Behandeling met insulinepomp
Wanneer je diabetes hebt kan je niet zonder insuline, je mag dus nooit stoppen met insuline toedienen.
Het doel van de behandeling met een insulinepomp is om normale bloedsuikers te hebben. Daarvoor proberen we het insulineverloop van een gezond lichaam zo goed mogelijk na te bootsen. Dit doen we door voldoende te meten en de insuline toediening daaraan aan te passen.
Binnenkort naar het UZA?
Heb je binnenkort een afspraak bij het UZA of kom je iemand bezoeken? Beantwoord enkele vragen en krijg handige tips voor je UZA-bezoek, van thuisvoorbereiding tot navigatie in het ziekenhuis.
Maak een afspraak
Kinderdiabetes
Wat is insuline?
Insuline is een hormoon dat wordt aangemaakt door de bètacellen van de alvleesklier.
Je kan insuline zien als een sleutel die de deur van cellen opent zodat die cellen koolhydraten (suikers) kunnen opnemen. Door de werking van insuline nemen de cellen suikers op, waardoor de glycemie (bloedsuiker) in het bloed daalt.
Bij diabetes mellitus type 1 wordt er geen insuline meer aangemaakt. Daardoor stapelen de suikers zich op in het bloed en krijgen de cellen onvoldoende energie.
Insulinepomptherapie
Insuline wordt toegediend met een insulinepen of een insulinepomp. Bij jou kiezen we voor een insulinepomp.
Insuline wordt gegeven in het onderhuids vetweefsel (tussen de huid en de spier). Daarvoor gebruiken we heel korte of schuine katheters.
Wat is een insulinepomp?
Een insulinepomp is een apparaatje dat 24 uur per dag continu insuline toedient. We spreken ook wel van CSII (continu subcutane insuline infusie). Daardoor moet de pomp altijd bevestigd zijn aan jouw lichaam.
De pomp zelf is verbonden met een reservoir gevuld met insuline. Dit reservoir is aangesloten op een infusiesetje of is draadloos verbonden met de pomp. Bij beide reservoirs zit een flexibel draadje met een katheter onderhuids. Op die plaats wordt er insuline toegediend.
Het infusiesetje/reservoir moet (minstens) elke 3 dagen vervangen worden (dit leren we je aan).
Insulineprofielen
Bij insuline pomptherapie gebruiken we steeds ultrasnelwerkende insuline (bijvoorbeeld Novorapid©, Humalog©, Apidra© of Fiasp©). De pomp geeft zowel continu (basale) als in bolus insuline volgens een op voorhand ingesteld patroon/instelling. Een bolus betekent een extra hoeveelheid insuline die je kan toedienen. Je doet dit wanneer je iets eet dat koolhydraten bevat of om hoge bloedsuikerwaarden te corrigeren.
Insulineprofielen
Bij insuline pomptherapie gebruiken we steeds ultrasnelwerkende insuline (bijvoorbeeld Novorapid©, Humalog©, Apidra© of Fiasp©). De pomp geeft zowel continu (basale) als in bolus insuline volgens een op voorhand ingesteld patroon/instelling. Een bolus betekent een extra hoeveelheid insuline die je kan toedienen. Je doet dit wanneer je iets eet dat koolhydraten bevat of om hoge bloedsuikerwaarden te corrigeren.
Bolusinsuline
De bolusinsuline kan je gebruiken bij de maaltijd of om hoge bloedsuikerwaarden te corrigeren.
- Een maaltijdbolus hebben we nodig om de koolhydraten uit onze voeding zo snel mogelijk naar onze cellen de brengen.
- Een correctiebolus kan gegeven worden om hoge bloedsuikerwaarden te doen dalen (corrigeren).
Voorbeeld van een bolus-basaal schema
Hoe bewaar je insuline?
- Insuline in het reservoir kan je tot 10 dagen gebruiken, bij twijfel vervang je die eerder.
