Pancreaskanker: chirurgisch zorgtraject

Pancreaskanker is een zeldzame en complexe kanker. Wanneer een operatie deel uitmaakt van uw zorgtraject, gebeurt deze steeds in een erkend referentiecentrum zoals het UZA. 

Lees hier wat u voor, tijdens en na een operatie bij pancreaskanker kunt verwachten.
 

UZA als referentiecentrum voor complexe pancreaschirurgie

Het UZA is door het RIVIZ erkend als referentiecentum voor pancreaschirurgie. Jaarlijks worden er meer dan 100 pancreasoperaties uitgevoerd.

Het UZA heeft jarenlange ervaring in de chirurgische behandeling van tumoren rond pancreas en voldoet aan de criteria en kwaliteitsnormen om u daarbij de bestezorg te bieden.

Patiënten met een tumor rond de pancreas kunnen in het UZA een operatie ondergaan. Afhankelijk van de aard van de tumor bepaalt de arts welke ingreep het meest geschikt is: open chirurgie, een kijkoperatie of robotchirurgie.

Bij voorkeur wordt de ingreep via een kijkoperatie m.b.v. de Da Vinci-robot uitgevoerd. Soms is robotchirurgie niet mogelijk door de grootte van de tumor, betrokken bloedvaten, ... Dan gebeurt de ingreep via een klassieke insnede.

Van diagnose tot behandelplan

Bij een vermoeden van pancreaskanker (alvleeskanker) is het doel om binnen een zo kort mogelijke termijn de diagnose te stellen, uw situatie in kaart te brengen, en tot een behandelplan te komen.

Neem contact op met ons multidisciplinair zorgteam via onderstaande gegevens:

Telefoon: 03/821.48.00              

E-mail: pancreas-slokdarm [at] uza [dot] be

Diagnose en verwijzing

Via uw huisarts

Als de huisarts op basis van uw klachten en lichamelijk onderzoek pancreaskanker (alvleesklierkanker) vermoedt, kan hij u rechtstreeks naar het UZA verwijzen via bovenstaande contactgegevens. Ons multidisciplinair zorgteam herhaalt het lichamelijk onderzoek, stelt de diagnose en doet uitgebreid onderzoek. We brengen de tumor in kaart, bepalen het soort kanker en het stadium.

Via uw lokale ziekenhuis 

Als de gastro-enteroloog in uw lokale ziekenhuis pancreaskanker (alvleesklierkanker) vermoedt, worden er in uw lokale ziekenhuis verdere onderzoeken uitgevoerd om de tumor in kaart te brengen en het soort kanker en het stadium te bepalen.

Als u in aanmerking komt voor chirurgie, bespreekt uw gastro-enteroloog uw dossier binnen een multidisciplinair overleg in het lokale ziekenhuis. Na deze bespreking meldt hij u aan in het UZA via bovenstaande contactgegevens.

Second opinion

U kunt via bovenstaande contactgegevens ook zelf een tweede advies of second opinion aanvragen in het UZA. Dit is een aanvulling op de eerste diagnose en kan zowel u als uw arts helpen om een goede beslissing te nemen over uw behandeling.

Multidisciplinair overleg

Als uw dossier volledig is en er geen bijkomende onderzoeken nodig zijn, bespreken we in het UZA uw dossier binnen de week op de eerstvolgende wekelijkse multidisciplinaire teamvergadering (‘Multidisciplinair Oncologisch Consult’ of MOC, maandag 17 uur).

Op dit overleg bespreken de betrokken artsen uw mogelijk behandelplan. Uw arts zal altijd met u overleggen over de diverse mogelijkheden en behandelingen.

Er zijn drie scenario’s:

  • De tumor kan chirurgisch verwijderd worden (met eventueel een nabehandeling van chemotherapie). De operatie vindt plaats in het UZA.
  • De tumor is in eerste instantie moeilijk operabel, maar indien hij goed reageert op de voorbehandeling (chemotherapie), kan hij toch nog chirurgisch verwijderd worden. De voorbehandeling kan in overleg met uw lokale ziekenhuis georganiseerd worden.
  • De tumor is uitgezaaid en een operatie is niet zinvol (uitzondering hierop zijn sommige neuro-endocrine tumoren). In dit geval verwijzen we u door naar de oncoloog voor eventuele chemotherapie. Deze behandeling kan in overleg met uw lokale ziekenhuis georganiseerd worden.

