Chronische doorbloedingsstoornis (cerebrale hypoperfusie)

Wat is een chronische doorbloedingsstoornis?

Bij een chronische doorbloedingsstoornis in de hersenen of cerebrale hypoperfusie (letterlijk: onvoldoende doorstroming) krijgt een gedeelte van de hersenen onvoldoende bloed door een vernauwing of afsluiting van een hersenslagader. Hierdoor gaat dat gedeelte van de hersenen minder goed functioneren. In geval van inspanning, een te lage bloeddruk of plotse veranderingen in de bloeddruk kan de doorbloedingsstoornis kritischer en acuut worden. Er kan dan een lichte hersenberoerte (TIA) optreden met plotse, tijdelijke neurologische uitval of een langdurige beroerte (CVA) met onherstelbare schade.

Wie loopt het meeste kans op een chronische doorbloedingsstoornis?

Een doorbloedingsstoornis in de hersenen kan in principe op elke leeftijd voorkomen, maar treedt voornamelijk op bij patiënten ouder dan 50 jaar, zowel bij mannen als bij vrouwen. Het risico op een doorbloedingsstoornis is groter wanneer u veel cardiovasculaire risicofactoren heeft (hoge bloeddruk, overgewicht, suikerziekte, weinig lichaamsbeweging, hoge cholesterol en roken).

Wat zijn de oorzaken van een chronische doorbloedingsstoornis?

  • Soms is er sprake van een progressieve aandoening van de hersenslagaders. Een voorbeeld hiervan is de ziekte van Moyamoya, waarbij de centrale hersenslagaders en hun belangrijkste takken ernstig vernauwd of afgesloten geraken waardoor er als reactie een netwerk van kleine bloedvaatjes ontstaat.

Wat zijn de symptomen van een chronische doorbloedingsstoornis?

De symptomen van een chronische doorbloedingsstoornis zijn vergelijkbaar met die van een acute doorbloedingsstoornis, namelijk een hersenberoerte. Ze zijn afhankelijk van het gebied waarin de bloedtoevoer verstoord is. De klachten treden meestal plots op.

Mogelijke symptomen zijn:

  • verlamming van een arm en/of been, meestal aan één kant van het lichaam
  • scheve mond (krachtverlies van de aangezichtsspieren)
  • blindheid (gedeeltelijk of volledig)
  • niet meer kunnen praten of woorden niet meer begrijpen (taalstoornis afasie)
  • evenwichtsstoornissen of duizeligheid (licht gevoel in het hoofd)
  • problemen met de beweeglijkheid van een arm en/of been, al dan niet gepaard met stuiptrekkingen (“limb shaking” ten gevolge van een TIA)

Hoe wordt een chronische doorbloedingsstoornis behandeld?

Onderzoeken in het UZA

De neuroloog onderzoekt patiënten met een vermoedelijke doorbloedingsstoornis aan de hand van volgende onderzoeken:

  • cerebrale angiografie (onderzoek van de hersenbloedvaten met een katheter)
  • MRI van de hersenen
  • CTA van de hersen- en halsvaten
  • perfusie-opnamen: via een constrastvloeistof kijkt men naar de doorbloeding van de hersenen

Behandeling van een chronische doorbloedingsstoornis

Niet-operatieve ingreep

  • Medicatie

De behandeling van een chronische doorbloedingsstoornis bestaat in eerste instantie uit specifieke medicatie zoals plaatjesremmers. Plaatjesremmers, zoals aspirine, zorgen ervoor dat bloedplaatjes minder snel klonteren, met een betere doorbloeding als gevolg. Daarnaast optimaliseren we de behandeling van de onderliggende vaataandoening.

  • Plaatsing van een stent

Wanneer een enkele vernauwing van de hoofdslagader de oorzaak is van de doorbloedingsstoornis, kan er een open metalen stent (buisje) geplaatst worden. De interventionele neuroradioloog brengt de stent in op de plaats van de vernauwing in de slagader van de hersenen (endovasculaire/radiologische behandeling). Dit gebeurt vanuit de liesslagader via een katheter. De ingreep wordt uitgevoerd onder algemene narcose.

Operatieve ingreep

In sommige gevallen kan een bloedvatvernauwing behandeld worden met een operatieve ingreep (neurochirurgie). Er zijn twee soorten ingrepen mogelijk: boorgaten of een cerebrale bypassoperatie.

De ingreep waarvoor iemand in aanmerking komt, is afhankelijk van de klachten, het risicoprofiel, de oorzaak van de doorbloedingsstoornis, het beloop en de beeldvorming. Ons multidisciplinair team van artsen, verpleegkundigen en paramedici bekijkt welke ingreep geschikt is. Deze operatieve ingrepen worden onder volledige narcose uitgevoerd.

  • Boorgaten

De neurochirurg maakt verschillende kleine luikjes of gaatjes in het bot van de schedel (boorgaten). Bloedvaatjes van de buitenkant van de schedel worden door de boorgaten naar de binnenkant van de schedel gehaald om zo de bloedtoevoer naar de hersenen te verbeteren. 

  • Cerebrale bypass

Bij een cerebrale bypassoperatie maakt de neurochirurg een overbrugging van bloedvaten om de doorbloeding in de hersenen te verbeteren. Meestal wordt er een verbinding gemaakt tussen een hersenslagader en een oppervlakkig gelegen slagader van de schedel of tussen een hersenslagader en een ader van de arm of het been. Lees meer over een cerebrale bypassoperatie

Na de behandeling van een (chronische) doorbloedingsstoornis

  • U wordt wakker in de uitslaapkamer van het operatiekwartier.
  • Als er een stent werd geplaatst, wordt de prikplaats in de lies regelmatig gecontroleerd.
  • U verblijft een dag met strikte bedrust op de medium care (MC) of intensieve zorgen. Daarna gaat u naar de verpleegafdeling. Meestal kunt u de dag na de operatie al uit bed. Als er geen verdere complicaties zijn, mag u binnen enkele dagen naar huis. Meestal kunt u binnen een week alle dagdagelijkse taken weer opvatten.
  • Opvolging gebeurt op de neurovasculaire raadpleging.   

Hoe kan ik een chronische doorbloedingsstoornis voorkomen?

U kunt een doorbloedingsstoornis in de hersenen voorkomen door uw cardiovasculaire risicofactoren te verlagen:

  • laat een (te) hoge bloeddruk vroegtijdig behandelen
  • rook niet
  • beperk uw alcoholgebruik (drink niet meer dan 2 glazen alcohol per dag)
  • houdt uw cholesterolgehalte onder controle (met voeding of door medicatie)
  • vermijd zwaarlijvigheid
  • beweeg voldoende
  • vermijd overmatig zoutgebruik
  • ga op een gezonde manier om met stress en spanning
  • vermijd drugsgebruik (zoals het gebruik van cocaine of amfetamines)
  • indien u risico loopt op hart- en vaatziekten raden we aan om een jaarlijkse algemene check-up bij uw huisarts te doen voor de optimalisatie van uw cardiovasculair risicoprofiel
Deze informatie werd laatst aangepast op woensdag 14 augustus 2019 - 13:08
Auteur(s): Team