Slokdarmkanker: chirurgisch zorgtraject

U heeft de diagnose slokdarmkanker gekregen en wordt binnenkort geopereerd in het UZA. Het UZA heeft jarenlange ervaring in de chirurgische behandeling van slokdarmkanker en voldoet aan de criteria en kwaliteitsnormen om u daarbij de beste zorg te bieden. In 2018 voerde het vaste team van specialisten (anesthesisten, chirurgen en verpleegkundigen) meer dan 20 slokdarmingrepen uit.

Slokdarmkanker kan in het UZA zowel op de klassieke heelkundige manier, via robotchirurgie als op minimaal invasieve wijze behandeld worden.

Lees hieronder wat u in de verschillende fases van het zorgtraject kunt verwachten en bij wie u terecht komt.

Van diagnose tot behandelplan

Bij een vermoeden van slokdarmkanker is het doel om binnen een zo kort mogelijke termijn de diagnose te stellen, uw situatie in kaart te brengen, en tot een behandelplan te komen.

Neem contact op met ons multidisciplinair zorgteam via onderstaande gegevens:

Telefoon: 03/821.48.00              

E-mail: pancreas-slokdarm [at] uza [dot] be

Diagnose en verwijzing

Via uw huisarts

Als de huisarts op basis van uw klachten en lichamelijk onderzoek slokdarmkanker vermoedt, kan hij u rechtstreeks naar het UZA verwijzen via bovenstaande contactgegevens. Ons multidisciplinair zorgteam herhaalt het lichamelijk onderzoek, stelt de diagnose en doet uitgebreid onderzoek. We brengen de tumor in kaart, bepalen het soort kanker en het stadium. Mogelijke onderzoeken zijn een endoscopie, CT-scan en PET-scan.

Via uw lokale ziekenhuis 

Als de arts in uw lokale ziekenhuis slokdarmkanker vermoedt, zal hij verdere onderzoeken uitvoeren om de tumor in kaart te brengen en het soort kanker en het stadium te bepalen. Mogelijke onderzoeken zijn een endoscopie, CT-scan en PET-scan.

Uw arts bespreekt uw dossier en een mogelijk behandelplan tijdens een multidisciplinair overleg met alle betrokken zorgverleners. Uw arts overlegt steeds met u de behandelmogelijkheden. Als u in aanmerking komt voor chirurgie, meldt hij u aan in het UZA via bovenstaande contactgegevens.

Second opinion

U kunt via bovenstaande contactgegevens ook zelf een tweede advies of second opinion aanvragen in het UZA. Dit is een aanvulling op de eerste diagnose en kan zowel u als uw arts helpen om een goede beslissing te nemen over uw behandeling.

Multidisciplinair overleg

Als uw dossier volledig is en er geen bijkomende onderzoeken nodig zijn, bespreken we in het UZA uw dossier binnen de week op de eerstvolgende wekelijkse multidisciplinaire teamvergadering (‘Multidisciplinair Oncologisch Consult’ of MOC, maandag 17 uur).

Tijdens dit overleg bekijken de betrokken artsen uw dossier en de diverse behandelmogelijkheden. Uw arts zal steeds samen met u overleggen wat de beste oplossing is. 

Bij behandeling van een tumor, zijn er vier mogelijke scenario’s:

  • De tumor is nog in een beginstadium en wordt best onmiddellijk geopereerd.
  • De tumor is al verder doorgegroeid of er zijn verdachte lymfeklieren aangetroffen in de buurt van de slokdarm. We stellen een voorbehandeling met chemotherapie en bestraling voor. Als deze een gunstig effect op de tumor heeft gehad, volgt een operatie. De voorbehandeling kan in overleg in uw lokale ziekenhuis gebeuren.
  • De tumor is jammer genoeg uitgezaaid. Een operatie heeft op dit moment weinig zin en u zal (eventueel) een verdere behandeling met chemotherapie moeten krijgen.
  • Als uw algemene toestand een zware ingreep niet toelaat, kan ook in overleg beslist worden om de tumor alleen met een combinatie van bestraling en chemotherapie te behandelen.

