Hematopoïetische stamceltransplantatie

Bij een stamceltransplantatie krijgt de patiënt gezonde, goedwerkende stamcellen toegediend.

Maak een afspraak

Hematologie en hemostase

Niet beschikbaar

Verpleegeenheid D2

Route 17, 2e verdieping
Wat is een hematopoïetische stamceltransplantatie?

Wat is hematopoïetische stamceltransplantatie?

Bij een stamceltransplantatie krijgt de patiënt gezonde, goedwerkende stamcellen toegediend. Die cellen zijn in staat om in een ander celtype te veranderen en zo defecte of afwezige cellen in het lichaam te vervangen. Vroeger was daarvoor een beenmergpunctie (beenmergtransplantatie) nodig die meer belastend was voor de donor. Nu gebeurt dat door een bloedtransfusie.

  • Op basis van de aard van de ziekte en de leeftijd van de patiënt wordt het type transplantatie bepaald.

    Autologe stamceltransplantatie

    Bij autologe stamceltransplantatie maken we gebruik van je eigen stamcellen die op voorhand afgenomen en ingevroren werden. Hierbij is de stamceltransplantatie erop gericht om het herstel van je beenmerg te bevorderen na toediening van hoge dosis chemotherapie om je onderliggende ziekte te behandelen. Dit is noodzakelijk zodat je terug witte bloedcellen, rode bloedcellen en bloedplaatjes kan aanmaken.

    Tijdens de stamceltransplantatie krijg je stamcellen via een infuus toegediend. Je kan dit vergelijken met een bloedtransfusie. De stamcellen die je tijdens de transplantatie toegediend krijgt, nestelen zich in je beenmerg en gaan zich vervolgens vermenigvuldigen. Ze herstellen het vermogen tot aanmaak van witte bloedcellen, bloedplaatjes en rode bloedcellen.

    Allogene stamceltransplantatie

    Bij allogene stamceltransplantatie wordt gebruik gemaakt van stamcellen van een donor. Deze kan een familielid zijn (broer/zus, ouder of kind) of een gematcht onverwant persoon uit de donorbank. Hierbij is de stamceltransplantatie voornamelijk gericht op het tot stand komen van een nieuw en gezond immuunsysteem dat je onderliggende ziekte zal bestrijden.

    Tijdens de stamceltransplantatie krijg je stamcellen via een infuus toegediend. Je kan dit vergelijken met een bloedtransfusie. De stamcellen die je tijdens de transplantatie toegediend krijgt, nestelen zich in je beenmerg en gaan zich vervolgens vermenigvuldigen. Ze herstellen het vermogen tot aanmaak van witte bloedcellen, bloedplaatjes en rode bloedcellen.

    Tijdens het pre-transplantgesprek krijg je een meer gedetailleerde uitleg van het werkingsmechanisme en verloop van de allogene stamceltransplantatie. Als je graag meer visuele informatie hebt, kan je gerust vragen naar het stripverhaal over stamceltransplantaties

  • In het UZA wordt de therapie toegepast bij verschillende vormen van kanker, niet-kwaadaardige bloedziekten en stofwisselingsziekten. Alleen bij die kankers die voldoende gevoelig zijn voor chemotherapie, kan stamceltherapie gebruikt worden als ondersteunende behandeling:

    • Bijwerkingen van chemotherapie of radiotherapie zorgen voor een afwijkend bloedbeeld (lager aantal witte of rode bloedcellen of bloedplaatjes)
    • Infecties: de meest voorkomende symptomen hiervan zijn koorts, rillingen, zweten, neusloop, hoest, kortademigheid, slijmproductie, diarree, branderig gevoel bij het plassen, ruikende urine, rode gezwollen huid
    • Niet aanslaan van de stamcellen: Het komt zelden voor dat stamcellen niet aanslaan. Indien dit toch het geval is en u de stamcellen afstoot, overlegt uw arts met u de mogelijkheden om opnieuw stamcellen van uw donor op te vragen en toe te dienen.

     

Hoe verloopt het?

Verloop van hematopoïetische stamceltransplantatie

Hoe worden de stamcellen afgenomen?

Het Centrum voor Celtherapie en Regeneratieve Geneeskunde (CCRG) van het UZA heeft een stamcellenbank. Die worden verkregen via een specifieke procedure waarbij de stamcellen als het ware in het beenmerg worden ‘opgejaagd’ zodat ze in de bloedbaan terechtkomen. Eens deze in voldoende aantal in het bloed verschijnen, volgt de collectie.

