Bij hartfalen kan het hart niet op voldoende wijze bloed rondpompen om het lichaam normaal te laten functioneren.

Wat is hartfalen?

Wat is hartfalen?

Bij hartfalen kan het hart niet voldoende bloed rondpompen om het lichaam normaal te laten functioneren. Daardoor krijgen bepaalde delen van het lichaam te weinig zuurstof en voedingsstoffen, en kunnen bloed en vocht zich ophopen op plaatsen waar het niet hoort. Omdat hartfalen een chronische aandoening is, kan ze wel behandeld worden, maar niet volledig genezen.

Hartfalen is geen ziekte op zich, maar een syndroom dat kan ontstaan door verschillende onderliggende hartaandoeningen.

  • Het hart is de motor van het lichaam en bevindt zich ongeveer in het midden van de borstkas. Het is een pomp die ervoor zorgt dat via de bloedsomloop het hele lichaam van zuurstof en voedingsstoffen wordt voorzien. Het hart bestaat uit 4 delen: 

    • Twee voorkamers, ook wel boezems of atria genoemd.  In de voorkamers komt het bloed toe. De rechter voorkamer ontvangt bloed afkomstig van alle delen van het lichaam. De linker voorkamer ontvangt bloed uit de longen. 
    • Vanuit de voorkamers wordt het bloed naar de twee kamers of ventrikels gestuwd. Vanuit de kamers zal het bloed naar alle delen van het lichaam gepompt worden.  

    Daarnaast heeft het hart 4 kleppen. Ze zijn gelegen aan de ‘uitgang’ van elke voorkamer of kamer. De kleppen zorgen ervoor dat het bloed niet terugvloeit en dus enkel voorwaarts kan stromen.  

    Bloedsomloop

    Het systeem waarbinnen het bloed in het lichaam rondloopt of circuleert, heet de bloedsomloop. We hebben een kleine en een grote bloedsomloop.  

    De kleine bloedsomloop brengt, vanuit de rechterkant van het hart, zuurstofarm bloed naar de longen. In de longen neemt het bloed zuurstof op. Hierna gaat het zuurstofrijke bloed naar de linkerkant van het hart. De kleine bloedsomloop zorgt er dus voor dat het bloed van zuurstof wordt voorzien.   

    Als het bloed de kleine bloedsomloop heeft doorlopen, en zich dus aan de linkerkant van het hart bevindt, is het rijk aan zuurstof.  

    De grote bloedsomloop, die van de linkerkant van het hart vertrekt, zorgt er nu voor dat dit bloed naar alle plaatsen in het lichaam wordt gebracht. Wanneer het bloed langs alle organen en weefsels is gepasseerd heeft het niet veel zuurstof meer over. Daarom keert het bloed terug naar de rechterkant van het hart (waar de kleine bloedomloop vertrekt) en begint het hele proces opnieuw.

    Signaaloverdracht van het hart

    De pompfunctie van het hart wordt gecoördineerd door een elektrisch geleidingssysteem. Iedere hartslag start door een elektrisch signaal dat ontstaat in de sinusknoop. Van hieruit verspreidt deze elektrische prikkel zich door de voorkamers waardoor ze samentrekken. Onderaan de voorkamers ligt de AV-knoop (atrioventriculaire knoop). Deze AV-knoop geleidt de prikkel verder naar de beide kamers. Via snelle elektrische geleidingsbanen trekken de kamers gelijktijdig en op het juiste moment samen. Een normaal hartritme zit tussen de 50 à 100 slagen per minuut.

  • Een belangrijk element in de diagnose van hartfalen is de ejectiefractie (EF). Het geeft aan hoeveel procent van het bloed per hartslag wordt weggepompt uit de linkerkamer. 

    Een hart pompt nooit volledig leeg. Een normale ejectiefractie is ongeveer 60%. Met andere woorden: 60% van wat in de linkerkamer zit wordt er per slag uitgepompt. 

    Op basis van de ejectiefractie deelt men hartfalen op in twee vormen:

    • Hartfalen met verminderde ejectiefractie (HFrEF)

      Bij systolisch hartfalen is de pompkracht van het hart verminderd, waardoor bepaalde delen van het lichaam (zoals nieren of hersenen) niet voldoende bloed en zuurstof krijgen. Daarnaast gaat er zich bloed ophopen op plaatsen waar het niet hoort (longen, nieren, lever, maag, benen enz.).
    • Hartfalen met bewaarde ejectiefractie (HFpEF)

      Bij diastolisch hartfalen kan de hartkamer zich onvoldoende vullen. Hoewel het hart nog wel voldoende bloed kan uitpompen, ontstaan er klachten van kortademigheid en wateropstapeling in de ledematen door een verhoogde bloeddruk in de voorkamers en aders.

    Het resultaat van beide vormen is hetzelfde: het hart kan onvoldoende bloed rondpompen. 

    De klachten van beide vormen zijn vaak vergelijkbaar, de behandeling is erg verschillend. 

  • Hartfalen is meestal het gevolg van:

    De schade aan het hart of de extra belasting van het hart kan een mechanisme in gang zetten waardoor het samentrekken of vullen van het hart geleidelijk aan moeilijker en moeilijker verloopt. In het begin van dit proces zijn er weinig/geen klachten. Meestal wordt de diagnose pas gesteld wanneer je klachten ondervindt, op dat moment is de hartfunctie vaak al ernstig beperkt. 

    Hartfalen kan op elke leeftijd ontstaan, maar naarmate je ouder wordt, neemt de kans op hartfalen toe. Hartfalen is de meest voorkomende oorzaak van ziekenhuisopname bij patiënten ouder dan 65 jaar. 

