Lymfeklierkanker
Een lymfoom (lymfeklierkanker) is een ziekte waarbij kwaadaardige lymfocyten in het lymfestelsel worden gevormd.
Synoniemen
Wat is lymfeklierkanker?
Een lymfoom (lymfeklierkanker) is een ziekte waarbij kwaadaardige lymfocyten in het lymfestelsel worden gevormd. De lymfomen worden in twee hoofdcategorieën verdeeld: Hodgkin lymfoom (HL) en Non-Hodgkin lymfoom (NHL).
Soorten
Oorzaken
Lymfomen ontstaan wanneer bepaalde witte bloedcellen, de lymfocyten, ongecontroleerd gaan groeien en zich ophopen in lymfeklieren of andere organen. Dit gebeurt vaak door fouten in het DNA, vooral translocaties: stukjes van twee verschillende chromosomen wisselen van plaats.
Zo’n fout kan genen die de celdeling normaal regelen verstoren, waardoor lymfocyten blijven delen terwijl dat niet hoort. Lymfocyten lopen hier extra risico op, omdat hun DNA tijdens hun ontwikkeling bewust wordt aangepast om goed te kunnen functioneren in het afweersysteem. Daarbij kunnen fouten sluipen.
De precieze oorzaak van deze fouten is meestal niet bekend. Lymfomen zijn zelden erfelijk, maar mensen met een verzwakt immuunsysteem – bijvoorbeeld door een aangeboren afweerstoornis of HIV – lopen meer risico.
Symptomen
Patiënten hebben niet altijd symptomen. De meest voorkomende symptomen zijn echter:
- gezwollen lymfeklieren
- gewichtsverlies
- eetlustverlies
- koorts
- nachtelijk zweten
- hardnekkige jeuk
Diagnosestelling
De diagnose wordt gesteld op basis van verschillende onderzoeken:
Lymfeklierbiopsie (of beenmergbiopsie): hierbij wordt een stukje weefsel uit een vergrote lymfeklier (of soms het beenmerg) weggenomen. Dit weefsel wordt onder de microscoop bekeken en getest met speciale technieken (immunofenotypering) om het type lymfoom te bepalen.
Beeldvorming: zoals een PET-scan of CT-scan, om de locatie en verspreiding van het lymfoom in het lichaam in kaart te brengen.
Bloedonderzoek: laboratoriumtesten kunnen helpen om de algemene gezondheid te beoordelen en om te zoeken naar afwijkingen die horen bij lymfomen (bijvoorbeeld verhoogde ontstekingswaarden, verminderde bloedcellen).
Behandeling
Behandeling afhankelijk van het type lymfoom
Hodgkinlymfoom groeit snel en kan zonder behandeling binnen enkele maanden gevaarlijk zijn. Meestal wordt het behandeld met chemotherapie en/of radiotherapie. Soms wordt ook immuuntherapie gebruikt, vooral bij bepaalde stadia of bij terugkeer van de ziekte.
Non-Hodgkinlymfomen omvatten veel verschillende typen, met uiteenlopend gedrag.
Sommige groeien langzaam en vragen soms minder intensieve behandeling, vooral bij oudere patiënten. Agressieve vormen krijgen vaak ook chemotherapie.
Veel B-cellymfomen reageren goed op immunotherapie met een speciaal antilichaam dat gericht is tegen het CD20-eiwit op de kankercellen.
Radiotherapie wordt soms toegepast om specifieke plekken te behandelen.
Als het lymfoom terugkomt, kan intensievere chemotherapie gevolgd worden door een beenmerg- of stamceltransplantatie. Hierbij worden eerst de kankercellen bestreden met hoge doses chemo, waarna eigen of donor-stamcellen worden teruggegeven.
Daarnaast zijn er nieuwe vormen van immuuntherapie, zoals CAR T-celtherapie waarbij eigen afweercellen speciaal worden aangepast om kankercellen aan te vallen. Ook worden andere immuuntherapieën onderzocht en toegepast, bijvoorbeeld bispecifieke antilichamen, die de afweercellen helpen om de kankercellen beter te vinden en te doden.
University Center for Clinical Research Antwerp (UNICCRA)
De oncologische research unit werd in 2022 volledig vernieuwd en uitgebreid, en gaat verder onder de naam University Center for Clinical Research Antwerp (UNICCRA). Het doel van deze unit is nieuwe, betere en steeds meer doeltreffendere behandelingen vinden om kankerpatiënten te behandelen. Klinische studies zijn hiervoor de beste methode. Tijdens deze klinische studies kunnen onze onderzoekers bepalen welke behandelingen veiliger, effectiever en beter zijn dan de huidige behandelingen.