Abdominaal aorta aneurysma (AAA)

Een aneurysma is een uitstulping van een bloedvat. De aortawand zet dan uit omdat ze zwakker wordt door een letsel, ouderdom of ziekte. Als de vergroting zich bevindt ter hoogte van de buikslagader, spreken we van een abdominaal aorta aneurysma (AAA).

Als de aorta groter wordt, verzwakt de aortawand en kan ze zelfs onder normale bloeddruk scheuren. Daardoor ontstaat een inwendige bloeding. Een gescheurd AAA is levensbedreigend en moet dringend behandeld worden.

De behandeling gebeurt in de aortakliniek van het UZA. 

Wat zijn de symptomen van een abdominaal aorta aneurysma (AAA)?

De meeste mensen merken niets van een abdominaal aorta aneurysma. Meestal ondekt uw arts of radioloog deze uitzetting van de buikslagader toevallig tijdens een klinisch onderzoek of tijdens een radiografie (beeldvorming) voor een andere aandoening, zoals een echografie, CT-scan of NMR.

Patiënten met een risicoprofiel laten de aorta best preventief screenen. Dit gebeurt door middel van kleurenechografie (Duplexonderzoek). Als de aorta gescheurd is, is een spoedbehandeling noodzakelijk.

Wat zijn de risicofactoren bij een abdominaal aorta aneurysma (AAA)?

  • Ouderdom: mannen ouder dan 50 jaar lopen meer risico dan vrouwen van die leeftijdsgroep.
  • Roken 
  • Een te hoge bloeddruk
  • Erfelijk belaste personen: deze groep mensen laat zich best screenen vanaf 50 jaar. Alle andere mensen kunnen dit laten doen vanaf 64 jaar. U kan dit bespreken met uw huisarts of specialist.

Hoe wordt een abdominaal aorta aneurysma (AAA) behandeld?

Als de slagader in die mate uitzet of vervormt dat hij gemakkelijk kan scheuren, dringt een behandeling zich op. Dit kan door open chirurgie of een endovasculaire behandeling. Beide behandelingsmethoden kennen zowel voordelen als risico’s. De behandelend chirurg overlegt binnen het aorta-team en met u welke behandelingsmethode de voorkeur geniet.

Open chirurgie

Via een insnede in de buik (laparotomie) vervangt de chirurg het zieke deel van de slagader door een kunststof bloedvat (vaatprothese): een rechte (‘buis’) of een met pijpen (‘broek’).

De ingreep gebeurt onder algemene verdoving en duurt ongeveer drie tot vier uur.

Nadien verblijft u op de dienst intensieve zorg tot u weer naar uw afdeling kunt. U verblijft gemiddeld een tweetal weken in het ziekenhuis.

Het volledig herstel duurt ongeveer twee tot drie maanden.

Endovasculaire behandeling (EVAR)

 

Bij de endovasculaire techniek brengt de chirurg een kunstbloedvat in via de liesslagaders. De buik wordt hierbij niet geopend. De prothese (endoprothese) wordt juist onder de nierslagaders geplaatst. Hierdoor kan het aneurysma niet verder groeien of scheuren.

De prothese zal zich verankeren in de aorta onder de nierslagaders. Ze wordt daarom niet vastgehecht.

Expertise in het UZA

Het UZA heeft de erkenning en ervaring om meer complexe aneurysmata te behandelen. Indien het aneurysma op of boven de nierslagaders begint, kunnen we een prothese plaatsen met:

  • een uitsparing voor de nierslagaders (gefenestreerde endoprothese ofwel FEVAR of fenestrated stent-graft)
  • zijarmpjes (branched endoprothese ofwel BEVAR of multi-branched stent-graft)

Indien de bekkenslagaders betrokken zijn en de inwendige bekkenslagaders moeten openblijven, kan een prothese worden geplaatst die splitst ter hoogte van de inwendige bekkenslagader (IBD-EVAR of iliac branch stent-graft). 

De ingreep voor een klassieke endoprothese gebeurt onder plaatselijke of algemene verdoving en duurt ongeveer 1 uur. Voor de meer complexe prothesen duurt de ingreep langer (2 uur en langer). 

De meeste ingrepen gebeuren door punctie van de slagaders (percutaan). De slagader wordt dus niet meer vrijgelegd. Deze techniek heeft de volgende voordelen:

  • minder bloedverlies
  • minder pijn en complicaties
  • snellere mobilisatie uit bed en een sneller ontslag

Voor een klassieke endoprothese onder de nierslagaders hoeft u nadien niet naar de dienst intensieve zorgen. U kunt meestal de dag nadien naar huis. Eten en drinken is al een paar uur na de ingreep toegelaten.

Voor de meer complexe endoprotheses varieert het verblijf in functie van het verloop na de ingreep.

Opvolging

Eén maand na ontslag komt u op controle op de raadpleging. U moet in principe levenslang opgevolgd worden na beide behandelingen. Na de open behandeling volstaat een controle om de 5 jaar met een echografie van de buik. Bij de endovasculaire behandeling komt u op controle na 3, 12, 24 en 36 maanden. Nadien op indicatie.
Deze informatie werd laatst aangepast op woensdag 24 april 2019 - 15:04
Auteur(s): Team