Intracytoplasmatische sperma-injectie (ICSI)

ICSI is de afkorting voor intracytoplasmatische sperma injectie en is naast IVFde tweede techniek voor bevruchting van eicellen in het laboratorium. ICSI wordt toegepast wanneer het aantal zaadcellen in het ejaculaat te laag of van onvoldoende kwaliteit is om via klassieke IVF een bevruchting te kunnen realiseren.

Daarnaast wordt ICSI ook toegepast wanneer klassieke ivf geen bevruchting is bekomen. Dit laatste komt niet vaak voor en wordt meestal veroorzaakt door problemen met de verminderde mannelijke vruchtbaarheid, waarbij de zaadcel niet door het buitenste kapsel van de eicel geraakt. Door ICSI zijn we nu in staat om de zaadcellen hierbij te helpen. Met de microscoop wordt eerst een geschikte zaadcel gevonden, die dan wordt opgezogen in een fijne glazen pipet en nadien door de buitenste laag van de eicel tot in de eicel zelf wordt geïnjecteerd.

Aangezien er met ICSI de zogenaamde natuurlijke selectie wordt uitgeschakeld, rijst de vraag of dit aanleiding kan geven tot een verhoogde kans op aangeboren afwijkingen bij het kind. Bij ICSI kan in principe elke zaadcel in de eicel worden gebracht, ongeacht de uiterlijke vorm en de genetische samenstelling ervan. Uit de gegevens onder de inmiddels geboren ‘ICSI-baby’s’ blijkt dat er geen verhoogde incidenties van afwijkingen zijn (t.o.v. klassieke IVF).

Deze informatie werd laatst aangepast op donderdag 26 april 2012 - 15:04
Auteur(s): Team