  1. 1

    Voor de stamceltransplantatie word je behandeld met chemotherapie en/of radiotherapie. Dit noemen we conditionering. Het team van hematologen bepaalt de conditionering op basis van je leeftijd, ziektebeeld en de resultaten van voorbereidende onderzoeken. Je zal hierover informatie krijgen tijdens het pre-transplantgesprek.

    Op verpleegafdeling D2 onderga je nog enkele onderzoeken:

    1. Een centraal veneuze katheter wordt geplaatst
    2. Bloedonderzoek
    3. Bacteriologisch onderzoek van de keel, het bloed, de urine en de stoelgang
    4. RX Thorax: de verpleegkundige van radiologie neemt een foto van je longen
    5. Parametercontrole: meten van bloeddruk, temperatuur, pols, zuurstofgehalte in het bloed en gewicht
  2. 2

    De duurtijd van het inlopen van de stamcellen is afhankelijk van het volume dat moet worden toegediend. Meestal duurt deze tussen een half uur en een uur. Op voorhand geeft de verpleegkundige medicatie om een reactie op de toediening te voorkomen.
    Tijdens de toediening word je nauwkeurig geobserveerd door een verpleegkundige en houden we je parameters zoals bloeddruk en hartslag constant bij door middel van monitoring. Je familie mag aanwezig zijn tijdens de transplantatie, maar gelieve dit vooraf te bespreken met de arts.

    Mogelijke nevenwerkingen tijdens toediening 

    • Versnelde of onregelmatige hartslag
    • Braakneigingen
    • Koud gevoel en rillingen
    • Jeuk
    • Buikpijn
    • Prikkeling in de keel

    Om deze nevenwerkingen te voorkomen, krijg je preventief medicatie.

  3. 3

    De aanmaak van bloedcellen valt stil na toediening van de conditionering. Dit noemen we de ‘dip’ of neutropene fase. Tijdens deze periode worden er diverse maatregelen genomen om je te beschermen en te voorkomen dat je in contact komt met bacteriën, gisten en/of schimmels. Dit houdt onder andere in dat je in omgekeerde isolatie zal verblijven, preventieve medicijnen krijgt en je voeding wordt aangepast.

    Ongeveer tien dagen na toediening van de stamcellen treedt herstel op van het beenmerg. De duur van deze tijdspanne kan van persoon tot persoon verschillen. De artsen volgen dit op door dagelijkse bloedname die een herstel van het bloedbeeld (witte bloedcellen, rode bloedcellen en bloedplaatjes) zal tonen.

  4. 4

    Wanneer mag je naar huis?
    Om een verblijf in omgekeerde isolatie te verlaten, moet je minstens 500 neutrofielen hebben ten opzichte van het totaal aantal witte bloedcellen. Ze zijn een onderdeel van het totaal aantal witte bloedcellen, maar hebben een specifieke rol in
    de weerstand van het lichaam tegen infecties. 

    Om na een stamceltransplantatie op een verantwoorde manier het ziekenhuis te
    kunnen verlaten, spelen enkele factoren een rol:

    • Je moet in staat zijn om je medicatie in te nemen in de vorm van pilletjes of siroop en hierbij voldoende kunnen eten en drinken. Dit is belangrijk om uitdroging (en achteruitgang van de nierfunctie) te voorkomen.
    • Eventuele doorgemaakte infecties moeten onder controle zijn. We brengen je een aantal dagen voor je ontslag op de hoogte. Belangrijk is dat je thuis alles in gereedheid kan brengen en we eventueel nog zaken kunnen regelen
      om het ontslag zo vlot mogelijk te laten verlopen. Meld alles waar je aan denkt en waar we je mee kunnen helpen (zoals thuisverpleging of thuishulp), zodat we hier tijdig op kunnen inspelen.

    Op de dag van je ontslag is het de bedoeling dat je vóór 11 uur je vertrek voorziet.


    Wat krijg je mee?

    • Een medicatieoverzicht: een lijstje met de in te nemen medicatie en het tijdstip van inname
    • Voorschriften voor het ophalen van medicatie bij de thuisapotheek worden op je identiteitskaart gezet.
    • Een brief voor de huisarts met een verslag van het verloop van je opname
    • Een vervolgafspraak voor de komende week bij de hematoloog op de consultatie (route 105)
       

    Welke medicatie moet je nog innemen?
    Bij het ontslag wordt een overzichtslijst van de medicatie die je dient in te nemen meegegeven.

