Schouderartroscopie

We voeren een schouderartroscopie of kijkoperatie uit bij artrose, inklemmingssyndroom, kalk in de schouderpees en bicepsproblemen om een diagnose te stellen of een behandeling uit te voeren.

Synoniemen

Kijkoperatie van de schouder
Praktisch

Maak een afspraak

Orthopedie

Niet beschikbaar
Route 104
Wat is een schouderartroscopie?

Wat is een schouderartroscopie?

Bij een kijkoperatie van de schouder maakt de chirurg twee of drie kleine incisies in de schouder om de kijk- en werkinstrumenten in te brengen. Zo kan die het schoudergewricht en de subacromiale ruimte (ruimte tussen sleutelbeen en humeruskop) bekijken om een diagnose te stellen of een behandeling uit te voeren.

 

We verkiezen vaak een schouderartroscopie boven een open ingreep, omdat een kijkoperatie minder uitgebreid is, kleinere littekens achterlaat en sneller herstelt. Gewoonlijk voeren we de ingreep uit onder algemene narcose, eventueel aangevuld met een lokale verdoving (plexus), al dan niet met een katheter.

Werking schoudergewricht

Kijkoperatie schouder

De schouder is een kogelgewricht dat bestaat uit een grote bol (kop van de bovenarm of humeruskop) en een kom (glenoïd), die deel uitmaakt van het schouderblad. Het sleutelbeen vormt dan weer een gewricht met enerzijds het schouderblad en anderzijds het borstbeen.

 

Het schoudergewricht is bijzonder mobiel doordat het bestaat uit een grote bol op een kleine pan. Om de bol op de pan te houden zijn er een hele reeks van structuren nodig die bestaan uit de gewrichtsbanden (ligamenten) en het labrum. De spieren en de pe­zen rond de schouder zorgen voor de bewegelijkheid. De deltoidspier, de bicepsspier en de rotator cuff zijn de belangrijkste. Dit geheel complex vormt samen het gewricht en dient perfect synchronisch te werken om normaal te kunnen bewegen.

Behandeling / Verloop

Behandeling / Verloop schouderartroscopie

  1. 1

    Enkele weken voor de ingreep word je één dag in het ziekenhuis verwacht voor een aantal onderzoeken: 

     

    • Een uitgebreid bloedonderzoek

    • Een hartfilmpje (ECG) met – indien nodig – een aanvullend onderzoek door de cardioloog

    • Een RX-opname van je longen

    Op de preoperatieve raadpleging met de anesthesist bespreken we samen met jou de onderzoeksresultaten, het soort verdoving en postoperatieve pijntherapie. Nadien vragen we je om een toelating te tekenen voor de gekozen verdoving en de operatie. 

  2. 2

    Wat neem je mee voor jouw opname?

     

    • Jouw identiteitskaart 

    • Jouw bloedgroepkaart 

    • Formulieren voor de verzekering, ziekenfonds en/of arbeidsongeschiktheid voor jouw werkgever. 

    • Een lijst van de geneesmiddelen die je inneemt, waarop duidelijk staat vermeld hoeveel en op welk tijdstip je de medicatie inneemt. Breng voldoende medica­tie mee voor de duur van jouw opname. 

    • Dag- en nachtkleding: best vrijetijds- of sportkleding. 

    • Washandjes en handdoeken. 

    • Stevige schoenen of sportschoenen en gesloten pantoffels met een platte en schok dempende zool. Een lange schoenlepel is handig om zelf je schoenen of pantoffels aan te doen. 

    • Thrombexinekousen als je die hebt. 

    • Breng geen waardevolle voorwerpen mee. Een laptop en GSM bewaar je op eigen risico. 

  3. 3

    De ochtend van de ingreep nemen we je op in het ziekenhuis. Je moet de dag van de ingreep nuchter zijn. Dit betekent dat je vanaf middernacht niet meer mag eten of drinken, buiten een slokje water om eventueel (noodzakelijke) medicatie te nemen. Als je niet nuchter bent of te laat komt, wordt de ingreep mogelijks uitgesteld. 

     

    Wanneer je aankomt in het ziekenhuis, meld je jezelf eerst aan in de centrale inkomhal. De medewerkers van het onthaal wijzen je de weg naar de verpleegeenheid waar je verwacht wordt. Op de verpleegeenheid begeleidt een verpleegkundige je naar jouw kamer. Je krijgt een identificatiebandje rond je pols. Daarna overloopt de verpleegkundige samen met jou jouw medicatie en zegt je welke je de ochtend van de ingreep nog mag innemen. Stel gerust al jouw vragen.

     

     

    Voorbereidingen voor de ingreep

    • Indien nodig scheren we de operatiestreek

    • We markeren de te opereren schouder met een pijl.

    De verpleeg- of zorgkundige verwittigt je wanneer het tijd is om naar het operatiekwartier te vertrekken. Je krijgt een operatiehemd en TED kousen aan, en er wordt een checklist overlopen (nuchter, juwelen, tandprothese, make-up …). Daarna word je in jouw eigen bed naar het operatiekwartier gebracht.

     

    Eenmaal op het operatiekwartier wacht je in de voorbereidingszaal tot de OK-verpleegkundige je komt halen.

  4. 4

    In de operatiezaal prikken we een infuus. We kleven elektroden op je borst om jouw hartritme tijdens de operatie te registreren. Eventueel plaatsen we een katheter voor verdoving tijdens de ingreep en pijnstilling achteraf. De anesthesist brengt je daarna onder narcose.

     

    Tijdens de ingreep maakt de chirurg 3 tot 6 kleine incisies (insneden) in de schouder om de kijk- en werkinstrumenten in te brengen. Zo kan hij of zij het schoudergewricht en de subacromiale ruimte bekijken om een diagnose te stellen of een behandeling uit te voeren.