Raadpleging

Na het multidisciplinair oncologisch consult (MOC) krijgt u zo snel mogelijk een afspraak tijdens de raadpleging. Uw arts overlegt samen met u het mogelijke behandelplan en legt uit wat u voor, tijdens en na uw behandeling kunt verwachten.

Tijdens de raadpleging kunnen we u ook in contact brengen met onze verpleegkundige trajectbegeleider. Zij begeleiden u doorheen uw volledige traject en zijn de schakel tussen u en uw begeleidende arts. U kunt bij hen terecht voor psychosociale ondersteuning, informatie en een luisterend oor.

Chirurgie

Als de tumor operatief verwijderd kan worden, plannen we de operatie in. Tenzij u eerst een voorbehandeling moet ondergaan. In dat geval plannen we de operatie in nadat de voorbehandeling een gunstig effect op de tumor heeft gehad. De operatie vindt plaats in het UZA en er is geen wachtlijst.

Verloop van een pancreasingreep

Preoperatieve raadpleging

Voor uw ingreep komt u eerst nog langs bij de chirurg en de anesthesist op de preoperatieve raadpleging.
 
Denk ook voor uw ingreep al na over uw thuissituatie. Na uw ontslag uit het ziekenhuis zal u, zeker de eerste dagen, nood hebben aan iemand die u thuis kan helpen en begeleiden. Als u niet kan rekenen op een partner of mantelzorger, kan onze dienst patiëntenbegeleiding een verblijf in een verzorgingsinstelling organiseren. Neem dan zo snel mogelijk contact op met de dienst patiëntenbegeleiding.
  

Voor de ingreep

U wordt 1 à 2 dagen voor de ingreep op de dienst hepatobiliaire en pancreaschirurgie (C1) opgenomen. De zaalarts en/of verpleging bespreekt samen met u de ingreep. Tijdens uw opname maakt u ook kennis met de anesthesist en de kinesist die u na de operatie zal begeleiden. Als u nog bijkomende vragen heeft, kunt u altijd terecht bij uw behandelend chirurg.

Functietesten

De pancreas heeft twee belangrijke functies:

  • de endocriene functie: het suikergehalte in het bloed regelen door insuline vrij te stellen in het bloed.
  • de exocriene functie: verteringssappen aanmaken die via de pancreas in de twaalfvingerige darm worden afgegeven. Deze verteringssappen spelen een belangrijke rol bij de vertering van vetstoffen.

Indien u een pancreaticoduodenectomie of Whipple-operatie zal ondergaan, worden beide functies getest vóór de ingreep d.m.v. een Orale Glucose Tolerantie Test (OGTT) en een Mengtriglyceridetest of MTG. Voor beide testen moet u nuchter zijn (niet eten of drinken vanaf 6 uur voor het onderzoek, enkel water drinken is toegestaan). Indien u een ingreep van de pancreasstaart zal ondergaan, wordt enkel de Orale Glucose Tolerantie Test (OGTT) uitgevoerd.

De ingreep zelf

De Whipple-operatie of pancreaticoduodenectomie is de meest gebruikelijke ingreep bij pancreaskanker in de pancreaskop. Hierbij worden de alvleesklier- of pancreaskop, samen met de twaalfvingerige darm (duodenum), de galweg en de galblaas en soms ook een deel van de maag operatief weggenomen.

Als de tumor zich op een andere plaats in de pancreas bevindt, bijvoorbeeld in het pancreaslichaam of de pancreasstaart, kunnen we volgende operaties uitvoeren:

  • Bij een pancreasstaartresectie wordt de staart van de pancreas, soms een deel van het pancreaslichaam en vaak ook de milt verwijderd.
  • Bij een totale pancreatectomie wordt de gehele pancreas of alvleesklier verwijderd.

Na de ingreep

U wordt wakker op de ontwaakzaal (PACU) of op intensieve zorgen, waar uw vitale parameters intensief worden opgevolgd. De dag na de ingreep starten we al met voeding, via een katheter. Het pijnteam monitort uw toestand en kan uw pijn dankzij een pijnpomp goed onder controle houden. Uw behandelend chirurg volgt u tijdens uw verblijf op intensieve zorgen of PACU steeds op, ook tijdens het weekend.

