Carpale tunnelsyndroom

In het UZA kunt u terecht voor de behandeling van het carpale tunnelsyndroom (CTS). Dit syndroom wordt veroorzaakt door een geklemde zenuw in de pols (in de carpale tunnel). In een aantal gevallen kan een operatie helpen.

Wat zijn de symptomen van het carpale tunnelsyndroom?

  • Tintelingen of een pijnlijk gevoel in de vingers en de handpalm.
  • Verdoofd gevoel in de vingertoppen.
  • Verminderde grijpkracht (tot zelfs voorwerpen uit uw hand laten vallen).
  • Uitstralende pijn naar onder- en bovenarm.

Wanneer wordt een operatie uitgevoerd?

Een operatie is aangewezen als rust, infiltraties of een brace niet (meer) helpen.

Waaruit bestaat de voorbereiding op een operatie bij een carpaal tunnelsyndroom?

Als u bloedverdunnende medicijnen neemt, moet u dat in samenspraak met uw arts stopzetten.

Hoe verloopt een operatie bij een carpaal tunnelsyndroom?

  • De hand wordt plaatselijk verdoofd.
  • De verbinding tussen de pink en duimmuis wordt doorgesneden om de druk op de zenuw weg te nemen.

De operatie duurt ongeveer een kwartier tot een half uur.

Wat gebeurt er na de operatie?

Na de operatie moet u een draagdoek dragen. Het is wel belangrijk dat u uw vingers blijft bewegen. De hand zelf zult u de eerste weken minder goed kunnen gebruiken.

Deze informatie werd laatst aangepast op woensdag 23 maart 2016 - 17:03
Auteur(s): Team