Coronavirus COVID-19

Informatie voor patiënten en bezoekers
Meer details Meer details

Je kind wordt geopereerd

Een operatie kan zowel voor je kind als voor jou een hele belevenis zijn. Gelukkig kunnen een goede voorbereiding en de opgewekte, kindvriendelijke aanpak van onze zorgteams het verschil maken. 

Lees hier hoe je je kind kan voorbereiden en wat je voor, tijdens en na de ingreep kan verwachten

Hoe verloopt een operatie bij mijn kind? 

Voor, tijdens en na

Preoperatieve raadpleging

Wordt je kind binnenkort geopereerd in het UZA? Dan komt hij of zij eerst op raadpleging bij de anesthesist (preoperatieve raadpleging). De anesthesist gaat de gezondheidstoestand van je kind na en beslist welke medicatie vooraf gestopt moet worden, welke verdoving aangewezen is en of er bijkomende onderzoeken nodig zijn. Lees hier meer over de preoperatieve raadpleging en verdoving.

Goede voorbereiding thuis

Een goede voorbereiding thuis kan heel wat angst en stress wegnemen. Daarom is het belangrijk dat je je kind eerlijk uitlegt wat er zal gebeuren.

Lees hier enkele tips voor een goede voorbereiding en wat je best meebrengt naar het ziekenhuis

Opname

Op de dag van de operatie meld je je aan bij het onthaal in de inkomhal.

  • Kom op tijd naar het ziekenhuis. Overloop thuis de checklist zodat je alles bij hebt.
  • Voor de ingreep moet je kind nuchter blijven. Dat betekent dat hij of zij niet mag eten, minstens 6 uur voor de ingreep. Je kind mag heldere vloeistof drinken tot 2 uur voor de ingreep (water, appelsap of thee zonder melk). Borstvoeding is toegestaan tot 4 uur voor de ingreep, flesvoeding tot 6 uur voor de ingreep. De anesthesist kan mogelijk andere instructies geven in functie van de toestand van je kind of de ingreep.
  • Zorg dat je kind grondig gewassen is op de ochtend van de ingreep: vooral de oksels, liezen, navel en bilnaad en de ruimte tussen de tenen. Poets ook de tanden.
  • Breng geen make-up of bodylotion aan.
  • Verwijder juwelen (oorbellen, piercings, horloges), bril en contactlenzen.
  • Zorg dat de nagels kort en schoon zijn, zonder nagellak.
  • Als je kind lang haar heeft, maak dan indien mogelijk 2 staartjes of 2 vlechtjes.
     

Lees in deze brochure alle praktische informatie over het verblijf van je kind in het UZA.

Naar en in het operatiekwartier

De verpleegkundige begeleidt jou en je kind naar de preoperatieve ruimte. Soms krijgt je kind hier al een plaatselijke verdoving. De operatieverpleegkundige brengt je kind vervolgens naar de operatiezaal.

In overleg met de anesthesist mag één van de ouders mee in de operatiezaal tot je kind slaapt (bij algemene verdoving). De verpleegkundige van het operatiekwartier begeleidt je daarna weer naar de gang. Je kan daar wachten, of in de kamer of cafetaria, tot we je verwittigen dat je kind wakker is.

Tijdens de operatie blijft de anesthesist steeds bij je kind om over de parameters te waken zoals onder andere diepte van de slaap, ademhaling, hartslag, lichaamstemperatuur of bloedverlies.

Na de operatie

Na de operatie wordt je kind rustig wakker in de ontwaakzaal of ‘recovery’. Hier volgen de verpleegkundigen zijn of haar toestand goed op. In de ontwaakzaal mag één ouder of begeleider bij je kind. De verpleegkundige komt je halen zodra je kind hier aankomt.

Pijn wordt zoveel mogelijk voorkomen of verzacht. Keelpijn, misselijkheid, een droge mond of dorst komen soms voor na een operatie.

Na de ontwaakzaal gaat je kind weer naar de kamer. Ook hier volgen de verpleegkundigen je kind op, met extra aandacht voor pijn of andere ongemakken. De arts of verpleegkundige vertelt wanneer je kind mag eten, drinken en medicatie nemen.

Schrik niet als je kind zich nog enige tijd zwak voelt na de ingreep, een operatie vergt immers een zware lichamelijke inspanning.

Naar huis

Je kind wordt uit het ziekenhuis ontslagen nadat de anesthesist en de chirurg hiervoor toestemming gaven. We houden het verblijf zo kort mogelijk.

Thuis? Bel de dienst spoedgevallen (tel. 03 821 30 06), je huisarts of de huisarts van wacht bij/als:

  • je kind koorts heeft hoger dan 38°C
  • veel lekkage van de wonde (bloed, wondvocht)
  • je kind veel bloed verliest
  • je kind niet kan plassen, terwijl het wel drinkt
  • de pijnstillers niet helpen bij aanhoudende pijn of als de pijn toeneemt
  • je kind steeds misselijk is of moet braken
  • ongerustheid of twijfel


Neveneffecten en verwikkelingen

Ondanks alle voorzorgen, zijn er nevenwerkingen en verwikkelingen mogelijk bij een verdoving. Vaak zijn ze tijdelijk, soms is een extra behandeling nodig.

Sommige komen vaak voor, andere zijn heel zeldzaam. Lees er meer over in de brochure.

Deze informatie werd laatst aangepast op dinsdag 23 maart 2021 - 17:03
Auteur(s): Team