Dikkedarmkanker en endeldarmkanker
In het UZA kan je terecht voor de diagnosestelling en behandeling van dikkedarmkanker en endeldarmkanker.
Synoniemen
Wat is dikkedarmkanker en endeldarmkanker?
Darmkanker ontstaat bijna altijd uit een poliep in de darmwand. Een poliep is een goedaardige tumor die kwaadaardig kan worden. Een kwaadaardig gezwel wordt kanker genoemd.
Darmkanker in de dikke darm kan ontstaan in alle delen van de dikke darm. Ongeveer 75% ontstaat in de laatste delen van de dikke darm.
Ongeveer een derde van alle tumoren in de dikke darm ontstaan in het allerlaatste deel: de endeldarm. Dit heet endeldarmkanker of rectumkanker. Bij endeldarmkanker kan het onderzoek en de behandeling anders zijn dan bij kanker in de andere delen van de dikke darm.
Groeiwijze en uitzaaiingen
Kanker kan uitzaaien, ook wel metastaseren genoemd. Rond de darmen zit een uitgebreid systeem van lymfevaten, lymfeklieren en bloedvaten. Groeit een tumor verder in de darmwand, dan wordt het risico groter dat kankercellen zich via lymfeklieren, lymfevaten of bloedvaten verder kunnen verspreiden in het lichaam.
Deze beginnen meestal in de lymfeklieren. Zo kunnen bijvoorbeeld de lever, de longen en het buikvlies worden aangetast.
Symptomen darmkanker
In het algemeen kunnende volgende klachten of symptomen voorkomen bij dikkedarmkanker:
- een vol gevoel
- een gebrek aan eetlust
- een verandering van het ontlastingspatroon
- winderigheid
- bloed of slijm in de stoelgang
- een darmobstructie
Daarnaast kunnen bijkomende symptomen van darmkanker optreden afhankelijk van de plaats van de tumor in de dikke darm.
Symptomen bij een tumor in het laatste deel van de dikke darm
In het laatste deel van de dikke darm (of de endeldarm of het rectum) is de ontlasting ingedikt. Volgende symptomen kunnen dan optreden:- verandering in de stoelgang
- zichtbaar bloed en/of slijm bij de ontlasting
- krampende buikpijn
- valse aandrang
Symptomen bij een tumor in het eerste deel van de dikke darm
In het begin van de dikke darm is de ontlasting nog dun. Zo kan de ontlasting de tumor makkelijk passeren.
Klachten ontstaan daardoor veel later dan bij een tumor in het laatste deel van de dikke darm. Volgende symptomen
kunnen dan optreden:- vermoeidheid en duizeligheid door bloedarmoede. Dit kan ontstaan door langdurig bloedverlies in de dikke darm. Hierdoor is de stoelgang donker en erg plakkerig.
- vage buikpijn
- er ontstaat een gevoelige plek in de buik. Bij het lichamelijk onderzoek kan de arts een zwelling voelen.
Deze symptomen kunnen ook met andere ziektes dan kanker te maken hebben. Heb jij deze symptomen, raadpleeg dan jouw huisarts.
Genezingskansen
De genezingskansen bij darmkanker hangen samen met het stadium van de ziekte. Toch zorgen nieuwe therapieën voor steeds betere overlevingskansen.
Oorzaken en risicofactoren
Diagnosestelling van dikkedarmkanker en endeldarmkanker
- 1
Verwijzing
- 2
Onderzoeken
- 3
Multidisciplinair overleg
De arts zal jou, in samenspraak met andere betrokken specialisten, een multidisciplinaire behandeling voor dikkedarmkanker of endeldarmkanker (rectumkanker) voorstellen.
Volgende aspecten bepalen mee de behandeling:- uit welke soort cellen de tumor is ontstaan;
- hoe kwaadaardig deze cellen zijn;
- wat het stadium van de ziekte is.
