Niertransplantatie bij kinderen

In België ontwikkelen elk jaar zo’n 25 kinderen blijvend en terminaal nierfalen. Dit betekent dat het oorspronkelijk aantal nierfiltertjes vermindert: samen zuiveren ze minder dan 15 ml bloed per minuut. De optimale behandeling is dan het transplanteren van een nieuwe nier van een levende donor (mama, papa of een familielid ouder dan 18 jaar) of van een overleden donor (via Eurotransplant). Het team van het UZA voert niertransplantaties uit bij kinderen met een lichaamsgewicht vanaf 10 kilo.

Voorbereiding

Voor uw kind getransplanteerd wordt, gebeuren er een aantal onderzoeken. Zoals een echo van het hart en de buik en verschillende bloedcontroles. Uw kind wordt voorbereid op transplantatie met het boekje ‘Bert de Beer krijgt een nieuwe nier’

Voorrang op de wachtlijst

Kinderen krijgen voorrang op de wachtlijst.  Voor een orgaan van een (jonge) overleden donor bedraagt de wachttijd gemiddeld 14 maanden. In zowat de helft van de gevallen biedt de vader of de moeder een nier aan, en kan er sneller getransplanteerd worden.

Praktisch

Na de ingreep verblijft uw kind met 1 van de ouders ongeveer 10 dagen in het UZA in een isolatiekamer om het risico op infecties zoveel mogelijk uit te sluiten. Uw kind leert ook de medicatie slikken om afstoting te voorkomen: 3 soorten medicatie,  elke ochtend en avond. Na het ziekenhuisverblijf zijn er nog heel vaak controles. De eerste weken mag uw kind niet naar school.

Voordelen

Geen dialyse of streng dieet meer, opnieuw uit logeren of met vakantie kunnen gaan. Alleen al het feit dat uw kind gewoon met de rest aan tafel kan mee-eten, betekent heel veel. Veel patiëntjes zie je vanaf dan letterlijk en figuurlijk groeien.

 Lees hier het verhaal van Robin, één van onze patiënten die een nieuwe nier kreeg.

Deze informatie werd laatst aangepast op donderdag 08 maart 2018 - 09:03
Auteur(s): Team