Raadpleging

Na het multidisciplinair oncologisch consult (MOC) krijgt u zo snel mogelijk een afspraak tijdens de raadpleging. Uw arts overlegt samen met u het behandelplan en legt u uit wat u voor, tijdens en na uw behandeling kunt verwachten.

Tijdens de raadpleging kunnen we u ook in contact brengen met onze verpleegkundige trajectbegeleider. Zij begeleiden u doorheen uw volledige traject en zijn de schakel tussen u en uw begeleidende arts. U kunt bij hen terecht voor psychosociale ondersteuning, informatie en een luisterend oor.

Operatie

Als de tumor operatief verwijderd kan worden, plannen we de operatie in. Dit zo snel mogelijk n na de raadpleging, tenzij u eerst een voorbehandeling moet ondergaan. In dat geval plannen we de operatie in nadat de voorbehandeling een gunstig effect op de tumor heeft gehad en na een rustperiode. De operatie vindt plaats in het UZA en er is geen wachtlijst.

Voor de ingreep

De dag voor de ingreep wordt u op de dienst abdominale heelkunde opgenomen. De zaalarts en/of verpleging bespreekt samen met u de ingreep. Tijdens uw opname maakt u ook kennis met de anesthesist en de kinesist die u na de operatie zal begeleiden. Als u nog bijkomende vragen heeft, kunt u altijd terecht bij uw behandelend chirurg.

De ingreep

Een slokdarmresectie is de meest gebruikelijke ingreep bij slokdarmkanker. Het is geen eenvoudige operatie, omdat er op verschillende lichaamsplaatsen gewerkt wordt.

  1. Eerst worden de slokdarm en de omliggende lymfeklieren in de borstholte losgemaakt. Soms kan dit met het ‘daVinci’-robotsysteem, waardoor de borstkas niet helemaal geopend moet worden. De toegang gebeurt dan via kleine gaatjes, wat minder complicaties en pijn oplevert.
  2. Vervolgens wordt de slokdarm zowel in de hals als in de buik doorgesneden en weggenomen.
  3. Van de maag wordt een nieuwe slokdarm of ‘buismaag’ gemaakt. Bij tumoren in het middelste of bovenste derde van de slokdarm, wordt de nieuwe buismaag vastgemaakt aan het halsgedeelte van de slokdarm. Bij lager gelegen tumoren wordt de buismaag vastgemaakt aan het thoracaal deel van de slokdarm. De plaats waar de buismaag wordt vastgemaakt, noemen we de naad.

Na de ingreep

Na de ingreep wordt u wakker in de ontwaakzaal of recovery. Enkel op speciale indicatie wordt u op de dienst intensieve zorgen opgenomen, bijvoorbeeld bij beademingsproblemen, schommelingen met de bloeddruk of een hoog risico op nabloedingen.

Zodra u zelfstandig kunt ademen en geen behoefte heeft aan belangrijke ondersteunende medicatie, wordt u naar uw kamer op die dienst abdominale heelkunde gebracht. Daar wordt u aangemoedigd om uit bed te komen en samen met de kinesist snel terug te bewegen. 

Ongeveer een week na de operatie testen we via radiografie of de buismaag goed aan de slokdarm is vastgegroeid. 

  • Als de foto aantoont dat er geen lekkage aanwezig is, kunt u starten met drinken. Nadien kunt u starten met aangepaste voeding onder begeleiding van een diëtist.
  • Als de foto een lekkage aantoont, mag u niet eten of drinken en krijgt u kunstvoeding via een buisje rechtsreeks in de darmen (dat buisje plaatst de arts tijdens de operatie) of via het bloed. Meestal wordt een afwachtende houding aangenomen tot het lek vanzelf is dichtgegroeid. Is het lek te groot of duurt het te lang voordat het dichtgroeit? Dan plaatsen we, via een endoscopie, een buisje of een ‘stent’ in de nieuwe slokdarm die het gat dicht. Deze stent blijft enkele maanden zitten, zodat u via de normale weg kunt eten. Wanneer na controle blijkt dat het gat dicht is, kan de stent opnieuw endoscopisch weggenomen worden.

