Niertransplantatie

Een niertransplantatie kan nierpatiënten helpen die lijden aan diabetes (suikerziekte), aderverkalking, de nierziekte ‘glomerulonefritis’ of de polycystische nierziekte, en nog andere die leiden tot nierfalen. Jaarlijks worden er in België ongeveer 450 niertransplantaties uitgevoerd. In het UZA worden sinds 1979 niertransplantaties uitgevoerd.

In 1989 voerde het UZA ook de eerste nierpancreastransplantatie in Vlaanderen uit. Die ingreep biedt een oplossing voor diabetespatiënten met type 1 diabetes die typisch veroorzaakt wordt door een slecht functionerende pancreas. De dubbele transplantatie verlost hen van hun nierprobleem én van hun diabetes.

Wie komt in aanmerking voor een niertransplantatie?

Potentiële transplantatiepatiënten moeten eerst een strenge selectieprocedure ondergaan:

  • De patiënt moet medische onderzoeken ondergaan om te bepalen of zij/hij lichamelijk in staat is om de ingreep en revalidatie te doorstaan.
  • De patiënt mag geen bijkomende ernstige gezondheidsproblemen hebben
  • Eventuele infecties moeten eerst behandeld worden.
  • De nierfunctie moet gezakt zijn tot minder dan 10 %.
  • De kandidaat is meestal al aan de nierdialyse (die het bloed kunstmatig zuivert). Soms worden patiënten reeds voor de dialyse op de wachtlijst geplaatst, maar de wachttijd begint pas te lopen vanaf de eerste keer dialyse.

U moet eerst een aantal onderzoeken ondergaan om risicofactoren uit te sluiten die tot verwikkelingen of een mislukking van de transplantatie kunnen leiden:

  • onderzoek van hart- en bloedvaten
  • onderzoek van darmstelsel (dikke darm, galblaas)
  • onderzoek van blaas en urineleiders via een echografie
  • opsporing van infectiehaarden bij tanden en tandvlees (om risico op infecties uit te sluiten), in dikke darm, in het bloed
  • gynaecologisch onderzoek
  • bepaling van weefseltype (om risico’s op afstoting te beperken)

Wat is een nierdialyse en waarom is het geen definitieve oplossing?

Er zijn verschillende soorten nierdialyse:

  • Hemodialyse: het bloed wordt met een bloedpomp langs een kunstnier geleid. De patiënt komt dan 3 keer per week naar het ziekenhuis voor een behandeling van 4 uur. Het bloed wordt afgenomen en teruggegeven via een catheter die rechtstreeks in een grote ader werd ingeplant (dialysecatheter) of via aanprikken van een av-fistel. Deze av-fistel is een operatief aangelegde verbinding tussen een ader en een slagader zodat er op die plaats een hoog debiet ontstaat. Dit debiet is nodig om de werking van de bloedpomp goed te laten verlopen.
  • Peritoneale dialyse: de filtering van het bloed gebeurt via het eigen buikvlies, met als voordeel dat de therapie thuis kan gebeuren. De patiënt heeft wel permanent een katheter in de buik en moet dagelijks met zijn behandeling bezig zijn. Men laat dagelijks of meermaals per dag een aantal liter spoelvocht in de buikholte lopen. Na enkele uren contact met het buikvlies, heeft deze spoelvloeistof de afvalstoffen uit het bloed opgenomen en kan ze terug afgelaten worden.

De nierdialyse is maar een voorlopige oplossing, omdat het de verschillende functies van de nier niet volledig kan overnemen:

  • De nier zuivert niet alleen het bloed, maar houdt ook een aantal belangrijke stoffen (natrium, calcium en kalium) in ons bloed in evenwicht.
  • De nier zorgt er voor dat het overtollige vocht in ons lichaam wordt afgescheiden. Daarom moeten sommige dialysepatiënten een streng dieet volgen en maar heel weinig vocht innemen.
  • De nier speelt een rol in de regeling van de bloeddruk en de aanmaak van rode bloedcellen.

De nierdialyse zal vooral het vocht en de zouten in de bloedbaan bijregelen. Met een donornier zijn alle problemen wel opgelost en is een dieet niet meer nodig.

Hoe verloopt de transplantatieprocedure?

Bij niertransplantaties zijn er 2 mogelijkheden: een nier van een hersendode donor (wachtlijst via Eurotransplant) of van een levende donor.

Voorlopig gebeuren de meeste niertransplantaties in België nog met een donornier van een hersendode donor. Dat is een persoon waarbij geen hersenactiviteit meer aanwezig is (na ongeval, hersenbloeding …). Deze donor is dan ook overleden, de vitale functies (hart- en longfunctie) worden overgenomen door machines. Bij zulke hersendode personen kan men organen wegnemen voor transplantatie.

