Hormoontherapie met oestrogeen
Wanneer je genderdysforie ervaart en je een wens hebt om meer vrouwelijke kenmerken te ontwikkelen, kan je kiezen voor hormoontherapie.
Binnenkort naar het UZA?
Heb je binnenkort een afspraak bij het UZA of kom je iemand bezoeken? Beantwoord enkele vragen en krijg handige tips voor je UZA-bezoek, van thuisvoorbereiding tot navigatie in het ziekenhuis.
Maak een afspraak
Gendercentrum UZA
Wat is hormoontherapie met oestrogeen?
Geslachtshormonen en hun rol in hormoontherapie
Geslachtshormonen worden voornamelijk aangemaakt door de voortplantingsorganen (teelballen of eierstokken) en in mindere mate door de bijnieren. Bij personen met een mannelijk toegewezen geboortegeslacht is testosteron het belangrijkste geslachtshormoon. De productie van testosteron gebeurt ter hoogte van de teelballen en wordt gereguleerd door de hypofyse, een klier in de hersenen. De hypofyse stimuleert de teelballen om de geslachtshormonen aan te maken door middel van LH (luteïniserend hormoon). Om dit systeem te evalueren wordt er voor de start van hormoontherapie steeds een bloedafname
uitgevoerd met bepaling van de belangrijke hormonen.
Hoe werkt hormoontherapie met oestrogeen?
Hormoontherapie met als doel het ontwikkelen van meer vrouwelijke kenmerken bestaat uit een behandeling met oestrogenen. Na het starten van oestrogenen wordt de productie van de hormonen van de hypofyse sterk verlaagd en bijgevolg ook de productie van testosteron. Omdat in de meerderheid van de gevallen deze onderdrukking van testosteron maar beperkt is, wordt er vaak een anti-androgeen (testosterononderdrukker of testosteron blokker) aan de behandeling toegevoegd. Deze middelen onderdrukken ook de hormonen van de hypofyse en/of onderdrukken de werking van testosteron zelf. Hormoontherapie brengt zowel lichamelijke als mentale veranderingen met zich mee. Deze veranderingen kunnen verschillen van persoon tot persoon en zijn nooit te voorspellen. In de onderstaande tabel vind je de effecten van de behandeling met oestrogenen en anti-androgenen terug. Daarnaast geeft de tabel je een inzicht over wanneer deze veranderingen gemiddeld starten en wanneer ze hun maximale effect bereikt hebben. Het is belangrijk om te weten dat sommige veranderingen onomkeerbaar zijn, wat betekent dat deze ook na het stoppen van de hormoontherapie aanwezig zullen blijven.
| Effect | Start effect | Te verwachten maximale effect | Opmerkingen |
|---|---|---|---|
| Verandering lichaamsvorm (vetdistributie) | 3 - 6 maanden | 2 - 3 jaar | Vetverdeling zal zich meer op de heupen en billen manifesteren en minder rond de buik. |
| Vermindering spiermassa en kracht | 3 - 6 maanden | 1 - 2 jaar | |
| Verzachten van de huid | 3 - 6 maanden | Ongekend | |
| Vermindering libido/spontane erecties | 1 - 3 maanden | 3 - 6 jaar | |
| Afname van spermaproductie en vermindering van grootte van de teelballen | Ongekend | Meer dan 3 jaar | Het is geen zekerheid dat de spermaproductie voldoende afneemt om zwangerschap te voorkomen. |
| Borstgroei | 2 - 6 maanden | 2 - 3 jaar | Onomkeerbaar Dit kan tijdelijk gepaard gaan met pijnlijke tepels, knobbelvorming in de borsten en/of tepelvloed. |
| Verminderde haargroei lichaam | 6 - 12 maanden | Meer dan 3 jaar | Haargroei stopt niet volledig door hormoontherapie. |
| Haargroei hoofdhuid | Ongekend | Er is een beperkte groei terug mogelijk van haar op de hoofdhuid. | |
| Zweten | Ongekend | Door gebruik van anti-androgenen kunnen er warmte-opwellingen met zweten ontstaan. |
Deze tabel is gebaseerd op: Hembree W. et al. ENDOCRINE TREATMENT OF GENDER-DYSPHORIC/GENDER-INCONGRUENT PERSONS: AN ENDOCRINE SOCIETY CLINICAL PRACTICE GUIDELINE. Endocr Pract. 2017 Dec;23(12):1437.
