Postnatale controle

Een postnatale controle is een controle na de bevalling. Zes tot acht weken na de bevalling maak je best een afspraak bij de gynaecoloog.

Praktisch

Maak een afspraak

Wat is een postnatale controle?

Wat is een postnatale controle?

Wij raden aan een om zes tot acht weken na de bevalling een controleafspraak bij jouw gynaecoloog in te plannen. In sommige situaties kan een vroegere controle nodig zijn. Je wordt hiervan steeds op de hoogte gebracht.

Wanneer dien je vroeger contact op te nemen?

Neem contact op met je (huis)arts of meld je aan via RAPO of op de spoedgevallen bij:

  • Aanhoudend of plots overvloedig bloedverlies
  • Koorts boven 38°C
  • Buikpijn met slecht ruikende afscheiding
  • Tekenen van een borstontsteking (zoals koorts, grieperig gevoel, pijnlijke of rode borsten)
  • Somberheid, piekeren of negatieve gedachten (mogelijke tekenen van een postnatale depressie)

Wat wordt besproken tijdens een postnatale controle?

  • Hoe heb je de bevalling ervaren? Zijn er nog vragen over het verloop?
  • Hoe voel je je lichamelijk en mentaal?
  • Is er nog bloedverlies?
  • Ervaar je klachten van de borsten (al dan niet in verband met borstvoeding)?
  • Heb je last van ongewild urine of stoelgangsverlies (incontinentie)?
  • Gebruik je anticonceptie of wenst u hiermee te starten?
  • Wanneer was je laatste uitstrijkje? Vanaf 25 jaar start de screening naar baarmoederhalskanker.

 

Mogelijke onderzoeken tijdens de controle

  • Bloeddrukmeting, zeker indien er tijdens de zwangerschap sprake was van een hoge bloeddruk of zwangerschapsvergiftiging.
  • Controle van de wondheling: vaginaal of litteken na keizersnede.
  • Vaginale echografie bij aanhoudend bloedverlies: om uit te sluiten dat er nog placentaresten aanwezig zijn.
  • Uitstrijkje indien dit volgens het screeningschema of voor verdere opvolging aangewezen is.

 

Verdere besprekingen tijdens de controle

  • Resultaten van bijkomende onderzoeken, zoals eventueel extra onderzoek van de placenta of kweken.
  • Indien de bevalling gecompliceerd verliep, bekijkt de gynaecoloog samen met jou of er preventieve maatregelen nodig zijn bij een volgende zwangerschap.
  • Medische opvolging (doorverwijzing) na bijvoorbeeld zwangerschapsdiabetes of pre-eclampsie.
  • Anticonceptieadvies: ook bij borstvoeding kan je opnieuw zwanger worden en is anticonceptie nodig om een zwangerschap te voorkomen. De gynaecoloog bespreekt welke vormen van anticonceptie voor jou geschikt zijn, rekening houdend met al dan niet borstvoeding en medische voorgeschiedenis. Vanaf 6 weken na de bevalling kan, bij normale bevindingen, een koper -of hormoonspiraaltje geplaatst worden.
  • Bekkenbodemkinesitherapie: na elke bevalling, ook na een keizersnede, is het aanbevolen om de bekkenbodemspieren te trainen. Dit geldt ook als je geen incontinentieklachten hebt. Soms krijg je ook een doorverwijzing voor een bekkenbodemechografie, bijvoorbeeld na een forcepsbevalling of na hechten van een ernstigere perineale ruptuur.
  • Er wordt aandacht besteed aan je psychisch welzijn
Team

Onze zorgverleners staan voor je klaar

Hieronder vind je een overzicht van de zorgverleners die deel uitmaken van ons team en hun specifieke rol in de behandeling en ondersteuning van onze patiënten.

Artsen

Consulenten en geassocieerde artsen

Verpleegkundigen

Paramedici

Psychologen

Sociale dienst

Betrokken diensten

  • Hier kunnen vrouwen terecht voor gynaecologische problemen en verloskunde, evenals vrouwen of mannen met vruchtbaarheids- of seksuele problemen.
  • De afdeling materniteit omringt moeder, mee-ouder en pasgeboren baby met de beste zorgen.
Overige