is een baarmoederhalskanker?
Baarmoederhalskanker is een kwaadaardige ziekte die ontstaat in het slijmvlies van de baarmoederhals. De baarmoederhals is het onderste deel van de baarmoeder dat de verbinding vormt tussen de baarmoeder en de vagina.
Wereldwijd behoort baarmoederhalskanker nog steeds tot één van de meest voorkomende kankers bij vrouwen vooral in landen waar screening en vaccinatie minder beschikbaar zijn. De ziekte komt vooral voor bij vrouwen tussen 35 en 44 jaar.
Dankzij vaccinatie tegen HPV en regelmatige screening kunnen veel gevallen van baarmoederhalskanker worden voorkomen.
Oorzaken en risicofactoren
De belangrijkste oorzaak van baarmoederhalskanker is een langdurige infectie met het humaan papillomavirus (HPV). Het virus wordt overgedragen via seksuele betrekkingen of intiem contact van huid op huid. De meeste HPV-infecties verdwijnen vanzelf, maar soms blijft het virus aanwezig. Hierdoor kunnen afwijkende cellen ontstaan die zich na vele jaren kunnen ontwikkelen tot kanker.
Ongeveer 80 % van de bevolking is besmet, en 1 % van de vrouwelijke draagsters krijgt ooit baarmoederhalskanker, als ze niet tijdig behandeld worden. Bij vier op vijf vrouwen verdwijnt HPV echter spontaan. Ongeveer 70% van de gevallen van baarmoederhalskanker wordt veroorzaakt door HPV-types 16 en 18.
Factoren die het risico op baarmoederhalskanker verhogen zijn:
- een langdurige HPV-infectie
- roken
- verminderde weerstand (bijvoorbeeld door bepaalde ziekten of medicatie)
- meerdere seksuele partners
- lage socioeconomische omstandigheden
Het hebben van één of meerdere risicofactoren betekent niet automatisch dat u kanker zult krijgen.
Symptomen
In een vroeg stadium veroorzaakt baarmoederhalskanker vaak geen klachten.
Baarmoederkanker kan zich aankondigen met een aantal symptomen:
- abnormale vaginale afscheiding (soms met onaangename geur)
- abnormaal vaginaal bloedverlies
- bloedverlies na geslachtsgemeenschap
- bloedverlies tussen menstruaties of na de menopauze
- pijn in het bekken of de onderbuik
- pijn tijdens de geslachtsgemeenschap
- algehele zwakte
Heb je een of meerdere van deze klachten? Raadpleeg dan altijd een arts.
Vaccin
Vaccinatie tegen HPV kan beschermen tegen de meest voorkomende HPV-types die baarmoederhalskanker veroorzaken.
In België wordt voornamelijk het Gardasil9-vaccin gebruikt. De vaccinatie werkt het best wanneer ze wordt toegediend vóór blootstelling aan HPV.
Er zijn twee vaccins tegen HPV beschikbaar. Allebei bieden ze tot 100% bescherming tegen HPV 16 en 18, twee types van het virus die samen verantwoordelijk zijn voor ongeveer 70 % van de baarmoederhalskankers in België. Doordat er ook een zekere bescherming is tegen een aantal andere HPV-types, beschermt het vaccin voor zowat 75%.
Screening
Screening maakt het mogelijk om voorstadia van kanker vroegtijdig op te sporen en te behandelen.
Dit gebeurt via:
- Een uitstrijkje (Pap-test)
- Een HPV-test
Door afwijkende cellen tijdig te behandelen kan de ontwikkeling van kanker vaak worden voorkomen.
Diagnosestelling
Wanneer een afwijking wordt vermoed, kunnen verschillende onderzoeken worden uitgevoerd.
Het uitstrijkje is een test om vrouwen te onderzoeken op baarmoederhalskanker. Bij deze test worden cellen van de baarmoedermond afgeschraapt en onder de microscoop onderzocht op afwijkende cellen. Vrouwen boven de 25 jaar laten het beste om de 3 jaar een uitstrijkje nemen.
- Gynaecologisch onderzoek
De arts onderzoekt de baarmoederhals en neemt meestal een uitstrijkje. Vervolgens bekijkt de arts verdachte zones en indien nodig wordt een biopsie (weefselstaal) afgenomen.
- Beeldvorming
Om de uitgebreidheid van de ziekte te bepalen kunnen volgende onderzoeken nodig zijn:
- vaginale echografie
- MRI van het bekken
- CT-scan
- PET-CT-scan
Stadia van baarmoederhalskanker
Stadia
Het stadium beschrijft hoe ver de kanker zich heeft uitgebreid.
Stadium I
- De kanker bevindt zich uitsluitend in de baarmoederhals.
Stadium II
- De kanker is buiten de baarmoeder gegroeid, maar heeft de bekkenwand nog niet bereikt.
Stadium III
- De kanker heeft zich verder uitgebreid naar de vagina, lymfeklieren of bekkenstructuren.
Stadium IV
- De kanker is doorgegroeid naar omliggende organen of heeft uitzaaiingen naar andere delen van het lichaam.
- Het stadium speelt een belangrijke rol bij het bepalen van behandeling en de prognose.
