Coronavirus COVID-19

Informatie voor UZA-patiënten en bezoekers | Reserveer hier een afspraak voor een PCR-test
Meer details Meer details

Robot geassisteerde prostatectomie

De operatie

Bij een operatie voor prostaatkanker wordt de hele prostaat, inclusief zaadblaasjes verwijderd (radicale prostatectomie, ook RALP of RARP genoemd). Ook wordt het deel van de plasbuis dat door de prostaat loopt verwijderd. Hierdoor moet de uroloog een nieuwe verbinding maken tussen de blaas en de plasbuis. Ter bescherming van de nieuwe aansluiting wordt er een katheter ingebracht. Deze katheter wordt meestal 10 tot 14 dagen na de operatie verwijderd.

Het kan ook nodig zijn om tijdens de prostaatoperatie de lymfeklieren in de buurt van de prostaat te verwijderen. De uroloog zal voor de operatie met u bespreken of het bij u nodig is om de lymfeklieren te verwijderen.

De operatie duurt meestal anderhalf tot drie uren. De exacte duur hangt af van noodzaak tot lymfeklierverwijdering, vergroeiingen in de buik, et cetera.

Wat is een kijkoperatie met behulp van de Da Vinci robot?

De prostaat kan via een snede in de onderbuik worden verwijderd. Een ingreep met de robot (robot prostatectomie) is een kijkoperatie, maar met belangrijke verbeteringen en voordelen ten opzichte van de klassieke kijkoperatie:

  • De kans op genezing na een operatie met de robot is even groot als bij een klassieke open ingreep. De functionele resultaten (de kans op behoud van erecties en goede controle op urineverlies) zouden beter zijn met gebruik van de robottechniek.
  • Voor geen enkele stap van de ingreep wordt de buik nog geopend.
  • De darmwerking herstelt sneller waardoor de maagsonde vlugger kan verwijderd worden en voeding vlugger mogelijk is.
  • Sneller herstel en verkorte opnameduur t.o.v. open chirurgie.
  • Minder pijn

Voor de operatie

U heeft een gesprek met de gespecialiseerd verpleegkundige en met de uroloog die u tijdens het gehele behandeltraject zullen begeleiden. Daarnaast heeft u zowel voor als na de operatie een afspraak met de bekkenbodemfysiotherapeut.

Vóór de operatie komt u op consultatie bij de anesthesist. De anesthesist bespreekt met u de verdoving en de pijnbestrijding tijdens en na de operatie. Tijdens de operatie bent u onder volledige narcose. Indien u medicatie neemt, zal de anesthesist u adviseren welke medicatie u nog mag innemen voor de operatie. 

Opname

U wordt meestal de dag voor de operatie opgenomen. We verwachten u in het ziekenhuis tussen 16 en 17 uur. Wanneer u de dag van uw operatie wordt opgenomen in het ziekenhuis, verwachten we u ten laatste om 7 uur ’s ochtends.

Er worden antitrombosekousen bij u aangemeten, om het risico op trombose in de benen te verminderen. Deze kousen draagt u dag en nacht en moet u tot twee weken na de operatie aanhouden. U doet deze kousen alleen uit om uzelf te wassen. Verder krijgt u een klein lavement zodat de endeldarm leeg is.

Na de operatie

Verblijf

U verblijft nog enkele uren op de uitslaapkamer of recovery. De anesthesist beslist nadien of u naar de medium care of naar de verpleegafdeling gaat.

Voeding

Op de dag van de operatie mag u nog niet eten en krijgt u vocht via een infuus. De dagen na de operatie (robot prostatectomie) wordt de inname van voedsel weer langzaam opgedreven.

Operatiewonde

De urine wordt afgevoerd via een katheter. U kunt één of twee wonddrains hebben om wond- en/of lymfevocht af te voeren.

Pijn

Na de operatie krijgt u pijnbestrijding. Geef op tijd aan dat u pijn heeft, zodat de pijn met medicatie onderdrukt kan worden.

Trombose

U krijgt na de operatie antitrombose spuitjes (Clexane®). Deze spuitjes dienen tot 4 weken na de operatie toegediend te worden. Meestal kan u dit zelf maar zo nodig kan ook de thuisverpleging hiervoor ingeschakeld worden.

Mobilisatie

U wordt dagelijks gestimuleerd om uit bed te komen.

Verblijf en verder verloop

U verblijft normaal gezien ongeveer 3 à 4 dagen in het ziekenhuis. De totale verblijfsduur is afhankelijk van de snelheid waarmee u herstelt. De hechtingen en de blaassonde sonde worden na 10 tot 14 dagen verwijderd.

Wat zijn de mogelijke complicaties?

Bij elke operatie kunnen er complicaties optreden. Deze treden niet noodzakelijk op, maar het is belangrijk dat u op de hoogte bent van mogelijke problemen na de operatie. Volgende complicaties kunnen mogelijk voorkomen:

  • Nabloeding waarvoor een heringreep of bijkomende interventie nodig kan zijn. Dit komt echter zeer zelden voor.
  • Bloeduitstorting met vorming van blauwe plekken in de buurt van het operatiegebied. Deze bloeduitstorting verdwijnt spontaan.
  • Beschadiging van omringende organen. Tijdens de operatie kunnen omringende organen geraakt worden (bijvoorbeeld de endeldarm). Naargelang de schade kan een bijkomende behandeling hiervoor nodig zijn. Dit komt zelden voor.
  • Schouderpijn. Door het inblazen van koolzuurgas in de buik kan er kort na de ingreep schouderpijn ontstaan. Dit verdwijnt normaal gezien spontaan na 24 tot 48 uur.
  • Wondinfectie
  • Trombose
  • Vernauwing in de plasbuis door littekenweefsel. Hierdoor kunnen plasklachten ontstaan zoals pijn bij het plassen, een zwakkere straal, bloed bij de urine en vaker plassen. Vaak kan deze vernauwing opgelost worden door een behandeling via de plasbuis.
  • Ophoping van lymfevocht in de buik, schaamstreek en/of benen. Hierdoor kan bijvoorbeeld een gezwollen bovenbeen ontstaan. Wanneer dit aanwezig blijft, zal een steunkous tot in de lies worden aangemeten en zal er gestart worden met lymfetherapie.