  • Klachten van hartfalen kunnen we indelen in 2 grote groepen:  

    • Klachten door verminderde bloedtoevoer naar de organen
      • Kortademigheid
      • Gewichtstoename
      • Zwelling van de enkels
      • Frequent ‘s nachts opstaan om te plassen
      • Opgezette buik die pijnlijk en gevoelig is
      • Verminderde eetlust
      • Prikkelhoest
    • Klachten veroorzaakt door vochtophoping
      • Duizeligheid
      • Snelle hartslag
      • Vermoeidheid

    Verminderde bloedtoevoer  

    Als het hart onvoldoende bloed rondpompt, krijgen bepaalde delen van het lichaam te weinig zuurstof en voedingsstoffen.  

    Het lichaam zal steeds proberen voldoende bloed richting de hersenen en andere noodzakelijke organen te leiden. Hierdoor krijgen sommige spieren minder bloed. Alle spieren en organen hebben zuurstof en voedingsstoffen nodig om te kunnen werken. Te weinig bloed naar de been- en armspieren geeft klachten van vermoeidheid bij kleinere inspanningen. Als er minder bloed naar de hersenen stroomt kan nadenken en concentreren wat moeizamer verlopen.  

    Vochtophoping

    Als het bloed minder gemakkelijk vertrekt uit hart (omdat het hart het niet kan wegpompen) kan het bloed het hart ook niet vlot binnenstromen. Hierdoor hoopt het bloed zich op in de bloedvaten die het vocht naar het hart voeren. Deze ophoping van bloed zorgt ervoor dat vocht “lekt” naar de omliggende weefsels.

    De linkerkant van het hart wordt gevuld met bloed dat van de longen komt. Als de linker hartkamer minder goed pompt worden de bloedvaten die bloed van de longen naar het hart brengen te veel gevuld. De druk daar wordt te hoog waardoor er vocht lekt uit de kleine bloedvaatjes van de longen. Dit vocht hoopt zich op in de longen en zorgt voor kortademigheid en een kriebelhoest.

    Het rechter hart vult zich met bloed dat komt van de nieren, de lever, de maag, de benen en vele andere lichaamsdelen. Als de rechterkant van het hart minder goed pompt kan het bloed niet verder en zal het blijven staan ter hoogte van deze lichaamsdelen. Teveel vocht in buik geeft een opgezet en vol gevoel in buik. Dikke benen en voeten ontstaan door het vocht dat hier blijft staan.  

    Hartfalen kan linker en rechterhelft afzonderlijk of samen aantasten

Diagnosestelling

Diagnosestelling

Bij klachten die kunnen wijzen op hartfalen zal de arts een uitgebreid lichamelijk onderzoek verrichten, en vragen stellen over je klachten, medische voorgeschiedenis en levensstijl.  Er kunnen ook bepaalde onderzoeken plaatsvinden. Hieronder een overzicht van de meest voorkomende onderzoeken: 

  • Bloedonderzoek

    Tijdens een bloedafname wordt een kleine hoeveelheid bloed afgenomen voor medisch onderzoek.
  • Röntgenfoto van de thorax (borstkas)

  • We maken een film van het hart en meten de elektrische activiteit van het hart.
  • Tijdens een holteronderzoek wordt gedurende een bepaalde periode de elektrische activiteit van het hart gemeten.
  • Transthoracale echocardiografie

  • Deze pagina biedt wat meer informatie over een echografie langs de slokdarm (slokdarmechocardiografie).
  • Een inspanningsonderzoek met meting van de gasuitwisseling (spiro-ergometrie) geeft een idee over de reserve die jouw hart heeft.
  • Met hoogfrequente geluidsgolven worden livebeelden van het hart gemaakt om hartproblemen op te sporen
  • Tijdens een MIBI-test bekijken we de doorbloeding van jouw hartspier tijdens een belasting.
  • Een genetische test kan informatie opleveren die belangrijk is voor je gezondheid of die van je (ongeboren) kind.
  • Een MRI maakt gebruik van sterke magneetvelden en radiogolven om organen en andere lichaamsweefsels gedetailleerd in kaart te brengen.
  • Een hartkatheterisatie is een onderzoek dat de kransslagaders in beeld brengt met behulp van een katheter (een dun buisje) vertrekkend vanuit de lies of pols.
Behandeling

Behandeling

Je komt terecht bij het multidisciplinaire team van de hartfalenkliniek

Hartfalen is een chronische aandoening. Dat wil zeggen dat ze wel behandeld kan worden, maar niet volledig kan genezen.  

Het doel van de behandeling is:  

  • Klachten en opnames voorkomen  
  • Levensverwachting en levenskwaliteit verbeteren
  • Hartfunctie verbeteren of vermijden dat ze achteruitgaat

 

Er zijn twee verschillende vormen van hartfalen. De klachten zijn vergelijkbaar, de behandeling is erg verschillend.  

  • Hartfalen met behouden ejectiefractie (HFpEF)
  • Hartfalen met verminderde ejectiefractie (HFrEF)

Behandeling hartfalen met behouden ejectiefractie (HFpEF)

Medicamenteuze behandeling

  • Medicatie is erg belangrijk om hartfalen goed te behandelen. Elke dag de medicijnen juist innemen is dan ook één van de eerste dingen waarop je moet letten. Als je ze niet of foutief neemt werken ze niet. Ieder medicijn heeft bijwerkingen. Dat wil echter niet zeggen dat je ze ook allemaal krijgt. Indien je last hebt van bijwerkingen, moet je dit melden aan de arts of verpleegkundige. Ze zullen samen met jou naar een oplossing zoeken.  

