Ademhalingsproblemen bij pasgeborenen

Ademhalingsproblemen treden op bij te vroeg geboren baby’s, maar ook bij tijdig geboren zuigelingen. De longen van de baby passen zich dan niet volledig aan om het lichaam van voldoende zuurstof te kunnen voorzien.

Welke ademhalingsproblemen kunnen er voorkomen bij pasgeborenen?

  • TTN (Transiënte Tachypneu van de Neonaat): de baby ademt sneller omdat de longen niet vochtvrij zijn (Wet Lung Syndrome). Meestal gaat dit vanzelf over, toch is soms ademinghalingsondersteuning nodig.
  • RDS (Respiratory Distress Syndrome): de baby is in ademnood omdat de longen niet voldoende ontwikkeld zijn. Er is meestal extra zuurstof nodig.
  • BPD (bronchopulmonale dysplasie): chronische luchtwegaandoening waarbij de longen ‘stug’ zijn. De kinderen blijven dan langdurig afhankelijk van zuurstof.
  • AOP (apnea of prematurity): bij premature baby’s is het centrale zenuwstelsel nog niet volwassen genoeg om non-stop te kunnen ademen. Een reeks ademhalingen wordt dan gevolgd door oppervlakkige ademhaling of volledige ademhalingspauze. Deze apnea verdwijnt meestal vanzelf nog voor de baby het ziekenhuis verlaat. Hoe lager het geboortegewicht of hoe korter de zwangerschapsduur, hoe meer kans op AOP.

Hoe stellen we de diagnose bij ademhalingsproblemen bij pasgeborenen?

  • Klinisch: door de zuigelingen goed te observeren.
  • Monitoring: om de hartslag, ademhaling en zuurstofverzadiging continu te volgen.
  • Röntgenfoto: om de juiste diagnose te stellen en de ernst en evolutie te volgen.
  • Bloedgassen: paar druppels bloed om de werkelijke toestand van de gasuitwisseling na te gaan.
  • Reductietest: test die 4 weken voor de uitgerekende datum gebeurt om de ernst van BPD weer te geven.

Hoe kunnen ademhalingsproblemen bij pasgeborenen behandeld worden?

De behandeling kan al voor de geboorte starten door corticoïden in te spuiten bij de moeder om de longrijping te stimuleren.

Na de geboorte zijn er verschillende mogelijkheden mogelijk:

  • Monitoring
  • Ballon met maskertje
  • Medicatie
  • Zuurstoftherapie:
    • Extra zuurstof in de couveuse
    • Neusbril met een slangetje dat is aangesloten op de neusgaten
    • CPAP (Continious Positive Airway Pressure): speciale neusbril om de ademhalingsarbeid te verminderen en efficiënter zuurstof op te nemen
    • Beademingstoestel dat de ademhaling gedeeltelijk of geheel kan overnemen (via een buisje dat rechtstreeks naar de longen gaat).
Deze informatie werd laatst aangepast op maandag 05 maart 2018 - 08:03
Auteur(s): Team