Vruchtbaarheid bij een hormoontherapie met oestrogeen
Het is heel belangrijk om te weten dat een behandeling met oestrogenen en antiandrogenen een impact heeft op jouw vruchtbaarheid. Daarom wordt er voor het opstarten van de hormoonbehandeling stilgestaan bij de mogelijkheid om je vruchtbaarheid te behouden via het invriezen van zaadcellen. Daarnaast is het belangrijk om te vermelden dat hormoontherapie geen bescherming biedt tegen ongewenste zwangerschap of tegen seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA’s). Als er een kans is op zwangerschap of SOA zijn hiervoor bijkomende maatregelen nodig. Dit wordt tijdens de consultatie met je endocrinoloog besproken.
Hormoonpreparaten bij een hormoontherapie met oestrogeen
Er zijn verschillende preparaten beschikbaar voor een behandeling met oestrogenen en anti-androgenen. Deze preparaten verschillen in hoe het wordt toegediend (bijvoorbeeld via een tablet of via de huid met gel), hoe vaak je ze moet gebruiken en in prijs. In de tabel hieronder vind je een overzicht van de beschikbare opties in België. De keuze van preparaat gebeurt steeds in overleg met je behandelende arts (endocrinoloog). Tijdens jouw verdere traject kan er, als je dit wenst, gekozen worden voor een ander preparaat.
Oestrogeen
| Stofnaam preparaat | Toediening | Frequentie | Dosering | Opmerkingen |
|---|---|---|---|---|
| Estradiol, valeriaat | Tabletvorm | 1 – 2x per dag | 2 - 6 mg per dag | Terugbetaling |
| Estradiol | Transdermale gel | 1 – 2x per dag | 1,5 - 3 mg per dag | Terugbetaling |
| Estradiol | Transdermale pleister | 2x per week | 25 - 100 μg per dag | Geen terugbetaling |
Anti-androgenen
| Stofnaam preparaat | Toediening | Frequentie | Dosering | Opmerkingen |
|---|---|---|---|---|
| Cyproteron acetaat | Tabletvorm | 1x per dag | 15,5 mg | Terugbetaling met attest |
| Triptoreline | Injectie | 1x per 3 maanden | 11,25 mg | Terugbetaling |
| Spironolactone | Tabletvorm | 1 - 2x per dag | 100 - 300 mg | Terugbetaling |
Voor mensen die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming is er bij preparaten met terugbetaling vaak een lager remgeld om te betalen. Enkele opmerkingen rond hormoontherapie:
- Personen met een verhoogd risico op bloedklonters (ouder dan 40 jaar, roken, eerdere bloedklonter of familiegeschiedenis) gebruiken bij voorkeur oestrogenen die via de huid worden opgenomen (gel of pleisters) in plaats van tabletten. Dit om het risico op bloedklonters te beperken.
- Het gebruik van anti-androgenen moet enkel overwogen worden zolang de teelballen aanwezig zijn. Indien de teelballen operatief verwijderd worden, wordt deze medicatie stopgezet.
- Cyproteron acetaat kan op lange termijn een verhoogd risico geven op goedaardige hersenvliestumoren (meningeoom). Een behandelingsduur van meer dan 2 jaar wordt dan ook afgeraden.
- Bij het gebruik van spironolactone wordt de dosis langzaam opgebouwd om lage bloeddruk en verstoringen in de zoutbalans (voornamelijk kalium) te voorkomen. De beoordeling van testosteronspiegels is moeilijker bij het gebruik van spironolactone omdat dit voornamelijk de werking van testosteron beïnvloedt en minder effect heeft op de productie van testosteron.
Hormoonbehandeling voor non-binaire personen
Wanneer je jezelf als non-binair identificeert en het mannelijk toegewezen geboortegeslacht hebt, kan er na een psychologisch assessment ook hormoontherapie besproken worden. Afhankelijk van jouw noden en wensen zijn er verschillende
mogelijkheden:
- Korte behandeling: Je kan kiezen voor een korte behandeling om bijvoorbeeld borstgroei te stimuleren met nadien afbouw onder begeleiding van een endocrinoloog.