  5. 5

    Na de kijkoperatie word je wakker in de ontwaakzaal (recovery). Daar verblijf je enkele uren, afhankelijk van jouw algemene toestand. Zodra je wakker bent, is het nuttig dat je regelmatig diep in- en uitademt. Als je veel last hebt van hoesten en slijmvorming, dan kan de verpleegkundige de hulp van een kinesist inroepen.

     

    Wanneer je algemene toestand goed is, brengt de verpleegkundige van de afdeling orthopedie je weer naar jouw kamer. 

     

    Houd jouw schouder rustig in bed. Meestal wordt er ook een schouderdraagdoek aangelegd. Deze is enkel ter comfort en kan zelf uitgedaan worden (tenzij het om een peesherstel gaat). 

    Je kan voorzichtig starten met eten. Als jouw pijn onder controle is en je jezelf niet misselijk voelt, mag je diezelfde dag nog naar huis. Wanneer je een pijnkatheter hebt gekregen, blijft die gedurende 24u zitten en moet je een nachtje in het ziekenhuis blijven. 

  6. 6

    De risico’s van de ingreep zijn beperkt. Het grootste risico is – zoals bij alle operaties – een infectie. Die kans is minder dan 1%. 

    Een tweede, minder voorkomende complicatie, is tragere recuperatie van de arm na de lokale verdoving. Dit kan nog enkele dagen tintelingen veroorzaken.

Ontslag en nazorg

Je mag het ziekenhuis verlaten wanneer je:

 

  • Bepaalde bewegingen kan uitvoeren

  • Jouw pijn onder controle is

  • Je jezelf niet misselijk voelt

 

In overleg met jou beslist jouw behandelende arts over jouw ontslag. We streven naar een ontslag op dezelfde dag als de operatie. Wanneer dat niet lukt, mag je de dag erna voor 12u ’s middags naar huis.

Medische zorg na de ingreep

  • Bij jouw ontslag krijg je een voorschrift voor de medicijnen die ja na de ingreep moet nemen. 

  • Veertien dagen na de ingreep verwijdert jouw huisarts de hechtingen van de wonde. 

  • Kinesitherapie is essentieel. Je krijgt daarvoor een voorschrift mee op de raadpleging. 

  • Zes weken na de ingreep kom je op controle bij jouw behandelende arts. 

Hulp na jouw ontslag

Na jouw ontslag moet je beroep doen op jouw partner, familie of vrienden voor werkzaamheden in en rond jouw huis tot je voldoende hersteld bent. Wanneer dit niet mogelijk is, kunnen we voor of tijdens jouw opname professionele thuishulp voor jou aanvragen. Bedank dus voor jouw ontslag of je daarvan gebruik wil maken. 

 

Professionele thuishulp omvat: thuisverpleging, gezins- of bejaardenhulp, poetshulp of een dienst voor warme maaltijden. 

 

Na jouw ontslag volg je best ambulante revalidatie. Dit is mogelijk in het UZA. Verdere revalidatie in het UZA biedt een aantal voordelen: uitgebreide revalidatie, een vertrouwde omgeving, directe beschikbaarheid van jouw digitaal medisch dossier, een paramedisch team dat vertrouwd is met de pathologie, verdere medische opvolging door de revalidatiearts en jouw behandelend arts, een uitgebreide revali­datie-infrastructuur, evaluatiemogelijkheden voor jouw arbeidssituatie, hulp van de sociaal verpleegkundige i.v.m. de sociale reglementering. 

 

De revalidatie valt onder de gangbare RIZIV-nomenclatuur en terugbetalingsta­rieven. Wens je verder in het UZA te revalideren, dan kan je dit tijdens jouw opname met de kinesist of revalidatiearts afspreken. Kies je voor verder kinesitherapie in jouw naaste omgeving, vraag dan een kinévoorschrift aan jouw behandelend arts

Team

Onze zorgverleners staan voor je klaar

Hieronder vind je een overzicht van de zorgverleners die deel uitmaken van ons team en hun specifieke rol in de behandeling en ondersteuning van onze patiënten.

Diensthoofd

Artsen

Consulenten en geassocieerde artsen

Arts-specialisten in opleiding

Administratieve medewerkers

Wetenschappelijk medewerkers

Verpleegkundigen

Sociale dienst

Directie

Artsen

Consulenten en geassocieerde artsen

Administratieve medewerkers

Verpleegkundigen

Paramedici

Sociale dienst

Ondersteunende diensten

  • Op de dienst fysische revalidatie kom je terecht als je na een ongeluk, ziekte of medische ingreep problemen hebt gekregen met bewegen.
Overige

Veelgestelde vragen

Gemiddeld mag je 3 tot 6 weken na de operatie weer autorijden, afhankelijk van de ingrepen die tijdens de kijkoperatie zijn uitgevoerd. Het is belangrijk dat je alle nodige bewegingen veilig en soepel kunt maken.

In principe mag je pas onder een NMR-toestel 3 maanden na de operatiedatum. Als dit vroeger moet van jouw arts, wordt dit in overleg met de dienst NMR-MRI gedaan. 

Werkhervatting is afhankelijk van het soort werk je doet. Als je zittend werk doet, kan je na 3 à 6 weken terug gaan werken, op voorwaarde dat je aangepast vervoer hebt om op jouw werk te geraken. Indien je op jouw werk veel moet rondlopen of je zwaar fysiek werk uitvoert, dan kan je tot 3 maanden of langer werkonbekwaamheid moeten voorzien. 

De zwelling vermindert geleidelijk aan. Het is normaal dat ze pas na 6 maanden volledig verdwenen is.