Bijschildklierchirurgie

‎ 

Synoniemen

Parathyroïdectomie
Praktisch

Maak een afspraak

Hepatobiliaire, transplantatie en endocriene heelkunde

Niet beschikbaar
Route 131
Wat is een bijschildklier?

Wat is een bijschildklier?

Bijschildklieren zijn orgaantjes van 1-2mm, die in de hals gelegen zijn dichtbij de schildklier. De meeste mensen hebben er vier, maar er is variatie in ligging en aantal. 

De bijschildklieren produceren het bijschildklierhormoon (parathormoon), dat van belang is bij het regelen van de calciumhuishouding in het lichaam. 

Achter de schildklier en bijschildklieren liggen beiderzijds de stembandzenuwen (nervus recurrens) die ervoor zorgen dat de stembanden kunnen bewegen. 
 

Bijschildklieren
Wanneer is een bijschildklieringreep nodig ?

Wanneer is een bijschildklieringreep nodig ?

Er zijn verschillende redenen voor een bijschildklieroperatie.

Goedaardig gezwel

Er kan in één bijschildklier een goedaardig gezwel ontstaan: een bijschildklieradenoom, dat te veel bijschildklierhormoon produceert. Hierdoor is er te veel calcium in het bloed aanwezig. Dit kan leiden tot botontkalking, vorming van nierstenen, en hierdoor de calciumhuishouding ontregelt. 

Meerdere vergrote bijschildklieren

Als meerdere bijschildklieren vergroten, spreekt met over een hyperplasie. Dit komt regelmatig voor bij nierpatiënten, en bij genetische aandoeningen zoals MEN-1 syndroom. Wanneer dit aanleiding geeft tot klachten en/of symptomen, kunnen deze best gedeeltelijk verwijderd worden. 

Soorten bijschildklieroperaties

Afhankelijk van de reden tot een operatie zijn er verschillende soorten bijschildklieroperaties. Je chirurg bespreekt met jou waarom een operatie nodig is en welke operatie voor jou de beste behandeling is. 

  • Je hebt één vergrote bijschildklier

    Via een kleine incisie van +/-1.5cm wordt de bijschildklier verwijderd. De dag van de operatie wordt er een tracer bij jou ingespoten via de dienst nucleaire geneeskunde. Dit helpt ons om tijdens de ingreep de zieke bijschildklier gemakkelijker te vinden en vervolgens te verwijderen.
  • Je hebt verschillende vergrote bijschildklieren

    Via een incisie van een 5-tal cm worden alle bijschildklieren in de hals opgezocht. Vervolgens zullen er meerdere bijschildklieren verwijderd worden. De chirurg beslist hoeveel en welke bijschildklieren verwijderd moeten worden. In specifieke situaties kan er gekozen worden om alle bijschildklieren te verwijderen en een deel van de bijschildklieren terug in te planten ter hoogte van de arm. Dit type procedure wordt uitzonderlijk uitgevoerd.

Tijdens de ingreep worden er bloedafnames uitgevoerd om de daling van het bijschildklierhormoon op te volgen. Deze bloedafname wordt uitgevoerd ter hoogte van de voet waardoor je hier na de ingreep een verband kan terugvinden. 
De verwijderde bijschildklieren worden tijdens de ingreep opgestuurd voor microscopisch onderzoek. Dit ter bevestiging dat de correcte bijschildklier(en) is verwijderd. 

Verloop

Verloop van de ingreep

Voor je ingreep kom je eerst langs bij de chirurg en de anesthesist op de preoperatieve raadpleging. 
Zo nodig zullen er nog bijkomende onderzoeken worden ingepland (bloedafname, echo hals, CT-scan …). 
Hierna wordt de ingreep ingepland.  Een bijschildklieroperatie gebeurt onder volledige verdoving. 
 

