Orthopedische revalidatie

Bij het UZA, dienst fysische revalidatie kunt u ook terecht om te revalideren als u een gewrichtsprothese hebt gekregen (knie, heup, schouder, ellenboog), na peesletsels (achillespees), na een breuk, na een meniscectomie of na gescheurde kruisbanden.

Waarom orthopedische revalidatie?

Na orthopedische chirurgie zijn pijn, zwelling en immobilisatie mee verantwoordelijk voor latere gewrichtsverstijving of afname van de spierkracht. Snel starten met aangepaste revalidatie is hier de boodschap.

Afhankelijk van het soort ingreep zal de therapie bestaan uit:

  • continu passieve mobilisatie
  • katroltherapie
  • mechanotherapie
  • analytische passieve en actieve oefeningen
  • standing
  • gangrevalidatie (al dan niet met krukken)
  • functionele training
  • isometrische-concentrische-excentrische spiertraining
  • proprioceptieve oefeningen
  • stabilisatietraining
  • aanpassen van orthesen
  • bracing
  • taping
  • compressietherapie
  • oefenen van huishoudelijke activiteiten
  • voorbereiden op hervatting van de professionele activiteiten

Hoe bereidt u zich voor op orthopedische revalidatie?

Voor de behandeling draagt u het beste sportieve kledij. U kunt zich omkleden op de revalidatieafdeling. Is de ingreep gebeurd aan de onderste ledematen, zorg dan voor vast schoeisel en indien nodig ook voor krukken.

Hoe verloopt orthopedische revalidatie?

U begint met de revalidatie tijdens de ziekenhuisopname, kort na de ingreep. De revalidatiearts bekijkt uw situatie in de oefenzaal. Zowel de kinesist als eventueel de ergotherapeut behandelen u dagelijks. Na uw ontslag uit het ziekenhuis kunt u de revalidatie gewoon van thuis uit verderzetten.

Wat gebeurt er na orthopedische revalidatie?

In overleg met uw behandelend chirurg volgt de revalidatiearts u regelmatig op en stuurt het oefenprogramma bij als dat nodig is.

Deze informatie werd laatst aangepast op woensdag 23 maart 2016 - 17:03
Auteur(s): Team