    Opvolging via de raadpleging en het dagziekenhuis
    De raadpleging in het oncologisch en hematologisch dagcentrum zal je in de eerste maanden na stamceltransplantatie nauwgezet opvolgen. Je bloedwaarden kunnen in de eerste maanden na een transplantatie nog afwijken. Tot deze gestabiliseerd zijn, blijf je vatbaar voor infecties en bloedingen. Het risico op complicaties daalt naarmate je immuunsysteem herstelt. Hiervoor worden je bloedbeeld, de medicatie en mogelijke bijwerkingen nauwgezet opgevolgd. Ook een lichamelijk onderzoek zal bij elke controle plaatsvinden.

    In het oncologisch en hematologisch dagziekenhuis kunnen bijkomende onderzoeken plaatsvinden, zoals een beenmergpunctie of een radiologisch onderzoek. Indien nodig krijg je ook transfusies van rode bloedcellen en/of bloedplaatjes.

Tips voor thuis

Praktische tips voor thuis

  • De overgang van de beschermde omgeving van het ziekenhuis naar thuis kan groot zijn. Het is normaal dat je stilaan de draad van je leven zoals het was voor de stamceltransplantatie weer wil oppakken. Een belangrijk advies hierbij is om voldoende rust te nemen. Je voelt zelf het beste aan wat je wilt en kunt doen. Het is volledig normaal dat je nog niet in staat bent om het huishouden volledig terug op te pikken. Laat je daarom in deze eerste periode ondersteunen in het boodschappen doen en schoonmaken. Indien dit niet mogelijk is vanuit de eigen (familiale) situatie, kan er met behulp van de dienst patiëntenbegeleiding gezocht worden naar ondersteuning op maat.

    • Huisdieren
      Het verzorgen van huisdieren laat je beter aan anderen over, voornamelijk het reinigen van verblijven of opkuisen van uitwerpselen. Verder wordt aangeraden om uw handen te wassen na het aaien van de dieren en om een hond geen likjes te laten geven.
    • Tuinieren
      Tuinieren is in zekere zin toegestaan, maar beperk het contact met zand of aarde om toxoplasmose te voorkomen. Dit is een parasiet die voorkomt in de uitwerpselen van katten. Maak gebruik van tuingereedschap en handschoenen. Snoeien kan wondjes en dus ook een infectie veroorzaken en is daarom enkel aangeraden als je gebruik maakt van dikke tuinhandschoenen.
    • Verbouwen
      Verbouwen is af te raden gedurende de eerste 3 maanden na de transplantatie. Bij boren en breken komen schimmels vrij die bij jou een ernstige longinfectie kunnen veroorzaken. Als er toch iets in huis moet gebeuren, is het dus beter dat je hierbij niet aanwezig bent en dat het wordt schoongemaakt voor je terugkomst.
  • Sociale verbinding is erg belangrijk voor ons mentaal welzijn. Het is dus niet de bedoeling je volledig af te sluiten van de buitenwereld. Houd in de eerste maanden na een stamceltransplantatie wel rekening met wat je doet en met wie je in contact komt. Door je lage weerstand is de kans op infectie groter wanneer je je tussen veel mensen bevindt. Om die reden wordt ook afgeraden om het openbaar vervoer te nemen. Je mag thuis wel bezoek ontvangen, maar ook hier geldt dat zieke/verkouden mensen beter niet op bezoek komen. Ontvang niet teveel mensen tegelijkertijd.

    Contact met kinderen die een kinderziekte hebben wordt ook afgeraden. De weerstand die je voor de transplantatie had, door doorgemaakte ziekten of inentingen, werd grotendeels afgebroken door de stamceltransplantatie. Pas enkele maanden na transplantatie, kom je terug in aanmerking voor vaccinaties. De hematoloog bespreekt dit met jou.

  • In het ziekenhuis verbleef je in een isolatiekamer. Volg daarom thuis extra hygiënische maatregelen:.

