Hartzwakte bij kankerpatiënten

donate

Kanker is een veelvoorkomende ziekte. Het wetenschappelijk onderzoek naar technologieën om kanker te bestrijden evolueert voortdurend. Sommige kankerbehandelingen kunnen op korte of lange termijn leiden tot hartzwakte. 

Binnen het UZA lopen er verschillende onderzoeken naar het effect van een kankerbehandeling op de werking van het hart. Een mooie samenwerking tussen de diensten oncologie en cardiologie. Deze discipline wordt onco-cardiologie genoemd. ‘Een vrij nieuwe discipline. Dankzij intensief onderzoek binnen de oncologie overleven meer patiënten kanker en leven ze langer. Zo wordt het steeds duidelijker dat reeds bestaande antikankerbehandelingen een invloed hebben op het hart.’, vult dr. Constantijn Franssen aan. Hij is cardioloog aan het UZA en buigt zich over de link tussen borstkanker en hartfalen. Ontdek hier zijn verhaal.

Het UZA: stevig verankerd hartonderzoek

De dienst cardiologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen voert al jaren onderzoek in de verschillende domeinen van hart- en vaatziekten. Naast onderzoek naar hartzwakte bij kankerpatiënten, zijn dit enkele van onze lopende studies:

  • Het herstel van hartkleppen via de lies
  • Het begrijpen van de genetische voorbeschiktheid 
  • Het onderzoek naar hartziekten
  • Innovatieve behandelingen van ritmestoornissen
  • Mogelijkheden om hartproblemen, zoals zuurstoftekort, nauwkeuriger in beeld brengen
  • Het mechanisme van ‘sportletsels’ bij atleten

Onze onderzoekers hebben op het gebied van cardiale revalidatie internationale naam en faam opgebouwd door voorbije studies. Het onderzoek binnen de afdeling cardiologie is het werk van meer dan 40 mensen. Prof. dr. Hein Heidbuchel, diensthoofd cardiologie, coördineert dit alles.

Cardio-oncologiekliniek

Het vroegtijdig detecteren van hartproblemen tijdens een kankerbehandeling kan een groot verschil betekenen. Als de arts een verzwakking van de hartspier ontdekt bij oncologische patiënten, kan het nodig zijn om de chemotherapie tijdelijk te verminderen, te onderbreken of zelfs te stoppen. De behandeling wordt minder krachtig, wat nadelige gevolgen kan hebben. 

Onnodig afbouwen of stoppen van de therapie moeten we vermijden. Een nauwgezette cardiologische opvolging voor patiënten in de risicogroep is daarom heel belangrijk. Deze opvolging gebeurt in een cardio-oncologiekliniek, in nauwe samenwerking met oncologen. Binnen deze kliniek bekijken we of er veranderingen optreden die kunnen wijzen op vroegtijdige aantasting van het hart. Wij voeren onderzoek uit om dit steeds beter te kunnen detecteren, te behandelen en op te volgen. 

Detectie door echocardiografische technieken en biomerkers

Detectie gebeurt door gevoelige echocardiografische technieken die we in ons onderzoek steeds verder verfijnen. Echocardiografie kan aan het bed van de patiënt gebeuren: snel, pijnloos en zonder extra stralen. Tegelijk wordt de gezondheid van de bloedvaten mee opgevolgd. 

Ook nieuwe biomerkers kunnen voor detectie zorgen. Dit zijn stoffen in het lichaam die kunnen wijzen op een bepaalde aandoening en de ernst ervan. Zo kunnen ze verschillende processen weerspiegelen die bij hartfalen voorkomen. Met een bloedafname kunnen we deze merkers bepalen. Onderzoek is nodig om de werking van biomerkers in kaart te brengen. 

Opvolging: van nabij, maar toch van ver af 

Nauwe opvolging van patiënten met hartzwakte is essentieel. Bij kankerpatiënten die vaak in het ziekenhuis moeten verblijven, willen we dat bij voorkeur doen zonder nieuwe opnames of raadplegingen. 