- (Omnipod: POD standaard elke 3 dagen vervangen)
- Reserve-insuline bewaar je in de koelkast tussen 4° en 8°C.
- Insuline die bevroren is, werkt niet meer.
- Insuline die te warm heeft gelegen, werkt minder krachtig.
Voorzie voldoende voorraad insuline bij je thuis, soms moet de apotheker die bestellen waardoor je die niet onmiddellijk mee naar huis krijgt.
Aangezien insuline wordt toegediend in het vetweefsel, heeft die tijd nodig om opgenomen te worden in het bloed. Daarom is het belangrijk om de maaltijdbolus altijd ruim vóór jouw maaltijd toe te dienen. Dit doe je ook om te vermijden dat er nadien een heel hoge piek is van jouw bloedsuiker, want die piek is niet gezond voor jouw lichaam en doet je moe voelen.
Waar insuline toedienen (katheter plaatsen)?
Er zijn verschillende plaatsen waar je insuline kan inspuiten.
Buik
Houd minimum 1 cm afstand van de navel.
Dit kan ook onder de ribben, tot aan de flanken (zijkant), maar niet op de middenlijn tussen borstbeen en navel.In de dijen (bovenbenen)
Aan de voorkant of de buitenkant, niet in de liezen of rond de knie.In de billen (bips)
Aan de bovenste buitenzijde.- Armen gebruik je niet bij pomptherapie
Oppassen voor lipo’s
Wanneer je te vaak dezelfde insteekplaats gebruikt, krijg je een verdikking van het onderhuids vetweefsel. Dit noemt een lipohypertrofie ofwel in het kort een lipo.
Lipo’s zorgen ervoor dat de ingespoten insuline onregelmatig wordt opgenomen waardoor je schommelende bloedsuikerwaarden krijgt en dus een moeilijkere diabetesregeling.
Insuline toedienen met een insulinepomp
De pomp meet niet zelf en regelt niet automatisch jouw bloedsuikerwaarden. Bij elke maaltijd moet je de pomp bedienen om insuline te geven. Daarvoor werk je met de ‘boluswizard’: een rekenprogramma.
De boluswizard berekent hoeveel insuline er precies nodig is voor de maaltijd die je op dat moment wil eten. Daarvoor houdt die rekening met een aantal factoren:
- Ratio’s / insuline-KH verhouding: hoeveel koolhydraten kan je eten voor 1 eenheid insuline (verschillend per moment van de dag).
- Gevoeligheid / correctiefactor / ISF: hoeveel zal de bloedsuikerspiegel dalen door 1 eenheid insuline?
- Actieve insulinetijd / duur van de insuline-actie: hoelang is de insuline werkzaam in het lichaam.
- Streefwaarden: de pomp streeft naar getallen die we voorprogrammeren. Meestal stellen we dit in tussen 80 en 100 overdag en 100 en 120 ’s nachts. Op basis daarvan zal die meer of zelfs minder insuline geven.
Actieve insuline / Insuline On Board (IOB): hoeveel insuline is er reeds gegeven en nog ‘actief’ in het lichaam (van een vorige bolus of correctie, niet van basale insuline)?
De instellingen van de boluswizard worden regelmatig aangepast op maat van jouw kind (de groei, activiteiten …).
Klinische studies
Elk jaar nemen er in het UZA heel wat patiënten deel aan klinische studies. Dit gebeurt op vrijwillige basis. Indien er op de dienst waar je bent opgenomen een specifiek onderzoek loopt, zal je eventueel gevraagd worden om hieraan deel te nemen. Je hebt de volledige vrijheid om te beslissen of je hier al dan niet op in wenst te gaan. Indien je deelneemt of in de toekomst deelneemt aan klinische studies, kan je met je vragen terecht bij je behandelend arts.
Onze zorgverleners staan voor je klaar
Hieronder vind je een overzicht van de zorgverleners die deel uitmaken van ons team en hun specifieke rol in de behandeling en ondersteuning van onze patiënten.


