     

    Stop nooit zelf je medicatie. Wanneer je de hartfalenmedicatie stopt gaat de hartfunctie achteruit en zal je in de toekomst sneller klachten ondervinden.  

  • Je krijgt een hele reeks tabletten voorgeschreven voor je hart. Het is de combinatie van deze verschillende soorten die​ het ​ beste resultaat oplevert. Enkel door ze te combineren zorgen we ervoor dat je hartfunctie zo goed mogelijk beschermd wordt en dat je zo weinig mogelijk klachten ondervindt nu en in de toekomst.    

  • Naast hartfalen, kan je ook aan andere aandoeningen leiden, de zogenaamde comorbiditeiten. Bijkomende aandoeningen die onvoldoende behandeld worden hebben een negatieve invloed op je hartfunctie. Het is erg belangrijk om deze aandoeningen goed aan te pakken. 

     

    Enkel voorbeelden van deze comorbiditeiten zijn: 

    • Overgewicht 

    • … 

  • SGLT2 (Sodium Glucose Cotransporter 2) blokkers 

    • Wat doen ze: De effecten van SGLT2-blokkers bij hartfalen zijn vrij complex. Ze verminderen voornamelijk de symptomen van vochtopstapeling bij hartfalen. Deze tabletten zorgen dat men meer zout en water uit plast. 

    • Verwachte voordelen:  Verminderen ziekenhuisopnames wegens hartfalen, verlengen van de levensverwachting, voorkomen nierproblemen en verbeteren de inspanningstolerantie en levenskwaliteit. 

    • Voorbeelden: dapagliflozine, empagliflozine

    • Neveneffecten: 

      • Soms ontstaan er urineweginfecties. 

      • Je herkent dit aan frequent erg kleine hoeveelheden plassen, pijn bij plassen, slecht ruikende urine, pijn ter hoogte van onderbuik, …   Neem in dit geval contact met de huisarts of hartfalenverpleegkundige. 

      • Bij diabetespatiënten kan de start van dapagliflozine of empagliflozine de kans op hypoglycemie (lage suikerwaarde in het bloed) verhogen.  

      • Symptomen hypoglycemie: zweten, plots hevige honger, beven, wisselend humeur, geeuwen, troebel zicht, …  Wees alert en neem zo nodig contact met de huisarts, hartfalenverpleegkundige of diabetoloog. Eventueel kan de diabetesmedicatie worden aangepast. 

      • Bij bloedcontrole na de opstart van dit tablet ziet men regelmatig een beperkte achteruitgang van de nierfunctie. Deze achteruitgang is normaal en zal zich na verloop van tijd herstellen. Op lange termijn hebben deze tabletten een beschermend effect op de nieren. 

    MRAs (mineralocorticoid receptor antagonists) 

    • Wat doen ze: Het zijn kaliumsparende plastabletten. Plastabletten helpen het lichaam bij het afvoeren van overtollig vocht door de nieren te stimuleren om meer urine te produceren. Het hart zal minder belast worden, doordat het minder vocht door het lichaam moet pompen. 

    • Verwachte voordelen:  Verlichten symptomen zoals kortademigheid en zwelling als gevolg van de vochtopstapeling in het lichaam. Verlengen de levensverwachting. 

    • Voorbeelden: Aldactone, Eplenerone

    • Neveneffecten: Sommige personen die Aldactone of Eplenerone gebruiken hebben na verloop van tijd last van pijnlijke zwelling ter hoogte van de borsten. Deze klacht kan zich ook bij mannen voordoen. Neem in dit geval contact met de huisarts of hartfalenverpleegkundige. Er bestaan tabletten met dezelfde werking die deze vervelende bijwerking niet hebben. 

Niet-medicamenteuze behandeling 

  • Naast het behandelen van hartfalen, is ook het behandelen van andere aandoeningen (comorbiditeiten) belangrijk. Omdat slecht behandelde comorbiditeiten zoals suikerziekte, ritmestoornissen of een hoge bloeddruk de hartfunctie negatief beïnvloeden. Het behandelen van deze aandoeningen kan met medicatie of op andere manieren verlopen. 

     

    Denken we daarbij aan:  

    • behandelen van zuurstof tekort aan de hartspier 

    • behandeling van te hoge bloeddruk 

    • behandeling van hartritmestoornissen 

    • onder controle houden van het suikergehalte in het bloed 

    • schildklierwaarde controleren en zo nodig bijsturen 

    • aanpakken van overgewicht 

    • …  

    Een voorbeeld van een niet medicamenteuze behandeling is gewichtsverlies in geval van overgewicht. Overgewicht zal in combinatie met andere aandoeningen het stijver worden van je hart in de hand werken en zo je klachten doen toenemen. Wanneer je te zwaar bent, is werken aan je overgewicht een geschenk van onschatbare waarde voor je hart. 

  • Het is belangrijk dat je, voor zover mogelijk, actief blijft. De algemene regel is: alles wat je zonder klachten kan doen, moet je vooral blijven doen.

     

    Wandelen is een perfecte activiteit om mee te beginnen. Als je niet (meer) gewoon bent om te bewegen, begin je met erg kleine stukjes.  Probeer elke dag te stappen door bijvoorbeeld de krant uit de brievenbus te halen, enkele toertjes te stappen rond de tafel of in de tuin, een halte eerder uit de bus te stappen, de auto iets verder te parkeren, ….. 

    Als je liever fietst, kan je kiezen uit een hometrainer, e-bike of gewone fiets. Elke niet competitieve activiteit is goed. Kies iets dat bij je past, het belangrijkste is dat je beweegt. Begin rustig met kleine stukjes te wandelen of te fietsen. Wanneer je deze enkele dagen zonder last heeft kunnen afleggen, verleng je stilletjes de afstand..   