- Lage dosis behandeling: Dit kan tijdelijk zijn als je start of een bewuste langdurige keuze. Een lage dosis of behandeling met enkel oestrogenen zorgt ook voor veranderingen maar dan gespreid over een langere periode. Hierdoor treden de effecten trager op dan bij een standaarddosis.
- Let op: De langetermijneffecten op jouw gezondheid en vruchtbaarheid van een lage dosis zijn nog niet goed onderzocht en dus onduidelijk.
Bespreek dus altijd jouw wensen en opties met je endocrinoloog zodat jullie samen een behandeling kunnen kiezen die het best bij je past.
Traject voor opstarten van hormoontherapie met oestrogeen
De wens voor hormoontherapie wordt eerst uitvoerig besproken samen met je psycholoog/seksuoloog. Voor het opstarten van hormoontherapie word je doorverwezen naar de endocrinoloog. Het traject wordt volledig afgestemd op jouw transitiedoelen en tempo, waardoor de duurtijd van het traject verschilt van persoon tot persoon. Na de start van hormoontherapie is regelmatige opvolging cruciaal om jouw gezondheid te monitoren, bijwerkingen vroegtijdig op te sporen en de behandeling af te stemmen op jouw behoeften.
- 1
Assessment bij psycholoog/seksuoloog
Tijdens de gesprekken met je psycholoog wordt jouw genderidentiteit en -dysforie in kaart gebracht. Om de genderexpressie meer in lijn te krijgen met de ervaren genderidentiteit, kan hormoontherapie ingezet worden in functie van het verlagen van genderdysforie. De mogelijke effecten van deze behandeling worden samen overlopen. Ook de (mogelijke) bijwerkingen en het effect op de vruchtbaarheid worden besproken. Als je bij een psycholoog of seksuoloog in opvolging bent die niet verbonden is aan het Gendercentrum UZA, wordt gevraagd om een verslag door te sturen. Dit verslag wordt door de endocrinoloog beoordeeld om te bepalen of je kan starten met hormoontherapie.
- 2
Kennismaking met de endocrinoloog
Om te kunnen starten met hormoontherapie bespreek je samen met de endocrinoloog jouw medische achtergrond, mogelijke risicofactoren en jouw keuze voor hormonale behandelingen. Er wordt vooraf een bloedafname uitgevoerd om belangrijke gezondheidswaarden zoals hormoonhuishouding, stolling, rode bloedcellen, leverwaarden, cholesterol en vetten in kaart te brengen. Daarnaast worden de effecten op je vruchtbaarheid en optie voor vruchtbaarheidsbewaring door het invriezen van zaadcellen besproken. Wanneer alle medische en psychologische evaluaties positief zijn, kan jouw hormoontherapie van start gaan.
- 3
Vervolgafspraken
Na de start van hormoontherapie blijft regelmatige opvolging essentieel om jouw gezondheid en welzijn te waarborgen. De controles vinden plaats bij de endocrinoloog van ons centrum en kunnen afhankelijk van jouw situatie worden aangepast.
Opvolging in de eerste jaren:- Eerste jaar na opstart: je hebt om de 3 maanden een gesprek met de endocrinoloog waarin de effectiviteit van de behandeling wordt besproken en bijgestuurd waar nodig. Verder worden de mogelijke bijwerkingen nagekeken. Een bloedafname wordt vooraf uitgevoerd ter controle.
- Tweede jaar na opstart: De frequentie van de consultaties vermindert naar 2x per jaar waarbij elke controle steeds voorafgegaan wordt door een bloedafname.
- Derde jaar en verder: tenzij er bijzondere medische of psychologische zorgnoden zijn die extra aandacht vereisen, wordt de hormoontherapie doorgaans één keer per jaar opgevolgd.
