Coronavirus COVID-19

Informatie voor UZA-patiënten en bezoekers | Reserveer hier een afspraak voor een PCR-test
Meer details Meer details

Auto-immune encefalitis (AIE)

Auto-immune encefalitis (AIE) is een groep van aandoeningen waarbij er sprake is van een vorm van hersenontsteking. Een ontsteking is een reactie van het afweer- of immuunsysteem van het lichaam tegen een bedreiging (bijvoorbeeld een indringer van buitenaf, zoals een bacterie of een virus). Bij een auto-immuun ontsteking is er geen indringer van buitenaf, maar wordt het immuunsysteem abnormaal geactiveerd en maakt het zogenaamde autoantistoffen. Dit zijn eiwitten die normaal niet in het lichaam voorkomen, maar stukjes lichaamseigen weefsel (in het geval van AIE: delen van de hersenen) foutief als indringers aanwijzen, waardoor ze aangevallen worden door het immuunsysteem. Hierdoor raken deze delen van de hersenen beschadigd en ontstaan er bepaalde symptomen.

De verschillende vormen van AIE worden genoemd naar de autoantistoffen (bijvoorbeeld NMDAR-encefalitis, LGI-encefalitis, CASPR2-encefalitis, enz.) die aangemaakt worden. Soms is er sprake van AIE zonder dat de betrokken autoantistof geïdentificeerd kan worden, in dat geval spreken we over 'seronegatieve AIE'.

Wat zijn de symptomen?

De symptomen van AIE zijn erg divers, afhankelijk van de betrokken delen van de hersenen en verschillen tussen de verschillende vormen (al zijn er belangrijke overeenkomsten).

De meest voorkomende symptomen zijn:

  • Geheugenstoornissen
  • psychiatrische symptomen (bijvoorbeeld gedragsveranderingen, waanbeelden en/of hallucinaties)
  • bewegingsstoornissen (bijvoorbeeld parkinsonisme, waarbij mensen traag en houterig gaan bewegen, of ataxie, waarbij mensen hun bewegingen niet goed meer kunnen coördineren)
  • epileptische aanvallen.
  • In zeldzame gevallen kunnen de vitale functies worden aangetast en kan iemand in coma geraken en zelfs overlijden
     

Deze symptomen zijn niet specifiek voor AIE, ze komen met andere woorden ook voor bij verschillende andere aandoeningen. Zo hebben mensen met de ziekte van Alzheimer bijvoorbeeld ook vaak last van problemen op vlak van geheugen en gedrag of hebben mensen met de ziekte van Parkinson last van bewegingsstoornissen.

Het onderscheid tussen AIE en andere aandoeningen wordt gemaakt op basis van:

  • het voorkomen van verschillende symptomen samen (bijvoorbeeld én epileptische aanvallen én bewegingsstoornissen én geheugenstoornissen)
  • de snelheid waarmee ze zich ontwikkelen (in de loop van enkele weken tot maanden, in tegenstelling tot de ziekte van Alzheimer of Parkinson, waar de symptomen langzaam over het verloop van jaren toenemen)
  • de bevindingen bij aanvullend onderzoek (zie verder bij diagnose).

Wat zijn de oorzaken?

AIE is verworven, niet aangeboren. In de meeste gevallen kan de reden voor de abnormale activatie van het immuunsysteem niet achterhaald worden. De risicogroepen voor de verschillende vormen van AIE verschillen ook tussen de types (bijvoorbeeld vooral jonge vrouwen bij NMDAR-encefalitis en vooral oudere mannen bij CASPR2-encefalitis).

In sommige gevallen kunnen bepaalde types gezwellen of kankers het immuunsysteem activeren en aanleiding geven tot AIE. In zulke gevallen spreken we over een ‘paraneoplastisch syndroom’.

Hoe wordt AIE vastgesteld (diagnose) en behandeld?

Multidisciplinaire aanpak

Diagnose

Als de arts op basis van de symptomen die de patiënt aangeeft en de bevindingen bij het lichamelijk onderzoek denkt aan de mogelijkheid van AIE, worden een aantal onderzoeken gepland om de diagnose aannemelijker te maken en alternatieve oorzaken uit te sluiten:

  • MRI-scan van de hersenen: deze toont in een aantal gevallen afwijkingen, maar kan ook normaal zijn. Hiermee wordt ook uitgesloten dat er sprake is van een alternatieve verklaring van de klachten (herseninfarct, hersenbloeding, hersentumor, andere vorming van ontsteking zoals multiple sclerose). De precieze afwijkingen en de kans dat er op MRI afwijkingen gevonden worden, verschillen tussen de verschillende vormen van AIE.
     
  • Bloedonderzoek: om na te kijken of er bepaalde autoantistoffen in het bloed zitten en om andere ontregelingen van nieren, lever, schildklier, vitamines, eiwitten, zouten, enz. uit te sluiten.
     
  • Lumbaalpunctie (ruggenprik): hierbij wordt een staal afgenomen van het cerebrospinaal vocht (CSV) of hersenvocht, dat geproduceerd wordt in de hersenen, om na te gaan of hierin autoantistoffen aanwezig zijn. Naast die autoantistoffen, zijn er in het hersenvocht vaak (maar niet altijd) andere tekenen van ontsteking te vinden (verhoogd aantal witte bloedcellen, verhoogd eiwitgehalte en overproductie van bepaalde types eiwitten, wat uitgedrukt wordt als een zogenaamde ‘verhoogde IgG-index’ of ‘oligoklonale banden’).
     