     

    Een goede vuistregel is dat je moet kunnen praten terwijl je beweegt. Als je niet meer kunt praten, ga je waarschijnlijk te hard. Stop de oefening onmiddellijk als je last krijgt van kortademigheid, duizeligheid, pijn op de borst, misselijkheid of koud zweet. Als de klachten terugkomen of aanhouden, neem dan contact op met je huisarts of verpleegkundige. 

  • Wanneer je lichaam de neiging heeft om vocht vast te houden, zal de arts je aanraden je zout- en vochtinname te beperken. 

     

    Vocht dat wordt opgenomen komt in de bloedsomloop terecht. Bij een persoon zonder hartfalen zorgt de nier voor een perfect evenwicht tussen zout en vocht dat men opneemt via de voeding en het zout en vocht dat men uit plast. Bij hartfalen werkt dit systeem niet naar behoren en heeft de nier de neiging om meer zout en vocht vast te houden dan noodzakelijk. Hartfalenmedicatie werkt in op dit minder goed werkende systeem en probeert het proces te verbeteren. 

    Wanneer er te veel vocht in het lichaam aanwezig is gaat het hart, zoals men noemt, decompenseren. Dit wil zeggen dat het te zwaar wordt voor het hart. Het hart krijgt het bloed niet meer rondgestuurd en er blijft, op verschillende plaatsen in het lichaam, vocht staan. Men voelt zich meer moe, men is meer kort van adem, voeten zijn dikker, ...

    Bespreek met je arts of, en hoe strikt je de zout- en vochtbeperking moet volgen. Maar weet: hartfalenpatiënt of niet, het is verstandig om voorzichtig om te springen met zout.

     

    Zout 

    Heel wat van onze voeding bevat zout. Het zout dat ons lichaam nodig heeft om goed te kunnen werken zit van nature in de voedingsproducten die we kopen. Al het zout dat we zelf toevoegen of dat door de fabrikant werd toegevoegd is eigenlijk overbodig en zelfs schadelijk. 

     

    Wij raden aan: 

    • Voeg geen zout toe tijdens het bereiden van de maaltijden. 

    • Zet je zoutvat niet op tafel, zo strooi je niet bij op je bord. 

    • Beperk het gebruik van bereide producten. Die bevatten veel zout (vb. pizza, lasagne, soep of groenten uit blik of brique, gewone bouillonblokjes, Franse kazen, ... ).

     

    Vocht 

    Wanneer je lichaam de neiging heeft vocht vast te houden is het belangrijk niet te veel te drinken.  

    Hoeveel vocht aangeraden is, is voor iedereen verschillend. De arts zal dit samen met jou bekijken. Meestal raadt men aan niet meer dan 1,5 tot 2 liter vocht per dag te gebruiken.  

     

    Onder vocht verstaan we alles wat je drinkt, maar ook andere producten die veel vocht bevatten zoals soep, pudding, yoghurt, platte kaas, grotere hoeveelheden fruit, …   

    Let op: Wanneer het erg warm is, je braakt of je diarree hebt, dan moet de vochtbeperking minder strikt worden toegepast. 

Behandeling hartfalen met verminderde ejectiefractie (HFrEF)

Medicamenteuze behandeling

  • Medicatie is erg belangrijk om hartfalen goed te behandelen. Elke dag de medicijnen juist innemen is dan ook één van de eerste dingen waarop je moet letten. Als je ze niet of foutief neemt werken ze niet. Ieder medicijn heeft bijwerkingen. Dat wil echter niet zeggen dat je ze ook allemaal krijgt. Indien je last hebt van bijwerkingen, moet je dit melden aan de arts of verpleegkundige. Ze zullen samen met jou naar een oplossing zoeken.  

     

    Stop nooit zelf je medicatie. Wanneer je de hartfalenmedicatie stopt gaat de hartfunctie achteruit en zal je in de toekomst sneller klachten ondervinden.  

  • Je krijgt een hele reeks tabletten voorgeschreven voor je hart. Het is de combinatie van deze verschillende soorten die​ het ​ beste resultaat oplevert. Enkel door ze te combineren zorgen we ervoor dat je hartfunctie zo goed mogelijk beschermd wordt en dat je zo weinig mogelijk klachten ondervindt nu en in de toekomst.    

  • Naast hartfalen, kan je ook aan andere aandoeningen leiden, de zogenaamde comorbiditeiten. Bijkomende aandoeningen die onvoldoende behandeld worden hebben een negatieve invloed op je hartfunctie. Het is erg belangrijk om deze aandoeningen goed aan te pakken. 

     

    Enkel voorbeelden van deze comorbiditeiten zijn: 

    • Overgewicht 

    • … 

  • ACE-remmers (remmers van angiotensine-converterend enzym) en ARB’s (angiotensine-II-receptorblokkers)   

    • Wat doen ze:  

      • Beschermen het hart op lange termijn door ervoor te zorgen dat het hart terug kleiner wordt of te voorkomen dat het verder uitzet. 

      • Zorgen voor bloeddrukdaling. Hierdoor moet het hart minder hard werken om het bloed doorheen het lichaam te pompen.  

    • Verwachte voordelen: 

      • Ze beperken het aantal ziekenhuisopnames als gevolg van hartfalen, verlengen de levensverwachting, verbeteren de inspanningen die men kan doen en verbeteren de kwaliteit van het leven. 