Omdat er steeds minder goede hersendode donoren beschikbaar zijn, gaat men steeds vaker over tot transplantatie aan de hand van een levende donor, dit wil zeggen dat men gebruik maakt van een nier van een gezonde verwant (familietransplantatie) of van een donor die emotioneel aan de ontvanger verbonden is (bv. partner). De wet op orgaan- en weefseltransplantaties in ons land regelt die levende donortransplantaties zeer streng. De resultaten op lange termijn zijn met de levende donor het gunstigst, maar uiteraard is er niet altijd een levende donor beschikbaar. Bijzonder in het UZA is dat de nier van een levende donor weggenomen wordt via een kijkoperatie.

Als u op de wachtlijst staat, moet u 24 uur op 24 bereikbaar zijn. De concrete verdeling van donororganen gebeurt door de Europese organisatie Eurotransplant op basis van een puntensysteem. De procedure verloopt in verschillende stappen:

  1. U krijgt een aantal punten toegewezen op basis van medische criteria als leeftijd, bloedgroep en weefseltype, maar ook op basis van de afstand tussen uw woonplaats en het donorziekenhuis en de tijd dat u al op de wachtlijst staat. Nog meer dan bij andere transplantaties is er een enorm tekort aan nierdonoren. In het UZA is een wachttijd van een jaar of langer niet uitzonderlijk bij niertransplantatie.
  2. Er komt een geschikt orgaan vrij: de transplantatiecoördinator van het UZA krijgt een telefoontje van Eurotransplant als er een orgaan beschikbaar is. Dit orgaan is afkomstig vanuit de Eurotransplant groep (Duitsland, Nederland, België, Luxemburg, Oostenrijk, Slovenië, Croatië en Hongarije). De behandelende arts heeft een uur tijd om te beslissen of hij het aangeboden orgaan accepteert of niet. Neemt hij het aanbod aan, dan wordt de patiënt opgebeld en moet die onmiddellijk naar het ziekenhuis komen. Vanaf dan mag zij of hij niet meer eten of drinken.
  3. Het donororgaan wordt opgestuurd. Het lokale prelevatieteam verbonden aan het donorziekenhuis zal het orgaan bij de donor wegnemen. Daarna wordt het op ijs of op een spoelmachine bewaard en zo opgestuurd naar het ziekenhuis waar de inplantatie zal doorgaan. Bij niertransplantaties gebeurt het transport meestal met de wagen of als de nier ver uit het buitenland komt met een lijnvliegtuig. Zodra het orgaan bij de donor verwijderd is, begint de klok te tikken. Want het nier kan maar 12 tot maximaal 24 uren zonder bloedtoevoer.
  4. Het operatieteam maakt de patiënt klaar voor de ingreep. Eerst gebeurt nog een bloedafname om de kruisproef uit te voeren. Door uw bloed in contact te brengen met het weefsel van de donor, wordt nagegaan of er geen afstoting zal optredens. Pas als dat is uitgesloten, kan de transplantatie doorgaan.
    Het prelevatieteam en de transplantatiecoördinator staan voortdurend met elkaar in verbinding, zodat het operatieteam dat de nier inplant precies op tijd kan beginnen. Bij niertransplantatie blijven de eigen nieren meestal ter plaatse. Enkel als de nieren geïnfecteerd zijn of als ze zo groot zijn (polycystische nieren) dat er plaatsgebrek is in de buik, worden ze weggenomen ten tijde van de transplantatie.

Waaruit bestaat de niertransplantatie-operatie?

Voor een niertransplantatie is steeds een algemene narcose vereist. Vóór de operatie, maar als de patiënt al onder narcose is, wordt een centrale katheter geplaatst voor vochttoediening en bloednames. De operatie gebeurt altijd in de onderbuik, net boven de lies. Men maakt een hockeystok of j-vormige insnede in de buik.

Tijdens de ingreep worden de bloedvaten van de donornier nauwkeurig aan de bloedvaten van de ontvanger gehecht om de nier weer van bloed te voorzien. Ze kan dan opnieuw haar functie hernemen in het lichaam en zo opnieuw urine produceren. Daarna dient de urineafvoerweg ingehecht te worden op de blaas.

Verder worden tijdens de operatie:

  • 2 buisjes (drains) in het wondbed achtergelaten om het bloederige wondvocht uit het lichaam te verwijderen. Wanneer de vochtdrainage enkele dagen na de operatie ophoudt, worden de buisjes verwijderd.
  • een buisje aangebracht in de ureter: de afvoerweg tussen de transplantnier en de blaas. Deze zogenaamde ‘pigtail-katheter’ blijft ongeveer 6 weken zitten, om de afvoer van de urine naar de blaas zo vlot mogelijk te houden. Na 6 weken krijgt u een afspraak op de dienst urologie waar deze ‘pigtail’ via de urethra (penis of vulva) wordt weggenomen. Op dat moment neemt men soms ook de peritoneaal dialysecatheter weg.
  • een blaassonde geplaatst waardoor de urine na de operatie spontaan via deze sonde afloopt. Zo kan na de operatie de blaas ook gespoeld worden, om eventuele bloedklontering in de blaas te voorkomen. Enkele dagen na de operatie wordt deze sonde verwijderd en kunt u weer op natuurlijke wijze urineren.