    • Was je handen voldoende.
    • Reinig het huis met nat in plaats van droog en vergeet de deurklinken niet.
    • Ververs wekelijks alle bedlinnen, dagelijks handdoeken van keuken en badkamer.
    • Beperk bloemen en planten in de leefruimte en laat iemand anders ze verzorgen.
    • Vermijd direct contact met uitwerpselen van huisdieren. Aaien is toegestaan, maar denk hierna aan het wassen van de handen.
    • Gebruik geen luchtbevochtigers.
    • Rook niet en vermijd ruimtes waar gerookt wordt.
    • Vermijd direct contact met zieke huisgenoten.
  • Een goede lichaamshygiëne is belangrijk en noodzakelijk. Gebruik bij voorkeur neutrale producten die je huid voeden en hydrateren. Deze producten zijn verkrijgbaar bij de apotheek.

    • Poets voorzichtig na elke maaltijd uw tanden met een zachte tandenborstel. Gebruik ook thuis verder de mondspoeling met bruiswater of andere op voorschrift van de arts.
    • Wanneer je haren na enkele weken terug beginnen te groeien, gebruik een zachte shampoo bij het wassen.
    • Knip je nagels, maar let hierbij op wondjes. Eventuele huidletsels moeten zorgvuldig ontsmet worden met een waterig ontsmettingsmiddel. Ontsmet op voorhand je materiaal.
    • Vermijd zonnebaden! Je huid is door de medicatie zeer gevoelig geworden en het directe zonlicht kan aanleiding geven tot huidreacties en/of verbranding. Gebruik steeds een zonnecrème met hoge factor wanneer je buitenkomt in de zon. Let op: uv-stralen kunnen door het glas stralen. Bescherm je huid dus ook wanneer je in de zon zit achter glas.
    • Meld schommelingen in je gewicht aan de arts
  • Volg, zeker in de eerste weken en maanden na de stamceltranplantatie, volgende richtlijnen over hygiënische voeding. Je behandelend arts bepaalt, samen met jou, wanneer deze maatregen afgezwakt mogen worden.

    Hoe bereid en bewaar ik producten?

    • Was grondig de handen voor en na elke bereiding van voeding. Ook na het aanraken van rauwe eieren, vis en vlees.
    • Bewaar etensresten onmiddellijk in de koelkast en gebruik ze binnen de 24 uur.
    • Bewaar beperkt houdbaar voedsel na bereiding op hoge temperatuur of tijdelijk in de koelkast. Laat beperkt houdbare producten niet langer dan 10 tot 15 min op kamertemperatuur staan.
    • Ontdooi bevroren voedsel ’s nachts in de koelkast of ontdooi snel in de microgolfoven, maar ontdooi niets op kamertemperatuur.
    • Reinig na de bereiding van voedsel steeds de werkvlakken, snijplanken, bestek, eetgerei, potten en pannen met heet water en detergent. Laat de vaat drogen aan de lucht of gebruik handdoeken, maar ververs deze dagelijks.

    Andere aandachtspunten

    • Weeg jezelf wekelijks. Dit gebeurt ook op de raadpleging. Meld steeds schommelingen in je gewicht aan de arts.
    • Wanneer je nog misselijk bent, is het aangeraden om het eten te laten bereiden door iemand anders omdat de geur van het bereiden je mogelijk nog meer misselijk kan maken.
    • Wanneer eten nog moeizaam gaat, eet je best frequent kleine maaltijden en snacks zodat je voldoende calorieën opneemt.
    • Wanneer je last hebt van een droge mond ten gevolge van de behandeling, kan het helpen om saus, margarine, kaas of niet-vettig melkpoeder toe te voegen aan voedingsmiddelen.
  • Neem, na het ontslag uit een isolatiekamer, de draad van uw normale leven stilaan terug op. De eerste weken en maanden na de stamceltransplantatie is je weerstand nog niet optimaal. Je vermijdt best ruimtes waarin veel mensen aanwezig zijn (bioscoop, café, musea en openbaar vervoer).

    Het is essentieel voor jouw lichamelijk herstel om regelmatig beweging in te bouwen. Probeer langdurig zitten of liggen elk uur te onderbreken met korte periodes van lichte beweging. Denk hierbij aan de oefeningen die de kinesist je aangeleerd heeft. Ook een korte wandeling kan deugd doen. Wandel onder goede weersomstandigheden en draag aangepaste kledij. Bescherm je blootgestelde huid tegen uv-stralen, met behulp van een hoofddeksel en een zonnecrème met hoge factor.

    Daarnaast is het belangrijk om spierverstevigende oefeningen te doen om krachtverlies te beperken en spierherstel te bevorderen. De oefeningen die je aangeleerd kreeg tijdens de opname kan je thuis verderzetten. Daarnaast zal de arts je een voorschrift voor kinesitherapie bezorgen.

