Bijnierchirurgie
Synoniemen
Maak een afspraak
Hepatobiliaire, transplantatie en endocriene heelkunde
Wanneer is een bijnieringreep nodig?
Er zijn verschillende redenen voor een bijnieroperatie. Deze kunnen onderverdeeld worden in 3 groepen.
Bijkomende informatie per ziektebeeld raadplegen?
Hormoon producerende aandoeningen
Syndroom van Cushing en MACS (Milde Autonome Cortisol Secretie)
Het syndroom van Cushing en MACS zijn aandoeningen waarbij één of beide bijnieren te veel cortisol aanmaken. Klassieke symptomen zijn o.a. gewichtstoename, moeheid, spontane blauwe plekken …
Primair hyperaldosteronisme of het syndroom van Conn
Bij primair hyperaldosteronisme maken de bijnieren te veel aldosteron aan. Dit kan leiden tot een hoge bloeddruk (arteriële hypertensie) en een te laag kaliumgehalte in het bloed.
Feochromocytoom
Een feochromocytoom is een zeldzame tumor van het bijniermerg. Dit leidt onder andere tot een te hoge bloeddruk (arteriële hypertensie), aanvallen van hoofdpijn, zweten, hartkloppingen, misselijkheid, trillen, bleekheid. Door het atypische beeld wordt de diagnose vaak laat gesteld of zelfs gemist. In 10% van de gevallen is deze tumor kwaadaardig.
Incidentaloom ≥4cm
Een vergrote bijnier wordt vaak per toeval ontdekt tijdens een onderzoek Bijnieren die groter zijn dan 4cm vormen een risico voor maligne ontaarding. Preventieve heelkunde wordt hiervoor uitgevoerd.
Kwaadaardige aandoening
Adrenocorticaal carcinoom
Een adrenocorticaal carcinoom is een zeldzame kwaadaardige aandoening van de schors van de bijnier. Deze letsels kunnen tevens hormonen produceren. Wanneer deze tumoren groot worden kunnen ze omliggende structuren wegduwen of hierin ingroeien.
Metastase
Sommige kwaadaardige tumoren (long, borst, nier …) kunnen uitzaaiingen geven naar de bijnier. Sommige uitzaaiingen in de bijnier komen in aanmerking voor heelkundige behandeling.
Verloop van de ingreep
Voor je ingreep kom je eerst langs bij de chirurg en de anesthesist op de preoperatieve raadpleging.
Meestal werd je reeds volledig op punt gesteld door jouw behandelend endocrinoloog. Zo nodig zullen er nog bijkomende onderzoeken worden ingepland (bloedafname, urine collectie, elektrocardiogram…). Hierna wordt de ingreep ingepland.
- 1
Voor de ingreep
- Je wordt de dag van de ingreep opgenomen, tenzij bij een operatie voor een feochromocytoom, dan word je reeds 2 dagen voor de operatie opgenomen. Dit wordt met jou besproken tijdens de consultatie bij je chirurg.
- Je wordt de dag voor de operatie gecontacteerd door onze planningsverantwoordelijke. Deze zal jou het precieze uur doorgeven waarop wij je in het ziekenhuis verwachten. Kom op het afgesproken tijdstip naar het ziekenhuis.
- Voor de ingreep moet je nuchter blijven. Dat betekent dat je minstens 6 uur voor de ingreep niets meer mag eten. Je mag heldere vloeistof drinken tot 2 uur voor de ingreep (bv. water, appelsap of thee zonder melk), tenzij de anesthesist je andere richtlijnen gaf.
De anesthesist vertelt je op de preoperatieve raadpleging welke medicatie je de ochtend van de ingreep nog mag innemen. - Bekijk de checklist voor je opname thuis al via de onthaalbrochure ‘Welkom in het UZA’ of via de website. Zo vergeet je zeker niets mee te brengen naar het ziekenhuis.
- Je wordt opgenomen op de verpleegafdeling Endocriene heelkunde (C1/route 14 of C3/route 18).
- De operatiestreek wordt onthaard van de tepellijn tot aan de pubis.
- Je krijgt een operatieschortje en anti-trombosekousen aan. Mocht je nog anti-trombosekousen thuis hebben liggen, kan je deze best meenemen naar het ziekenhuis.
- Probeer voor je vertrekt naar de operatiezaal nog te plassen.
- 2
De ingreep zelf
- In de operatiezaal wachten de verpleegkundige, de anesthesist en de chirurg je op. Je wordt gevraagd om op de operatietafel te gaan liggen.
- De verpleegkundige legt de nodige monitoring aan en prikt infusen. De anesthesist zal je onder narcose brengen. De anesthesist kan beslissen om nog bijkomende infusen aan te brengen afhankelijk van je onderliggend bijnierprobleem.
- Bij een kijkoperatie word je in zijlig gepositioneerd. Bij een klassieke operatie blijft je op je rug liggen.
