Contrastallergie

Een contrastovergevoeligheid is een abnormale reactie van het afweersysteem na toediening van contrast. We onderscheiden onmiddellijke en laattijdige reacties.

Synoniemen

Contrastovergevoeligheid
Wat is een contrastallergie?

Wat is een contrastallergie?

Een contrastallergie is een abnormale reactie van het afweersysteem na toediening van contrastvloeistof. We onderscheiden twee verschillende soorten, onmiddellijke en laattijdige reacties. Een overgevoeligheid voor contrast is niet overerfbaar. Het klinisch beeld is in grote lijnen hetzelfde bij kinderen en volwassenen. Uiteraard komt contrastovergevoeligheid veel minder voor bij kinderen, gezien zij minder blootstelling hebben aan contrast.

  • Er zijn grofweg 2 vormen te onderscheiden: een onmiddellijke en een laattijdige overgevoeligheidsreactie.

    • Onmiddellijke overgevoeligheidsreactie

      Bij een onmiddellijke reactie treden de klachten binnen het uur na toediening van contrast op, doorgaan al binnen enkele minuten. Onmiddellijke reacties gaan gepaard met symptomen die de huid (netelroos, angio-oedeem), de luchtwegen (bronchospasme), het maag-darmstelsel (ernstige krampen, diarree, misselijkheid en braken) of het hart- en vaatstelsel (bloeddrukval, hartritmestoornissen) kunnen aantasten. Doorgaans zijn deze klachten weer binnen de 24u verdwenen. De meest ernstige manifestatie van een onmiddellijke overgevoeligheid is anafylaxie, die wordt gekenmerkt door het acuut optreden van symptomen in twee of meer organen of geïsoleerde hypotensie en potentieel levensbedreigend kan zijn.
    • Laattijdige overgevoeligheidreactie

      Bij een laattijdige reactie komen de klachten pas vanaf 1 uur na toediening op, doorgaans pas na 6 uur. De kliniek bestaat vooral uit een huidaantasting die we een maculoapulair exantheem noemen. Dit zijn rode vlakke en verheven letsels die niet verspringend zijn. Ze blijven doorgaans verschillende dagen staan en klaren dan pas op. Heel zelden verlopen deze laattijdige overgevoeligheidsreacties ernstig met mogelijks orgaanaantasting, blaren of huidloslating.
  • Oorzaken

    Het is niet mogelijk om vast te stellen waarom een patiënt een overgevoeligheid voor contrastmiddelen heeft ontwikkeld; in sommige gevallen kan worden verondersteld dat eerdere blootstelling aan contrastmiddelen de ontwikkeling van overgevoeligheid heeft bevorderd via een mechanisme dat bekendstaat als sensibilisatie. Er lijkt een hogere incidentie van reacties te zijn bij patiënten die meerdere procedures met contrastmiddelen hebben ondergaan. Let wel dat reacties zich ook bij de eerste toediening kunnen voordoen. 
     

    Risicofactoren

    Het grootste risico bestaat wanneer men in het verleden al eens overgevoeligheidsreacties op contrastmiddelen heeft gehad. Een nieuwe toediening (zonder voorafgaand allergologisch onderzoek) brengt namelijk het risico op een nieuwe reactie met zich mee. 
    Belangrijk om te vermelden dat een overgevoeligheid voor schaal- en schelpdieren, jood-povidone (ontsmettingsmiddel) of een overgevoeligheid voor een ander geneesmiddelen geen risicofactoren zijn voor het ontwikkelen van contrastovergevoeligheid.

  • Er wordt geschat dat 1-3% van alle toediening van jodiumhoudende contrastmiddelen (gebruikt bij CT-scan) gepaard gaat met een overgevoeligheidsreactie. Een ernstige onmiddellijke overgevoeligheidsreactie (anafylaxie) treedt op bij 0.02% tot 0.05% van alle toedieningen van jodiumhoudende contrasten. De incidentie van overgevoeligheidsreacties na toediening van gadoliniumhoudende contrastmiddelen (gebruikt bij MRI-scan) is lager, met een frequentie van 0,004% tot 0,7%. Ook gevallen van anafylaxie zijn zeldzamer, met een incidentie van 0,01%.

Diagnosestelling

Diagnosestelling

De diagnose begint met het in kaart brengen van het verhaal. Belangrijke punten hierin zijn: Welk contrast werd er juist gebruikt? Welke klachten zijn opgetreden? Hoelang hebben deze geduurd? Wat was het interval tussen toediening van contrast en ontstaan van de klachten? Zijn er nieuwe probleemloze toedieningen gebeurd?
 