      • Deze tabletten werken het best wanneer je er voldoende van neemt. De arts zal starten met een lage dosis en deze stilaan verhogen. Hierbij zal men rekening houden met je bloeddruk, klachten, nierfunctie en dergelijke. Het is belangrijk dat de arts probeert je een zo hoog mogelijke dosis te geven. Enkel zo bereiken we met deze tabletten het beoogde positieve effect. 

    • Voorbeelden: perindopril, lisinopril, candesartan, …

    • Neveneffecten: 

      • Ace-remmers (bijvoorbeeld: perindopril, lisinopril) geven soms een erg vervelende prikkelhoest. Neem in dit geval contact met de huisarts of hartfalenverpleegkundige. Er bestaan tabletten met dezelfde werking die deze vervelende bijwerking niet hebben. 

      • Lage bloeddruk: een lage bloeddruk is geen neveneffect maar een “gewild” effect. Bij een lage bloeddruk moet je hart minder moeite doen om het bloed weg te pompen. Wanneer je een lage bloeddruk hebt en je hebt hiervan geen hinder, is dit perfect. Het is uiteraard niet de bedoeling dat je duizelig bent telkens als je rechtop gaat staan of wanneer je neerzit, ligt of tijdens het stappen. Wanneer dit het geval is neem dan contact met je huisarts of hartfalenverpleegkundige.

    Bètablokkers 

    • Wat doen ze:  

      • Beschermen het hart op lange termijn door ervoor te zorgen dat het hart terug kleiner wordt of te voorkomen dat het verder uitzet.     

      • Zorgen voor bloeddrukdaling. Daardoor moet het hart minder hard werken om het bloed doorheen het lichaam te pompen.  

      • Zorgen ervoor dat je hart langzamer klopt zodat het meer tijd heeft om te vullen. 

     

    • Verwachte voordelen:  

      • Ze beperken het aantal ziekenhuisopnames als gevolg van hartfalen, verlengen de levensduur en verbeteren de inspanningen die men kan doen en verbeteren de kwaliteit van het leven. 

      • Deze tabletten werken het best wanneer je er voldoende van neemt. De arts zal starten met een lage dosis en deze stilaan verhogen. Hierbij zal men rekening houden met je bloeddruk, klachten en dergelijke. Het is belangrijk dat de arts probeert je een zo hoog mogelijke dosis te geven. Enkel zo bereiken we met deze tabletten het beoogde positieve effect. 

    • Voorbeelden: Bisoprolol, Metoprolol, Carvedilol, Nebivolol

    • Neveneffecten: 

      • Lage bloeddruk: een lage bloeddruk is geen neveneffect maar een “gewild” effect. Bij een lage bloeddruk moet je hart minder moeite doen om het bloed weg te pompen. Wanneer je een lage bloeddruk hebt en je hebt hiervan geen hinder, is dit perfect. Het is uiteraard niet de bedoeling dat je duizelig bent telkens als je rechtop gaat staan of wanneer je neerzit, ligt of tijdens het stappen. Wanneer dit het geval is neem dan contact met je huisarts of hartfalenverpleegkundige. 

      • Erectiestoornissen kunnen voorkomen bij het gebruik van deze tabletten. Wanneer dit het geval is neem dan contact met je huisarts of hartfalenverpleegkundige. 

    ARNI (Angiotensine-receptor neprilysine-inhibitor) 

    • Wat doen ze:  Dit geneesmiddel bevat twee werkzame stoffen: Valsartan en Sacubitril.  

      • Valsartan is een ARB. Deze voorkomt dat het hart verder uitzet en zorgt voor verlaging van de bloeddruk. 

      • Sacubitril zal de werking van lichaamseigen stoffen versterken. Hierdoor zal de doorstroming door de nieren verbeteren, waardoor u meer vocht en zout uitplast.  

    • Verwachte voordelen: 

      • Ze beperken het aantal ziekenhuisopnames als gevolg van hartfalen en doen de overlevingskansen stijgen. 

      • Daarnaast verminderen ze de klachten van hartfalen. 

      • Deze tabletten werken het best wanneer je er voldoende van neemt. De arts zal starten met een lage dosis en deze stilaan verhogen. Hierbij zal men rekening houden met je bloeddruk, klachten en dergelijke. Het is belangrijk dat de arts probeert je een zo hoog mogelijke dosis te geven. Enkel zo bereiken we met deze tabletten het beoogde positieve effect. 

    • Voorbeelden: valsartan, sacubitril

    • Neveneffecten: 

      • Lage bloeddruk: een lage bloeddruk is geen neveneffect maar een “gewild” effect. Bij een lage bloeddruk moet je hart minder moeite doen om het bloed weg te pompen. Wanneer je een lage bloeddruk hebt en je hebt hiervan geen hinder, is dit perfect. Het is uiteraard niet de bedoeling dat je duizelig bent telkens als je rechtop gaat staan of wanneer je neerzit, ligt of tijdens het stappen. Wanneer dit het geval is neem dan contact met je huisarts of hartfalenverpleegkundige. 

    SGLT2 (Sodium Glucose Cotransporter 2) blokkers 

    • Wat doen ze: De effecten van SGLT2-blokkers bij hartfalen ​zijn vrij complex. Ze verminderen voornamelijk de symptomen van de vochtopstapeling bij hartfalen. Deze tabletten zorgen dat men meer zout en water uit plast. 

    • Verwachte voordelen:  Verminderen ziekenhuisopnames wegens hartfalen, verlengen het leven, voorkomen nierproblemen, verbeteren de inspanningen die men kan leveren en verbeteren de kwaliteit van het leven. 