Onvrijwillig urineverlies ná de operatie (incontinentie)

De eerste weken nadat de katheter is verwijderd, is het heel normaal dat u last heeft van onvrijwillig urineverlies, vooral op drukverhogende momenten zoals hoesten, tillen of opstaan uit een stoel. In de meeste gevallen krijgt u steeds meer controle over het plassen en vermindert de incontinentie. Tot een jaar na de operatie kunt u nog verbetering verwachten.
 

Na een jaar kan er nog storend urineverlies zijn. Het percentage aan patiënten met aanhoudend storend urineverlies na 1 jaar is ongeveer 5 tot 10 procent. Dit wil zeggen dat 90 procent van de geopereerde patiënten droog zal zijn of af en toe een minimaal verlies heeft zich beperkt tot enkele druppels.
 
Het storend urineverlies kan vervolgens weer verholpen worden door een bijkomende behandeling zoals het plaatsen van een bandje onder de plasbuis of zelfs het plaatsen van een nieuwe sluitspier. De uroloog zal met u bekijken welke behandeling voor u het beste.

Erectieproblemen

Als de prostaat is verwijderd, is er geen zaadlozing meer mogelijk. Een erectiestoornis kan een tijdelijk of definitief gevolg zijn. De twee zenuwbundels die spontane erecties mogelijk maken lopen in de nabijheid van de prostaat naar de zwellichamen van de penis. Bij een prostaatverwijdering kunnen deze zenuwbundels beschadigd raken. Dan treden spontane erecties niet meer op. De penis zelf wordt niet beschadigd. Het bereiken van een hoogtepunt (orgasme) bij het vrijen is nog steeds mogelijk. Dat wordt mogelijk wel anders ervaren als voor de operatie.

 

Bent u voldoende hersteld van de operatie en heeft u nog steeds erectieproblemen?

Om een erectie op te wekken kunt u medicatie innemen of u kunt zichzelf een injectie toedienen. Overleg met uw arts wat voor u de beste methode is. In specifieke gevallen biedt een erectieprothese uitkomst. Uw arts kan u hierover meer vertellen.

 

Leefregels na een prostaatverwijdering

  • Pers niet hard bij ontlasting. Drink voldoende en eet voldoende fruit, groenten en vezelrijke voeding. In principe mag u alles drinken. Let wel op met koffie, thee en koolzuurhoudende dranken: deze kunnen de blaas prikkelen en het urineverlies verergeren. Blijf na de operatie voldoende drinken, idealiter twee liter per dag, tenzij uw behandelend arts u iets anders adviseert.
  • U gaat naar huis met een katheter. U krijgt van de afdeling informatie en materialen mee om op een goede manier met de katheter om te gaan. Neem contact op met de raadpleging urologie of de gespecialiseerd verpleegkundige als de urine via de katheter niet goed of helemaal niet afloopt. Het kan zijn dat u wat urine verliest naast de katheter. Dat urineverlies wordt veroorzaakt door blaaskrampen. Hier bestaat medicatie voor en indien u veel last heeft, zal de uroloog u dit voorschrijven. Ga niet in bad met de katheter, maar neem een douche.
  • Het kan zijn dat u met één of twee wonddrains naar huis gaat. De verpleegkundige van de afdeling legt u uit hoe u deze thuis kunt verzorgen, indien nodig kan de thuiszorg ingeschakeld worden.
  • Wacht bij pijnklachten niet te lang met het innemen van medicatie. Meestal zijn de pijnklachten echter minimaal en is er weinig nood aan extra pijnstilling.
  • Waarschuw de uroloog of de verpleegkundige als u koorts krijgt. Doe dit ook als de buikwondjes rood zijn en warm aanvoelen. De kans bestaat dat u een ontsteking heeft.
  • Vermijd na de operatie zware inspanningen en zwaar tillen. Na zo’n 6 weken kunt u dit geleidelijk weer opbouwen. Wandelen mag wel, maar ook dit moet u opbouwen.
  • U mag na 3 maanden voorzichtig weer gaan fietsen. In het begin kan dit nog wat gevoelig zijn en kan het aangenaam zijn een rokzadel te gebruiken. De zitknobbels dragen dan uw lichaamsgewicht waardoor u het gebied van de operatie niet belast.
  • Autorijden mag na de operatie als u zich goed voelt. Overleg eerst met de uroloog.
  • De eerste maanden na de operatie is het vaak niet aangenaam om een lange autorit of vliegreis te maken. U zit hierbij steeds in dezelfde houding. Regelmatig een “plaspauze” nemen met wat beweging is dan verstandig. De eerste 6 weken na de operatie worden lange autoritten en vliegreizen zelfs afgeraden omwille van het verhoogd risico op ontwikkelen van trombose.
  • Het is verstandig uw werkzaamheden niet eerder dan twee tot zes maanden na de operatie te hervatten. Niet alleen voor het lichamelijk herstel. U heeft ook tijd nodig om wat u heeft doorstaan psychisch te verwerken.
 
Laatst aangepast: 18 juni 2019
Auteur(s): Team urologische kanker