Voorwandherstel

In het UZA kan je terecht bij het team urogynaecologie voor voorwandherstel, een ingreep om de verzakking van de vagina te herstellen.

Maak een afspraak

Wat is voorwandherstel?

Wat is voorwandherstel?

Ongeveer 1 op de 5 vrouwen die zijn bevallen, heeft ooit een operatie nodig voor een verzakking van de vagina.

Een verzakking van de voorwand van de vagina ontstaat meestal doordat de stevige bindweefsellaag (fascia) tussen de vagina en de blaas verzwakt. Dit kan een gevoel van druk, zwelling of trekken in de vagina veroorzaken. Soms ontstaat er een voelbare of zichtbare uitstulping ter hoogte van de vagina.

Een voorwandverzakking kan ook klachten geven bij het plassen, zoals moeilijk kunnen plassen, een zwakke of onderbroken urinestraal, aandrang om te plassen of vaker moeten plassen.

Voorwandherstel is een operatie waarbij de verzwakte bindweefsellaag tussen de blaas en de vagina wordt hersteld. Zo krijgt de blaas opnieuw meer ondersteuning.

Waarom wordt voorwandherstel uitgevoerd?

Met voorwandherstel willen we de klachten van de verzakking verminderen of verhelpen. Daarnaast kan de ingreep de blaasfunctie verbeteren. Daarbij wordt geprobeerd de seksuele functie zo weinig mogelijk te beïnvloeden.

Behandeling / Verloop

Behandeling / Verloop

  1. 1
    • De ingreep kan plaatsvinden onder algemene of regionale verdoving. Jouw arts bespreekt met jou welke vorm van verdoving in jouw situatie het meest geschikt is.
    • Er wordt een insnede gemaakt in het midden van de voorste vaginawand, vanaf de ingang van de vagina tot vlak bij de top van de vagina.
    • De vaginale huid wordt losgemaakt van de onderliggende bindweefsellaag. De verzwakte fascia wordt vervolgens hersteld met oplosbare hechtingen. Afhankelijk van het gebruikte hechtmateriaal lossen deze hechtingen op in een periode van ongeveer 4 weken tot 5 maanden.
    • Soms wordt overtollige vaginale huid verwijderd. De vaginale huid wordt daarna gesloten met oplosbare hechtingen, die doorgaans na 4 tot 6 weken zijn opgelost.
    • Tijdens de ingreep wordt een cystoscopie uitgevoerd. Daarbij wordt met een camera in de blaas gekeken om na te gaan of de blaas er normaal uitziet en of de blaas of urineleiders tijdens de ingreep niet beschadigd zijn.
    • Aan het einde van de ingreep kan een vaginale tampon en een blaassonde worden geplaatst. Deze worden meestal binnen 24 uur verwijderd. De tampon werkt als een drukverband en helpt bloedverlies en bloeduitstortingen na de ingreep te beperken.

    Een voorwandherstel wordt regelmatig gecombineerd met andere ingrepen, zoals een hysterectomie, een achterwandherstel of een operatie voor urine-incontinentie.

  2. 2

    Wanneer je na de verdoving wakker wordt, heb je een infuus om vocht toe te dienen. Je hebt mogelijk ook een blaassonde. 

    De chirurg kan daarnaast een tampon in de vagina hebben geplaatst om bloedingen in het geopereerde gebied te beperken. Zowel de tampon als de blaassonde worden meestal binnen 24 uur na de ingreep verwijderd.

    Het is normaal dat je gedurende 4 tot 6 weken na de operatie een crèmeachtige vaginale afscheiding hebt. Dit komt door de hechtingen in de vagina. Naarmate de hechtingen oplossen, zal de afscheiding geleidelijk verminderen.
    Heeft de afscheiding een opvallende of onaangename geur? Neem dan contact op met je arts.

    Je kan vlak na de ingreep of ongeveer een week later wat bloederige afscheiding hebben. Het bloed is meestal dun en oud en kan bruin van kleur zijn. Dit is doorgaans een normaal onderdeel van het herstel.

  3. 3

    Voor een voorwandherstel worden in de literatuur succespercentages van 70 tot 90% beschreven.

