Vroeg in de puberteit

Vroeg in de puberteit

Datum: 
17/06/2015
Jonge meisjes krijgen steeds sneller het lichaam van een jonge vrouw. Een onschuldig fenomeen of is er meer aan de hand? Wij gingen te rade bij een specialist.

Een op de tien blanke meisjes krijgt al borstjes op zeven jaar. Dit opvallende cijfer uit Amerikaans onderzoek haalde onlangs alle kranten. 'Het klopt dat meisjes op jongere leeftijd puberteitskenmerken vertonen dan pakweg dertig jaar geleden, maar in ons land komt het gelukkig minder vaak voor', nuanceert dokter Hilde Dotremont, kinderendocrinologe van het UZ Antwerpen. 'De eerste borstvorming - gewoonlijk het eerste puberteitsteken - zien we meestal rond de leeftijd van tien à elf jaar. Dat is iets vroeger dan bij de vorige generatie, maar het verschil is niet groter dan enkele maanden.'

(Ab)normaal?

Voor heel wat ouders is het schrikken als ze het lichaam van hun dochter zien veranderen in dat van een jonge vrouw. 'Vooral tegen die eerste menstruatie kijken ze op', zegt dokter Dotremont. 'Niet zozeer uit vrees voor een zwangerschap, maar ik merk dat moeders daar dikwijls zelf geen al te beste herinneringen aan hebben. De ongemakken die ermee gepaard gaan, eventuele pijn en schaamte om de eerste van de klas te zijn, willen ze hun dochter graag besparen. Maar zo'n vaart loopt het meestal niet. Na de eerste puberteitstekenen - borstgroei, oksel- en schaambeharing of een versnelde groei - laat de eerste menstruatie doorgaans nog twee jaar op zich wachten.' Een kind dat op haar negende borstjes begint te krijgen, zal dus wellicht pas rond haar elfde voor het eerst ongesteld worden. 'Dat is vroeg - het gemiddelde ligt op twaalf à dertien jaar - maar niet abnormaal. Als je dochter echter voor haar tiende menstrueert of je voor haar achtste puberteitskenmerken opmerkt, raadpleeg je het best een arts. Dat vinden we met het oog op zowel de psychologische als de lichamelijke gezondheid te vroeg.' Meisjes die op jonge leeftijd in de puberteit belanden, zijn gelukkig eerder een uitzondering dan de regel. 'In Denemarken vertonen 0,2 procent van de meisjes jonger dan acht puberteitskenmerken. We spreken dan over vroegtijdige puberteit of pubertas praecox. Om hoeveel meisjes het in ons land gaat, wordt momenteel onderzocht, maar we verwachten een gelijkaardig resultaat.'

SOS overgewicht

Hoewel het een kleine minderheid betreft, neemt het aantal meisjes met pubertas praecox wel toe. Dokter Dotremont: 'In Amerika is het met zo'n vijftien procent een veel groter probleem dan bij ons. We weten dat obesitas een belangrijke rol speelt bij een vroegtijdige puberteit, wat deze cijfers gedeeltelijk verklaart. Om te kunnen puberen moet het lichaam voldoende ontwikkeld zijn om een baby op de wereld te kunnen zetten. Een zekere vetmassa is daarbij een eerste voorwaarde. Die vetcellen zetten een ingewikkeld mechanisme in gang, waardoor ook de geslachtshormonen geactiveerd worden. Dat natuurlijke proces zit goed in elkaar en doet bij de meeste kinderen rond hun tiende à elfde verjaardag de puberteit inluiden. Maar overgewicht - ook bij kleuters - kan dit gebeuren in de war sturen. Het teveel aan vet op jonge leeftijd misleidt de hersenen als het ware, waardoor deze kinderen later te vroeg in de puberteit belanden. Omdat we weten dat overgewicht een trigger kan zijn, moeten we obesitas al op jonge leeftijd tegengaan. Gezonde voeding en voldoende beweging zijn essentieel, ook voor kleuters.' Niet in alle gevallen is een verkeerde levensstijl de boosdoener. Ook genetica speelt een belangrijke rol, in vele gevallen is een vroegtijdige puberteit een bekend familiaal probleem. 'Ook bij bepaalde bevolkingsgroepen komt het vaker voor. Zo puberen Hispanic en Afrikaanse meisjes doorgaans sneller dan blanke meisjes, wat een tweede verklaring is waarom pubertas praecox in Amerika zo vaak voorkomt.'

Opgelet voor vervuilers

Niet alle risicofactoren hebben we zelf in de hand. Ook de impact van vervuilende stoffen in het milieu blijkt niet te onderschatten. 'Vooral ftalaten en bisphenolen zijn bekende stoffen die onze hormonale huishouding in de war kunnen sturen, vandaar hun naam endocriene verstoorders', weet dokter Dotremont. 'De overheid doet inspanningen om het gebruik van die schadelijke stoffen te beperken - zo moeten papflesjes en fopspenen sinds 2013 bisphenol A (BPA)-vrij zijn, maar er is nog werk aan de winkel. We moeten ons ervan bewust zijn dat we allemaal met deze stoffen in aanraking komen. En dat is niet zonder gevaar. Endocriene verstoorders schaden niet alleen de natuur, maar ook de mens. Zelfs blootstelling in utero - dus door de moeder tijdens de zwangerschap - kan gevolgen hebben voor de baby. Alle schadelijke stoffen vermijden kan niet, maar we raden zwangere vrouwen wel aan om voorzichtig te zijn met bronnen zoals zacht plastiek, verven, lijmen ...'

