Longpunctie

Waarom?

Om diepere longletsels te onderzoeken, die niet of moeilijk te bereiken zijn met een bronchoscopie.

Waar?

Op de dienst radiologie via de daghospitalisatie of tijdens een opname.

Hoe verloopt een longpunctie?

  • U neemt met ontbloot bovenlichaam plaats op de onderzoekstafel. Afhankelijk van de plaats van de afwijking ligt u op uw buik of op uw rug.
  • Meestal wordt met een CT-scan gekeken waar er precies geprikt moet worden.
  • Uw borstkas wordt plaatselijk verdoofd. Daarna prikt de arts doorheen de wand van de borstholte om een stukje weefsel weg te nemen. Soms wordt er een klein sneetje gemaakt.
  • Na het onderzoek blijft u nog een tijd in bed liggen. Uw bloeddruk en pols worden regelmatig gecontroleerd.

Wat gebeurt en na het onderzoek?

  • Een longpunctie veroorzaakt meestal weinig hinder. Mogelijk hoest u enkele keren wat bloed op. Dit gaat meestal snel over.
  • Bij 2 op 10 patiënten lekt er na het onderzoek wat lucht uit de long. Dit kan een klaplong of pneumathorax veroorzaken. Een kleine klaplong gaat vanzelf over met bedrust. Bij een grotere klaplong is het soms nodig om via een slangetje in de borstholte de lucht te verwijderen zodat de long weer kan ontplooien.
  • Contacteer uw arts als u na de longpunctie plots last krijgt van kortademigheid of als u bloed blijft ophoesten.
Deze informatie werd laatst aangepast op woensdag 23 maart 2016 - 17:03
Auteur(s): Team

Volg route 105 (oncologisch dagziekenhuis en consultaties)