    Neem op tijd een rustpauze tussen jouw activiteiten. De adviezen omtrent slaaphygiëne en dag- en nachtritme die eerder in de brochure vermeld werden blijven gelden na thuiskomst. Ademhalingsoefeningen, meditatie of yin yoga kunnen een waardevol hulpmiddel zijn om te ontspannen. Bespreek met jouw behandelend arts wanneer je spanning of angst ondervindt. Zij kunnen je enkele tools aanreiken of in contact brengen met de psychologe voor verdere ondersteuning.

    Bespreek met je behandelend arts:

    • Wanneer je in de eerste maanden na de stamceltransplantatie uitstappen wil maken.
    • Wanneer je opnieuw een sport wil beoefenen. Dit is afhankelijk van je lichamelijke conditie. Zwemmen wordt de eerste maanden na een stamceltransplantatie afgeraden vanwege de bacteriegroei in het water.
  • Het kan zijn dat je gedurende de afgelopen periode minder behoefte had om met je partner te vrijen. De intensieve behandeling en de gevolgen hiervan (bijvoorbeeld lichamelijke veranderingen) kunnen bijgedragen hebben tot deze verminderde behoefte. Aandacht voor elkaar, in deze periode dat vrijen nog niet als ‘fijn’ wordt ervaren, kan erg belangrijk zijn. Vrijen is toegestaan na een stamceltransplantatie. Wel is het belangrijk dat jij en je partner extra aandacht schenken aan hygiëne voor en na het vrijen. Indien er klachten zijn tijdens het vrijen, kan je deze bespreken met je behandelend arts.

  • Bij je ontslag uit het ziekenhuis word je centraal veneuze katheter mogelijk nog behouden. Je katheter wordt gebruikt voor bloed afnames en toediening van transfusies tijdens controles.

    De katheter wordt afgedekt met een steriel verband, dat tijdens elke controle in het dagcentrum vervangen wordt. Het is belangrijk om hier goed zorg voor te dragen en te zorgen dat het verband niet nat wordt. Wees dus steeds zeer voorzichtig tijdens het douchen.

    Wanneer je verband toch los komt, kleef je het voorlopig extra vast en neem je contact op met het dagziekenhuis om het zo snel mogelijk opnieuw te laten vernieuwen. Verwijder het verband nooit zelf.

  • Na je ontslag blijf je nog kwetsbaar en daarom ook vatbaar voor mogelijke complicaties zoals infectie. Het is van groot belang dat je je bij elke verandering zo snel mogelijk aanmeldt bij jouw behandelend arts.

    Indien één van de complicaties zich voordoet buiten de periode van je geplande afspraken, kan je steeds contact opnemen met de verpleegkundig trajectbegeleider of de afdeling D2. Een verpleegkundige zal je telefonisch proberen verder te helpen en je indien nodig doorverwijzen naar de raadpleging hematologie (tijdens de kantooruren) of de dienst spoedgevallen.

    Wees alert voor symptomen als:

    • Koorts
      Is je temperatuur 38°C of hoger, contacteer onmiddellijk de afdeling hematologie op het nummer 03 821 53 52 Koorts duidt meestal op de aanwezigheid van infecties. De dienst hematologie bekijkt samen met jou of een opname nodig is. Gezien je kwetsbaarheid, heb je behoefte aan antibiotica die via het infuus worden toegediend.
      Naast de koorts kan je last hebben van:
      • hoesten, kortademigheid, pijn bij het ademhalen en gekleurd slijm.
      • diarree, braken en brandend maagzuur
      • keelpijn, pijn bij slikken en aften in de mond.
      • branderig gevoel bij het plassen, zeer frequent moeten plassen en troebele urine.
    • Bloedingen
      Tijdens je opname en bij elke raadpleging worden je bloedplaatjes gecontroleerd. Er bestaat steeds een mogelijkheid dat er thuis ook bloedingen optreden zoals: neus- en tandvleesbloeding, bloed in de urine of de stoelgang, toename van blauwe plekken en hevige menstruatie. Treedt zo’n bloeding op? Neem onmiddellijk contact op met de afdeling hematologie en zij helpen je verder.
    • Pijn
      Pijn heeft steeds een oorzaak. Neem bij aanhoudende pijn contact op met de afdeling en zij zullen trachten je verder te helpen.

Betrokken diensten