Gliomen
Gliale hersentumoren ontstaan in het steunweefsel van de hersenen en variëren van langzaam groeiend tot zeer agressief en kwaadaardig.
Synoniemen
Wat is een glioom?
Gliomen zijn tumoren die ontstaan uit de ondersteunende cellen van de hersenen, de zogenaamde gliacellen. Ze vormen ongeveer 30% van alle hersentumoren en ongeveer 80% van alle kwaadaardige hersentumoren.
Er bestaan drie belangrijke types:
- Oligodendroglioom
- Astrocytoom
- Glioblastoom
Deze tumoren verschillen in groeisnelheid, behandeling en prognose. Tegenwoordig wordt niet alleen gekeken naar hoe de tumor er onder de miscroop uitziet, maar ook naar specifieke genetische kenmerken van de tumor. Deze kenmerken helpen bij het bepalen van de prognose en de behandeling.
Soorten
Gliomen worden ingedeeld op basis van hun microscopische en moleculaire samenstelling volgens de WHO-classificatie, die de agressiviteit uitdrukt van graad I tot en met graad IV. De belangrijkste typen gliomen zijn:
Oorzaken en risicofactoren
Voor de meeste patiënten is niet duidelijk waarom een glioom ontstaat. Onderzoekers hebben verschillende mogelijke omgevingsfactoren onderzocht, zoals:
- mobiele telefoons
- pesticiden
- oplosmiddelen
- andere vormen vaniet-ioniserende straling
Tot op heden is er geen overtuigend wetenschappelijk bewijs dat deze factoren zoals bijvoorbeeld het gebruik van mobiele telefoons, het risico op een glioom verhoogt.
Slechts een zeer klein aantal gliomen is erfleijk en komt voor in het kader van zeldzame genetische aandoeningen.
Symptomen
De symptomen zijn erg afhankelijk van de grootte en de locatie van de tumor.
Symptomen op korte termijn:
- Hoofdpijn, vooral 's ochtends.
- Misselijkheid en braken.
- Epileptische aanvallen.
- Veranderingen in zicht of gehoor.
- Balans- en coördinatieproblemen.
Symptomen op lange termijn:
- Persoonlijkheidsveranderingen
- Geheugenverlies
- Krachtsverlies of verlamming aan één zijde van het lichaam
- Mogelijk blijvende neurologische schade of invaliditeit, afhankelijk van de locatie en behandeling van de tumor
Prevalentie
Het exacte ontstaan en de oorzaken van gliomen zijn grotendeels onbekend. Er is geen bewezen verband met omgevingsfactoren zoals voeding, roken, alcohol of mobiele telefoons. Gliomen komen bij mannen en vrouwen ongeveer even vaak voor, met een piekincidentie in de leeftijdsgroepen 30-40 en 50-60 jaar, hoewel variatie mogelijk is.
Levensverwachting
De levensverwachting bij gliomen varieert sterk, afhankelijk van het type en de gradatie van de tumor. Hooggradige gliomen hebben een slechte prognose, met een overleving van enkele maanden tot enkele jaren.
Diagnosestelling
De belangrijkste onderzoeken zijn:
Klinisch neurologisch onderzoek om de symptomen te beoordelen.
MRI-onderzoek
- Een MRI-scan met contactvloeistof geeft gedetailleerde beelden van de hersenen en de tumor.
Weefselonderzoek
- Om het exacte type tumor vast te stellen is meestal een operatie of biopsie nodig. Het weggenomen weefsel wordt onderzocht onder de microscoop en er worden moleculaire testen op uitgevoerd zoals bijvoorbeeld IDH1 mutaties.
PET-scan
- Bij sommige patiënten kan een gespecialiseerde PET-scan (FET-PET) bijkomende informatie geven over de activiteit van de tumor.
Deze diagnostiek is belangrijk voor een succesvolle en gepersonaliseerde behandeling.
Behandeling
Oligodendroglioom
Operatie
De eerste behandeling is meestal een operatie. De neurochirurg probeert zoveel mogelijk tumorweefsel te verwijderen. Het voorkomen van blijvende neurologische schade heeft daarbij altijd voorrang.
Bestraling
Sommige patiënten krijgen na de operatie radiotherapie (bestraling). Hoewel bestraling zeer doeltreffend kan zijn, kan ze op lange termijn soms invloed hebben op geheugen, concentratie en andere cognitieve functies.
Chemotherapie
Chemotherapie kan worden aanbevolen na bestraling. De meest gebruikte behandeling is een combinatie van drie geneesmiddelen (PCV-schema). In sommige situaties wordt gekozen voor temozolomide.
Actieve opvolging ("watch and scan")
Bij geselecteerde patiënten met een laag risico kan men ervoor kiezen om voorlopig niet verder te behandelen.
Voorwaarden zijn onder andere:
- Volledige verwijdering van de tumor
- Jonge leeftijd
- Geen neurologische klachten
De patiënt wordt dan nauwkeurig opgevolgd met regelmatige MRI-scans.
Nieuwe behandeling: Vorasidenib
Voor sommige patiënten met een langzaam groeiend oligodendroglioom met een IDH mutatie, kan een doelgerichte behandeling met vorasidenib overwogen worden. Dit geneesmiddel kan de groei van de tumor vertragen en het uitstellen van bestraling of chemotherapie mogelijk maken.
Astrocytoom
Operatie
De behandeling start meestal met een operatie.
Bestraling
Na de operatie wordt vaak radiotherapie gegeven.
Chemotherapie
Afhankelijk van de graad van de tumor kan chemotherapie worden toegevoegd.
Bij graad 2 wordt vaak het PCV-schema gebruikt.
Bij graad 3 en 4 wordt meestal temozolomide gebruikt.
Actieve opvolging
Bij sommige patiënten met een gunstige prognose kan de behandeling tijdelijk worden uitgesteld, met nauwgezette opvolging via MRI-scans.
Vorasidenib
Bij bepaalde patiënten met een laaggradig astrocytoom kan vorasidenib een bijkomende behandelingsoptie zijn.
Glioblastoom
Operatie
Indien mogelijk wordt eerst zoveel mogelijk tumorweefsel verwijderd.
Radiotherapie en chemotherapie
Na de operatie volgt meestal een combinatie van:
- Radiotherapie
- Chemotherapie met temozolomide
Bepaalde genetische kenmerken van de tumor, zoals MGMT methylering, kunnen invloed hebben op de verwachte werkzaamheid van chemotherapie.
Dit is momenteel de standaardbehandeling.
Oudere of kwetsbare patiënten
Bij oudere patiënten of patiënten met een verminderde algemene conditie wordt de behandeling aangepast aan de verwachte voordelen en mogelijke belasting van de behandeling.
Soms wordt gekozen voor:
- Alleen bestraling
- Alleen chemotherapie
- Een combinatie van beide
Opvolging
Na de behandeling wordt doorgaans elke drie maanden een MRI-scan uitgevoerd.
Klinische studies
Elk jaar nemen er in het UZA heel wat patiënten deel aan klinisch onderzoek via de dienst waar ze behandeld worden. Zij worden door hun arts gevraagd om hieraan eventueel deel te nemen. Soms zijn er echter ook studies waarvoor gezonde vrijwilligers gezocht worden.