    • Voorbeelden: dapagliflozine, empagliflozine

    • Neveneffecten: 

      • Soms ontstaan er schimmelinfecties ter hoogte van de urineblaas. Je herkent dit aan frequent erg kleine hoeveelheden plassen, pijn bij plassen, slecht ruikende urine, pijn ter hoogte van onderbuik, …  Neem in dit geval contact met de huisarts of hartfalenverpleegkundige. 

      • Bij diabetespatiënten kan de start van dapagliflozine ofempagliflozine de kans op hypoglycemie (lage suikerwaarde in het bloed) verhogen.  

      • Symptomen hypoglycemie: zweten, plots hevige honger, beven, wisselend humeur, geeuwen, troebel zicht, …  Wees alert en neem zo nodig contact met de huisarts, hartfalenverpleegkundige of diabetoloog. Eventueel kan er aan aanpassing gebeuren aan de diabetesmedicatie.  

      • Bij bloedcontrole na de opstart van dit tablet ziet men regelmatig een beperkte achteruitgang van de nierfunctie. Deze achteruitgang is normaal en zal zich na verloop van tijd herstellen. Op lange termijn hebben deze tabletten een beschermend effect op de nieren. 

    MRAs (mineralocorticoid receptor antagonists)  

    • Wat doen ze:  

      • Zorgen dat meer water en zouten worden uitgeplast. 

      • Het zijn lichte kaliumsparende plastabletten die op lange termijn beschermend effect hebben bij hartfalen. 

      • Gewone plastabletten hebben dit beschermende effect niet. 

    • Verwachte voordelen:  

      • Ze beperken het aantal ziekenhuisopnames als gevolg van hartfalen en verbeteren de symptomen. 

      • Verlengen de levensverwachting. 

    • Voorbeelden: Aldactone, Eplenerone 

    • Neveneffecten: Sommige personen die Aldactone of Spironolactone gebruiken hebben na verloop van tijd last van pijnlijke zwelling ter hoogte van de borsten. Deze klacht kan zich ook bij mannen voordoen. Neem in dit geval contact met de huisarts of hartfalenverpleegkundige. Er bestaan tabletten met dezelfde werking die deze vervelende bijwerking niet hebben. 

    Diuretica of plastabletten 

    • Wat doen ze:  Plastabletten helpen het lichaam bij het afvoeren van het te veel aan vocht. Ze stimuleren de nieren om meer urine te produceren. Het hart zal minder belast worden, doordat het minder vocht door het lichaam moet pompen. 

    • Verwachte voordelen:  Verlichten klachten die het gevolg zijn van vochtopstapeling in het lichaam. Denk aan: kortademigheid, zwelling benen, opgezette buik, …  Deze plastabletten hebben geen beschermende effecten op lange termijn. 

    • Voorbeeld: urosemide, bumetanide, Chloortalidon, …

Niet-medicamenteuze behandeling

  • Het is belangrijk dat je, voor zover mogelijk, actief blijft. De algemene regel is: alles wat je zonder klachten kan doen, moet je vooral blijven doen.

     

    Wandelen is een perfecte activiteit om mee te beginnen. Als je niet (meer) gewoon bent om te bewegen, begin je met erg kleine stukjes.  Probeer elke dag te stappen door bijvoorbeeld de krant uit de brievenbus te halen, enkele toertjes te stappen rond de tafel of in de tuin, een halte eerder uit de bus te stappen, de auto iets verder te parkeren, ….. 

    Als je liever fietst, kan je kiezen uit een hometrainer, e-bike of gewone fiets. Elke niet competitieve activiteit is goed. Kies iets dat bij je past, het belangrijkste is dat je beweegt. Begin rustig met kleine stukjes te wandelen of te fietsen. Wanneer je deze enkele dagen zonder last heeft kunnen afleggen, verleng je stilletjes de afstand..   

     

    Een goede vuistregel is dat je moet kunnen praten terwijl je beweegt. Als je niet meer kunt praten, ga je waarschijnlijk te hard. Stop de oefening onmiddellijk als je last krijgt van kortademigheid, duizeligheid, pijn op de borst, misselijkheid of koud zweet. Als de klachten terugkomen of aanhouden, neem dan contact op met je huisarts of verpleegkundige. 

  • Wanneer je lichaam de neiging heeft om vocht vast te houden, zal de arts je aanraden je zout- en vochtinname te beperken. 

     

    Vocht dat wordt opgenomen komt in de bloedsomloop terecht. Bij een persoon zonder hartfalen zorgt de nier voor een perfect evenwicht tussen zout en vocht dat men opneemt via de voeding en het zout en vocht dat men uit plast. Bij hartfalen werkt dit systeem niet naar behoren en heeft de nier de neiging om meer zout en vocht vast te houden dan noodzakelijk. Hartfalenmedicatie werkt in op dit minder goed werkende systeem en probeert het proces te verbeteren. 

    Wanneer er te veel vocht in het lichaam aanwezig is gaat het hart, zoals men noemt, decompenseren. Dit wil zeggen dat het te zwaar wordt voor het hart. Het hart krijgt het bloed niet meer rondgestuurd en er blijft, op verschillende plaatsen in het lichaam, vocht staan. Men voelt zich meer moe, men is meer kort van adem, voeten zijn dikker, ...

    Bespreek met je arts of, en hoe strikt je de zout- en vochtbeperking moet volgen. Maar weet: hartfalenpatiënt of niet, het is verstandig om voorzichtig om te springen met zout.

     

    Zout 

    Heel wat van onze voeding bevat zout. Het zout dat ons lichaam nodig heeft om goed te kunnen werken zit van nature in de voedingsproducten die we kopen. Al het zout dat we zelf toevoegen of dat door de fabrikant werd toegevoegd is eigenlijk overbodig en zelfs schadelijk. 