  1. 1
    • De dag voor de operatie word je door onze planningsverantwoordelijke opgebeld om het precieze uur door te geven waarop wij je in het ziekenhuis verwachten. Kom op het afgesproken tijdstip naar het ziekenhuis.
    • Voor de ingreep moet je nuchter blijven. Dat betekent dat je minstens 6 uur voor de ingreep niets meer mag eten. Je mag heldere vloeistof drinken tot 2 uur voor de ingreep (bv. water, appelsap of thee zonder melk), tenzij de anesthesist je andere richtlijnen gaf. De anesthesist vertelt je op de peroperatieve raadpleging welke medicatie je de ochtend van de ingreep nog mag innemen.
    • Bekijk de checklist voor jouw opname thuis al via de onthaalbrochure ‘Welkom in het UZA’ of via de website. Zo vergeet je zeker niets mee te brengen naar het ziekenhuis.
    • Je wordt opgenomen op de verpleegafdeling Endocriene heelkunde (C1/route 14 of C3/route 18).
      • De operatiestreek wordt onthaard van de hals tot aan de tepellijn.
      • Je krijgt een operatieschortje en anti-trombosekousen aan. Mocht je nog anti-trombosekousen thuis hebben liggen, kan je deze best meenemen naar het ziekenhuis.
      • Probeer voor je vertrekt naar de operatiezaal nog te plassen.
  2. 2
    • In de operatiezaal wachten de verpleegkundige, de anesthesist en de chirurg jou op. Je wordt gevraagd om op de operatietafel te gaan liggen.
    • Voor je in slaap wordt gebracht, kijken wij samen met jou na of je comfortabel ligt. Tijdens de ingreep lig je met het hoofd zo ver mogelijk naar achteren.
    • De verpleegkundige legt de nodige monitoring aan en prikt infusen. De anesthesist zal je onder narcose brengen.
    • De hals wordt ontsmet. De chirurg begint aan de operatie.
    • Via een horizontale insnede (1.5cm of 5cm afhankelijk van het type ingreep) in een huidplooi van de hals worden één of meerdere bijschildklieren verwijderd.
    • De wonde wordt gehecht met een draad die op de 2de dag postoperatief wordt verwijderd om littekenvorming te voorkomen. De wonde wordt nadien opnieuw afgeplakt met hechtpleisters. Deze blijven ter plaatse tot aan de controle raadpleging.
    • Het weggenomen weefsel wordt door de patholoog onderzocht. Dit resultaat wordt nadien naar jou teruggekoppeld. Het resultaat is gekend een 10-tal dagen na de ingreep.
    • Je wordt wakker in de operatiezaal en wordt vervolgens naar de ontwaakzaal (recovery) gebracht.
    • Een observatieperiode van minimaal 2 uur zal plaatsvinden op de ontwaakzaal.
    • Hierna ga je terug naar je kamer.
  3. 3
    • Elke ochtend komen de zaalarts en de chirurg langs op de kamer.
    • Elke ochtend wordt er een bloedafname uitgevoerd ter controle van de bijschildklierfunctie. Zo nodig zal er calcium via het infuus of via tabletten worden voorgeschreven.
    • Pijn bij het slikken is de meest voorkomende klacht na de ingreep. Hiervoor krijg je een adequaat pijnbeleid.
    • Gemiddeld ben je 48u – 72u gehospitaliseerd na de ingreep.
    • Voor je het ziekenhuis verlaat zal de hechtingsdraad verwijderd worden en een nieuw verband worden aangebracht. Dat verband blijft ter plaatse tot de volgende controle-afspraak bij de chirurg.
  4. 4

    Bij ontslag krijg je een controle afspraak voor bloedafname en consultatie bij jouw chirurg mee naar huis. Tot aan de controle consultatie laat je het verband ter plekke. Alle medicatie wordt voorgeschreven op jouw identiteitskaart en kan je ophalen bij je apotheker.

Risico’s en complicaties

Risico’s en complicaties

Een bijschildklieroperatie is een veilige operatie met weinig complicaties en een vlot herstel. Bij elke operatie bestaat de kans op complicaties zoals trombose, longontsteking, wondinfectie …

  • Nabloeding
    Het risico op bloeding is laag (<1%) ,treedt meestal op in de eerste uren na de ingreep en ligt hoger bij patiënten dewelke bloedverdunners innemen. Dit geeft een blauwe verkleuring ter hoogte van de huid en een zwelling in de hals. Meestal stopt deze bloeding vanzelf en is er geen verdere behandeling nodig. In uitzonderlijke gevallen moet er een nieuwe operatie worden uitgevoerd om de bloeding te stelpen.
  • Letsels van de stembandzenuw
    Achter de schildklier loopt beiderzijds de zenuw naar de stembanden. Een letsel van de stembandzenuw komt zelden voor en is meestal van voorbijgaande aard. Het herstel neemt gewoonlijk enkele dagen tot weken in beslag. Intussen kan je heesheid ervaren. Ook als de stembandzenuw niet beschadigd is, kunnen er tijdelijk stemveranderingen optreden. Het risico op een tijdelijke stembandverlamming is 1 tot 3% met het risico op een permanente stembandverlamming van 0.5%. Door logopedie en stembandcorrectie kan de heesheid gedeeltelijk hersteld worden.
  • Tekort aan bijschildklierhormoon
    Dit is het meest voorkomende probleem na de ingreep. Door het verwijderen van één of meerdere bijschildklieren, ontstaat er een daling van het bijschildklierhormoon wat kan leiden tot een te laag calciumgehalte in het bloed. Er wordt dagelijks een controle bloedafname uitgevoerd om de bijschildklierfunctie en het calciumgehalte te controleren. Bij een te laag calcium is het soms nodig om tijdelijk calcium (via infuus of tabletten) in te nemen. Soms ook in combinatie met tabletten vitamine D. Klachten die je kan ervaren bij een te laag calciumgehalte zijn onder andere tintelingen in de vingers, 'voos' gevoel ter hoogte van de mondhoek en spierkrampen.
Team

Onze zorgverleners staan voor je klaar

Hieronder vind je een overzicht van de zorgverleners die deel uitmaken van ons team en hun specifieke rol in de behandeling en ondersteuning van onze patiënten.

Artsen

Betrokken diensten