Na uw verblijf op intensieve zorgen wordt u overgebracht naar de afdeling hepatobiliaire en pancreasheelkunde (C1), waar u ongeveer twee weken verblijft (tenzij er complicaties optreden). Tijdens uw verblijf in het UZA krijgt u enkele belangrijke richtlijnen voor een aangepaste levensstijl mee. Zo krijgt u van de diëtist aangepast voedingsadvies na uw pancreasoperatie. Samen met uw kinesist start u na de operatie met een gepast revalidatieprogramma.

Mogelijke complicaties

De verbinding tussen de pancreasrest en de maag of dunne darm houdt het meeste risico’s op problemen in. De pancreas of alvleesklier produceert namelijk verteringssappen. Deze verteringssappen kunnen de hechtingen aantasten en lekkage veroorzaken. Door middel van dagelijkse analyse van het drainvocht kunnen we nagaan of deze verbinding goed geneest. Ook geven we vaak een hormoon in infuus om de pancreassappen tijdens de genezingsfase zoveel mogelijk af te zwakken. De verbinding tussen galweg en dunne darm geneest meestal iets makkelijker, maar kan soms ook tekens van lekkage vertonen. De verbinding tussen maag en dunnedarm is diegene die het minste risico op lekkage inhoudt. Om dit genezingsproces op te volgen, maken we soms ook bijkomende CT-scans van de buik.
 
Als deze verbindingen niet goed genezen, zijn er drie mogelijke oplossingen:
  • Ofwel geneest de verbinding toch door verlittekening. Dit houdt dan wel in dat u iets langer dan gebruikelijk kunstvoeding en hormoontoediening zal krijgen, tot we een gunstige evolutie zien.
  • Als het pancreas- of galvocht zich ophoopt in de buik en daar een collectie of abces dreigt te vormen, vragen we soms aan de radioloog om onder CT-scan-geleide een bijkomende drainage te voorzien.
  • Uitzonderlijk is een tweede operatie nodig.
 
Een andere belangrijke complicatie is nabloeding. Rond en doorheen de pancreas lopen er een heleboel bloedvaten waar we de pancreas van moeten losmaken. Soms moet er ook een deel van een ader mee weggenomen worden als de tumor te dicht in de buurt van dit bloedvat loopt. De ingrepen op deze pancreasbloedvaten houden een risico op nabloeding in, zeker bij patiënten die vooraf om andere redenen bloedverdunners innemen.
 
Andere mogelijke complicaties:
  • Functionele gevolgen zoals diabetes en vetdiaree kunnen optreden.
  • Diarree
  • Vertraagde maaglediging

Naar huis

Afhankelijk van hoe goed u de ingreep heeft doorstaan, kunt u ongeveer twee weken na uw ingreep terug naar huis. Als uw thuissituatie dit niet toelaat (u woont alleen) of u onvoldoende hersteld bent, organiseert onze dienst patiëntenbegeleiding een verblijf in een verzorgingsinstelling. Vaak wordt dit al voor uw opname geregeld.

Opvolging en nabehandeling

Drie weken na uw ontslag komt u voor een vervolgopname naar het UZA waarbij de functionele testen opnieuw worden afgelegd. De arts stelt samen met u een opvolgingstraject op langere termijn op.

Ten vroegste zes weken na de operatie wordt een eventuele vervolgbehandeling (chemotherapie) opgestart. Deze behandeling vindt plaats op de dienst oncologie en kan zowel in het UZA als in uw lokale ziekenhuis doorgaan.

Contact

Voor vragen of meer informatie kunt u contact opnemen met het multidisciplinaire team via 03 821 48 00.

Wanneer contacteert u uw arts?

  • Bij nabloeding
  • Roodheid rondom de wonde
  • Zwelling of koorts hoger dan 38.5°C
  • Bij acute benauwdheid
  • Als u pijn ervaart tijdens het ademen
  • Uitgesproken diareeklachten
  • Andere klachten waar u zich zorgen over maakt
Laatst aangepast: 23 januari 2024