In geval van een suggestief verhaal kan verder gegaan worden met huidtesten met het betreffende contrast. Bij een positieve huidtest, kunnen we huidtesten verrichten met alternatieve contrastmiddelen. Op basis daarvan kan gekeken worden wat een mogelijk geschikt alternatief is en daar kan dan een provocatietest mee verricht worden. Dit is een blootstelling in verschillende stappen in een gecontroleerde setting op het daghospitaal immunologie. 
 

Behandeling

Behandeling

De acute opvang gebeurt doorgaans via de dienst spoedgevallen. Eens patiënten gestabiliseerd zijn, kunnen zij terecht op de dienst immunologie – allergologie voor een verdere uitwerking. We proberen het verhaal zo goed mogelijk te reconstrueren, vragen eventueel bijkomende bloedtesten en huidtesten, en vullen deze eventueel aan met een provocatie. Houd er rekening mee dat het niet bewezen is dat premedicatie met antihistaminica en cortisone effectief is bij het voorkomen van reacties zoals anafylaxie. Daarom is een grondig allergologisch onderzoek van cruciaal belang om de diagnose waar mogelijk uit te sluiten en veilige alternatieven te vinden.

Leven met

Leven met een contrastallergie

De kans op overlijden in het ziekenhuis ten gevolge van contrast door een overgevoeligheidsreactie, is bijzonder laag. Bij een diagnose, krijgen patiënten een allergiepas mee waarop staat welk contrast vermeden moet worden en welk contrast veilig gebruikt kan worden. Indien hier rekening mee gehouden wordt, is de impact beperkt.

Team

Betrokken diensten

  • De dienst immunologie, allergologie en reumatologie van het UZA omvat het specialisme immunologie-allergologie en het specialisme reumatologie.
  • De dienst radiologie gebruikt medische beeldvorming zoals röntgenstralen (röntgenfoto, CT-scan), geluidsgolven (echografie) of magnetische velden (MR).
  • Nucleaire geneeskunde zet radioactiviteit in om tal van aandoeningen op te sporen of voor de behandeling van goedaardige gezwellen en kanker.
  • De dienst cardiologie behandelt aandoeningen van hart- en bloedvaten (cardiovasculaire aandoeningen of hart- en vaatziekten).
  • Het multidisciplinair pijncentrum van het UZA behandelt alle soorten van pijnklachten (zowel acute als chronische pijn).
  • Kinderallergologie is gespecialiseerd in complexe allergieën voor voeding, geneesmiddelen, latex en gif van bijen, wespen en hommels.

Maak een afspraak

Immunologie, allergologie en reumatologie

Niet beschikbaar
Route 148
Overige

Veelgestelde vragen

Een overgevoeligheid aan contrast is niet overerfbaar. Jouw risico is dus gelijk aan het bevolkingsrisico en er dienen geen bijkomende maatregelen genomen te worden.

Neen, er is geen kruisreactiviteit tussen jodiumhoudende en gadoliniumhoudende contrastmiddelen. 

Neen, deze praktijk wordt afgeraden. Een premedicatie is namelijk niet in staat om ernstige reacties te voorkomen. Veel beter is een identificatie van een veilig contrastmiddel middels allergologisch nazicht.

Voor sommige onderzoeken zoals een CT-scan kan overwogen worden om gewoonweg geen contrast te gebruiken. Contrast wordt gebruikt om de bloedvaten en organen beter in beeld te brengen, kan de diagnostiek verbeteren en kan dus een belangrijke meerwaarde hebben. Sommige onderzoeken zoals bijvoorbeeld een hartkatheterisatie zijn niet mogelijk zonder gebruik van contrast. Om deze reden is het toch belangrijk om een mogelijke overgevoeligheid steeds uit te werken.

Het is belangrijk dat we eerst nagaan of jouw klachten passend waren voor een overgevoeligheidsreactie. Indien dit zo was, kan nog niets gezegd worden over welke contrastmiddelen mogelijk veilig zijn. Daarvoor moet eerst verder allergologisch nazicht door middel van huidtesten gebeuren. De kans is echter zeer groot dat we een contrastmiddel vinden dat je wel zal kunnen verdragen.

Contrastmiddel kan enkele neveneffecten veroorzaken zoals een vreemde smaak in de mond, gevoel van te moeten plassen, warmte opwelling of misselijkheid. Dit is geen overgevoleigheidsreactie en in de regel niet gevaarlijk. Hiervoor moeten geen verdere testen gebeuren en er is geen verhoogd risico voor een overgevoeligheidsreactie in de toekomst.