Onderzoeken bij mucoviscidose

Volgende (controle)onderzoeken worden vaak uitgevoerd bij patiënten met mucoviscidose (taaislijmziekte of CF). Patiënten met mucoviscidose kunnen terecht in het mucocentrum van het UZA.

Bloedonderzoek

Een bloedonderzoek heeft verschillende redenen:

  • de werking van de nieren, lever en alvleesklier nagaan
  • de hoeveelheid vitamines meten
  • eventuele allergie opsporen tegen Aspergillus fumigatus, een schimmel die een longinfectie kan veroorzaken
  • antistoffen opsporen tegen Pseudomonas aeruginosa (ziekenhuisbacterie)
  • de concentratie aan antibiotica meten

Orale Glucose Tolerantie Test (OGTT of suikertest) om diabetes op te sporen: jaarlijks bij kinderen vanaf 10 jaar

  • Uw kind moet nuchter zijn. Vanaf middernacht vóór de test mag uw kind niets meer eten, water drinken mag wel.
  • Via een katheder wordt op verschillende tijdstippen bloed afgenomen. Na de eerste bloedstaal krijgt uw kind een suikerrijk drankje. Op bepaalde tijdstippen tot 3 uur na de start van de test wordt het suiker- en insulinegehalte in het bloed gecheckt.
  • Op het einde van de test wordt de katheter verwijderd: uw kind mag weer eten en drinken.

Sputumtest

Sputum is slijm uit de diepe luchtwegen. Dat wordt in het lab onderzocht op bacteriën.

Sputum afnemen kan door slijm op te hoesten. Als er geen slijm opgehoest kan worden, dan zuigen we wat slijm op met een fysiologische oplossing via de neus of schrapen we met een wattenstaafje over de achterkant van de keel. In sommige gevallen voeren we een bronchoscopie uit om sputum te verzamelen. 

Onderzoek van organen via een buikechografie

  • Er wordt een sonde met wat gel op de buik geplaatst. De computer zet de geluidsgolven om in een 2-dimensionaal beeld dat de organen op het scherm weergeeft: zo kan er een diagnose gesteld worden.
  • Via een bepaalde techniek kan daarnaast ook de bloeddoorstroming in de bloedvaten in de buikholte en in de buikorganen gemeten worden (= Doppleronderzoek).

Rx-thorax van de longen en de luchtwegen

Via een pijnloos radiologisch onderzoek wordt er een beeld gemaakt van de longen en de luchtwegen.

CT-scan van de longen en de sinussen

  • Via speciale röntgenapparatuur worden veelvoudige beelden gemaakt die de computer samenvoegt tot een dwarse doorsneden van het lichaam.
  • Een CT-scan van de longen spoort veranderingen binnen de longen op.
  • Een CT-scan van de sinussen brengt sinusitis en poliepvorming in kaart.
    Dit onderzoek geeft belangrijke info met het oog op een heelkundige ingreep.

Longfunctie

  • Een spirometrie meet de longinhoud en de snelheid waarmee wordt uitgeademd (eensecondewaarde).
  • De patiënt doet via een toestel enkele blaasoefeningen: zo diep mogelijk in- en uitademen, krachtig uitblazen ...
  • Soms wordt de test herhaald na het toedienen van een medicijn dat de luchtwegen openzet.

Urine-onderzoek

  • Urinecollectie: 24 uur lang wordt alle urine opgevangen in een speciale fles. Zo kunnen nierstoornissen opgespoord worden die het gevolg zijn van frequente en langdurige antibioticakuren (bv. amikacine).

Stoelgangcollectie

  • Om de hoeveelheid vet in de stoelgang te meten. Een te hoge concentratie wijst op een slechte vertering. Dat kan de oorzaak zijn van een slechte gewichtstoename of buikpijn.
  • De stoelgang wordt 1 of meerdere dagen opgevangen in speciale potjes. Tijdens deze dag(en) moet u in een voedingsdagboekje nauwkeurig noteren wat uw kind eet.
  • Zo kan de diëtiste berekenen hoeveel procent van het ingenomen vet in de stoelgang belandt.
Deze informatie werd laatst aangepast op vrijdag 16 augustus 2019 - 10:08
Auteur(s): Team