Geen enkel onderzoek op zich is in staat met zekerheid alle patiënten te identificeren en veel afwijkende testresultaten kunnen ook bij andere aandoeningen voorkomen. Zelfs wanneer bepaalde autoantistoffen worden teruggevonden, zijn die in zeldzame gevallen het gevolg van een fout in de testmethode (zogenaamde ‘vals positieve resultaten’) en moet er goed nagekeken worden of de klachten van de patiënt wel passen bij de gevonden autoantistoffen.

Om de diagnose van AIE met meer zekerheid te kunnen stellen, wordt daarom vaak gebruik gemaakt van diagnostische criteria (een lijstje met punten waaraan de patiënt moet voldoen): bijvoorbeeld én suggestieve symptomen én goed passende afwijkingen op MRI en/of hersenvocht én bijpassende autoantistoffen.

Zoals hoger vermeld, kan AIE in zeldzame gevallen het gevolg zijn van een gezwel of kanker die het immuunsysteem stimuleert. Daarom worden bij de meeste mensen die de diagnose van AIE krijgen doorgaans ook een aantal screenende onderzoeken verricht om na te gaan of er geen tot dan toe onbekend gezwel aanwezig is. Voorbeelden van zulke onderzoeken zijn een PET-scan, een echo van de balzak (bij mannen, om teelbalkanker op te sporen) en een mammografie (bij vrouwen, om borstkanker na te gaan). Bij bepaalde autoantistoffen is de relatie met kanker veel sterker dan bij andere. Wanneer bij een patiënt met dat soort autoantistoffen bij een eerste screening geen tekenen van kanker gevonden worden, wordt deze screening normaliter halfjaarlijks tot jaarlijks herhaald gedurende een aantal jaren, omdat de symptomen van AIE soms de diagnose van kanker vooraf kunnen gaan (bijvoorbeeld omdat de kanker nog microscopisch klein is en niet teruggevonden kan worden op een scan, maar al wel het immuunsysteem ontregelt en AIE veroorzaakt).

 

Behandeling

De behandeling van AIE is er in de eerste plaats op gericht om de abnormale activiteit van het immuunsysteem te onderdrukken. Daarvoor worden verschillende soorten geneesmiddelen gegeven, waarvan corticosteroïden de meest gebruikte zijn. Soms vormt ook plasmaferese een onderdeel van de behandeling. Daarbij wordt via een buisje in een grote ader bloed afgenomen en via een machine gezuiverd om de autoantistoffen die erin zitten te verwijderen, alvorens het bloed wordt teruggegeven.

Daarnaast worden mensen met AIE ook vaak behandeld met ondersteunende geneesmiddelen om bepaalde symptomen te bestrijden (bijvoorbeeld anti-epileptica bij epileptische aanvallen).

In de zeldzame gevallen waarin er een gezwel of kanker gevonden wordt als onderliggende oorzaak, is de behandeling gericht op het wegnemen of controleren hiervan (omdat behandeling die het immuunsysteem onderdrukt alleen vaak onvoldoende is als de onderliggende oorzaak niet aangepakt wordt). Het kan dan gaan om een operatie (om het gezwel te verwijderen), al dan niet in combinatie met chemotherapie, bestraling of andere aanvullende behandelingen. De initiële behandeling vindt doorgaans plaats in het ziekenhuis. Indien de behandeling aanslaat, kan die nadien verder gezet worden.

Vooruitzichten

De prognose hangt af van:

  • de specifieke vorm van AIE;
  • hoe lang de ziekte al bezig is alvorens een behandeling gestart wordt;
  • of er sprake is van een onderliggende kanker.

 
Indien er geen sprake is van kanker, de ziekte snel wordt herkend en in een vroeg stadium krachtig behandeld wordt, is volledig herstel mogelijk. Veel patiënten zullen echter ook na succesvolle behandeling restverschijnselen behouden, bijvoorbeeld op vlak van geheugen, aandacht en concentratie.

Neurologen met expertise in de neuro-immunologie
Senior staflid neurologie (multiple sclerose en zeldzame neuroinflammatoire ziekten)
Staflid neurologie (multiple sclerose en zeldzame neuroinflammatoire ziekten, EP)
Neurologen met expertise in de geheugenstoornissen
Diensthoofd neurologie (neurologische kanker, hoofdpijn, bewegingsstoornissen, geheugenstoornissen, zeldzame ziekten)
Staflid neurologie (geheugenproblematiek)
Geassocieerde arts (geheugenstoornissen)
Neurologen met expertise in de bewegingsstoornissen
Senior staflid neurologie (bewegingsstoornissen, Botulinetoxine)
Toegevoegd specialist (bewegingsstoornissen, Botulinetoxine)
Neurologen met expertise in de epilepsie
Senior staflid neurologie (epilepsie)
Neurologen met expertise in de intensieve zorgen
Senior staflid intensieve zorg
Laatst aangepast: 10 februari 2022
Auteur(s): Team neurologie