Het stadium geeft aan hoever de ziekte zich in het lichaam heeft uitgebreid. De arts stelt het stadium vast. Hij
onderzoekt hiervoor:- de plaats en grootte van de tumor
- of en hoever de tumor is doorgegroeid in het weefsel eromheen
- of er uitzaaiingen zijn in de lymfeklieren en/of organen ergens anders in het lichaam
Het soort cellen en hoe kwaadaardig deze zijn, wordt bepaald door een biopsie waarbij een stuk weefsel weggenomen
en onderzocht wordt door een patholoog. Pas na dit onderzoek wordt het stadium definitief vastgesteld.
Dit duurt ongeveer 10 werkdagen. Aan de hand van het stadium schat de arts vervolgens de vooruitzichten
in en bepaalt hij de behandeling.
Verschillende stadia
Bij dikkedarmkanker en endeldarmkanker zijn er 4 stadia:- stadium I: de tumor is beperkt tot het slijmvlies of de binnenste laag spierweefsel van de dikke darm.
- stadium II: de tumor is door de spierlaag van de darmwand heen gegroeid en eventueel in het weefsel eromheen.
- stadium III: er zijn uitzaaiingen in de lymfeklieren in de buurt van de tumor.
- stadium IV: er zijn uitzaaiingen in verder weg gelegen lymfeklieren en/of in andere organen of weefsels.
Jouw arts bespreekt jouw ziektegeschiedenis en jouw behandelplan met een team van gespecialiseerde artsen in
een multidisciplinair overleg (MOC). Dit behandelplan wordt bepaald op basis van nationale en internationale
richtlijnen en de volgende gegevens:- het stadium van de ziekte
- kenmerken van de tumor, bijvoorbeeld hoe kwaadaardig deze is
- de plaats van de tumor
- jouw lichamelijke conditie
- 4
Diagnose
Na het multidisciplinair oncologisch consult (MOC) krijg je zo snel mogelijk een afspraak tijdens de raadpleging. Je arts overlegt samen met jou het mogelijke behandelplan en legt uit wat je voor, tijdens en na de behandeling kan verwachten.
Behandeling van dikkedarmkanker en endeldarmkanker
Een behandeling kan gericht zijn op genezing, maar ook op het remmen van de ziekte. Jouw behandelend arts bekijkt samen met jou jouw situatie en mogelijkheden.
Curatieve behandeling
Is genezing het doel, dan is er sprake van een curatieve behandeling. Vaak wordt dit gecombineerd met een aanvullende behandeling.
- Neo-adjuvante behandeling: een aanvullende behandeling vóór een andere behandeling. Een voorbeeld hiervan is radiotherapie en chemotherapie om de tumor kleiner te maken vóór een operatie.
- Adjuvante behandeling: een aanvullende behandeling na een operatie. Een voorbeeld van een adjuvante behandeling is chemotherapie na een operatie om overgebleven kankercellen te doden.
Palliatieve behandeling
Is genezing niet (meer) mogelijk, dan kan je een palliatieve behandeling krijgen. Deze behandeling is gericht op het remmen van de ziekte en/of vermindering of het voorkomen van klachten. De palliatieve behandeling kan bestaat uit een operatie en /of bestraling.
Comfortbehandeling
Tijdens jouw ziekte kan jij of jouw arts de indruk hebben dat de behandeling of de gevolgen daarvan niet meer opwegen tegen de te verwachten resultaten. Twijfel je aan de zin van een (verdere) behandeling, dan kan je dit best bespreken met jouw behandelend arts of huisarts.
Iedereen heeft het recht om af te zien van (verdere) behandeling(en). Jouw arts blijft jou de medische zorg en begeleiding geven die nodig zijn om de gevolgen van jouw ziekte zo veel mogelijk te bestrijden.
- 1
Behandeling van dikkedarmkanker
De behandeling van dikkedarmkanker kan bestaan uit een endoscopische resectie, een operatie en chemotherapie.
- Endoscopische resectie van tumoren
Afwijkende poliepen kunnen in enkele gevallen endoscopisch verwijderd worden door een gastro-enteroloog met ervaring in specifieke endoscopische procedures.