     

    Wij raden aan: 

    • Voeg geen zout toe tijdens het bereiden van de maaltijden. 

    • Zet je zoutvat niet op tafel, zo strooi je niet bij op je bord. 

    • Beperk het gebruik van bereide producten. Die bevatten veel zout (vb. pizza, lasagne, soep of groenten uit blik of brique, gewone bouillonblokjes, Franse kazen, ... ).

     

    Vocht 

    Wanneer je lichaam de neiging heeft vocht vast te houden is het belangrijk niet te veel te drinken.  

    Hoeveel vocht aangeraden is, is voor iedereen verschillend. De arts zal dit samen met jou bekijken. Meestal raadt men aan niet meer dan 1,5 tot 2 liter vocht per dag te gebruiken.  

     

    Onder vocht verstaan we alles wat je drinkt, maar ook andere producten die veel vocht bevatten zoals soep, pudding, yoghurt, platte kaas, grotere hoeveelheden fruit, …   

    Let op: Wanneer het erg warm is, je braakt of je diarree hebt, dan moet de vochtbeperking minder strikt worden toegepast. 

  • Hartfalen kan veroorzaakt worden door: kransslagaderziekte, hartinfarct, een te hoge bloeddruk, hartklepaandoeningen, hartspieraandoeningen, hartritmestoornissen, …

    Een specifieke behandeling gericht op de oorzaak van hartfalen, zoals het plaatsen van een stent of klepingreep is in sommige gevallen mogelijk. Je arts zal de mogelijkheden die bij jou toepasbaar zijn bespreken.  

  • Soms zal de arts een revalidatieprogramma voorstellen. Hier kan je oefenen onder begeleiding van een kinesist en een verpleegkundige. De inspanningen zullen stilaan worden opgedreven met als doel je dagelijkse activiteiten terug vlotter te laten verlopen en mee te werken aan het herstel van je hartfunctie.  

    • cardiale revalidatie
      Onderzoek heeft aangetoond dat cardiale revalidatie een positief effect heeft op de levenskwaliteit van hartpatiënten.
  • In sommige situaties is het implanteren van een speciale pacemaker of defibrillator aan te raden.  

     

    • Een defibrillator is een toestel dat wordt ingeplant wanneer je een hoger risico loopt op levensbedreigende hartritmestoornissen. Aan de hand van de oorzaak van je hartprobleem en enkele onderzoeken bepaalt de arts of dit bij jou het geval is.  

    • Cardiale resynchronisatietherapie is een behandeling waarbij een toestel wordt ingeplant dat er voor zorgt dat de linker- en rechterhartkamer gelijktijdig samentrekken en dat daarnaast alle delen van de linkerkamer mooi gecoördineerd doet werken.  

    • Ook de combinatie van beide functies (defibrillator en cardiale resynchronisatie) in één toestel is mogelijk. 

Onze zorgverleners staan voor je klaar

Het Hartfalen-team is een multidisciplinair team van professionals met een bijzondere interesse en expertise in hartfalen. We streven naar kwaliteitsvolle zorg waar de patiënt centraal staat.

Hartfalen-team
Leven met

Leven met

Je kan zelf heel wat doen om de behandeling te laten slagen. Denk daarbij aan:

  • Tijdig contact opnemen bij toename van klachten
  • Stipt je medicatie innemen
  • Zo veel mogelijk actief blijven
  • Je laten vaccineren tegen griep en longontsteking
  • Niet te veel drinken / niet te veel zout gebruiken
  • Je krijgt aangepaste medicatie die noodzakelijk is om hartfalen goed te behandelen. Elke dag jouw medicatie stipt innemen is niet zo eenvoudig, maar wel erg belangrijk.

    Enkele aanbevelingen:

    • Gebruik een medicijndoosje: dit is een speciaal doosje waarin je medicatie voor 1 dag of 1 week kan bewaren.
    • Neem de medicatie altijd op hetzelfde moment in: bijvoorbeeld ‘s morgens bij het ontbijt en ‘s avonds voor het slapen gaan.
    • Gebruik een wekkertje dat een seintje geeft wanneer je de medicatie moet innemen.

    Zeg duidelijk aan elke arts dat je hartfalen hebt. Bepaalde medicijnen (bv. ontstekingsremmers/pijnstillers zoals Voltaren, Brufen en Feldene) zijn niet goed voor je. Vraag steeds advies aan je arts.

  • Blijf zoveel mogelijk actief. Luister daarbij naar je lichaam en bouw je inspanningen stapsgewijs op. Alles wat je zonder klachten kan doen, moet je vooral blijven doen.

    Soms zal de arts je voorstellen om deel te nemen aan het cardiale revalidatieprogramma.

  • Een ernstige griep of longontsteking zijn zwaar voor jouw lichaam. Laat je vaccineren tegen griep en COVID (vanaf half oktober tot eind december) en tegen longontsteking/pneumokokken (om de 5 jaar).

  • Eet gezond en probeer een gezond gewicht na te streven. Om te voorkomen dat jouw lichaam vocht vasthoudt, drink je best niet te veel en gebruik je niet te veel zout. Hoeveel je precies mag drinken, zal jouw cardioloog je vertellen.

    • Voeg geen zout toe op jouw bord.
    • Voeg geen zout toe tijdens het bereiden van jouw maaltijden.
    • Vermijd zoveel mogelijk bereide etenswaren (bv. salades voor op brood, salami, zoute nootjes, conserven, kant-en-klaarmaaltijden, pizza, lasagne).
  • Weeg jezelf dagelijks. Doe dit 's morgens voor het ontbijt, nadat je hebt geplast. Schrijf jouw gewicht op zodat je het goed kunt vergelijken. 

