Hartaanval

Bij een kroonslagaderaandoening raakt een van de kroonslagaders plots verstopt door een bloedklonter. Die klonter ontstaat als er een scheurtje optreedt op een zwakke plek in de slagaderwand. Door de verstopping krijgt een deel van het hart geen bloed en zuurstof meer. Dit is een hartaanval of hartinfarct (infarct of myocardinfarct).

Welke soorten hartaanvallen bestaan er?

  • Groot hartinfarct: de kroonslagader raakt volledig afgesloten en een aanzienlijk deel van de hartspier wordt bedreigd.
  • Klein hartinfarct: een kleine bloedklonter die maar een gedeelte van de kroonslagader blokkeert.

Wat zijn de symptomen van een hartaanval?

Patiënten met een hartinfarct vertonen een drukkende pijn in de borstreek die niet overgaat en die vaak gepaard gaat met misselijkheid en een algemeen onwel gevoel.

Hoe wordt de diagnose bij een hartaanval gesteld?

De diagnose gebeurt op basis van:

  • Elektrocardiogram (ECG): film van het hart.
  • Bloedafname: om vast te stellen of er hartspierschade is opgetreden.
  • Coronarografie: een inwendig hartonderzoek dat de kransslagaders in beeld brengt om vernauwingen of afsluitingen in op te sporen.

Hoe verloopt de behandeling bij een hartaanval?

De acute behandeling van een hartinfarct bestaat uit het openmaken van het verstopte bloedvat. Dat gebeurt tijdens een hartkatheterisatie.

  1. De klonter wordt weggezogen.
  2. Een ballonnetje in de kroonslagader wordt opgeblazen om die verder open te maken.
  3. Een buisje uit metaal of kunststof (‘stent’) wordt geplaatst om te voorkomen dat de kroonslagader op termijn weer dichtgaat.

Hoe sneller een hartinfarct wordt behandeld, hoe kleiner de schade aan de hartspier. Patiënten met een acuut hartinfarct moeten dan ook zo snel mogelijk hulp inroepen (via 112) en zo snel mogelijk naar de hartkatheterisatiekamer worden gebracht. In het UZA kan een verstopte kroonslagader dag en nacht met spoed worden opengemaakt.

Wat gebeurt er na de behandeling?

De klachten verdwijnen snel. U wordt naar de hartafdeling gebracht voor verdere opvolging en herstel. U moet ook extra bloedverdunners innemen om te voorkomen dat het bloedvat met de stent terug zal dichtklonteren.

De behandelende arts bespreekt met u ook hoe u in de toekomst nieuwe hartproblemen kunt voorkomen (via een aangepaste levensstijl, medicatie ...).

Deze informatie werd laatst aangepast op donderdag 11 oktober 2018 - 11:10
Auteur(s): Team