De specialist beoordeelt dan of het zinvol en veilig is om deze poliep endoscopisch weg te nemen. We spreken van EMR (endoscopische mucosale resectie) of ESD (endoscopische submucosale dissectie). Deze technieken hebben als doel om de poliep volledig los te maken van de onderliggende spierlaag in de darmwand (die kan door het weg te snijden of met een lus weg te nemen) Deze dient nog steeds onderzocht te worden door de patholoog om na te gaan of het endoscopisch verwijderen voldoende was.Bij dikkedarmkanker is een operatie de hoeksteen van de behandeling. Vaak is een combinatie van behandelmethoden nodig, maar een operatie is essentieel.
Indien mogelijk verwijdert de arts de tumor. Meestal is dit een operatie die in opzet genezend is. De arts verwijdert
de tumor ruim, omdat er tijdens de operatie niet te zien is of er in het weefsel rondom de tumor ook kankercellen zitten. Dat wilt zeggen dat naast de tumor ook een deel van de gezonde darm en de
lymfeklieren, lymfevaten en bloedvaten die omheen de tumor liggen weggenomen worden. Ruim opereren vergroot de kans dat alle kankercellen weg zijn.Een patholoog onderzoekt het weggenomen weefsel onder de microscoop op aanwezigheid van kankercellen.
De uitslag van dit onderzoek geeft belangrijke informatie over het stadium van de ziekte. Hiermee bepaalt de arts bijvoorbeeld of verdere behandeling met chemotherapie nodig is. Nadat het dikke darmweefsel is verwijderd, hecht de arts de twee uiteinden van de dikke darm weer aan elkaar. Zo'n verbinding heeft een naad of anastomose. Indien nodig legt de arts een tijdelijke stoma aan.Bij dikkedarmoperaties hanteren we het kwaliteitsprogramma ERAS (Enhanced Recovery After Surgery). Dat wilt zeggen dat we zorgmaatregelen hanteren om jouw herstel na de operatie te verbeteren en te versnellen. Dit heeft als gevolg dat je na 1 à 3 dagen na de operatie naar huis kan. Thuis verder herstellen is vaak beter dan in het ziekenhuis omdat je in je eigen vertrouwde omgeving bent, wat zorgt voor meer comfort en rust.
- Chemotherapie als aanvullende behandeling
Na de operatie onderzoekt de patholoog het tumorweefsel. Hij kijkt daarbij ook naar de kenmerken van de
kankercellen. Is er een grote kans dat er kankercellen in het lichaam zijn achtergebleven, dan kan de arts aanvullende
chemotherapie geven om deze cellen te vernietigen. Chemotherapie kan ook gecombineerd worden met doelgerichte
therapie. De eventueel achtergebleven kankercellen (micrometastasen) zijn niet met het blote oog of door onderzoeken
te zien.
Aanvullende chemotherapie wordt vaak gegeven aan patiënten met een stadium III van dikkedarmkanker. Bij stadium
II adviseert de arts enkel aanvullende chemotherapie als er een grote kans is dat de ziekte terugkomt. Bijvoorbeeld
als de tumor is ingegroeid in de bloedvaten of lymfevaten. Soms kan de arts uitzaaiingen operatief verwijderen na een voorbehandeling met chemotherapie. - 2
Behandeling van endeldarmkanker
De behandeling van endeldarmkanker (rectumkanker) kan bestaan uit radiotherapie en/of chemotherapie, een endoscopische resectie en een operatie.
- Radiotherapie en/of chemotherapie
Bestraling is een onderdeel van een behandeling die in opzet genezend is, met als doel zoveel mogelijk kankercellen
te vernietigen en de overige kankercellen minder levensvatbaar te maken. De arts verkleint zo de kans op plaatselijke terugkeer van de kanker. Een bestraling voor de operatie is geen uitstel van de behandeling, maar een belangrijk onderdeel daarvan.
