Coronavirus COVID-19

Informatie voor patiënten en bezoekers
Meer details Meer details

Angiografie

Een angiografie is een röntgenonderzoek waarbij de bloedvaten zichtbaar worden gemaakt met contrastvloeistof of CO2.

De afbeelding die ontstaat heet een angiogram. Als er op de afbeelding een afwijking te zien is, kunnen we die soms meteen minimaal invasief behandelen. 

Een angiografie kan informatie geven over:

Waarom wordt een angiografie uitgevoerd?

Een angiografie kan uitgevoerd worden om eventuele vernauwingen of zelfs verstoppingen van de bloedvaten op te sporen en te behandelen (zie ballondilatatie en stentplaatsing). Soms wordt het onderzoek uitgevoerd om de bloedvoorziening naar gezwellen te bestuderen.

Hoe verloopt een angiografie?

Voor, tijdens & na

De interventieradioloog voert de ingreep uit in de angiografiekamer (kamer voor bloedvatonderzoek) op de dienst radiologie. Het onderzoek duurt meestal een half uur en gebeurt onder plaatselijke verdoving. Voor toegang tot de bloedvaten wordt meestal de lies en in sommige gevallen de pols aangeprikt.

We proberen alle procedures zoveel mogelijk in de ochtend te laten plaats vinden. In geval van onverwachte drukte op de angiokamer, door bijvoorbeeld bijkomende spoedprocedures, kan een geplande procedure uitgesteld worden tot bijvoorbeeld in de middag of in zeldzame gevallen een andere dag. Hiervan brengen wij je natuurlijk op de hoogte. 

Afspraak maken en aanmelden in het UZA

  • Maak een afspraak voor een angiografie op het nummer +32 3 821 48 48.
     
  • Meld je de avond voor de angiografie aan bij de inschrijfbalie op de dienst radiologie (route 143, 2e verdieping).

Belangrijk

Meld bij de afspraak én aan de verpleegkundige indien er sprake is van:

  • Mogelijke zwangerschap
  • Contrastallergie (jodium)
  • Medicatiegebruik: overleg vooraf met je behandelende arts. Vermeld het zeker als je bloedverdunners gebruikt.
  • Mastocytose
  • Mogelijke nierfunctiestoornissen
  • Diabetes en in het bijzonder medicatiegebruik met Metformine (Glucophage, Metformax en Methformine)
  • Ziekte van Kahler of Waldenström
  • Schildklierstoornissen
     

Op de ochtend van het onderzoek mag je een licht ontbijt nemen en je noodzakelijke medicatie innemen.

Bij twijfel of vragen kan je altijd terecht bij je arts.

Voorbereidingen op de angiografie

  • Ga vlak voor het onderzoek nog naar het toilet: nadien moet je voor een lange tijd platliggen.
     
  • Je krijgt een infuus in een ader in een arm. Via die weg kan er indien nodig medicatie toegediend worden.
     
  • Je doet een onderzoekshemdje aan en wordt in je bed van de verpleegafdeling naar de angiokamer (speciale onderzoekskamer op de afdeling radiologie, 2e verdieping) gebracht.

De angiografie zelf

  • In de angiokamer ga je op je rug op de onderzoekstafel liggen. Bij een cerebrale angiografie (onderzoek van hoofdbloedvaten) wordt je hoofd soms in een speciale hoofdsteun geplaatst.
     
  • De verpleegkundige scheert en ontsmet de lies.
     
  • De interventieradioloog dekt je af met steriele lakens en geeft een verdovingsprik in de lies (plaatselijke verdoving)
  • De radioloog prikt je lies of pols aan en schuift een kleine werkbuis in de liesslagader (sheath).
     
  • Vervolgens brengt de arts via de werkbuis (over een dun draadje) een katheter (dun slangetje) in de slagader. Dit is pijnloos. 
     