Omdat het herstel bij iedere patiënt anders verloopt, is er geen strak tijdschema en volgt u een individueel schema op uw maat.

Hou er rekening mee dat u terug moet “leren eten” en dat dit met vallen en opstaan zal gebeuren. We zullen het aantal maaltijden wat spreiden over de dag en het eten initieel meer pureren.

Als u voldoende genezen bent, kunt u (indien gewenst en in samenspraak met uw verwijzende arts ) terug naar uw lokale ziekenhuis om dichter bij uw familie verder te herstellen.

Hou rekening met volgende nevenwerkingen en/of complicaties na de operatie:

De kans op bijwerkingen en postoperatieve pijn is bij robotchirurgie veel kleiner dan bij open chirurgie. De meest voorkomende verwikkelingen (bijwerkingen) na een slokdarmresectie zijn:

  • Heesheid: in de hals naast de slokdarm lopen belangrijke zenuwen voor de stembanden. Deze kunnen tijdens het losmaken en doornemen van de slokdarm in de hals gekneusd geraken. De heesheid kan enkele maanden duren en kan verbeteren met aangepaste oefeningen met behulp van een logopedist(e).
  • Verslikken: als u voor de eerste keer terug begint te drinken en eten, is de kans op verslikking groot. Wanneer voedsel of drank in de luchtwegen terechtkomt, is de kans op een longontsteking (slikpneumonie) groter. Bij risicopatiënten begeleiden logopedisten altijd de eerste maaltijden.
  • Lekkage ter hoogte van de naad: Er kan een lekkage ontstaan op de plaats waar de buismaag op de halsslokdarm vastgemaakt is. Dit komt doordat de maag tot hoog in de hals moet gebracht worden en daardoor altijd een beetje onder spanning staat. De bloedvoorziening naar deze streek is vaak ook niet optimaal.
  • Vernauwing van de naad: vernauwing (stenose) van de naad is een bijwerking die pas later na de ingreep kan optreden. Vernauwing van de naad ontstaat doordat littekenweefsel zich vormt op de plaats waar de buismaag op de halsslokdarm vastgezet is. Hierdoor kunt u opnieuw moeilijkheden krijgen met het doorslikken van vast en later vloeibaar voedsel. U raadpleegt best zo snel mogelijk een arts. Bij het vroeg vaststellen van deze complicatie is het perfect mogelijk om door middel van een ballonnetje de naad wat open te rekken zodat de vernauwing verdwijnt.

Naar huis

Afhankelijk van hoe goed u de ingreep heeft doorstaan, kunt u ongeveer twee weken na uw ingreep terug naar huis. Als uw thuissituatie dit niet toelaat (u woont alleen) of u onvoldoende hersteld bent, organiseert onze sociale dienst een verblijf in een revalidatiecentrum. Voor u het ziekenhuis verlaat, bespreekt de diëtist samen met u de nodige voedingsaanpassingen.

Opvolging en nabehandeling

Drie weken na uw ontslag komt u voor een vervolgafspraak naar het UZA. Als u nog voedingsproblemen of -vragen hebt, kunt u ook bij de diëtist terecht.

Vervolgens komt u om de drie maanden op controle. Dat kan zowel in het UZA als in uw lokale ziekenhuis. Om de zes maanden wordt er ook een PET-scan uitgevoerd.

Er is zelden nabehandeling (chemotherapie of bestraling) nodig.

Vragen?

Voor vragen of meer informatie kunt u contact opnemen met het multidisciplinaire team via het nummer 03/821.48.00.

 
Deze informatie werd laatst aangepast op maandag 26 augustus 2019 - 09:08
Auteur(s): Team