We onderzoeken de mogelijkheden van “telemonitoring”. Patiënten sturen via een netwerkverbinding automatisch een aantal vitale parameters door naar onze artsen, zoals bloeddruk, hartfrequentie en gewicht. Veranderingen in deze parameters kunnen ons alarmeren dat er iets mis is. Ze laten ons toe vroegtijdig in te grijpen en hopelijk (langdurige) ziekenhuisopnames te vermijden. In een recent project van Minister De Block  nam het UZA het voortouw in dergelijk onderzoek. 

Ook “telerevalidatie”, waarbij patiënten thuis kunnen trainen, maar wel vanop afstand gevolgd worden, is de toekomst. De dienst cardiologie neemt op nationaal én internationaal niveau een voortrekkersrol in voor zowel telemonitoring als telerevalidatie. 

Onco-cardiologie bij borstkankerpatiënten 

Dr. Constantijn Franssen, cardioloog aan het UZA, ontving in april 2019 een prijs van €100.000 van de Koning Boudewijnstichting om te onderzoeken wat de gevolgen zijn van een kankerbehandeling op het hart, specifiek bij borstkankerpatiënten. Bij 1 op de 4 vrouwen die voor borstkanker worden behandeld wordt schade aan het hart of de hartspier vastgesteld.

'Concreet zullen we in een studie 72 borstkanker patiënten opvolgen. 36 borstkankerpatiënten die behandeld worden met chemotherapie en 36 borstkankerpatiënten die geen chemotherapie nodig hebben. We monitoren de pompkracht en de vulling van het hart. Als deze waarden afnemen, spreken we van toxiciteit en kunnen we besluiten dat het hart lijdt onder de chemotherapie en aangetast is. Dit onderzoeken we zowel in rust, als bij inspanning en tijdens alle momenten van de behandeling (voor, tijdens en na de chemotherapie) ’, vult dr. Franssen aan. 

Jaarlijks zijn er in het UZA ongeveer 180 nieuwe borstkankergevallen. ‘Ik ontmoette enkele jaren geleden een patiënte met borstkanker. Zij onderging chemotherapie en werd genezen verklaard. Uiteindelijk overleed ze aan hartfalen. Ik voelde me toen zo machteloos en besefte dat we achter de feiten aanhollen. Dit was mijn persoonlijke trigger om het onderzoek rond onco-cardiologie bij borstkankerpatiënten verder uit te bouwen. Hoe sneller we de schadelijke effecten opsporen, hoe sneller we tot een juiste en passende behandeling kunnen overgaan en hoe beter de resultaten zullen zijn. Borstkankerpatiënten overleven vaker kanker en dat moet kunnen zonder een hartprobleem. We zeggen ook wel ‘beating cancer with a beating heart’’, aldus Franssen.

‘Met de 100.000 euro die we kregen van de Koning Boudewijnstichting, willen we ligfietsecho’s uitvoeren bij borstkankerpatiënten. Deze metingen moeten ons in staat stellen om hartfalen sneller op te sporen. Op termijn willen we deze studie uitbreiden naar andere patiëntengroepen. Ook de invloed van hartrevalidatie tijdens een chemobehandeling willen we onderzoeken.. Momenteel krijgen kankerpatiënten pas revalidatie na de behandeling, als er reeds schade is vastgesteld.’, vertelt dr. Franssen.  Voor deze studies zijn bijkomende extra middelen nodig.

Maak mee het verschil 

“Het unieke van een universitaire dienst bestaat in de constante zoektocht naar wat we morgen nog beter kunnen doen dan vandaag. Al onze medewerkers zijn gedreven door die constante zoektocht. Dat vraagt tijd en middelen.”, zegt prof. dr. Hein Heidbuchel. 

“De deuren naar nieuwe toepassingen binnen de detectie, opvolging en revalidatie van hartzwakte staan open. We hebben veel meer ideeën dan financiële mogelijkheden. Geef jij onze onderzoekers de kans om verder te werken aan deze nieuwe toepassingen?”

Steun het onderzoek naar hartzwakte