Bestraling of radiotherapie is een plaatselijke behandeling met röntgenstraling. Enkel het deel van uw lichaam
waar de tumor zit wordt bestraald. De bestraling kan bestaan uit een korte serie (5 bestralingen in 1 week) of
lange serie (5 bestralingen verspreidt over 5 tot 6 weken, 5 maal per week) bestralingen. De keuze hangt af
van:- of en hoever de tumor is doorgegroeid in het omliggende weefsel
- de plaats waar de tumor zit
- of er uitzaaiingen zijn in de lymfeklieren
- Endoscopische resectie van tumoren
Afwijkende poliepen kunnen in enkele gevallen endoscopisch verwijderd worden door een gastro-enteroloog met ervaring in specifieke endoscopische procedures.
De specialist beoordeelt dan of het zinvol en veilig is om deze poliep endoscopisch weg te nemen. We spreken van EMR (endoscopische mucosale resectie) of ESD (endoscopische submucosale dissectie). Deze technieken hebben als doel om de poliep volledig los te maken van de onderliggende spierlaag in de darmwand (die kan door het weg te snijden of met een lus weg te nemen) Deze dient nog steeds onderzocht te worden door de patholoog om na te gaan of het endoscopisch verwijderen voldoende was.Tijdens de operatie wordt de endeldarm en het omliggend vetweefsel verwijderd. Als de tumor nog ver genoeg van de sluitspier ligt, wordt de anus gespaard. Dit kan in de meeste gevallen dankzij onze moderne technieken. Maar als de tumor in of onder de sluitspier zit, dan moet deze noodgedwongen samen met de anus weggenomen worden, waardoor een definitieve stoma op de dikke darm nodig is.
- 3
Complicaties van een ingreep voor dikkedarmkanker en endeldarmkanker
Het wegnemen van de endeldarm is geen kleine ingreep. Meestal hebben de patiënten enkele dagen een maag- en blaassonde en worden ze rechtstreeks in de bloedbaan gevoed. De meeste patiënten hebben een katheter in de rug (epidurale katheter) voor de pijnbestrijding. De belangrijkste complicaties van heelkunde op de endeldarm zijn:
- Infectie van de wonde of een infectie of abces in de buik. Een abces kan voorkomen als er een laattijdig lek in de darmverbinding ontstaat. De meeste abcessen of lekken worden behandeld door een punctie onder de CT-scan zodat een nieuwe ingreep meestal niet nodig is. In uitzonderlijke gevallen moet de darmverbinding afgebroken worden met een nieuwe ingreep.
- Ernstige bloeding in het operatieveld: Dit komt zeer zelden voor.
- Plasproblemen en erectiestoornissen: Omdat de blaaszenuwen en de geslachtsorganen vlakbij de endeldarm lopen, kunnen na de operatie (soms tijdelijke) plasmoeilijkheden en erectiestoornissen optreden. De chirurg probeert deze zenuwen tijdens de ingreep te sparen, maar in sommige gevallen is dit jammer genoeg niet mogelijk.
- Longinfecties en tromboses: Na de ingreep ademen patiënten dikwijls oppervlakkiger en bewegen ze minder, met mogelijk longinfecties of trombosen als gevolg. Trombosen komen heel zelden voor dankzij de medicatietoediening.
- 4
Stoma na een ingreep
Na een ingreep voor dikkedarmkanker of endeldarmkanker kan een voorlopige of definitieve stoma nodig zijn. Tegenwoordig kun je goed leven met een stoma. Veel patiënten hoeven zelfs geen zakje meer te dragen.
Als de anus gespaard wordt, zal vaak toch een voorlopige stoma op de dunne darm aangelegd worden om de darmverbinding goed te laten genezen. Na zes weken tot drie maanden wordt het gesloten, tenzij na de operatie nog chemotherapie nodig is. In dat geval sluiten we de stoma pas na de therapie.
Als de anus tijdens de ingreep weggenomen werd, is een definitieve stoma op de dikke darm nodig is.
