Werkwijze voor verzamelen van biologische sporen

Bij het verzamelen van biologische sporen voor DNA-onderzoek is het van belang enkele richtlijnen te volgen om de kwaliteit van de overtuigingsstukken te waarborgen. Hier vindt u meer informatie over het correct nemen en bewaren van de stalen. Bekijk ook het overzichtsschema voor staalname.

Voorzorgsmaatregelen: contaminaties voorkomen

Het DNA-onderzoek laat toe om al de biologische sporen die achtergelaten zijn op de plaats van de misdaad of op de kledingsstukken van de verdachte of het slachtoffer te identificeren, ook deze die “toevallig” op de stukken terecht zijn gekomen. Deze “contaminaties” kunnen bestaan uit haren, huidcellen of speeksel en kunnen aangebracht zijn door alle personen, inclusief de politie, die in aanraking komen met de overtuigingsstukken wanneer geen voorzorgen worden genomen.

Gebruik daarom het nodige beschermingsmateriaal bij het behandelen van overtuigingsstukken met biologische sporen:

  • handschoenen
  • mondmasker
  • hoofddoek
  • beschermend pak

Biologische sporen

Bewaring van biologische sporen

De resultaten van het DNA-onderzoek hangen niet alleen af van de vrijwaring van het biologisch spoor voor contaminatie, maar ook van de kwaliteit van bewaring van het spoor. Zodra lichaamsvochten, zoals bloed, speeksel en sperma zich buiten het lichaam bevinden, begint een proces van degradatie van het DNA onder invloed van enzymen in de cel en door micro-organismen, zoals bacteriën en schimmels. Ideaal zou zijn dat in een vroeg stadium van het onderzoek beslist wordt of een biologisch spoor wordt geanalyseerd, zodat dit zo vlug mogelijk kan worden overgebracht naar het DNA-laboratorium. Indien dit niet mogelijk is dan is het wel belangrijk voor het DNA-onderzoek om biologische sporen zorgvuldig te conserveren.

Temperatuur

Wanneer het biologisch spoor in slechte omstandigheden bewaard wordt, bv. in een vochtige of warme omgeving (bv. 30°C), dan zal het DNA in het spoor sterk worden afgebroken en kan dit in extreme situaties leiden tot afwezigheid van een resultaat.

Recipiënt

Biologische sporen worden het best worden bewaard in een papieren zak of in een kartonnen doos. Een plastieken zak leidt tot schimmelvorming van het biologisch spoor. Plastiek kan enkel gebruikt worden als men beschikt over een diepvries of wanneer de stukken binnen de 48 uur kunnen overgebracht worden naar het onderzoekslabo. Kledingstukken worden individueel verpakt in een papieren zak of kartonnen doos. Dit belet dat er contact zou zijn tussen de kledingstukken, zodat er ook geen uitwisseling kan gebeuren van sporen-materiaal.  Dit kan soms belangrijk zijn wanneer de sporen afkomstig zijn van verschillende personen. Identificatie van de plaats van elk spoor en de overeenstemmende donor kan mogelijk bijdragen in de reconstructie van de feiten.

Afhankelijk of de sporen “vochtig” of opgedroogd zijn, is er een verschillende werkwijze om deze te bewaren voor verdere DNA-analyse. Natte sporen moeten eerst gedroogd worden in een afgeschermde omgeving (bv. een kartonnen doos) zodat ze niet gecontamineerd worden. Wanneer de sporen droog zijn dan worden ze best opgeborgen in een papieren zak of in een kartonnen doos bij kamertemperatuur. Wanneer de sporen niet gedroogd kunnen worden, worden ze best bewaard in een diepvries.

Isolatie van biologische sporen

Soms bevinden de sporen zich op een omvangrijk voorwerp, zoals een meubel, of op een vast voorwerp, zoals een trap. In deze gevallen kan men de sporen opnemen met een steriele katoenen wisser die, afhankelijk of de sporen vochtig of droog zijn, gedrenkt wordt in een steriele oplossing (bv. fysiologisch water). Men laat vervolgens deze sporen drogen zoals reeds beschreven, of men bewaart ze in een diepvries.

Wanneer het om kleine hoeveelheden sporen-materiaal gaat is het noodzakelijk om eveneens een blanco staal te nemen van een onbevlekt “oppervlak”. Dit staal laat toe om cellen afkomstig van derden te identificeren, die mogelijk ook aanwezig zijn op de plaats waar het biologisch spoor terechtkwam. Deze kunnen interfereren met het DNA-profiel van het biologisch spoor, wat de identificatie kan bemoeilijken.

Referentiestalen

Identificatie van een biologisch spoor via DNA-analyse kan enkel geschieden door vergelijking met referentie-stalen van slachtoffer en/of verdachte. Dit kan gebeuren op basis van bloed, speeksel of haren.

Bloed

Een bloedstaal wordt afgenomen door een dokter, waarbij gebruik wordt gemaakt van een glazen (of plastieken) tube met een anti-stollingsmiddel (EDTA).  Een afname van 5 ml is ruim voldoende om een DNA-analyse uit te voeren. Het bloedstaal kan korte tijd (< 1 maand) bewaard worden in een koelkast of voor langere tijd in een diepvries.

Haren

Haren moeten uitgetrokken worden zodat de wortelcellen er nog aanhangen. Haren worden bewaard in een papieren omslag op kamertemperatuur.

Speeksel

Speeksel wordt afgenomen met behulp van steriele katoenen wissers (ten minste 2 per persoon) waarmee gedurende 20 tot 30 seconden over de binnenkant van de wang wordt gestreken. Een mondspoeling is af te raden, gezien deze de speekselcellen verdunt en eveneens zorgt voor de aanwezig-heid van bacteriën die de speekselcellen zullen afbreken. Een afnamekit voor speeksel wordt door het NICC ter beschikking gesteld van de verschillende politiediensten.

Stalenontvangst forensisch dna-laboratorium

Afgifte van stalen kan steeds gebeuren op het forensisch DNA-laboratorium UZA:

Tijdens de openingsuren

Openingsuren: 8:30 tot 17:00 u. De afgifte en controle van de inhoud wordt gedaan in aanwezigheid van zowel afgever als ontvanger.

Buiten de openingsuren

Neem contact op met de telefooncentrale van het UZA (03 821 30 00) en vraag om de wacht van het Forensisch DNA-laboratorium te verwittigen. Laat steeds het telefoonnummer na van de contactpersoon. De wacht zal deze persoon zo vlug mogelijk contacteren om verdere afspraken te maken aangaande de praktische organisatie van de stalenontvangst. Dit vermijdt lange wachttijden voor zowel afgever als ontvanger.

Deze informatie werd laatst aangepast op donderdag 09 oktober 2014 - 14:10
Auteur(s): Team

Volg route 27, derde verdieping Moeder- en kindcentrum

Koningin Mathilde Moeder- en kindcentrum