Prognose
De vooruitzichten hangen sterk af van het stadium waarin de ziekte wordt ontdekt. Wanneer de ziekte vroeg wordt vastgesteld, zijn de genezingskansen vaak zeer goed. Bij meer gevorderde stadia neemt de kans op genezing af. Het grootste risico op herval bestaat tijdens de eerste twee jaar na de behandeling. Daarom worden patiënten in deze periode nauwkeurig opgevolgd.
Behandeling
Dankzij de screening op baarmoederhalskanker worden tumoren vaak vroeg ontdekt. Met een baarmoedersparende ingreep (trachelectomie) kan je na de operatie nog altijd zwanger worden.
Een baarmoedersparende ingreep bij baarmoederhalskanker is mogelijk als:
- de tumor kleiner is dan 2 cm
- je nog vruchtbaar bent
De keuze van de behandeling hangt af van:
- het stadium van de ziekte
- de grootte van de tumor
- eventuele aantasting van lymfeklieren
- de leeftijd en algemene gezondheid van de patiënt
- eventuele kinderwens
Operatie
Bij kleine tumoren zonder aantasting van de lymfeklieren is een operatie vaak de voorkeursbehandeling.
Afhankelijk van het stadium kan de operatie bestaan uit:
- Conisatie of LLETZ
Hierbij wordt enkel het afwijkende weefsel van de baarmoederhals verwijderd. Bij zeer vroege stadia of voorstadia kan dit volstaan.
- Hysterectomie
Verwijdering van de baarmoeder.
- Radicale hysterectomie
Verwijdering van de baarmoeder, de baarmoederhals en omliggende weefsels. Vaak worden ook lymfeklieren onderzocht om na te gaan of de ziekte heeft verspreid.
Vruchtbaarheidssparende behandeling
Bij jongere vrouwen met een kinderwens kan in bepaalde gevallen een vruchtbaarheidssparende operatie worden overwogen. Hierbij wordt de baarmoeder behouden terwijl enkel de baarmoederhals wordt verwijderd. Deze behandeling is niet voor iedereen geschikt en vereist een grondige bespreking van de voordelen en risico's.
- Chemoradiotherapie
Bij grotere tumoren of wanneer een operatie niet mogelijk is, bestaat de standaardbehandeling meestal uit een combinatie van:
- radiotherapie (bestraling)
- chemotherapie
- brachytherapie
- Uitwendige bestraling
De tumor en omliggende gebieden worden bestraald om kankercellen te vernietigen.
- Chemotherapie
Tijdens de bestraling wordt meestal wekelijks cisplatine toegediend om het effect van de bestraling te versterken.
- Brachytherapie
Bij brachytherapie wordt de bestraling rechstreeks in of dicht bij de tumor toegediend. Hierdoor kan een hoge dosis bestraling worden gegeven met beperkte schade aan omliggende weefsels.
- Immunotherapie
Bij sommige patiënten wordt immunotherapie toegevoegd aan de behandeling. Immunotherapie helpt het eigen afweersysteem om kankercellen beter te herkennen en aan te vallen. Of dit mogelijk is, hangt onder meer af van kenmerken van de tumor.
Behandeling van teruggekeerde ziekte
Wanneer de kanker terugkomt, hangt de behandeling af van de plaats van het herval en eerdere behandelingen.
Mogelijke opties zijn:
- een nieuwe operatie
- bestraling
- chemotherapie
- immunotherapie
- een combinatie van deze behandelingen
Uitgezaaide baarmoederhalskanker
Wanneer de ziekte zich heeft verspreid naar andere organen, spreekt men van uitgezaaide of metastatische baarmoederhalskanker.
De behandeling is dan gericht op:
- het afremmen van de ziekte
- het verminderen van klachten
- het verbeteren van de levenskwaliteit
- het verlengen van de overleving
Mogelijke behandelingen zijn:
- chemotherapie
- immunotherapie
- doelgerichte therapie zoals bevacizumab
- deelname aan klinische studies
Opvolging na de behandeling
Na afloop van de behandeling blijft regelmatige controle belangrijk.
De opvolging bestaat meestal uit:
- een lichamelijk en gynaecologisch onderzoek
- regelmatige consultaties
- MRI- of CT-scans wanneer nodig
De controles vinden doorgaans plaats:
- Om de 3 tot 4 maanden tijdens de eerste twee jaar
- om de 6 maanden tussen jaar 3 en 5
- Na vijf jaar worden verdere controles individueel besproken
University Clinical Research Center Antwerp (UNICCRA)
De oncologische research unit werd in 2022 volledig vernieuwd en uitgebreid, en gaat verder onder de naam University Clinical Research Center Antwerp (UNICCRA). Het doel van deze unit is nieuwe, betere en steeds meer doeltreffendere behandelingen vinden om kankerpatiënten te behandelen. Klinische studies zijn hiervoor de beste methode. Tijdens deze klinische studies kunnen onze onderzoekers bepalen welke behandelingen veiliger, effectiever en beter zijn dan de huidige behandelingen.
Maak een afspraak
Oncologisch en hematologisch dagziekenhuis
Overige
Interessante links