Een transplantatie neemt ongeveer 2 à 3 uur in beslag. Het verblijf in de ontwaakkamer duurt gewoonlijk ook nog eens 2 à 3 uur. Omdat wachten in een ziekenhuis erg lang kan duren, raden we familie aan om naar huis te gaan. Zij kunnen altijd bij verpleegkundigen van de afdeling V06 (C1) terecht voor informatie: tel. 03 821 51 00 of 03 821 51 45.

Wat kunt u verwachten na de niertransplantatie?

Bij aankomst in uw kamer heeft u:

  • een sonde in uw neus: deze maagsonde voert uw maagvocht af en verlost u op die manier van braken of braakneigingen in de eerste uren na de operatie. Deze sonde wordt meestal binnen de 24 uur na de operatie verwijderd.
  • een buisje of katheter om vocht toe te dienen (infuus) in een grote ader onder het sleutelbeen of in de hals: het infuus blijft meestal een paar dagen zitten. Afhankelijk van de hoeveelheid urine die uw nier aanmaakt, dient de verpleegkundige via deze weg veel of weinig vocht toe.
  • de eerder beschreven blaascatheter en wonddrains

Een peritoneale dialysecatheter wordt niet verwijderd tijdens de transplantatie. Bij 15% van de patiënten duurt het nog even voor de nierfunctie van de transplantnier herneemt. Daarom kan het nodig zijn soms nog enkele buikspoelingen of hemodialysebeurten in te lassen in afwachting van het hernemen van de nierfunctie

De eerste week wordt er eenmaal per dag bloed genomen via de centrale katheter om de nierfunctie goed op te volgen. Ook de toestand van hart en longen worden regelmatig klinisch gecontroleerd. Daarnaast voert men regelmatig een echografie uit van het transplantorgaan om de functie op te volgen.

De dag na de operatie zult u meestal opnieuw kunnen drinken en vaste voeding kunnen eten. De hechtingen worden een tiental dagen na de operatie verwijderd. Als zich geen complicaties voordoen, kunt u na 6 à 10 dagen naar huis.

De eerste maanden na de transplantatie zijn het zwaarst omwille van de revalidatie en de kans op afstoting of infecties. Om afstoting tegen te gaan, moet u blijvend medicatie nemen die het afweersysteem onderdrukt. Bij nietransplantaties gebruikt men meestal een combinatie van 3 medicijnen tegen de afstoting. Daardoor bent u vatbaarder voor infecties. Elke vorm van koorts of infectie moet dan ogenblikkelijk behandeld worden. Om die verschijnselen zo snel mogelijk te detecteren en te behandelen moet u nadien nog 2 keer per week op controle komen gedurende de eerste 6 weken. Later wordt die frequentie afgebouwd tot maandelijkse of zeswekelijkse controles.

Een paar maanden na de transplantatie kunt u meestal weer een normaal leven leiden. Het grootste deel van de transplantatiepatiënten gaan zonder veel beperkingen door het leven.

Waarop moet u letten als u terug thuis bent na uw niertransplantatie?

  • Vermijd contact met zieke personen en kleine kinderen.
  • Verblijf zo weinig mogelijk in overvolle zalen en plaatsen waar veel mensen samen zijn.
  • Vermijd contact met huisdieren en ook met hun uitwerpselen. Besef dat huisdieren altijd een verhoogd risico op infectie geven.
  • Draag een masker als u op controle komt of u zich in een omgeving bevindt waar er een verhoogd gevaar voor infectie is.
  • Let de eerste 3 maanden ook extra op uw voeding om het infectiegevaar te vermijden.
  • Neem uw medicatie thuis altijd nauwgezet om afstoting van de nier niet in de hand te werken.
  • Rook in geen geval nog omdat dit de niertransplantatie ongunstig beïnvloedt.
  • Drink voldoende.
  • Doe geen zware sporten meer zodat uw nier niet blootstaat aan verwondingen en kneuzingen.
  • Let op een goede algemene hygiëne en een degelijke mondhygiëne. Poets daarom zeker 2 maal per dag uw tanden en ga 2 maal per jaar op controle bij de tandarts.
  • Houd uw gewicht onder controle door uw calorie-inname te beperken (vooral vet en alcohol) en vermijd zeker om voortdurend tussendoor te eten.
  • Contacteer uw arts bij koorts of als u zich niet fit voelt.

Niertransplantatie in beeld

Bekijk hieronder onze video's over verschillende aspecten van niertransplantatie.

 
De dienst nefrologie beschikt over een brochure met meer informatie over een niertransplantatie. Deze ontvangt u tijdens het intake-gesprek. 

Lees hier meer over de interne transplantatieraad

Deze informatie werd laatst aangepast op dinsdag 17 september 2019 - 10:09
Auteur(s): Team