  • Zodra de katheter goed ligt, spuit de radioloog de contraststof in en kunnen de foto’s van de bloedvaten gemaakt worden. In sommige gevallen kunnen ook afbeeldingen gemaakt worden met CO2, de toepassingen hiervoor zijn echter beperkt. Je kan tijdelijk een warmtegevoel krijgen. Het is ook mogelijk dat je een prikkelend gevoel of duizeligheid ervaart, of lichtflitsen ziet. Lig zo stil mogelijk met je hoofd tijdens het maken van de foto’s, hou eventueel je adem in en slik niet. 
     
  • Vaak wordt na het maken van de foto's ook meteen een interventionele procedure uitgevoerd om het vastgestelde probleem te behandelen (bv. ballondilatatie en stentplaatsing). 
     
  • Na de angiografie verwijdert de radioloog het werkbuisje in de lies of de pols weer. Hij/zij dicht het gemaakte gaatje in de lies door druk uit te oefenen met de hand, zodat het niet meer bloedt. In sommige gevallen wordt er een plug geplaatst of een drukverband aangelegd.

Na de angiografie

Na de angiografie ga je terug naar de verpleegeenheid. Hier krijg je bedrust tot de volgende morgen. Direct na het onderzoek moet je minimaal 4 uur in bed blijven liggen met gestrekte benen.

Volg deze adviezen om een nabloeding te voorkomen:

  • Gebruik het been van de aangeprikte kant niet (plooi het been ook niet).
  • Gebruik zo weinig mogelijk je buikspieren (hoest of nies niet overdreven, stel een toiletbezoek uit of ga niet rechtop in bed zitten).
  • Na 4 uur mag je je draaien en keren in bed, maar je moet tot de volgende ochtend in bed blijven.
  • De dag na het onderzoek mag je niet met de auto rijden.
  • Doe eerste drie dagen na het onderzoek geen zware lichamelijke inspanning (sport, fietsen, lichamelijke arbeid op werk of in huis).

De arts bespreekt het resultaat van de angiografie met jou op dezelfde dag of de dag nadien, soms ook op de volgende raadpleging.

Ontslag volgt meestal in de ochtend van de volgende dag, dit om complicaties rond de lies te voorkomen. 

Wat zijn de mogelijke ongemakken en risico’s bij een angiografie?

Meestal zijn enkel de verdovingsprik voor het onderzoek en het afdrukken van de lies na het onderzoek onaangenaam. Soms kan de aangeprikte slagader ook nog wat pijnlijk zijn, maar in principe is het onderzoek verder pijnloos. Pijn bij het onderzoek kan je altijd melden aan de onderzoeker. Verder kan het soms lange (stil)liggen ook ongemakkelijk zijn.

Mogelijke bijwerkingen

  • Warmtegevoel, vreemde smaak, plasgevoel, kriebel in de keel of misselijkheid (door de contrastvloeistof). Dit verdwijnt vanzelf na enkele minuten. Dit is geen allergische reactie, maar een gevolg van de tijdelijke verplaatsing van je bloed.
  • Nabloeding in de lies: blauwe plek en zwelling die binnen enkele weken vanzelf verdwijnt. (zeldzaam)
  • Allergische reacties door het gebruik van contrastmiddelen en/of medicatie: roodheid, huiduitslag/-zwelling, heesheid, benauwdheid, niezen … (heel zelden)
  • Schadelijke effecten op de nieren. (heel zelden, vooral bij mensen met een minder goede nierfunctie)

Bij allergie aan contraststof (jodiumallergie)

Moderne jodiumhoudende contrastmiddelen zijn veilige middelen, waarbij slechts zelden bijwerkingen voorkomen. Als je weet dat je overgevoelig of allergisch bent aan deze middelen, verwittig de verpleegkundige dan vóór aanvang van het onderzoek.

Als je last hebt van jodiumallergie, worden contrastonderzoeken enkel onder strikte voorwaarden uitgevoerd, met behulp van medicatie die de overgevoeligheid voor jodium onderdrukt. De voorbereiding duurt dan 24 uur. Het onderzoek zelf zal in dat geval niet op dezelfde dag uitgevoerd kunnen worden.

Deze informatie werd laatst aangepast op maandag 08 maart 2021 - 11:03
Auteur(s): Team