Contrastallergie
Een contrastovergevoeligheid is een abnormale reactie van het afweersysteem na toediening van contrast. We onderscheiden onmiddellijke en laattijdige reacties.
Synoniemen
Wat is een contrastallergie?
Een contrastallergie is een abnormale reactie van het afweersysteem na toediening van contrastvloeistof. We onderscheiden twee verschillende soorten, onmiddellijke en laattijdige reacties. Een overgevoeligheid voor contrast is niet overerfbaar. Het klinisch beeld is in grote lijnen hetzelfde bij kinderen en volwassenen. Uiteraard komt contrastovergevoeligheid veel minder voor bij kinderen, gezien zij minder blootstelling hebben aan contrast.
Soorten
Er zijn grofweg 2 vormen te onderscheiden: een onmiddellijke en een laattijdige overgevoeligheidsreactie.
Oorzaken en risicofactoren
Oorzaken
Het is niet mogelijk om vast te stellen waarom een patiënt een overgevoeligheid voor contrastmiddelen heeft ontwikkeld; in sommige gevallen kan worden verondersteld dat eerdere blootstelling aan contrastmiddelen de ontwikkeling van overgevoeligheid heeft bevorderd via een mechanisme dat bekendstaat als sensibilisatie. Er lijkt een hogere incidentie van reacties te zijn bij patiënten die meerdere procedures met contrastmiddelen hebben ondergaan. Let wel dat reacties zich ook bij de eerste toediening kunnen voordoen.
Risicofactoren
Het grootste risico bestaat wanneer men in het verleden al eens overgevoeligheidsreacties op contrastmiddelen heeft gehad. Een nieuwe toediening (zonder voorafgaand allergologisch onderzoek) brengt namelijk het risico op een nieuwe reactie met zich mee.
Belangrijk om te vermelden dat een overgevoeligheid voor schaal- en schelpdieren, jood-povidone (ontsmettingsmiddel) of een overgevoeligheid voor een ander geneesmiddelen geen risicofactoren zijn voor het ontwikkelen van contrastovergevoeligheid.Incidentie
Er wordt geschat dat 1-3% van alle toediening van jodiumhoudende contrastmiddelen (gebruikt bij CT-scan) gepaard gaat met een overgevoeligheidsreactie. Een ernstige onmiddellijke overgevoeligheidsreactie (anafylaxie) treedt op bij 0.02% tot 0.05% van alle toedieningen van jodiumhoudende contrasten. De incidentie van overgevoeligheidsreacties na toediening van gadoliniumhoudende contrastmiddelen (gebruikt bij MRI-scan) is lager, met een frequentie van 0,004% tot 0,7%. Ook gevallen van anafylaxie zijn zeldzamer, met een incidentie van 0,01%.
Diagnosestelling
De diagnose begint met het in kaart brengen van het verhaal. Belangrijke punten hierin zijn: Welk contrast werd er juist gebruikt? Welke klachten zijn opgetreden? Hoelang hebben deze geduurd? Wat was het interval tussen toediening van contrast en ontstaan van de klachten? Zijn er nieuwe probleemloze toedieningen gebeurd?
In geval van een suggestief verhaal kan verder gegaan worden met huidtesten met het betreffende contrast. Bij een positieve huidtest, kunnen we huidtesten verrichten met alternatieve contrastmiddelen. Op basis daarvan kan gekeken worden wat een mogelijk geschikt alternatief is en daar kan dan een provocatietest mee verricht worden. Dit is een blootstelling in verschillende stappen in een gecontroleerde setting op het daghospitaal immunologie.
Behandeling
De acute opvang gebeurt doorgaans via de dienst spoedgevallen. Eens patiënten gestabiliseerd zijn, kunnen zij terecht op de dienst immunologie – allergologie voor een verdere uitwerking. We proberen het verhaal zo goed mogelijk te reconstrueren, vragen eventueel bijkomende bloedtesten en huidtesten, en vullen deze eventueel aan met een provocatie. Houd er rekening mee dat het niet bewezen is dat premedicatie met antihistaminica en cortisone effectief is bij het voorkomen van reacties zoals anafylaxie. Daarom is een grondig allergologisch onderzoek van cruciaal belang om de diagnose waar mogelijk uit te sluiten en veilige alternatieven te vinden.
Leven met een contrastallergie
De kans op overlijden in het ziekenhuis ten gevolge van contrast door een overgevoeligheidsreactie, is bijzonder laag. Bij een diagnose, krijgen patiënten een allergiepas mee waarop staat welk contrast vermeden moet worden en welk contrast veilig gebruikt kan worden. Indien hier rekening mee gehouden wordt, is de impact beperkt.
Maak een afspraak
Immunologie, allergologie en reumatologie
Veelgestelde vragen
Een familielid van mij had een ernstige anafylaxie. Heb ik nu ook een verhoogd risico?
Een overgevoeligheid aan contrast is niet overerfbaar. Jouw risico is dus gelijk aan het bevolkingsrisico en er dienen geen bijkomende maatregelen genomen te worden.
Ik heb een allergie voor een jodiumhoudend contrastmiddel. Is er een probleem voor gebruik van gadoliniumhoudend contrastmiddel (zoals bij MRI)?
Neen, er is geen kruisreactiviteit tussen jodiumhoudende en gadoliniumhoudende contrastmiddelen.
Is het zinvol om premedicatie met cortisone en antihistaminica in te nemen voor toediening van contrast?
Neen, deze praktijk wordt afgeraden. Een premedicatie is namelijk niet in staat om ernstige reacties te voorkomen. Veel beter is een identificatie van een veilig contrastmiddel middels allergologisch nazicht.
Kan het onderzoek ook gewoon zonder contrast doorgaan?
Voor sommige onderzoeken zoals een CT-scan kan overwogen worden om gewoonweg geen contrast te gebruiken. Contrast wordt gebruikt om de bloedvaten en organen beter in beeld te brengen, kan de diagnostiek verbeteren en kan dus een belangrijke meerwaarde hebben. Sommige onderzoeken zoals bijvoorbeeld een hartkatheterisatie zijn niet mogelijk zonder gebruik van contrast. Om deze reden is het toch belangrijk om een mogelijke overgevoeligheid steeds uit te werken.
Ik had klachten na toediening van jodiumhoudend contrast. Moet ik nu alle jodiumhoudende contrasten vermijden?
Het is belangrijk dat we eerst nagaan of jouw klachten passend waren voor een overgevoeligheidsreactie. Indien dit zo was, kan nog niets gezegd worden over welke contrastmiddelen mogelijk veilig zijn. Daarvoor moet eerst verder allergologisch nazicht door middel van huidtesten gebeuren. De kans is echter zeer groot dat we een contrastmiddel vinden dat je wel zal kunnen verdragen.
Ik had klachten van een warmte opwelling of misselijkheid tijdens het onderzoek. Ben ik nu allergisch?
Contrastmiddel kan enkele neveneffecten veroorzaken zoals een vreemde smaak in de mond, gevoel van te moeten plassen, warmte opwelling of misselijkheid. Dit is geen overgevoleigheidsreactie en in de regel niet gevaarlijk. Hiervoor moeten geen verdere testen gebeuren en er is geen verhoogd risico voor een overgevoeligheidsreactie in de toekomst.