Enkelartrose
Artrose van het enkelgewricht is de slijtage van het gewrichtskraakbeen van de enkel dat wordt gevormd door het scheenbeen en spongbeen.
Synoniemen
Wat is enkelartrose?
Artrose van de enkel of ‘tibiotalaire artrose’ is slijtage van het enkelgewricht, dat gevormd wordt door het scheenbeen (tibia) en het sprongbeen (talus). Het kraakbeen in het gewricht slijt geleidelijk, waardoor de botten minder soepel over elkaar bewegen. Dit veroorzaakt pijn, stijfheid en soms zwelling.
Oorzaken
De meest voorkomende oorzaak is veroudering van het kraakbeen. Andere oorzaken zijn eerdere enkelblessures, zoals botbreuken of verstuikingen, aangeboren afwijkingen van het gewricht of ontstekingsziekten zoals reuma. Overgewicht en overbelasting kunnen het slijtageproces versnellen.
Symptomen
Patiënten ervaren pijn in de enkel bij lopen, traplopen of langdurig staan. Stijfheid, vooral ’s ochtends of na rust, en zwelling kunnen optreden. Naarmate de artrose vordert, kan de beweeglijkheid van de enkel beperkt worden en kan het moeilijker zijn om dagelijkse activiteiten uit te voeren.
Diagnosestelling bij enkelartrose
De arts stelt de diagnose op basis van lichamelijk onderzoek en het klachtenpatroon. Röntgenfoto’s tonen het kraakbeenverlies en eventuele botveranderingen. Soms wordt een CT-scan of MRI-scan gemaakt om de ernst van de artrose beter in beeld te brengen.
Behandeling en nabehandeling
Behandeling
Behandeling is gericht op pijnverlichting en behoud van functie:
- Fysiotherapie en oefentherapie
- Pijnstillers of ontstekingsremmers
- Orthopedische hulpmiddelen zoals inlegzolen, braces of orhopedische schoenen
- Infiltraties met cortisone of hyaluronzuur
Bij ernstige artrose kan een operatie, zoals een enkelprothese of artrodese (het vastzetten van het gewricht), nodig zijn
Nabehandeling
Na een operatie volgt revalidatie met fysiotherapie om beweeglijkheid en spierkracht te herstellen. Herstel kan enkele maanden duren, maar vermindert pijn en verbetert de functie van de enkel.