- De buik wordt ontsmet. De chirurg begint aan de operatie.
- Er kan beslist worden om een wonddrain (buisje waardoor wondvocht wordt afgevoerd en opgevangen) achter te laten. Deze blijft gemiddeld 24-48u na de ingreep ter plaatse.
- Het weggenomen weefsel wordt door de patholoog onderzocht. Dit resultaat wordt nadien naar jou teruggekoppeld. Het resultaat is gekend een 10-tal werkdagen na de ingreep.
- Je wordt wakker in de operatiezaal en wordt vervolgens naar de ontwaakzaal gebracht.
- Een observatieperiode van enkele uren zal plaatsvinden op de ontwaakzaal. Hierna ga je terug naar de kamer.
- Bij een ingreep voor een feochromocytoom zal je na de ingreep een nachtje doorbrengen op de PACU (Post Anesthesia Care Unit) of Intensieve Zorgen.
- 3
Na de ingreep
- Elke ochtend komen de zaalarts en de chirurg langs op de kamer.
- De dag na de ingreep zal er een controle bloedafname worden uitgevoerd. Afhankelijk van je bijnier probleem (voor de ingreep) zullen deze bloedafnames dagelijks of op specifieke momenten plaatsvinden.
- Buikpijn of schouderpijn zijn de meest voorkomende klachten na de ingreep. Hiervoor krijg je adequate pijnstilling.
- Het verwijderen van de wonddrain gebeurt gemiddeld 24-48u na de ingreep. Het verwijderen is zo goed als pijnloos, maar kan, tijdens het verwijderen, een vervelend gevoel geven.
- De hospitalisatieduur varieert tussen 1 nacht en 4 nachten.
- Voor je het ziekenhuis verlaat krijg je een controle raadpleging bij de chirurg mee naar huis en duidelijke instructies over de in te nemen medicatie.
- Een controle bij jebehandelend endocrinoloog is noodzakelijk een 4 tot 6 weken na de ingreep
- 4
Nazorg
Bij ontslag krijg je een controle afspraak bij jechirurg mee naar huis. Alle medicatie wordt voorgeschreven op je identiteitskaart en kan je ophalen bij je apotheker.
Een controle bij uw endocrinoloog is tevens noodzakelijk en moet worden voorzien tussen 4 en 6 weken na de ingreep.
Wanneer contacteer je je arts?
- roodheid van de wonde
- koorts hoger dan 38.5°C
- andere klachten waar je je zorgen over maakt
Risico’s en complicaties
Een bijnieroperatie is een veilige operatie met weinig complicaties en een vlot herstel. Bij elke operatie bestaat de kans op complicaties zoals trombose, longontsteking, intra-abdominale collectie/abces, wondinfectie …
- Nabloeding
Een nabloeding ter hoogte van de insnede zal aanleiding geven tot een blauwe verkleuring van de huid. Meestal stopt deze vanzelf en is er geen verdere behandeling nodig.
Een bloeding in de buikholte is zeer uitzonderlijk maar zal meestal leiden tot het uitvoeren van een nieuwe operatie om de bloeding te stelpen. - Trombose
Bij elke operatie bestaat de kans op het ontwikkelen van een trombose. Een trombose is een verstopping van een bloedvat door een bloedstolsel. Het trombose risico is gestegen wanneer je wordt geopereerd omwille van een syndroom van Cushing. Hierdoor zal je na de operatie gedurende 4 weken preventief bloedverdunners dor middel van spuitjes onderhuids (buik of bil) worden toegediend. - Letsel omliggende organen
Heel uitzonderlijk kunnen organen rondom de bijnier gekwetst worden tijdens de ingreep. Aan de linker kant gaat het om de milt of pancreasstaart. Aan de rechter kan de lever of het duodenum (eerste deel van de dundarm) gekwetst worden. - Chyle lek
Een chyle lek, weliswaar zeldzaam, is de lekkage van lymfevocht na een buikoperatie. Hierdoor krijgt het drainage vocht een melkachtig aspect. De behandeling bestaat uit een specifiek dieet gedurende enkele weken.
Klinische studies
Elk jaar nemen er in het UZA heel wat patiënten deel aan klinische studies. Dit gebeurt op vrijwillige basis. Indien er op de dienst waar je bent opgenomen een specifiek onderzoek loopt, zal je eventueel gevraagd worden om hieraan deel te nemen. Je hebt de volledige vrijheid om te beslissen of je hier al dan niet op in wenst te gaan. Indien je deelneemt of in de toekomst deelneemt aan klinische studies, kan je met je vragen terecht bij je behandelend arts.
Onze zorgverleners staan voor je klaar
Hieronder vind je een overzicht van de zorgverleners die deel uitmaken van ons team en hun specifieke rol in de behandeling en ondersteuning van onze patiënten.