- 5
Nazorg
De nazorg van dikkedarmkanker en endeldarmkanker is multidisciplinair. Dat wilt zeggen dat verschillende specialisten ervoor zullen zorgen dat je de nazorg krijgt die jij specifiek nodig hebt.
Na de operatie en ontslag uit het ziekenhuis word je op de raadpleging heelkunde opgevolgd voor:
- de wondgenezing
- eventuele complicaties
- eventuele stomazorg
LARS (Lower Anterior Resection Syndrome): een verzamelnaam voor darmklachten die kunnen ontstaan na een ingreep ter hoogte van de endeldarm.
- Medische oncologie
Op de dienst oncologie word je ook verder opgevolgd. De oncoloog bespreekt met jou de resultaten en zal als nazorg regelmatig scans en bloednames doen.
- 6
Uitzaaiingen
Heb je één of enkele uitzaaiingen in de lever, de longen of het buikvlies, dan bestaan er behandelingen die in
opzet genezend zijn:Bij uitzaaiingen in de lever:
- RFA (Radio Frequency Ablation), MWA (Microwave Ablation)
- Elektroporatie of IRE (Irreversible Electroporation)
- SIRT (Selectieve Interne RadioTherapie)
- Stereotactische bestraling
- Operatief verwijderen
Bij uitzaaiingen in de longen:
- Operatief verwijderen
- Stereotactische bestraling
Bij uitzaaiingen in het buikvlies:
- HIPEC (Hypertherme IntraPEritoneale Chemotherapie)
De specialist bespreekt met jou de mogelijkheden.
Onze zorgverleners staan voor je klaar
Verpleegkundigen
Paramedici
Veelgestelde vragen over darmkanker
Hoe snel krijg je darmkanker?
Darmkanker (ook wel colorectale kanker genoemd) ontstaat meestal langzaam, over een periode van meerdere jaren. In veel gevallen begint het met een goedaardige poliep in de darm, die geleidelijk kan veranderen.
Hoe snel darmkanker zich ontwikkelt, verschilt van persoon tot persoon en hangt onder andere af van:
- erfelijke aanleg of familiale belasting
- leefstijlfactoren (zoals voeding, roken en beweging)
- de aanwezigheid en het type van poliepen
Bij sommige mensen verloopt dit proces trager, bij anderen iets sneller. Daarom is regelmatige controle belangrijk.
Vroege opsporing biedt veel kansen. In België wordt screening georganiseerd via de stoelgangstest (iFOBT) vanaf 50 jaar, waarmee kleine hoeveelheden bloed in de stoelgang kunnen worden opgespoord. Bij een afwijkend resultaat of bij een verhoogd risico (bijvoorbeeld door familieleden met darmkanker) wordt een coloscopie aanbevolen.
Wat is de overlevingskans van darmkanker?
De overlevingskans van darmkanker (colorectale kanker) hangt sterk af van het stadium waarin de ziekte wordt ontdekt. Hoe vroeger darmkanker wordt vastgesteld, hoe groter de kans op een succesvolle behandeling en genezing.
We onderscheiden vier stadia:
| Stadium 1 De kanker is beperkt tot de binnenwand van de darm. | De kans op genezing is zeer groot na een operatie. |
| Stadium 2 De tumor groeit dieper in de darmwand, maar er zijn geen aangetaste lymfeklieren. | De kans op genezing is zeer groot na een operatie. |
| Stadium 3 Er zijn uitzaaiingen naar de nabijgelegen lymfeklieren. | Met een combinatie van chirurgie en eventueel chemotherapie blijft genezing in veel gevallen het doel. |
| Stadium 4 De kanker heeft zich verspreid naar andere organen, zoals de lever of longen. | Ook in dit stadium zijn er behandelingsmogelijkheden. Bij een beperkt aantal uitzaaiingen (bijvoorbeeld in één orgaan, stadium 4A) kan een gerichte behandeling, zoals een operatie of lokale therapie, de overlevingskansen duidelijk verbeteren en in sommige gevallen alsnog tot genezing leiden. |
Vroege opsporing is dus van groot belang. Hoe eerder darmkanker wordt ontdekt, hoe groter de kans op een behandeling met genezend doel. Daarom is deelname aan het bevolkingsonderzoek (stoelgangstest of iFOBT vanaf 50 jaar) sterk aanbevolen.