Evaluatiepunten tijdens de opvolging:
Effect van hormoontherapie Opvolging & actie Emotionele veranderingen of
schommelingenOntstaan van of toename van negatieve gevoelens (depressieve gevoelens, angsten, …) zijn mogelijk. Neem contact op met ons genderteam als je dit ervaart. Algemeen functioneren Er kan vermoeidheid en energieverlies optreden. Ook het ontstaan van opvliegers is mogelijk. Risico op bloedklonters Er is een verhoogd risico op bloedklonters (b.v. longembolie, herseninfarct,…). Dit is vooral aanwezig bij personen > 40 jaar, rokers en bij reeds doorgemaakte bloedklonters persoonlijk of bij familieleden. Risico op hart- en vaatziekten Hormoontherapie beïnvloedt cholesterolwaarden in het bloed. Vaak is er een stijging in goede cholesterol (HDL) en daling in slechte cholesterol (LDL). Daarnaast is er ook stijging mogelijk van de vetten in het bloed (triglyceriden) en van je lichaamsgewicht. Het risico op hart- en vaatziekten wordt regelmatig geëvalueerd. In functie van je risicoprofiel kan een behandeling (levensstijl en medicatie) besproken worden. Seksueel functioneren Door verlaging van testosteron kan het seksueel functioneren verstoord raken. Libido vermindert vaak en ook erecties krijgen wordt moeilijk. Seksuele begeleiding (alleen of met partner) of behandeling met medicatie is mogelijk. Leverfunctiestoornissen Hormoontherapie kan leverfunctiestoornissen en problemen met de galwegen veroorzaken. Dit kan via bloedafname opgevolgd worden. Verhoogd prolactine Behandeling met oestrogenen en cyproteron acetaat kan de prolactine spiegel verhogen. Dit wordt opgevolgd met bloedafnames. Risico op meningeoom Langdurige behandeling met cyproteron acetaat verhoogt het risico op goedaardige gezwellen van de hersenvliezen (meningeoom). Behandelingen langer dan 2 jaar worden afgeraden. Botontkalking De botsterkte en risico op botontkalking hangt af van je geslachtshormonen.
Onder hormoontherapie is dit risico niet sterk verhoogd. Afhankelijk van jouw risicoprofiel kan er een botmeting gebeuren en opgevolgd worden.Kankerscreening We raden aan om deel te nemen aan kankerscreening. Voor welke screening jij in aanmerking komt, hangt af van het traject dat je hebt doorlopen. Dit zal met je endocrinoloog besproken worden tijdens de consultatie.
Meer informatie over kankerscreening - 4
Multidisciplinaire aanpak
Elke fase van je traject wordt besproken tijdens het multidisciplinair overleg waar de endocrinoloog, psycholoog, sociaal werker en case manager jouw voortgang en eventuele problemen grondig evalueren. Psychologische en seksuologische ondersteuning blijft beschikbaar gedurende het gehele traject, ook na doorverwijzing naar de endocrinoloog. Op deze manier
kunnen we jouw transitietraject zowel op medisch, psychologisch als sociaal vlak ondersteunen en de behandeling bijsturen waar nodig. - 5
Kostprijs
De kostprijs van jouw hormoontherapie hangt voornamelijk af van het gekozen hormoonpreparaat. Voor sommige hormoonpreparaten, zoals cyproteronacetaat, is een apart document nodig om de terugbetaling te regelen. De terugbetalingsvoorwaarden zijn voor iedereen die aangesloten is bij een mutualiteit hetzelfde. Daarnaast bedraagt het remgeld voor een consultatie bij de endocrinoloog verschillend voor personen met een standaard verzekering en voor personen met een verhoogde tegemoetkoming. De gevraagde onderzoeken (o.a. bloedafnames) worden grotendeels terugbetaald door je ziekenfonds. Heb je vragen over de kosten of terugbetaling? Bespreek dit gerust met je endocrinoloog of mutualiteit. Indien je financiële zorgen hebt en moeite ondervindt om de kosten te dragen, kan een sociaal medewerker van ons gendercentrum je ondersteunen.
Klinische studies
Elk jaar nemen er in het UZA heel wat patiënten deel aan klinische studies. Dit gebeurt op vrijwillige basis. Indien er op de dienst waar je bent opgenomen een specifiek onderzoek loopt, zal je eventueel gevraagd worden om hieraan deel te nemen. Je hebt de volledige vrijheid om te beslissen of je hier al dan niet op in wenst te gaan. Indien je deelneemt of in de toekomst deelneemt aan klinische studies, kan je met je vragen terecht bij je behandelend arts.
Onze zorgverleners staan voor je klaar
Hieronder vind je een overzicht van de zorgverleners die deel uitmaken van ons team en hun specifieke rol in de behandeling en ondersteuning van onze patiënten.