    Toch kan een verzakking in de toekomst opnieuw ontstaan. Ook kan een ander deel van de vagina verzakken. In dat geval kan een nieuwe behandeling of operatie nodig zijn.

  4. 4

    Algemene complicaties

    Problemen door de verdoving
    Dankzij de moderne verdovingsmiddelen en bewakingsapparatuur zijn complicaties door de verdoving zeer zeldzaam.

    Bloeding
    Een ernstige bloeding waarvoor een bloedtransfusie nodig is, komt na vaginale chirurgie weinig voor (minder dan 1%).

    Infectie na de operatie
    Hoewel je vaak vlak voor de ingreep antibiotica krijgt en er tijdens de operatie steriel wordt gewerkt, blijft er een kleine kans op een infectie in de vagina of het bekken.

    Blaasontsteking (cystitis)
    Ongeveer 6% van de vrouwen krijgt na een operatie een blaasontsteking. Dit komt vaker voor wanneer er een blaassonde is gebruikt. Mogelijke klachten zijn een branderig of prikkend gevoel bij het plassen, vaker moeten plassen en soms bloed in de urine. Een blaasontsteking wordt meestal behandeld met antibiotica.

    Mogelijke complicaties na voorwandherstel

    Constipatie
    Verstopping komt vaak voor na een operatie. Jouw arts kan hiervoor een laxeermiddel voorschrijven. Voldoende drinken en vezelrijke voeding kunnen ook helpen.

    Pijn bij seksuele betrekkingen (dyspareunie)
    Sommige vrouwen ervaren na de ingreep pijn of ongemak bij seksuele betrekkingen. Hoewel we proberen dit te voorkomen, kan dit soms niet helemaal worden vermeden. Andere vrouwen ervaren net minder ongemak bij seksuele betrekkingen nadat de verzakking is behandeld.

    Letsel aan de blaas of urineleiders
    Tijdens de ingreep kan in zeldzame gevallen de blaas of een urineleider beschadigd raken. Als dit gebeurt, kan de beschadiging meestal tijdens de operatie worden hersteld.

    Urine-incontinentie
    Na een uitgebreid voorwandherstel kunnen sommige vrouwen last krijgen van stressincontinentie. Dat wil zeggen dat er urineverlies bestaat bij drukverhoging in de buik zoals bij hoesten, niezen of sporten. Dit komt doordat de knik in de plasbuis door het herstel kan verdwijnen. Zo nodig zijn er nadien behandelingen of ingrepen mogelijk om deze stressincontinentie te behandelen.

  5. 5
    • In de eerste periode na de operatie is het belangrijk om activiteiten te vermijden die veel druk op het geopereerde gebied veroorzaken. Vermijd daarom onder andere zwaar tillen, persen, intensief sporten of hevig hoesten.
    • Meteen na de ingreep zou je normaal gezien opnieuw korte wandelingen en andere lichte activiteiten moeten kunnen doen. Autorijden kan zodra je je voldoende fit voelt en veilig kan reageren in het verkeer.
    • De weefsels zijn ongeveer 3 maanden na de operatie volledig genezen en hebben dan hun maximale sterkte bereikt. Tot die tijd wordt aangeraden om voorzichtig te zijn met het tillen van gewichten van meer dan 10 kg.
    • Plan bij voorkeur 2 tot 6 weken herstel voordat je weer aan het werk gaat. Hoe lang je precies nodig hebt, hangt af van jouw type werk en van de ingreep die je hebt ondergaan. Jouw arts kan je hierover persoonlijk adviseren.
    • Wacht bij voorkeur 5 tot 6 weken voordat je opnieuw seksuele betrekkingen hebt. Sommige vrouwen ervaren meer comfort bij het gebruik van een glijmiddel. Glijmiddel is verkrijgbaar bij de apotheek en in de supermarkt.
Team

Onze zorgverleners staan voor je klaar

Hieronder vind je een overzicht van de zorgverleners die deel uitmaken van ons team en hun specifieke rol in de behandeling en ondersteuning van onze patiënten.

Artsen

Verpleegkundigen

Paramedici

Betrokken diensten

  • Team urogynaecologie van het UZA is een multidisciplinaire samenwerking tussen urologie en gynaecologie om urogynaecologische aandoeningen beter te behandelen.
Overige