Op welke leeftijd krijg je darmkanker?
Darmkanker (colorectale kanker) komt het meest voor bij mensen boven de 50 jaar. Daarom start het bevolkingsonderzoek in België vanaf die leeftijd.
Toch zien we de laatste jaren dat darmkanker ook vaker voorkomt bij jongere mensen. Ongeveer 1 op de 7 patiënten is jonger dan 50 jaar bij diagnose .
Deze zogenaamde “vroeg optredende darmkanker” neemt wereldwijd toe, al blijft het risico op jongere leeftijd nog steeds lager dan op oudere leeftijd.
De leeftijd waarop iemand darmkanker krijgt, hangt af van verschillende factoren:
- leeftijd (risico stijgt met de jaren)
- familiale aanleg of erfelijke syndromen
- leefstijl (zoals voeding, beweging, roken en alcohol)
- onderliggende aandoeningen of risicofactoren
Omdat darmkanker ook bij jongere mensen voorkomt, is het belangrijk om klachten ernstig te nemen, ongeacht de leeftijd. Typische alarmsymptomen zijn bloed bij de stoelgang, verandering in stoelgangspatroon of onverklaard gewichtsverlies.
Vroege opsporing blijft essentieel. Daarom wordt screening aanbevolen vanaf 50 jaar via de stoelgangstest (iFOBT). Bij een verhoogd risico, bijvoorbeeld door familiale belasting, kan een coloscopie op jongere leeftijd aangewezen zijn.
Wat zijn symptomen van darmkanker bij mannen?
De symptomen van darmkanker (colorectale kanker) zijn bij mannen en vrouwen grotendeels gelijkaardig. Het is belangrijk om veranderingen tijdig te herkennen en te bespreken met een arts.
De meest voorkomende symptomen zijn:
- Bloed bij de stoelgang (anaal bloedverlies)
- Plotse verandering in het stoelgangspatroon (bijvoorbeeld diarree, constipatie of afwisseling van beide)
- Ongewild gewichtsverlies
Daarnaast kunnen ook volgende klachten voorkomen:
- Buikpijn of een opgeblazen gevoel
- Het gevoel dat de darm niet volledig leeg is na stoelgang
- Aanhoudende aandrang om naar het toilet te gaan
- Bloedarmoede (ijzertekort), soms zonder duidelijke klachten maar merkbaar via vermoeidheid of kortademigheid
Deze klachten kunnen ook andere, vaak onschuldige oorzaken hebben (zoals aambeien), maar het is belangrijk om ze niet te negeren, zeker als ze aanhouden.
Vroege opsporing speelt een belangrijke rol. In België wordt screening aangeboden via de stoelgangstest (iFOBT) vanaf 50 jaar. Bij afwijkingen of aanhoudende klachten kan een coloscopie nodig zijn.
Wat zijn de symptomen van darmkanker bij vrouwen?
De symptomen van darmkanker (colorectale kanker) zijn bij vrouwen en mannen grotendeels gelijkaardig. Het is belangrijk om veranderingen tijdig te herkennen en te bespreken met een arts.
De meest voorkomende symptomen zijn:
- Bloed bij de stoelgang (anaal bloedverlies)
- Plotse verandering in het stoelgangspatroon (zoals diarree, constipatie of afwisseling van beide)
- Ongewild gewichtsverlies
Daarnaast kunnen ook volgende klachten voorkomen:
- Buikpijn of een opgeblazen gevoel
- Het gevoel dat de darm niet volledig leeg is na stoelgang
- Aanhoudende aandrang om naar het toilet te gaan
- Bloedarmoede (ijzertekort), wat zich kan uiten als vermoeidheid of kortademigheid
Bij vrouwen kan bloedarmoede soms minder snel opvallen, bijvoorbeeld wanneer dit wordt toegeschreven aan menstruatie. Daarom is het belangrijk om bij aanhoudende klachten verder onderzoek te overwegen.