Behandelen loont

De psychologische impact van een vroegtijdige puberteit is niet te onderschatten. 'Kinderen vinden het doorgaans heel vervelend om als enige van hun vriendinnetjes al borsten te krijgen of ongewenste haartjes te hebben', zegt dokter Dotremont. 'Omdat ze er ouder uitzien dan hun leeftijdsgenoten, worden ze trouwens dikwijls overschat. Ook risicogedrag - experimenteren op seksueel vlak bijvoorbeeld - is een bekend probleem. En ook op lichamelijk vlak is pubertas praecox niet onschuldig. Het verhoogt de kans op overgewicht op latere leeftijd en is een risicofactor voor borstkanker, type 2-diabetes en hart- en vaatproblemen.' Gelukkig hoeven deze meisjes niet in de kou te blijven staan. Er zijn goede behandelingen beschikbaar die de puberteit afremmen tot het kind klaar is voor deze belangrijke mijlpaal. 'Vooraleer we daarmee starten, moeten we zeker zijn dat het effectief om een vroegtijdige puberteit gaat', benadrukt de endocrinologe. 'Schaambeharing kan onder andere ook op een bijnierprobleem wijzen. Bij een vermoeden van pubertas praecox, controleren we de hormonale waarden in het bloed, maken we een foto van de hand om de skeletrijpheid te bekijken en nemen we een echo van de baarmoeder en de eierstokken om na te gaan of er al enige pubertaire veranderingen zijn. Bij erg jonge meisjes volgt er ook een MRI-scan om een eventueel probleem aan de hypofyse uit te sluiten, maar dat komt gelukkig zelden voor. Als deze onderzoeken bewijzen dat het om een echte puberteit voor de leeftijd van acht jaar gaat, dan zullen we ingrijpen. De behandeling bestaat uit intramusculaire spuitjes die we maandelijks of driemaandelijks in de bil zetten. Lastig, maar wel effectief. Ze remmen het vrijzetten van puberteitshormonen en zetten de puberteit zo op pauze. De puberteitstekenen verdwijnen weliswaar niet, maar blijven wel stabiel. Zodra de patiënt naar het vijfde of zesde leerjaar gaat, stoppen we de behandeling doorgaans, zodat ze mee kan evoleren met haar leeftijdsgenoten.'

Aandacht voor groei

Hoewel de behandeling effectief is, komt ze jammer genoeg niet tegemoet aan alle problemen die een vroegtijdige puberteit met zich mee kan brengen. Dokter Dotremont: 'Een extra moeilijkheid van de aandoening is namelijk dat patiëntjes klein dreigen te blijven. Tijdens de puberteit groeien meisjes doorgaans nog 20 cm. Als een meisje op zeven jaar in de puberteit komt en dan 1,25 m groot is, wordt ze dus wellicht niet groter dan 1,45 m. Omdat puberteitsremmers de groei nauwelijks verbeteren kunnen we in overleg met de ouders een bijkomende behandeling met groeihormoon opstarten. Daarvoor voorziet het Riziv - in tegenstelling tot puberteitsremmers - geen terugbetaling. In ons ziekenhuis passen we de therapie in studieverband toe, met zeer mooie resultaten trouwens, wat ons doet hopen dat daar op termijn verandering in komt. Al blijven strenge criteria noodzakelijk. Enkel als een meisje kleiner dreigt te worden dan 1,54 m, kunnen we aan deze behandeling denken. Het is een dure, intensieve therapie die tussenkomt in een natuurlijk proces, en dat doen we liever niet als het niet nodig is.'

Psychologische hulp

Een behandeling met puberteitsremmers en groeimiddelen ondergaan is niet min. Een goede psychologische bijstand van patiënten en ouders is dus erg belangrijk. Dokter Dotremont: 'Helaas wordt psychotherapie voor deze kinderen niet terugbetaald. Dat vind ik een tekortkoming, maar we doen er uiteraard alles aan om hen zo goed mogelijk op te vangen. Een goede communicatie met het kind, door de arts én de ouders, is essentieel. Als we deze meisjes uitleggen dat we die lastige puberteitstekens kunnen stopzetten, zijn ze meestal wel gerustgesteld. Natuurlijk betrekken we ook de ouders nauw bij de behandeling. Zij maken zich vaak zorgen over de impact op latere leeftijd, vragen zich af of hun kind vruchtbaar zal zijn, een normaal seksueel leven zal kunnen leiden ... Gelukkig kunnen we ook hen geruststellen. Studies tonen aan dat de therapie - ook als ze langdurig toegepast wordt - veilig is en geen impact heeft op de ontwikkeling en vruchtbaarheid van patiëntjes.'

Blijf op de hoogte van nieuws in het UZA via Twitter @uzanieuws en Facebook