    De ​​opstapeling van vocht​​ is zichtbaar in een ​​plotse toename van het gewicht​.

  • ​​​Belangrijke parameters voor het opvolgen van hartfalen zijn de bloeddruk en het hartritme. Hen dagelijks meten wordt sterk aangeraden. Noteer de waarden zodat je ze kan vergelijken.​​ 

    Bloeddruk

    ​​​De bloeddruk is de druk in je bloedvaten. De bloeddruk bestaat uit twee waarden: de bovendruk en de onderdruk.  

    ​Wanneer het hart samentrekt zal er meer bloed doorheen de vaten stromen wat leidt tot verhoging van de bloeddruk, de bovendruk. Indien het hart ontspant zal de bloeddruk dalen, dit wordt ook de onderdruk genoemd. In rust is de bloeddruk bijvoorbeeld 110/70 mmHg, waarbij 110 de bovendruk is en 70 de onderdruk. Soms wordt er ook gesproken van 11/7 cmHg.​​ 

    ​​​Een langdurige verhoogde bloeddruk zorgt ervoor dat het hart harder moet pompen om het bloed doorheen het lichaam te krijgen. Dit is schadelijk voor je hart en al je bloedvaten.​

    ​Een lage bloeddruk heeft een beschermend effect bij hartfalen. Het hart “verspeelt” geen overbodige energie. Het moet geen overdreven kracht opbouwen om het bloed weg te pompen in de bloedvaten.

    ​Een lage bloeddruk (bijvoorbeeld 90/60 mmHg) zonder last van duizeligheid, ijlheid in hoofd of dergelijke is perfect.

    Een ​​verhoging ​​van de ​​bloeddruk​​ komt voor ​​tijdens het sporten.​​ ​​Meet dus steeds je bloeddruk in rust!​​     ​​ 

    Hartritme 

    ​​​Het hartritme geeft weer hoe vaak het hart per minuut samentrekt. Een hartritme van 60 per minuut wil zeggen dat het hart per minuut 60 maal zal vullen en leegpompen.

    ​Indien de hartslag langdurig verhoogd is, wijst dit erop dat het hart harder moet werken om het lichaam van de nodige zuurstof te voorzien. Bij hartfalen is het hart verzwakt en zal een langdurige verhoogde hartslag een nadelig effect hebben.

    ​Het hart moet altijd eerst vullen en zal nadien bloed wegpompen. Hoe hoger het hartritme hoe minder tijd het hart heeft om te vullen. ​Wanneer het hart niet goed gevuld is kan het minder bloed wegpompen per slag. ​Daarom is het belangrijk dat het hartritme niet te hoog is zodat het hart goed gevuld is alvorens het samentrekt om bloed weg te pompen.

    ​Wanneer je plots verschillende malen na elkaar een verhoogd hartritme vaststelt, neem je best contact met de huisarts of thuisverpleegkundige.​​​     ​​

    Een ​​verhoging ​​van de ​​hartslag​​ komt voor ​​tijdens het sporten.​​ ​​Meet dus steeds je hartslag in rust!​​ 

  • ​​​Er wordt aangeraden ​​geen of weinig alcohol​​ te gebruiken. Grote hoeveelheden alcohol verminderen de pompfunctie van je hart. ​​

    ​Matig je alcoholgebruik: meer dan 7 eenheden alcohol per week is afgeraden.  ​Indien je alcohol drinkt, raden wij maximaal 1 tot 2 eenheden alcohol per dag aan met 3-4 alcoholvrije dagen per week. 

    ​Let op:  wanneer je hartfalen het gevolg is van alcoholgebruik (alcoholische cardiomyopathie) is het gebruik van alcohol ten stelligste af te raden. Wanneer je de alcohol volledig kan laten, bestaat de kans dat je hartfunctie zich terug herstelt. 

  • ​Dat roken schadelijk is voor de gezondheid hoeven we je niet te vertellen. ​In geval van hartfalen komt er een extra probleem bij.​​

    ​​​Tabaksrook​​ bevat koolmonoxide, dit zorgt ervoor dat het ​​bloed minder zuurstof kan opnemen​​. Hierdoor bevat het bloed dat wordt rondgepompt minder zuurstof dan normaal. Bij hartfalen heeft het hart reeds moeite om bloed (en dus zuurstof) rond te pompen. Combinatie van hartfalen en verminderde zuurstof opname door het roken zorgt ervoor dat het lichaam het nog moeilijker krijgt. ​​

    ​Daarnaast tast roken de bloedvaten aan. De stoffen die vrijkomen zorgen ervoor dat het hart sneller klopt en dat de bloeddruk verhoogt waardoor het hart harder moet werken.  

    ​Stoppen met roken is niet eenvoudig. Vraag raad aan je huisarts of tabakoloog. ​Bepaalde mutualiteiten betalen rookstopprogramma’s gedeeltelijk terug, informeer hiernaar.

    ​Je zal merken dat niet elk advies voor jou zal werken, maar met een goede portie doorzettingsvermogen zal je een manier vinden om te stoppen met roken.

Betrokken diensten

  • De dienst cardiologie behandelt aandoeningen van hart- en bloedvaten (cardiovasculaire aandoeningen of hart- en vaatziekten).
  • Een multidisciplinair team volgt patiënten op die hartfalen hebben.
  • Op de dienst intensieve zorg (INZO/IZ) worden patiënten opgenomen die nood hebben aan complexe behandelingen en intensieve monitoring.

Maak een afspraak

Hartfalenkliniek

Route 144