Vroege opsporing is essentieel. In België gebeurt screening via de stoelgangstest (iFOBT) vanaf 50 jaar. Bij afwijkingen of verhoogd risico kan een coloscopie aangewezen zijn.
Hoe snel zaait darmkanker uit?
Darmkanker (ook wel colorectale kanker genoemd) ontwikkelt zich meestal geleidelijk. Vaak ontstaat de ziekte uit een goedaardige poliep in de darm, die over meerdere jaren kan evolueren. Ook het proces van uitzaaiingen (metastasen) verloopt doorgaans stap voor stap.
Wanneer darmkanker zich verder ontwikkelt, gebeurt de verspreiding meestal eerst via de lymfeklieren en nadien via de bloedbaan. De meest voorkomende plaatsen waar darmkanker zich kan vestigen zijn de lever en de longen. Daarom wordt bij de diagnose een CT-scan van de borstkas en de buik uitgevoerd om dit zorgvuldig in kaart te brengen.
Het tempo waarin darmkanker zich verspreidt, verschilt van persoon tot persoon en hangt onder andere af van:
- het type en de eigenschappen van de tumor
- het stadium waarin de kanker wordt ontdekt
- de algemene gezondheid
Bij veel patiënten blijft de ziekte lange tijd beperkt tot de darm. Dat biedt belangrijke kansen voor een gerichte en succesvolle behandeling.
Vroege opsporing speelt hierbij een grote rol. In België gebeurt dit via de stoelgangstest (iFOBT) vanaf 50 jaar. Voor mensen met familiale belasting kan een coloscopie aangewezen zijn. Bespreek dit met jouw huisarts, gastro-enteroloog of colorectaal chirurg.
Wat zijn de symptomen van uitgezaaide darmkanker?
Wanneer darmkanker (colorectale kanker) uitzaait, betekent dit dat de ziekte zich heeft verspreid naar andere organen, meestal de lever of de longen. De klachten kunnen variëren, en in sommige gevallen zijn er in het begin weinig tot geen symptomen.
Mogelijke symptomen van uitgezaaide darmkanker zijn:
- Vermoeidheid
- Ongewild gewichtsverlies
- Verminderde eetlust
Afhankelijk van waar de uitzaaiingen zich bevinden, kunnen ook meer specifieke klachten optreden:
Bij uitzaaiingen in de lever:
- pijn of een drukkend gevoel rechts boven in de buik
- een opgeblazen gevoel
- in meer uitgesproken gevallen: geelzucht (icterus)
Bij uitzaaiingen in de longen:
- aanhoudende hoest
- kortademigheid
In veel gevallen worden uitzaaiingen echter ontdekt via beeldvorming (zoals een CT-scan) nog vóór er duidelijke klachten zijn.
Belangrijk om te weten is dat ook bij uitgezaaide darmkanker vaak nog verschillende behandelingsmogelijkheden bestaan. Bij een beperkt aantal uitzaaiingen (bijvoorbeeld enkel in de lever) kan een gerichte behandeling, zoals chirurgie of lokale therapie, de prognose aanzienlijk verbeteren.
Daarnaast is er in UZA toegang tot innovatieve behandelingen en klinische studies, waardoor steeds meer patiënten in aanmerking komen voor een behandeling op maat.
Klinische studies
Elk jaar nemen er in het UZA heel wat patiënten deel aan klinisch onderzoek via de dienst waar ze behandeld worden. Zij worden door hun arts gevraagd om hieraan eventueel deel te nemen. Soms zijn er echter ook studies waarvoor gezonde vrijwilligers gezocht worden.





