Eierstokkanker
In het UZA kan je terecht voor de diagnosestelling en behandeling van eierstokkanker.
Synoniemen
Wat is eierstokkanker?
Epitheliale eierstokkanker is de meest voorkomende vorm van eierstokkanker. De ziekte ontstaat meestal uit cellen van de eileider of de buitenkant van de eierstok. Omdat de klachten in het begin vaak vaag zijn, wordt eierstokkanker helaas regelmatig pas ontdekt wanneer de ziekte al verder is uitgebreid.
Soorten
De meeste eierstokkankers zijn epitheliale tumoren. Er bestaan verschillende subtypes van epitheliale eierstokkanker.
Risicofactoren
Factoren die het risico op eierstokkanker verhogen zijn onder andere:
- Hogere leeftijd
- Vroege eerste menstruatie en late menopauze
- Geen kinderen hebben gehad
- Endometriose
- Eerdere bestraling van het bekken
- Erfelijke aanleg, zoals een BRCA1 of BRCA2 mutatie
Beschermende factoren
Factoren die het risico kunnen verlagen:
- Gebruik van de anticonceptiepil
- Borstvoeding
- Zwangerschappen en bevallingen
Symptomen
De klachten zijn vaak vaag en kunnen lijken op gewone buik- of darmklachten. Veel voorkomende symptomen zijn:
- Buik- of bekkenpijn
- Een opgeblazen gevoel of toename van de buikomvang
- Sneller een vol gevoel bij eten
- Veranderingen in de stoelgang (constipatie of diarree)
- Vaker moeten plassen
- Vaginale bloedingen
- Vermoeidheid
Omdat deze klachten vaak aspecifiek zijn, wordt de diagnose soms pas in een later stadium gesteld.
Diagnosestelling
Indien nodig wordt bijkomend genetisch of moleculair onderzoek uitgevoerd. Dat helpt om de behandeling verder af te stemmen.
- 1
Stadium I
De kanker zit alleen in één of beide eierstokken of eileiders.
- 2
Stadium II
De kanker is uitgebreid naar andere organen in het bekken, zoals de baarmoeder.
- 3
Stadium III
De kanker heeft zich verspreid buiten het bekken naar het buikvlies of de lymfeklieren in de buik.
- 4
Stadium IV
Er zijn uitzaaiingen buiten de buik, bijvoorbeeld naar de longen, lever of andere organen.
- 5
Prognose
De vooruitzichten hangen af van verschillende factoren:
- Het stadium van de ziekte
- Het subtype van de tumor
- De leeftijd en algemene conditie van de patiënt
- Hoe goed de tumor reageert op behandeling
- Of er na de operatie nog zichtbare tumor achterblijft
Belangrijke ongunstige factoren zijn veel vocht in de buik (ascites), hogere leeftijd en een verminderde algemene conditie.
Behandeling van eierstokkanker
Hier komt de inleidende tekst over de behandeling.
Hier komt de bijkomende tekst over de behandeling.
- 1
Behandeling van stadium I-II
Operatie
De standaardbehandeling is een uitgebreide operatie met als doel alle zichtbare tumor te verwijderen en het stadium nauwkeurig te bepalen.
Meestal worden verwijderd:
- Beide eierstokken en eileiders
- De baarmoeder
- Het vetschort (omentum)
- Eventueel lymfeklieren en andere verdachte plekken in de buik
Bij jonge vrouwen met een vroege, laaggradige tumor kan soms een vruchtbaarheidssparende operatie worden overwogen, waarbij één eierstok en de baarmoeder behouden blijven.
Chemotherapie
Na de operatie krijgen veel patiënten aanvullende chemotherapie om het risico op herval te verminderen.
De standaardbehandeling bestaat meestal uit een combinatie van carboplatine en paclitaxel
- 2
Behandeling van stadium III-IV
Operatie
Het doel is zoveel mogelijk tumorweefsel te verwijderen. Het beste resultaat wordt bereikt wanneer na de operatie geen zichtbare tumor meer overblijft.
Primaire debulking-operatie
Bij sommige patiënten kan meteen geopereerd worden.
Intervaldebulking
Wanneer de ziekte te uitgebreid is voor een veilige volledige operatie, wordt eerst chemotherapie gegeven. Daarna volgt een operatie en vervolgens opnieuw chemotherapie.
Chemotherapie
De standaardbehandeling is opnieuw carboplatine gecombineerd met paclitaxel.
Bij patiënten die minder fit zijn, kunnen aangepaste schema’s gebruikt worden.
- 3
Doelgerichte en onderhoudsbehandelingen
PARP-remmers
Bij patiënten met BRCA-mutaties of een afwijking in het DNA-herstelmechanisme (HRD) kunnen PARP-remmers worden gebruikt als onderhoudsbehandeling na een goede reactie op chemotherapie. Deze heeft als doel de ziekte zo lang mogelijk onder controle te houden. Voorbeelden zijn olaparib en niraparib.
- 4
Behandeling bij herval
Eierstokkanker kan terugkeren, vooral bij gevorderde ziekte. De behandeling hangt dan af van:
- Hoe lang het geleden is sinds de laatste platinum-chemotherapie
- Hoe goed eerdere behandelingen werkten
- Het subtype van de tumor
- De algemene conditie van de patiënt
Ook wanneer de ziekte terugkeert, bestaan er vaak nog verschillende behandelmogelijkheden.
- 5
Opvolging na de behandeling
Na de behandeling volgen regelmatige controles:
- Om de 3 maanden tijdens de eerste 3 jaar
- Daarna om de 6 maanden tot 5 jaar
- Langer bij patiënten met erfelijke BRCA-mutaties
Tijdens de controles wordt gekeken naar klachten, lichamelijk onderzoek en soms bloedonderzoek zoals CA-125. Beeldvorming gebeurt meestal alleen bij klachten of verdenking op herval.
De behandeling van eierstokkanker gebeurt best in een gespecialiseerd centrum waar gynaecologisch oncologen, medisch oncologen, radiologen, pathologen en andere zorgverleners nauw samenwerken. Talrijke studies tonen aan dat behandeling in een expertisecentrum de kans op een optimale behandeling vergroot.